De CAO Kartonnage- en Flexibele Verpakkingenbedrijf (CAO Kartoflex) 2025 - 2026 loopt van 1 januari 2025 t/m 30 april 2026. De salarisschalen stijgen met 2,5% per 1 januari 2025 en met 2,0% per 1 juli 2025. Per 1 januari 2026 gaat bovendien de pensioenuitvoerder over van PGB naar PNO Media. Deze pagina zet de belangrijkste arbeidsvoorwaarden en de salaristabellen op een rij.
Kerngegevens CAO Kartonnage- en Flexibele Verpakkingenbedrijf 2025 - 2026
Looptijd
1 januari 2025 t/m 30 april 2026
Cao-partijen
Koninklijke Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Kartonnages en Flexibele Verpakkingen “Kartoflex” (werkgevers); FNV en CNV (werknemers)
Loonsverhoging
2,5% per 1 januari 2025 en 2,0% per 1 juli 2025
Vakantiedagen
180 uur per jaar bij een 36-urige werkweek (144 wettelijk + 36 bovenwettelijk), met extra uren voor jongeren, ploegendienst en oudere werknemers
Vakantietoeslag
8% van het jaarinkomen, uitbetaald uiterlijk op 1 juni
Overwerkvergoeding
25% tot 100% toeslag op het uurloon, afhankelijk van het tijdstip; plus een ploegentoeslag van 16% tot 24,5%
Reiskostenvergoeding
€ 0,19 per kilometer bij een enkele reisafstand van 10 tot 25 km (geen vergoeding onder 10 km of voor het deel boven 25 km)
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof volgens een vaste tabel, o.a. 2 dagen bij eigen huwelijk en maximaal 5 dagen na overlijden van de partner of een minderjarig kind
Doorbetaling bij ziekte
Wettelijk 70%, aangevuld tot 100% (eerste 8 maanden), 90% (9e-12e maand) en 85% (13e-24e maand) van het oude maandinkomen
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Niet specifiek geregeld in deze cao
Thuiswerkvergoeding
Niet vastgelegd in de cao; kan als gespreksonderwerp worden geagendeerd door werkgever of OR/PVT
Pensioenfonds
Stichting Pensioenfonds PGB (tot en met 31 december 2025); vanaf 1 januari 2026 Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Media (PNO Media)
Opzegtermijn werkgever
1 tot 4 maanden, afhankelijk van de diensttijd (0-5 jaar: 1 maand, oplopend tot vanaf 15 jaar: 4 maanden)
Opzegtermijn werknemer
1 maand
Salarisverhogingen
Met ingang van 1 januari 2025 worden de salarisschalen en feitelijke salarissen structureel verhoogd met 2,5% (Bijlage II lid 1).
Met ingang van 1 juli 2025 volgt een tweede structurele verhoging van 2,0% (Bijlage II lid 1).
De loonsverhogingen worden toegekend over de feitelijk uitbetaalde salarissen van de functies tot en met 170 ORBA-punten (Bijlage II lid 2).
Werknemers die de voor hun groep geldende functievolwassen leeftijd hebben bereikt, ontvangen jaarlijks per 1 januari een extra functiejaar, totdat het maximum van hun salarisschaal is bereikt (art. 8 lid 3).
Vakantiedagen
Een werknemer die het hele vakantiejaar (1 januari t/m 31 december) onafgebroken in dienst is, heeft recht op 180 vakantie-uren: 144 wettelijke en 36 bovenwettelijke uren (art. 12 lid 2a).
Werknemers die bij aanvang van het vakantiejaar jonger zijn dan 19 jaar, krijgen 21,6 uur extra vakantie (art. 12 lid 2b).
Werknemers in ploegendienst krijgen 7,2 uur extra vakantie per vakantiejaar (art. 12 lid 2c).
Werknemers van 50, 55 of 60 jaar en ouder hebben recht op respectievelijk 194,4, 201,6 of 208,8 vakantie-uren in plaats van de reguliere 180 uur (art. 12 lid 2d).
Van de reguliere vakantie worden als regel drie aaneengesloten kalenderweken verleend (art. 12 lid 4a).
Overwerkvergoeding
Voor geregelde arbeid in ploegendienst geldt een toeslag op het maandsalaris: 24,5% voor een incidenteel ingestelde nachtploeg, 20% voor 3-ploegendienst en 16% voor 2-ploegendienst (art. 9 lid 2a).
Overwerk wordt naar keuze van de werknemer gecompenseerd in geld of vrije tijd; overwerk in vrije tijd moet binnen drie maanden worden opgenomen (art. 9 lid 3c).
De overwerktoeslag bedraagt 25% van het uurloon (maandag t/m vrijdag 06.00-20.00 uur), 50% (overige uren doordeweeks en zaterdag vóór 13.00 uur) of 100% (zaterdag na 13.00 uur, zondag en feestdagen) (art. 9 lid 3e).
Studenten met een voltijdsstage van minimaal 1 maand ontvangen sinds 1 januari 2025 een stagevergoeding van € 325 bruto per maand (art. 10 lid 5).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding woon-werkverkeer is geregeld in artikel 14 van de cao.
Bij een enkele reisafstand van meer dan 10 kilometer ontvangt de werknemer een fiscaal onbelaste vergoeding van € 0,19 per kilometer voor de volledige woon-werkafstand (heen en terug), met een maximum van 25 kilometer enkele reis (art. 14 lid 1a).
Voor de eerste 10 kilometer enkele reis geldt geen vergoeding; voor het deel van de reisafstand boven 25 kilometer enkele reis evenmin (art. 14 lid 1a).
Bedrijven die op 1 oktober 2023 al een betere reiskostenregeling toepasten, mogen die handhaven (art. 14 lid 1c).
Er is een fiscaal vriendelijke aanvullende regeling mogelijk waarbij niet-benutte reiskostenruimte wordt verrekend met het bruto maandsalaris, op verzoek van de werknemer (art. 14 lid 2).
Bijzonder verlof
Geoorloofd verzuim met behoud van salaris is geregeld in artikel 11 van de cao:
Situatie
Verlof
Bevalling van de partner
Gedurende de bevalling, plus geboorteverlof (1x de arbeidsduur per week, eerste 4 weken) en optioneel aanvullend geboorteverlof (max. 5x de arbeidsduur per week tegen 80% dagloon, binnen 6 maanden)
Ondertrouw
1 dag of dienst
Eigen huwelijk of geregistreerd partnerschap
2 dagen of diensten
Huwelijk van een kind, pleegkind, ouder, broer of zus
1 dag of dienst
25-, 40- of 50-jarig huwelijksjubileum (zelf of ouders/schoonouders)
1 dag of dienst
Overlijden van de partner of een minderjarig (adoptie/stief)kind
Vanaf de dag van overlijden t/m 5 dagen na de begrafenis/crematie
Overlijden van een (adoptie/stief/schoon)ouder of volwassen (adoptie/stief)kind
Vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de begrafenis/crematie
Begrafenis/crematie van een ander familielid tot en met de tweede graad
1 dag of dienst
Noodzakelijk doktersbezoek/polikliniekbezoek
De vereiste tijd tot maximaal 2 uur
Daarnaast: onbetaald verlof bij adoptie/pleegzorg (art. 11 lid 10), verlof bij verzorging van een ziek familielid (max. 10 dagen per jaar, eerste 7 dagen 100% en resterende 3 dagen 70% doorbetaald, art. 11 lid 11-12), en aandacht voor mantelzorg tijdens het jaarlijkse functioneringsgesprek (art. 11 lid 13).
Doorbetaling bij ziekte
De wettelijke loondoorbetaling bedraagt 70% van het oude maandinkomen; de werkgever vult dit de eerste 8 maanden aan tot 100% (art. 15 lid 3a-b).
Van de 9e t/m de 12e maand geldt een aanvulling tot 90% van het oude maandinkomen (art. 15 lid 3d).
Van de 13e t/m de 24e maand geldt een aanvulling tot 85% van het oude maandinkomen (art. 15 lid 3f).
Bij werken naar loonwaarde en re-integratieactiviteiten ontvangt de werknemer 100% van het oude maandinkomen per gewerkt uur (art. 15 lid 3g).
Voor AOW-gerechtigde werknemers is de loondoorbetalingsplicht bij ziekte beperkt tot 13 weken (art. 15 lid 3l).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Deze cao kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. Naast het salaris ontvangt de werknemer wel een vakantietoeslag van 8% van het jaarinkomen (zie het tabblad Stamgegevens en Vakantietoeslag in artikel 13).
Thuiswerkvergoeding
Deze cao regelt geen vaste thuiswerkvergoeding. Volgens Bijlage III (Protocol) kan een BHV-vergoeding en thuiswerken op ondernemingsniveau als gesprekspunt worden geagendeerd door de werkgever of de ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging.
Pensioenfonds
Tot en met 31 december 2025: werkgevers en werknemers zijn verplicht aangesloten bij Stichting Pensioenfonds PGB. De totale premie bedraagt 24,2% van de pensioengrondslag: 51% werkgever (12,33%) en 49% werknemer (11,87%) (art. 18 lid 3c).
Vanaf 1 januari 2026: de pensioenuitvoering gaat over naar Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Media (PNO Media), met dezelfde premie (24,2%) en premieverdeling (51% werkgever - 49% werknemer) (art. 18A lid 1 en 3c).
De pensioenregeling is een middelloonregeling met een vaste premie; het opbouwpercentage bedraagt in 2025 1,648%, met een franchise van € 22.992 (art. 18 lid 3c2, art. 18A lid 3c2).
Per 1 januari 2027 wordt de middelloonregeling omgezet naar een solidaire premieregeling met een vlakke premie, in verband met de Wet toekomst pensioenen (art. 18A lid 9).
Opzegtermijn
Voor werknemers in vaste dienst gelden de wettelijke opzegtermijnen voor de werkgever: 1 maand (0-5 dienstjaren), 2 maanden (5-10 jaar), 3 maanden (10-15 jaar) of 4 maanden (vanaf 15 jaar) (art. 6 lid 3b).
Voor de werknemer geldt een opzegtermijn van 1 maand (art. 6 lid 3b).
Voor AOW-gerechtigde werknemers geldt voor de werkgever een opzegtermijn van 1 maand (art. 6 lid 3d).
De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de laatste dag van de maand waarin de werknemer het volledige recht op AOW krijgt (art. 6 lid 3e).
Salaristabel CAO Kartonnage- en Flexibele Verpakkingenbedrijf 2025 - 2026
De salaristabellen zijn ingedeeld naar functiegroep (op basis van ORBA-punten) en functiejaren, met een aparte jeugdschaal (16 t/m 21 jaar) en een participatieschaal voor werknemers die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Niet elke functiegroep kent evenveel functiejaren; lege cellen betekent dat de betreffende schaal al eerder het maximum heeft bereikt.
Functiejarenschaal per 1 januari 2025
Functiegroep
1
2
3
4
5
6
7
8
Punten ORBA
0-35
35-50
50-70
70-90
90-110
110-130
130-150
150-170
Aanloopschaal
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
0 functiejaren
€ 2.328
€ 2.335
€ 2.414
€ 2.515
€ 2.655
€ 2.839
€ 3.036
1 functiejaar
€ 2.324
€ 2.373
€ 2.390
€ 2.474
€ 2.586
€ 2.737
€ 2.920
€ 3.133
2 functiejaren
€ 2.369
€ 2.419
€ 2.451
€ 2.541
€ 2.655
€ 2.821
€ 3.002
€ 3.232
3 functiejaren
€ 2.407
€ 2.471
€ 2.512
€ 2.597
€ 2.724
€ 2.902
€ 3.091
€ 3.331
4 functiejaren
€ 2.448
€ 2.528
€ 2.575
€ 2.660
€ 2.795
€ 2.981
€ 3.169
€ 3.424
5 functiejaren
€ 2.724
€ 2.867
€ 3.064
€ 3.253
€ 3.518
6 functiejaren
€ 3.344
€ 3.619
Jeugdschaal per 1 januari 2025
Leeftijd
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
16 jaar
€ 1.409
€ 1.431
€ 1.438
€ 1.453
€ 1.488
€ 1.567
€ 1.673
€ 1.713
17 jaar
€ 1.627
€ 1.652
€ 1.661
€ 1.684
€ 1.730
€ 1.823
€ 1.946
€ 2.007
18 jaar
€ 1.845
€ 1.873
€ 1.887
€ 1.916
€ 1.972
€ 2.078
€ 2.221
€ 2.300
19 jaar
€ 2.064
€ 2.098
€ 2.109
€ 2.147
€ 2.214
€ 2.268
€ 2.425
€ 2.595
20 jaar
€ 2.295
€ 2.328
€ 2.335
€ 2.378
€ 2.407
€ 2.464
€ 2.563
€ 2.699
21 jaar
€ 2.414
€ 2.515
€ 2.563
€ 2.701
€ 2.815
Functiejarenschaal per 1 juli 2025
Functiegroep
1
2
3
4
5
6
7
8
Punten ORBA
0-35
35-50
50-70
70-90
90-110
110-130
130-150
150-170
Aanloopschaal
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
0 functiejaren
€ 2.375
€ 2.382
€ 2.462
€ 2.565
€ 2.708
€ 2.896
€ 3.097
1 functiejaar
€ 2.370
€ 2.420
€ 2.438
€ 2.523
€ 2.638
€ 2.792
€ 2.978
€ 3.196
2 functiejaren
€ 2.416
€ 2.467
€ 2.500
€ 2.592
€ 2.708
€ 2.877
€ 3.062
€ 3.297
3 functiejaren
€ 2.455
€ 2.520
€ 2.562
€ 2.649
€ 2.778
€ 2.960
€ 3.153
€ 3.398
4 functiejaren
€ 2.497
€ 2.579
€ 2.627
€ 2.713
€ 2.851
€ 3.041
€ 3.232
€ 3.492
5 functiejaren
€ 2.778
€ 2.924
€ 3.125
€ 3.318
€ 3.588
6 functiejaren
€ 3.411
€ 3.691
Jeugdschaal per 1 juli 2025
Leeftijd
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
16 jaar
€ 1.437
€ 1.460
€ 1.467
€ 1.482
€ 1.518
€ 1.598
€ 1.706
€ 1.747
17 jaar
€ 1.660
€ 1.685
€ 1.694
€ 1.718
€ 1.765
€ 1.859
€ 1.985
€ 2.047
18 jaar
€ 1.882
€ 1.910
€ 1.925
€ 1.954
€ 2.011
€ 2.120
€ 2.265
€ 2.346
19 jaar
€ 2.105
€ 2.140
€ 2.151
€ 2.190
€ 2.258
€ 2.313
€ 2.474
€ 2.647
20 jaar
€ 2.341
€ 2.375
€ 2.382
€ 2.426
€ 2.455
€ 2.513
€ 2.614
€ 2.753
21 jaar
€ 2.462
€ 2.565
€ 2.614
€ 2.755
€ 2.871
Participatieschaal per 1 januari 2025
Voor werknemers van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen, maar die wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben (doelgroep loonkostensubsidie, Participatiewet), geldt een aparte loonschaal, gekoppeld aan het wettelijk minimumuurloon. Onderstaande bedragen gelden voor werknemers van 21 jaar en ouder; voor jongere werknemers gelden de jeugdminimumuurloonbedragen uit de WMUL.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO besloten busvervoer (CAO Tour) 2025 - 2026 loopt van 1 januari 2025 t/m 31 december 2026. De lonen stijgen met 4% per 1 juli 2025 en met 4% per 1 januari 2026. Daarnaast ontvingen werknemers die op 1 januari 2025 in dienst waren een eenmalige uitkering van € 750 bruto. Deze pagina zet de belangrijkste arbeidsvoorwaarden en de salaristabellen op een rij.
Busvervoer Nederland (werkgevers); CNV en FNV (werknemers)
Loonsverhoging
4% per 1 juli 2025 en 4% per 1 januari 2026, plus een eenmalige uitkering van € 750 bruto (uitbetaald in september 2025)
Vakantiedagen
23 tot 27 dagen per jaar, afhankelijk van leeftijd, plus 5 werkgelegenheidsdagen
Vakantietoeslag
8% van het jaarloon, uitbetaald uiterlijk op 31 mei
Overwerkvergoeding
Rijdend personeel: 35% toeslag op alle dagen. Niet-rijdend personeel: 30% (werkdagen), 50% (zaterdag) of 100% (zondag/feestdagen)
Reiskostenvergoeding
€ 0,23 per kilometer voor woon-werkverkeer bij een enkele reisafstand van 10 tot 45 km (vergoed tot maximaal 35 km enkele reis)
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof volgens een vaste tabel, o.a. 2 dagen bij eigen huwelijk en 4 dagen bij overlijden van de partner of een inwonend kind
Doorbetaling bij ziekte
90% van het structurele loon in het eerste ziektejaar, 80% in het tweede ziektejaar
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Niet structureel geregeld in deze cao (wel een eenmalige uitkering van € 750 bruto in 2025, zie Salarisverhogingen)
Thuiswerkvergoeding
Niet specifiek geregeld in deze cao
Pensioenfonds
Pensioenfonds Vervoer
Opzegtermijn werkgever
Niet specifiek in de cao geregeld; de wettelijke opzegtermijnen (Burgerlijk Wetboek) zijn van toepassing
Opzegtermijn werknemer
Niet specifiek in de cao geregeld; de wettelijke opzegtermijn (Burgerlijk Wetboek) is van toepassing
Salarisverhogingen
De feitelijke lonen, de loonschalen en de toeslagen worden per 1 juli 2025 met 4% verhoogd en per 1 januari 2026 nogmaals met 4% (art. 33).
Werknemers en uitzendkrachten die op 1 januari 2025 in dienst waren binnen de sector, ontvangen een eenmalige uitkering van € 750 bruto, naar rato van de omvang en duur van het dienstverband in de periode 1 januari t/m 30 juni 2025. Deze uitkering is uiterlijk in september 2025 uitbetaald (art. 33).
Bij indiensttreding wordt de werknemer minimaal ingeschaald op de trede die overeenkomt met zijn opgebouwde ervaringsjaren in dezelfde of soortgelijke functie binnen de bedrijfstak (art. 35 lid 1).
Tredeverhoging vindt jaarlijks plaats op de datum van indiensttreding, of op de 1e van de volgende maand als de indiensttreding niet op de 1e van een maand viel (art. 35 lid 4).
Vakantiedagen
Het vakantiejaar loopt van 1 januari t/m 31 december (art. 26 lid 2).
De normale vakantie per vakantiejaar is leeftijdsafhankelijk: 24 dagen (20 jaar en jonger), 23 dagen (21 t/m 49 jaar), 24 dagen (50 t/m 54 jaar), 26 dagen (55 t/m 59 jaar) en 27 dagen (60 jaar en ouder) (art. 26 lid 3).
Naast de vakantiedagen ontvangt de werknemer 5 werkgelegenheidsdagen per jaar; de werkgever kondigt deze minimaal 4 dagen van tevoren aan (art. 27 lid 1).
De werknemer heeft recht op 15 aaneengesloten werkdagen vakantie, bij voorkeur op te nemen tussen 1 mei en 30 september (art. 26 lid 6).
Overwerkvergoeding
Voor niet-rijdend personeel geldt een overwerktoeslag van 30% (werkdagen), 50% (zaterdag) of 100% (zondag en algemeen erkende feestdagen) op het uurloon (art. 36 lid 1).
Voor rijdend personeel geldt op alle dagen een vaste overwerktoeslag van 35% op het uurloon (art. 36 lid 2).
Rijdend personeel heeft daarnaast recht op een onderbrekingstoeslag: € 14,72 (vanaf 1-7-2025: € 15,31; vanaf 1-1-2026: € 15,92) per dienst met een onderbreking van meer dan 1 uur (art. 37).
Voor onregelmatige uren geldt een aparte onregelmatigheidstoeslag: voor niet-rijdend/technisch personeel € 1,67 tot € 2,48 per uur (afhankelijk van het tijdstip), oplopend naar € 1,81-€ 2,68 per 1-1-2026; voor rijdend personeel in touringcar-, ongeregeld en pendelvervoer gelden aparte, hogere bedragen voor zaterdag-, zondag- en nachturen (art. 38).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding is geregeld in de artikelen 42 (woon-werkverkeer) en 43 (overige reiskosten).
Woon-werkverkeer: vanaf 1 juli 2025 ontvangt de werknemer € 0,23 per kilometer (fiscale norm 2025) bij een enkele reisafstand van 10 kilometer of meer, tot een maximum van 35 kilometer enkele reis. De eerste 10 kilometer wordt niet vergoed; de vergoeding voor een volledige retourrit bedraagt dus maximaal € 16,10 (art. 42).
De woon-werkverkeervergoeding wordt maximaal eenmaal per dag verstrekt (art. 42).
Overige reiskosten: voor diensten buiten de standplaats worden de reiskosten vergoed volgens de fiscaal geldende normen, als de werknemer niet met door de werkgever beschikbaar gesteld vervoer kon reizen (art. 43 lid 1).
Bij bedrijfsverplaatsing of overplaatsing van de werknemer worden de extra woon-werkkosten gedurende twee jaar vergoed volgens de fiscale normen (art. 43 lid 2).
Bijzonder verlof
Afwezigheid met behoud van loon is geregeld in artikel 28 van de cao, voor zover dit binnen de arbeidstijd noodzakelijk is:
Situatie
Verlof
Ondertrouw
Een halve dag
Eigen huwelijk
2 dagen
Huwelijk van kind, pleeg-/stiefkind, broer, zus, zwager of schoonzuster
1 dag
Geboorteverlof voor de partner
Conform de wettelijke regeling (Wet Invoering Extra Geboorteverlof)
Overlijden van de partner of een inwonend kind, pleeg- of stiefkind
4 dagen
Overlijden van ouders, schoonouders of niet-inwonende (pleeg-/stief)kinderen, schoonzoons of schoondochters
2 dagen
Overlijden van broer, zus, zwager, schoonzuster, grootouders of kleinkind
1 dag
25- of 40-jarig huwelijksjubileum (zelf); 25-, 40-, 50- of 60-jarig jubileum ouders/schoonouders
1 dag
25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum
1 dag
Verhuizing (eigen huishouding, niet bij overplaatsing)
2 dagen per kalenderjaar
Bezoek aan een arts tijdens werktijd, indien noodzakelijk
De benodigde tijd, met behoud van loon
Daarnaast: onbetaald verlof voor een openbaar bestuurslidmaatschap of vrijwilligerswerk zoals brandweer (art. 29), en organisatieverlof voor vakbondswerk volgens een collectief bepaalde staffel (art. 28 sub p).
Doorbetaling bij ziekte
De werknemer heeft vanaf de aanvang van de arbeidsongeschiktheid recht op 90% van zijn structurele loon gedurende het eerste ziektejaar (art. 30 lid 1a).
Gedurende het tweede ziektejaar bedraagt dit 80% van het structurele loon (art. 30 lid 1a).
Onder structureel loon wordt verstaan: het functieloon plus toeslagen, berekend als gemiddelde over de drie maanden voorafgaand aan de eerste ziektedag (art. 30 lid 1a).
Voor de parttimer wordt het structurele loon berekend over het gemiddeld aantal gewerkte uren in de 52 weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid (art. 30 lid 1a).
Tijdens arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw over 100% van het basisloon berekend (art. 30 lid 1c).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Deze cao kent geen structurele dertiende maand of eindejaarsuitkering. Wel is er tijdens deze cao-periode eenmalig een uitkering van € 750 bruto toegekend (zie het tabblad Salarisverhogingen), maar dat is geen jaarlijks terugkerende regeling.
Thuiswerkvergoeding
Deze cao regelt geen specifieke thuiswerkvergoeding — gezien de aard van de functies (rijdend en overwegend locatiegebonden werk) komt dit onderwerp in de cao niet voor.
Pensioenfonds
Tenzij de werkgever is gedispenseerd, is hij verplicht de werknemer aan te melden bij het Pensioenfonds Vervoer (art. 13 lid 1).
Werkgevers en werknemers kunnen aanvullende informatie opvragen bij het bestuursbureau van het Pensioenfonds Vervoer (art. 13 lid 1).
De loonspecificatie vermeldt de inhouding van pensioenpremie (art. 34).
Opzegtermijn
Deze cao bevat geen eigen, afwijkende regeling voor de opzegtermijn: de wettelijke bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op zowel werkgever als werknemer. Wel is geregeld dat een werknemer, na opzegging van de dienstbetrekking door de werkgever, bij een dienstverband van ten minste 6 weken recht heeft op maximaal 5 uur verlof met behoud van loon om te solliciteren naar een nieuwe werkgever (art. 28 sub j).
Deze cao kent afzonderlijke loontabellen voor rijdend personeel (op basis van tredes, met maand-, uur-, overuur-, vierwekenloon en weekloon) en voor niet-rijdend/technisch/administratief personeel (op basis van tredes en loonschalen I t/m VIII, met een maand- en een uurloon per cel). Bij de laagste loonschalen (I t/m IV) is het bedrag in de eerste tredes gelijk aan het wettelijk minimumloon; dat verklaart waarom deze schalen bij dezelfde trede identieke bedragen tonen. Niet elke trede/schaal-combinatie bestaat; lege cellen betekent dat de betreffende schaal al eerder het maximum heeft bereikt.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO Waterbouw 2025 - 2027 loopt van 1 februari 2025 t/m 31 maart 2027. De lonen stijgen met 4% per 1 februari 2025, 4% per 1 februari 2026 en 1% per 1 februari 2027. Daarnaast is er in 2025 en 2026 een structurele eindejaarsuitkering van 4% van het bruto jaarloon. Deze pagina zet de belangrijkste arbeidsvoorwaarden en de beloningstabellen op een rij.
Vereniging van Waterbouwers (werkgevers); Nautilus International (voorheen FNV Waterbouw) en CNV (werknemers)
Loonsverhoging
4% per 1 februari 2025, 4% per 1 februari 2026 en 1% per 1 februari 2027
Vakantiedagen
20 wettelijke + 6 bovenwettelijke dagen (144 + 43,2 uur) bij een 36-urige werkweek, oplopend tot 29, 41 of 44 dagen afhankelijk van geboortejaar
Vakantietoeslag
8% van het referteloon, uitbetaald periodiek of in mei
Overwerkvergoeding
5% (doordeweeks dag) tot 75% (zondag) toeslag op het basisuurloon, afhankelijk van het tijdstip
Reiskostenvergoeding
€ 0,40 per kilometer bij gebruik van eigen vervoer voor woon-werk- en zakelijk verkeer
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof volgens een vaste tabel, o.a. 2 dagen bij eigen huwelijk en verlof vanaf de dag van overlijden t/m de uitvaart bij overlijden van de partner of een kind
Doorbetaling bij ziekte
100% van het referteloon in het eerste ziektejaar, 70% in het tweede ziektejaar (beide met een aanvulling tot het maximumdagloon)
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Structurele eindejaarsuitkering van 4% over het bruto jaarloon in 2025 en 2026 (exclusief vakantietoeslag)
1 tot 4 maanden, afhankelijk van de diensttijd (korter dan 5 jaar: 1 maand, oplopend tot 15 jaar of langer: 4 maanden)
Opzegtermijn werknemer
1 maand
Salarisverhogingen
De lonen worden structureel verhoogd met 4% per 1 februari 2025, 4% per 1 februari 2026 en 1% per 1 februari 2027 (art. 20.1).
Wijzigingen in de lonen worden doorgevoerd in de eerste volle loonweek na de wijzigingsdatum, tenzij deze op een maandag valt (art. 20.2).
De structurele eindejaarsuitkering bedraagt 4% over het bruto jaarloon in 2025 en 2026, exclusief vakantietoeslag, en wordt uiterlijk op 31 december uitgekeerd (art. 20.3).
Aan elke werknemer wordt daarnaast een vaste dienstentoeslag betaald van 7,3% van het basisweekloon (art. 18.2).
Vakantiedagen
Werknemers met een gemiddelde werkweek van 36 uur hebben recht op 20 wettelijke en 6 bovenwettelijke vakantiedagen: 144 wettelijke en 43,2 bovenwettelijke vakantie-uren per jaar (art. 37.2).
Afhankelijk van het geboortejaar komen daar extra vakantiedagen bij, tot een totaal van 29, 41 of 44 werkdagen per jaar (bijvoorbeeld in 2025: geboren op/na 1-1-2007 → 29 dagen; geboren 1-1-1966 t/m 31-12-1970 → 41 dagen; geboren vóór 1-1-1966 → 44 dagen) (art. 37.2).
Werknemers zijn verplicht 15 dagen aaneengesloten vakantie op te nemen in juli/augustus, met de mogelijkheid om dit uit te breiden tot 20 aaneengesloten dagen (art. 37.5).
De wettelijke vakantiedagen moeten uiterlijk zes maanden na het opbouwjaar worden opgenomen, met een uitzondering voor 4-ploegendienst waarbij de vervaltermijn vijf jaar bedraagt (art. 37.4).
Overwerkvergoeding
Overuren tussen 05.00 en 22.00 uur doordeweeks worden vergoed tegen het basisuurloon plus 5% (de eerste 5 uur alleen tegen basisuurloon) (art. 23.1a).
Overuren tussen 22.00 en 05.00 uur doordeweeks: basisuurloon plus 12,5% (art. 23.1b).
Overuren op zaterdag: basisuurloon plus 50%. Overuren op zondag: basisuurloon plus 75% (art. 23.1c-d).
De werknemer kan de eerste 5 overuren per week gedeeltelijk laten uitbetalen (90,75% van het basisuurloon) en gedeeltelijk laten storten in een individuele kapitaalopbouwregeling (18,5% van het basisuurloon, voor rekening van de werkgever) (art. 24.2).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding is geregeld in artikel 25 van de cao.
Bij gebruik van het openbaar vervoer worden de kosten volledig vergoed tegen het tarief van de tweede klasse (art. 25.4a).
Bij gebruik van een eigen vervoermiddel voor woon-werkverkeer en/of zakelijk verkeer ontvangt de werknemer € 0,40 per kilometer (art. 25.4b).
Reisuren worden in beginsel niet vergoed, met uitzondering van de reistijd vóór 06.00 uur op de eerste dag van de werkweek (die wordt vergoed tegen basisweekloon) en specifieke situaties zoals "werken in bijzondere situaties" (art. 21, 25.2).
De reisduur wordt berekend op basis van een gemiddelde snelheid van 60 km per uur langs de meest gebruikelijke route (art. 25.5).
Bijzonder verlof
Bijzonder verzuim met behoud van loon is geregeld in artikel 38 van de cao:
Situatie
Verlof
Overlijden van de levenspartner, een (pleeg)kind, of een familielid 1e graad (bij verzorging van de uitvaart)
Vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart
Bevalling van de levenspartner
5 dagen
Eigen huwelijk/geregistreerd partnerschap (10 dagen vooraf aangekondigd)
2 dagen
Overlijden van ouders/schoonouders (niet belast met de uitvaart)
2 dagen
25-/40-jarig huwelijksjubileum (zelf); 25-/40-/50-/60-jarig jubileum (schoon)ouders; huwelijk van (pleeg)kind, (schoon)ouder, broer, zwager, (schoon)zuster of kleinkind
1 dag
Begrafenis van grootouders, (schoon)zuster, broer, zwager, schoondochter, schoonzoon of kleinkind
1 dag
25- of 40-jarig dienstjubileum
1 dag
Daarnaast, in goed overleg en met behoud van loon voor de benodigde tijd: medische keuring op verzoek van de werkgever, bezoek aan de Arboarts/bedrijfsarts, het afleggen van een vakexamen in de sector, en niet te voorziene calamiteiten in het gezin (art. 38.3). Voor medische keuringen en bezoek aan de Arboarts vergoedt de werkgever ook de reiskosten (tweede klasse) (art. 38.5).
Doorbetaling bij ziekte
In het eerste ziektejaar (maximaal 52 weken) ontvangt de werknemer 100% van het referteloon, met een maximum tot het niveau van het maximumdagloon (art. 47.3).
In het tweede ziektejaar (week 53-104) bedraagt dit 70% van het referteloon, eveneens gemaximeerd op het maximumdagloon (art. 47.3).
Gedurende beide ziektejaren loopt de vakantieopbouw door alsof de werknemer had gewerkt (art. 47.3).
Bij een geslaagde re-integratie ontvangt de werknemer een eenmalige re-integratiebonus van 30% van het vast overeengekomen loon over de periode vanaf de eerste dag van het tweede ziektejaar tot de geslaagde re-integratie (art. 47.4).
De tweede ziekteperiode van 52 weken kan in specifieke gevallen (onvoldoende re-integratie-inspanning van de werkgever, of gezamenlijk uitstel van de WIA-aanvraag) worden opgerekt tot maximaal 104 weken (art. 47.5).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De structurele eindejaarsuitkering bedraagt 4% over het bruto jaarloon in 2025 en 2026, exclusief de vakantietoeslag (art. 20.3).
De eindejaarsuitkering wordt uiterlijk op 31 december uitgekeerd (art. 20.3).
Bij beëindiging van het dienstverband tijdens het kalenderjaar wordt de eindejaarsuitkering pro rata uitbetaald (art. 20.3).
Voor 2027 (het laatste jaar van deze cao-periode) is geen eindejaarsuitkering afgesproken; voor dat jaar geldt alleen de loonsverhoging van 1% per 1 februari 2027 (art. 20.1, 20.3).
Thuiswerkvergoeding
Deze cao regelt geen specifieke thuiswerkvergoeding — gezien de aard van de functies (werk aan boord van materieel en op locatie) komt dit onderwerp in de cao niet voor.
Pensioenfonds
Partijen hebben de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw (BPF Waterbouw) ingesteld; de administratie wordt gevoerd door Visma Idella (art. 52.1).
Het pensioenreglement voorziet in een ouderdomspensioen met medeverzekerd nabestaandenpensioen op basis van middelloon, met een pensioeningangsdatum gelijk aan de AOW-ingangsdatum (art. 52.1).
Voor werknemers geboren op of na 1 januari 1950 geldt daarnaast een spaarpensioenregeling, waarvan de werknemer zelf de premie betaalt (art. 52.1).
Zowel werkgever als werknemer betalen premie voor de middelloonregeling; de hoogte wordt periodiek door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld (art. 52.1, 52.4).
Bij arbeidsongeschiktheid loopt de pensioenopbouw in het tweede ziektejaar door op basis van de pensioengrondslag van het eerste ziektejaar (art. 53.1). Bij ouderschapsverlof blijft het werknemersaandeel in de premie op het niveau van vóór het verlof (art. 54.1).
Opzegtermijn
De door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn is gestaffeld naar diensttijd: korter dan 5 jaar: 1 maand; 5 tot 10 jaar: 2 maanden; 10 tot 15 jaar: 3 maanden; 15 jaar of langer: 4 maanden (art. 8.5).
De door de werknemer in acht te nemen opzegtermijn bedraagt in alle gevallen 1 maand (art. 8.5).
Opzegging dient te geschieden tegen het einde van de maand (art. 8.5).
De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de dag waarop de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 8.2).
De beloningstabellen zijn ingedeeld naar functiegroep (A t/m G) en trede. Per functiegroep en trede staat het basisweekloon, plus het bijbehorende basisuurloon en de uurlonen bij de verschillende overwerk- en kapitaalopbouw-percentages uit de artikelen 23 en 24 van de cao. Niet elke functiegroep kent evenveel tredes; de laagste tredes van sommige groepen zijn in het boekje op € 0,00 gezet omdat deze in de praktijk niet worden gebruikt en zijn in de tabellen hieronder weggelaten.
Per 1 februari 2025
Kolommen: basisweekloon, en het uurloon bij de zeven overwerk-/kapitaalopbouwpercentages uit artikel 23 en 24 van de cao.
Functiegroep A
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.185,48
€ 32,93
€ 34,58
€ 37,05
€ 49,40
€ 57,63
€ 29,88
€ 6,09
4
€ 992,88
€ 27,58
€ 28,96
€ 31,03
€ 41,37
€ 48,27
€ 25,03
€ 5,10
5
€ 1.026,36
€ 28,51
€ 29,94
€ 32,07
€ 42,77
€ 49,89
€ 25,87
€ 5,27
6
€ 1.057,68
€ 29,38
€ 30,85
€ 33,05
€ 44,07
€ 51,42
€ 26,66
€ 5,44
7
€ 1.089,36
€ 30,26
€ 31,77
€ 34,04
€ 45,39
€ 52,96
€ 27,46
€ 5,60
8
€ 1.120,68
€ 31,13
€ 32,69
€ 35,02
€ 46,70
€ 54,48
€ 28,25
€ 5,76
9
€ 1.153,80
€ 32,05
€ 33,65
€ 36,06
€ 48,08
€ 56,09
€ 29,09
€ 5,93
Functiegroep B
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.068,84
€ 29,69
€ 31,17
€ 33,40
€ 44,54
€ 51,96
€ 26,94
€ 5,49
3
€ 902,16
€ 25,06
€ 26,31
€ 28,19
€ 37,59
€ 43,86
€ 22,74
€ 4,64
4
€ 926,28
€ 25,73
€ 27,02
€ 28,95
€ 38,60
€ 45,03
€ 23,35
€ 4,76
5
€ 951,12
€ 26,42
€ 27,74
€ 29,72
€ 39,63
€ 46,24
€ 23,98
€ 4,89
6
€ 974,52
€ 27,07
€ 28,42
€ 30,45
€ 40,61
€ 47,37
€ 24,57
€ 5,01
7
€ 997,92
€ 27,72
€ 29,11
€ 31,19
€ 41,58
€ 48,51
€ 25,16
€ 5,13
8
€ 1.021,68
€ 28,38
€ 29,80
€ 31,93
€ 42,57
€ 49,67
€ 25,75
€ 5,25
9
€ 1.046,16
€ 29,06
€ 30,51
€ 32,69
€ 43,59
€ 50,86
€ 26,37
€ 5,38
Functiegroep C
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 974,88
€ 27,08
€ 28,43
€ 30,47
€ 40,62
€ 47,39
€ 24,58
€ 5,01
3
€ 821,88
€ 22,83
€ 23,97
€ 25,68
€ 34,25
€ 39,95
€ 20,72
€ 4,22
4
€ 844,56
€ 23,46
€ 24,63
€ 26,39
€ 35,19
€ 41,06
€ 21,29
€ 4,34
5
€ 866,88
€ 24,08
€ 25,28
€ 27,09
€ 36,12
€ 42,14
€ 21,85
€ 4,45
6
€ 889,92
€ 24,72
€ 25,96
€ 27,81
€ 37,08
€ 43,26
€ 22,43
€ 4,57
7
€ 909,00
€ 25,25
€ 26,51
€ 28,41
€ 37,88
€ 44,19
€ 22,91
€ 4,67
8
€ 934,92
€ 25,97
€ 27,27
€ 29,22
€ 38,96
€ 45,45
€ 23,57
€ 4,80
9
€ 953,64
€ 26,49
€ 27,81
€ 29,80
€ 39,74
€ 46,36
€ 24,04
€ 4,90
Functiegroep D
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 906,48
€ 25,18
€ 26,44
€ 28,33
€ 37,77
€ 44,07
€ 22,85
€ 4,66
2
€ 766,80
€ 21,30
€ 22,37
€ 23,96
€ 31,95
€ 37,28
€ 19,33
€ 3,94
3
€ 784,44
€ 21,79
€ 22,88
€ 24,51
€ 32,69
€ 38,13
€ 19,77
€ 4,03
4
€ 802,08
€ 22,28
€ 23,39
€ 25,07
€ 33,42
€ 38,99
€ 20,22
€ 4,12
5
€ 817,92
€ 22,72
€ 23,86
€ 25,56
€ 34,08
€ 39,76
€ 20,62
€ 4,20
6
€ 839,16
€ 23,31
€ 24,48
€ 26,22
€ 34,97
€ 40,79
€ 21,15
€ 4,31
7
€ 853,20
€ 23,70
€ 24,89
€ 26,66
€ 35,55
€ 41,48
€ 21,51
€ 4,38
8
€ 870,84
€ 24,19
€ 25,40
€ 27,21
€ 36,29
€ 42,33
€ 21,95
€ 4,48
9
€ 890,28
€ 24,73
€ 25,97
€ 27,82
€ 37,10
€ 43,28
€ 22,44
€ 4,58
Functiegroep E
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
2
€ 722,88
€ 20,08
€ 21,08
€ 22,59
€ 30,12
€ 35,14
€ 18,22
€ 3,71
3
€ 740,16
€ 20,56
€ 21,59
€ 23,13
€ 30,84
€ 35,98
€ 18,66
€ 3,80
4
€ 758,16
€ 21,06
€ 22,11
€ 23,69
€ 31,59
€ 36,86
€ 19,11
€ 3,90
5
€ 772,56
€ 21,46
€ 22,53
€ 24,14
€ 32,19
€ 37,56
€ 19,47
€ 3,97
6
€ 790,20
€ 21,95
€ 23,05
€ 24,69
€ 32,93
€ 38,41
€ 19,92
€ 4,06
7
€ 806,76
€ 22,41
€ 23,53
€ 25,21
€ 33,62
€ 39,22
€ 20,34
€ 4,15
8
€ 822,24
€ 22,84
€ 23,98
€ 25,70
€ 34,26
€ 39,97
€ 20,73
€ 4,23
9
€ 840,96
€ 23,36
€ 24,53
€ 26,28
€ 35,04
€ 40,88
€ 21,20
€ 4,32
Functiegroep F
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
1
€ 682,56
€ 18,96
€ 19,91
€ 21,33
€ 28,44
€ 33,18
€ 17,21
€ 3,51
2
€ 698,40
€ 19,40
€ 20,37
€ 21,83
€ 29,10
€ 33,95
€ 17,61
€ 3,59
3
€ 709,20
€ 19,70
€ 20,69
€ 22,16
€ 29,55
€ 34,48
€ 17,88
€ 3,64
4
€ 722,88
€ 20,08
€ 21,08
€ 22,59
€ 30,12
€ 35,14
€ 18,22
€ 3,71
5
€ 738,72
€ 20,52
€ 21,55
€ 23,09
€ 30,78
€ 35,91
€ 18,62
€ 3,80
6
€ 751,68
€ 20,88
€ 21,92
€ 23,49
€ 31,32
€ 36,54
€ 18,95
€ 3,86
7
€ 765,36
€ 21,26
€ 22,32
€ 23,92
€ 31,89
€ 37,21
€ 19,29
€ 3,93
8
€ 778,32
€ 21,62
€ 22,70
€ 24,32
€ 32,43
€ 37,84
€ 19,62
€ 4,00
9
€ 792,72
€ 22,02
€ 23,12
€ 24,77
€ 33,03
€ 38,54
€ 19,98
€ 4,07
Functiegroep G
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
1
€ 658,80
€ 18,30
€ 19,22
€ 20,59
€ 27,45
€ 32,03
€ 16,61
€ 3,39
2
€ 669,96
€ 18,61
€ 19,54
€ 20,94
€ 27,92
€ 32,57
€ 16,89
€ 3,44
3
€ 685,44
€ 19,04
€ 19,99
€ 21,42
€ 28,56
€ 33,32
€ 17,28
€ 3,52
4
€ 699,48
€ 19,43
€ 20,40
€ 21,86
€ 29,15
€ 34,00
€ 17,63
€ 3,59
5
€ 710,64
€ 19,74
€ 20,73
€ 22,21
€ 29,61
€ 34,55
€ 17,91
€ 3,65
6
€ 723,24
€ 20,09
€ 21,09
€ 22,60
€ 30,14
€ 35,16
€ 18,23
€ 3,72
7
€ 738,72
€ 20,52
€ 21,55
€ 23,09
€ 30,78
€ 35,91
€ 18,62
€ 3,80
8
€ 750,96
€ 20,86
€ 21,90
€ 23,47
€ 31,29
€ 36,51
€ 18,93
€ 3,86
9
€ 764,28
€ 21,23
€ 22,29
€ 23,88
€ 31,85
€ 37,15
€ 19,27
€ 3,93
Per 1 februari 2026
Kolommen: basisweekloon, en het uurloon bij de zeven overwerk-/kapitaalopbouwpercentages uit artikel 23 en 24 van de cao.
Functiegroep A
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.233,00
€ 34,25
€ 35,96
€ 38,53
€ 51,38
€ 59,94
€ 31,08
€ 6,34
4
€ 1.032,48
€ 28,68
€ 30,11
€ 32,27
€ 43,02
€ 50,19
€ 26,03
€ 5,31
5
€ 1.067,40
€ 29,65
€ 31,13
€ 33,36
€ 44,48
€ 51,89
€ 26,91
€ 5,49
6
€ 1.100,16
€ 30,56
€ 32,09
€ 34,38
€ 45,84
€ 53,48
€ 27,73
€ 5,65
7
€ 1.132,92
€ 31,47
€ 33,04
€ 35,40
€ 47,21
€ 55,07
€ 28,56
€ 5,82
8
€ 1.165,68
€ 32,38
€ 34,00
€ 36,43
€ 48,57
€ 56,67
€ 29,38
€ 5,99
9
€ 1.199,88
€ 33,33
€ 35,00
€ 37,50
€ 50,00
€ 58,33
€ 30,25
€ 6,17
Functiegroep B
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.111,68
€ 30,88
€ 32,42
€ 34,74
€ 46,32
€ 54,04
€ 28,02
€ 5,71
3
€ 938,16
€ 26,06
€ 27,36
€ 29,32
€ 39,09
€ 45,61
€ 23,65
€ 4,82
4
€ 963,36
€ 26,76
€ 28,10
€ 30,11
€ 40,14
€ 46,83
€ 24,28
€ 4,95
5
€ 989,28
€ 27,48
€ 28,85
€ 30,92
€ 41,22
€ 48,09
€ 24,94
€ 5,08
6
€ 1.013,40
€ 28,15
€ 29,56
€ 31,67
€ 42,23
€ 49,26
€ 25,55
€ 5,21
7
€ 1.037,88
€ 28,83
€ 30,27
€ 32,43
€ 43,25
€ 50,45
€ 26,16
€ 5,33
8
€ 1.062,72
€ 29,52
€ 31,00
€ 33,21
€ 44,28
€ 51,66
€ 26,79
€ 5,46
9
€ 1.087,92
€ 30,22
€ 31,73
€ 34,00
€ 45,33
€ 52,89
€ 27,42
€ 5,59
Functiegroep C
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.013,76
€ 28,16
€ 29,57
€ 31,68
€ 42,24
€ 49,28
€ 25,56
€ 5,21
3
€ 854,64
€ 23,74
€ 24,93
€ 26,71
€ 35,61
€ 41,55
€ 21,54
€ 4,39
4
€ 878,40
€ 24,40
€ 25,62
€ 27,45
€ 36,60
€ 42,70
€ 22,14
€ 4,51
5
€ 901,44
€ 25,04
€ 26,29
€ 28,17
€ 37,56
€ 43,82
€ 22,72
€ 4,63
6
€ 925,56
€ 25,71
€ 27,00
€ 28,92
€ 38,57
€ 44,99
€ 23,33
€ 4,76
7
€ 945,36
€ 26,26
€ 27,57
€ 29,54
€ 39,39
€ 45,96
€ 23,83
€ 4,86
8
€ 972,36
€ 27,01
€ 28,36
€ 30,39
€ 40,52
€ 47,27
€ 24,51
€ 5,00
9
€ 991,80
€ 27,55
€ 28,93
€ 30,99
€ 41,33
€ 48,21
€ 25,00
€ 5,10
Functiegroep D
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 942,84
€ 26,19
€ 27,50
€ 29,46
€ 39,29
€ 45,83
€ 23,77
€ 4,85
2
€ 797,40
€ 22,15
€ 23,26
€ 24,92
€ 33,23
€ 38,76
€ 20,10
€ 4,10
3
€ 815,76
€ 22,66
€ 23,79
€ 25,49
€ 33,99
€ 39,66
€ 20,56
€ 4,19
4
€ 834,12
€ 23,17
€ 24,33
€ 26,07
€ 34,76
€ 40,55
€ 21,03
€ 4,29
5
€ 850,68
€ 23,63
€ 24,81
€ 26,58
€ 35,45
€ 41,35
€ 21,44
€ 4,37
6
€ 872,64
€ 24,24
€ 25,45
€ 27,27
€ 36,36
€ 42,42
€ 22,00
€ 4,48
7
€ 887,40
€ 24,65
€ 25,88
€ 27,73
€ 36,98
€ 43,14
€ 22,37
€ 4,56
8
€ 905,76
€ 25,16
€ 26,42
€ 28,31
€ 37,74
€ 44,03
€ 22,83
€ 4,65
9
€ 925,92
€ 25,72
€ 27,01
€ 28,94
€ 38,58
€ 45,01
€ 23,34
€ 4,76
Functiegroep E
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
2
€ 751,68
€ 20,88
€ 21,92
€ 23,49
€ 31,32
€ 36,54
€ 18,95
€ 3,86
3
€ 769,68
€ 21,38
€ 22,45
€ 24,05
€ 32,07
€ 37,42
€ 19,40
€ 3,96
4
€ 788,40
€ 21,90
€ 23,00
€ 24,64
€ 32,85
€ 38,33
€ 19,87
€ 4,05
5
€ 803,52
€ 22,32
€ 23,44
€ 25,11
€ 33,48
€ 39,06
€ 20,26
€ 4,13
6
€ 821,88
€ 22,83
€ 23,97
€ 25,68
€ 34,25
€ 39,95
€ 20,72
€ 4,22
7
€ 839,16
€ 23,31
€ 24,48
€ 26,22
€ 34,97
€ 40,79
€ 21,15
€ 4,31
8
€ 855,00
€ 23,75
€ 24,94
€ 26,72
€ 35,63
€ 41,56
€ 21,55
€ 4,39
9
€ 874,44
€ 24,29
€ 25,50
€ 27,33
€ 36,44
€ 42,51
€ 22,04
€ 4,49
Functiegroep F
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
1
€ 709,92
€ 19,72
€ 20,71
€ 22,19
€ 29,58
€ 34,51
€ 17,90
€ 3,65
2
€ 726,48
€ 20,18
€ 21,19
€ 22,70
€ 30,27
€ 35,32
€ 18,31
€ 3,73
3
€ 737,64
€ 20,49
€ 21,51
€ 23,05
€ 30,74
€ 35,86
€ 18,59
€ 3,79
4
€ 751,68
€ 20,88
€ 21,92
€ 23,49
€ 31,32
€ 36,54
€ 18,95
€ 3,86
5
€ 768,24
€ 21,34
€ 22,41
€ 24,01
€ 32,01
€ 37,35
€ 19,37
€ 3,95
6
€ 781,92
€ 21,72
€ 22,81
€ 24,44
€ 32,58
€ 38,01
€ 19,71
€ 4,02
7
€ 795,96
€ 22,11
€ 23,22
€ 24,87
€ 33,17
€ 38,69
€ 20,06
€ 4,09
8
€ 809,28
€ 22,48
€ 23,60
€ 25,29
€ 33,72
€ 39,34
€ 20,40
€ 4,16
9
€ 824,40
€ 22,90
€ 24,05
€ 25,76
€ 34,35
€ 40,08
€ 20,78
€ 4,24
Functiegroep G
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
1
€ 685,08
€ 19,03
€ 19,98
€ 21,41
€ 28,55
€ 33,30
€ 17,27
€ 3,52
2
€ 696,60
€ 19,35
€ 20,32
€ 21,77
€ 29,03
€ 33,86
€ 17,56
€ 3,58
3
€ 712,80
€ 19,80
€ 20,79
€ 22,28
€ 29,70
€ 34,65
€ 17,97
€ 3,66
4
€ 727,56
€ 20,21
€ 21,22
€ 22,74
€ 30,32
€ 35,37
€ 18,34
€ 3,74
5
€ 739,08
€ 20,53
€ 21,56
€ 23,10
€ 30,80
€ 35,93
€ 18,63
€ 3,80
6
€ 752,04
€ 20,89
€ 21,93
€ 23,50
€ 31,34
€ 36,56
€ 18,96
€ 3,86
7
€ 768,24
€ 21,34
€ 22,41
€ 24,01
€ 32,01
€ 37,35
€ 19,37
€ 3,95
8
€ 780,84
€ 21,69
€ 22,77
€ 24,40
€ 32,54
€ 37,96
€ 19,68
€ 4,01
9
€ 794,88
€ 22,08
€ 23,18
€ 24,84
€ 33,12
€ 38,64
€ 20,04
€ 4,08
Per 1 februari 2027
Kolommen: basisweekloon, en het uurloon bij de zeven overwerk-/kapitaalopbouwpercentages uit artikel 23 en 24 van de cao.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO textielverzorging (CAO Raltex) heeft een looptijd van 1 september 2026 t/m 31 oktober 2027. Per 31 december 2026 stijgen de uurlonen met 4,3%; uurlonen boven loongroep 5 stijgen met € 0,78 bruto. Werknemers in loongroep 2 t/m 5 ontvangen eenmalig € 200 bruto (peildatum 1 september 2026, parttimers naar rato). Op deze pagina staan daarnaast de afspraken over vakantiedagen, vakantietoeslag, overwerk, reiskosten, ziekte, eindejaarsuitkering en pensioen, met de volledige uurlonentabellen.
1 september 2026 t/m 31 oktober 2027 (art. 46); de CAO heeft geen nawerking.
CAO-partijen
Federatie Textielbeheer Nederland (FTN), Nederlandse Vereniging van Textielreinigers NETEX (werkgevers) en CNV (werknemers).
Loonsverhoging
4,3% per 31 december 2026; uurlonen boven loongroep 5 stijgen met € 0,78 bruto. Eenmalig € 200 bruto voor loongroep 2 t/m 5 (art. 17).
Vakantiedagen
184 verlofuren per jaar bij een 36-urige werkweek, naar rato bij minder uren; extra verlofuren naar leeftijd en dienstjaren (art. 33 en 34).
Vakantietoeslag
8,33% van het jaarloon over 1 juni t/m 31 mei, uitbetaald met het loon over mei (art. 25).
Overwerkvergoeding
Textielreiniging: 12,5% voor het 1e t/m 4e overuur per week, 25% voor het 5e t/m 9e overuur, 50% vanaf het 10e overuur en op zaterdag, 100% op zondag, 200% op feestdagen. Linnenverhuur en wasserij: toeslag naar tijdstip (art. 19 en 20).
Reiskostenvergoeding
€ 0,15 per kilometer woon-werkverkeer, minimaal 5 en maximaal 40 kilometer enkele reis, per gewerkte dag (art. 39).
Bijzonder verlof
Overlijden partner of kind: vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart; 2 dagen bij eigen huwelijk; 1 dag bij verhuizing (max. 1 keer per kalenderjaar) (art. 38).
Thuiswerkvergoeding
De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding; werkgever en werknemer kunnen hierover eigen afspraken maken (art. 2).
Doorbetaling bij ziekte
100% de eerste 6 maanden, 90% van maand 7 t/m 12, 85% van maand 13 t/m 24 (art. 30).
Eindejaarsuitkering
5,33% van het jaarloon, uitbetaald met het loon over december; niet voor werknemers met het wettelijk minimum(jeugd)loon (art. 26).
Pensioenfonds
Bedrijfstakpensioenfonds Mitt; deelname is verplicht voor werkgevers en werknemers (art. 42).
Opzegtermijn werkgever
1 maand bij 0 tot 5 jaar dienstverband, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar, 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 13).
Opzegtermijn werknemer
1 kalendermaand, schriftelijk en uiterlijk vóór de laatste dag van een loonperiode (art. 13).
Salarisverhogingen
31 december 2026: de uurlonen en het CAO-loongebouw stijgen met 4,3%. Dit geldt niet voor werknemers die het wettelijk minimum(jeugd)loon krijgen. Uurlonen boven loongroep 5 stijgen niet met een percentage, maar met € 0,78 bruto per uur (art. 17).
Eenmalige uitkering: werknemers die op 1 september 2026 in loongroep 2, 3, 4 of 5 zitten, krijgen eenmalig € 200 bruto bij een fulltime dienstverband. Bij een kleinere omvang van het dienstverband is het bedrag naar rato (art. 17).
Heeft de werkgever al een loonsverhoging gegeven in afwachting van de nieuwe CAO? Dan mag die worden verrekend met de nieuwe verhoging. Was de eerdere verhoging hoger, dan wordt het extra bedrag niet verrekend. Verhogingen door een nieuwe functie of een periodieke stijging tellen niet mee (art. 17).
Periodieken: werknemers die minstens één jaar in een periodiek zitten, krijgen op 1 juli de opvolgende hele periodiek. Past de werkgever de beoordelingssystematiek van Raltex toe, dan is de verhoging 0,5 (matig), 1,0 (normaal/goed) of 1,5 periodiek (uitstekend) (art. 16 lid 2).
Een uurloon boven periodiek 6.0 geldt als persoonlijke toeslag; die wordt verhoogd volgens de data en percentages van art. 17 (art. 16 lid 2).
De eerste 6 maanden mag de werkgever het wettelijk minimum(jeugd)loon betalen; daarna volgt inschaling in periodiek 0.0. Vanaf loongroep 2 is het uurloon minstens € 0,05 boven het wettelijk minimum(jeugd)loon (art. 16 lid 1 en 3).
Vakantiedagen
Een fulltime werknemer met een 36-urige werkweek heeft recht op 184 verlofuren per jaar; bij minder uren naar rato. Bij een fulltime werkweek van 37, 38, 39 of 40 uur zijn dat 188, 192, 196 en 200 verlofuren (art. 33).
De werkgever reageert binnen 2 werkdagen op een verlofaanvraag; bij verlof van meer dan 5 dagen binnen 10 dagen. Voor 3 weken aaneengesloten verlof tussen 30 april en 1 oktober beslist de werkgever vóór 1 maart (art. 33).
Een werknemer neemt genoeg verlof op voor 3 aaneengesloten weken (tussen 30 april en 1 oktober) en mag eens in de 2 jaar 6 weken aaneengesloten verlof opnemen (art. 33).
Het recht om verlof op te eisen vervalt 5 jaar na het einde van het kalenderjaar waarin het verlof is opgebouwd. De werkgever mag opname van verlof niet verplichten en geeft in januari een verlofoverzicht (art. 33).
Na de eerste 26 weken arbeidsongeschiktheid stopt de opbouw van extra vakantie-uren (art. 30). Tijdens periodes zonder werk en zonder loon bouwt een werknemer geen verlof op (art. 33).
Extra verlofuren (art. 34): werknemers die op 1 mei van het kalenderjaar jonger zijn dan 19 jaar hebben recht op 24 extra verlofuren. Voor alle anderen geldt de gunstigste van onderstaande tabellen; de uren zijn naar verhouding van het aantal gewerkte uren.
Extra verlofuren naar dienstjaren
In dienst bij werkgever
Extra verlofuren
25 jaar of langer
16
35 jaar of langer
24
Extra verlofuren naar leeftijd
Leeftijd werknemer
Extra verlofuren
51 t/m 53 jaar
16
54 t/m 55 jaar
24
56 t/m 57 jaar
32
58 t/m 59 jaar
40
60 t/m 61 jaar
48
62 t/m 66 jaar
56
Overgangsregeling (leeftijdsregeling van vóór 1 juli 2017)
Leeftijd werknemer
Extra verlofuren
59 t/m 60 jaar
48
61 t/m 64 jaar
56
Het recht op extra verlofuren start in de eerste volle week van de maand nadat het vereiste aantal dienstjaren is bereikt. Stopt de werknemer daarna binnen 1 jaar, dan worden de extra verlofuren gecorrigeerd (art. 34).
Generatiepact (art. 35): voor werknemers met een uurloon lager dan loongroep 5 plus 10%, met minstens 50% dienstverband en 5 aaneengesloten dienstjaren, geldt vanaf 5 jaar vóór de AOW-leeftijd: 80% werken, 90% loon en 100% pensioenopbouw. Vanaf 1 januari 2027 geldt voor loongroep 2 en 3 een leeftijd van 7 jaar vóór de AOW-leeftijd; wie vóór 1 januari 2027 gebruikmaakt van de regeling, houdt recht op 92,5% loon. Wie kiest voor het Generatiepact heeft geen recht meer op het seniorenverlof uit art. 34.
Overwerkvergoeding
Wat is overwerk? Extra uren werken op verzoek van de werkgever: voor een fulltime werknemer meer uren dan volgens het rooster, voor een parttime werknemer meer dan 36 uur per week, en voor chauffeurs (en werknemers in vestigingen van maximaal 10 werknemers, exclusief winkelpersoneel) meer dan 40 uur per week (art. 8).
Overwerk wordt in overleg in geld uitbetaald of vergoed in vrije tijd (‘tijd voor tijd’). De overuren worden dan binnen 3 maanden in vrije tijd opgenomen; toeslagen worden altijd in geld uitbetaald (art. 19).
Bij een verplichte zaterdag voor of na feestdagen (art. 11) is geen sprake van overwerk; dan geldt alleen de toeslag voor bijzondere uren uit art. 20 (art. 19).
Niet verplicht tot overwerk zijn parttimers, werknemers van 55 jaar en ouder, werknemers van 50 jaar en ouder in productiefuncties, en werknemers met een verklaring van de bedrijfsarts waarin overwerk wordt afgeraden (art. 8 lid 7).
Voor werknemers met een uurloon hoger dan loongroep 5 plus 10% gelden de bepalingen over overwerk en toeslagen buiten normale werktijden niet (art. 1 lid 4).
Toeslag op overuren in textielreinigingsbedrijven (art. 19)
Soort overuren
Toeslag
1e t/m 4e overuur per week (arbeidsduur in die week niet hoger dan 40 uur)
12,5%
5e t/m 9e overuur per week (hoger dan 40 uur per week)
25%
Overuren hoger dan 45 uur per week
50%
Vanaf het 10e overuur
50%
Overuren op dagen waarop volgens het individuele rooster niet gewerkt hoeft te worden
50%
Overwerk op zaterdag
50%
Overwerk op zondag
100%
Overwerk op feestdagen
200%
Toeslag buiten normale werktijden: linnenverhuur- en wasserijbedrijven (art. 20)
Dag
00.00-06.00
06.00-18.00
18.00-19.00
19.00-20.00
20.00-24.00
Maandag t/m vrijdag
45%
0%
0%
22,5%
45%
Zaterdag
45%
45%
45%
90%
90%
Zondag
90%
90%
90%
90%
90%
Op feestdagen geldt 180%; deze toeslag wordt niet gecombineerd met de andere toeslagen (art. 20).
Op feestdagen geldt 180%; deze toeslag wordt niet gecombineerd met de andere toeslagen (art. 20).
Werknemers die vóór 1 juli 1994 een toeslag kregen voor werk op zaterdag tussen 06.00 en 14.00 uur, behouden die toeslag (art. 20).
Werknemers met een contract van maximaal 12 uur per week die alleen op zaterdagen en koopavonden werken, krijgen geen extra toeslag tijdens de normale koopavond (donderdag- of vrijdagavond, 19.00-21.00 uur) en op zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Werken zij een keer op een andere avond dan hun vaste koopavond, dan krijgen zij 22,5% van 19.00 tot 20.00 uur en 45% van 20.00 tot 24.00 uur (art. 20).
Ploegendiensttoeslag (art. 22): 15% over alle uit te betalen uren bij afwisselend werken in 2 ploegen, 18% bij 3 ploegen. De toeslagen voor buiten normale werkuren (art. 20) gelden dan niet. Bij overgang naar een dagdienst volgt een eenmalige toeslag van 3 keer (1 tot 4 jaar ploegendienst), 6 keer (4 tot 6 jaar) of 9 keer (langer dan 6 jaar) de maandelijkse ploegentoeslag.
Overige toeslagen: chauffeurstoeslag van € 39 bruto per maand voor fulltime (dok)chauffeurs, naar rato voor parttimers (art. 23); toeslag van € 39 bruto per maand voor (leerling-)medewerkers steriele medische hulpmiddelen A en B (art. 24). Voor bereikbaarheid (consignatie) buiten werktijd bestaat een toeslag; de CAO noemt daarvoor geen bedrag (art. 21).
Reiskostenvergoeding
De werkgever vergoedt het woon-werkverkeer volgens art. 39. Er is geen staffel, maar een vast bedrag per kilometer.
€ 0,15 per kilometer, met een minimumafstand van 5 km en een maximum van 40 km per enkele reis, per gewerkte dag. Afstanden boven de 40 km worden vergoed als 40 km.
De afstand wordt bepaald met de ANWB-routeplanner (kortste route, van de postcode van het woonadres naar de werkplek).
Regelt de werkgever het vervoer, dan geldt geen reiskostenvergoeding.
Verhuist een werknemer en wordt de reisafstand groter? Dan is toestemming van de werkgever nodig voor een hogere vergoeding.
Is er op bedrijfsniveau een gunstigere regeling dan de CAO, dan geldt die regeling.
De vergoeding wordt volgens de belastingregels netto of bruto uitgekeerd.
Niet vergoede reiskosten woon-werkverkeer kan de werknemer jaarlijks fiscaal uitruilen (bruto = netto), binnen de ruimte die de Belastingdienst hiervoor biedt (in 2026 € 0,25 per kilometer). De werkgever informeert de werknemer jaarlijks over deze mogelijkheid.
De CAO noemt geen aparte vergoeding voor dienstreizen.
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof bij bijzondere gebeurtenissen staat in art. 38; onbetaald verlof in art. 36 en vakbondsverlof in art. 43.
Situatie
Verlof (met behoud van loon)
A
Overlijden van de levenspartner, (schoon)ouders, (pleeg-, adoptie- of stief)kinderen
Vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de crematie of begrafenis
B
Overlijden van grootouders, broer, zus of kleinkind van (de levenspartner van) de werknemer
2 dagen
C
Ondertrouw van de werknemer
1 dag
D
Huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer
2 dagen
E
Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een ouder, (pleeg-, adoptie- of stief)kind, kleinkind, broer of zus van de werknemer of de levenspartner
1 dag
F
25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van de werknemer, diens ouders, schoonouders of grootouders
1 dag
G
25-, 40- en 50-jarig dienstjubileum van de werknemer
1 dag
H
Priesterwijding van een zoon of Grote Professie van een (pleeg-, adoptie- of stief)kind
1 dag
I
Wettelijk verplichte taak, buiten de schuld van de werknemer, waardoor tijdelijk niet gewerkt kan worden (een vergoeding van een derde wordt in mindering gebracht)
Een door de werkgever naar redelijkheid te bepalen tijd, maximaal 2 dagen
J
Bezoek aan arts, tandarts of specialist
De benodigde tijd, als het bezoek niet in de vrije tijd kan plaatsvinden
K
Verhuizing van de werknemer (maximaal 1 keer per kalenderjaar)
1 dag
De werknemer meldt het verlof, als dat kan, minstens 2 dagen vooraf (art. 38).
Onbetaald verlof: de werknemer kan extra vrije dagen zonder behoud van loon opnemen. Het verzoek doet hij minstens 4 weken vooraf; de werkgever keurt het goed als de bedrijfsomstandigheden dat toelaten (art. 36).
Vakbondsverlof: een officieel afgevaardigde werknemer krijgt maximaal 5 dagen per jaar verlof met behoud van loon. Voor de 6e t/m 8e dag vergoedt het Sociaal Fonds Textielverzorging - Raltex het loon. Voor CAO-onderhandelingen is extra verlof met behoud van loon mogelijk. Daarnaast is onbetaald verlof voor vakbondsactiviteiten mogelijk tot maximaal 10 werkdagen per kalenderjaar (art. 43).
Bij ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof volgens de wet blijft de pensioenopbouw gelijk (art. 37).
Voor de wettelijke verlofregelingen (zoals zwangerschaps-, bevallings-, geboorte- en zorgverlof) verwijst de CAO naar de wet (art. 38).
Doorbetaling bij ziekte
Bij aantoonbare arbeidsongeschiktheid vult de werkgever het loon vanaf de eerste dag aan, maximaal 2 jaar: 100% in de eerste 6 maanden, 90% van maand 7 t/m 12 en 85% van maand 13 t/m 24 (art. 30 lid 1). De eerste 52 weken geldt minstens het wettelijk minimum(jeugd)loon.
Het loon waarop de werknemer recht heeft is het gemiddelde loon over de 13 weken vóór de arbeidsongeschiktheid, inclusief toeslagen en extra loon voor structureel overwerk, exclusief eindejaarsuitkering (art. 30 lid 2).
Is de werknemer arbeidsongeschikt geworden door een bedrijfsongeval en blijkt uit onderzoek van de Arbeidsinspectie dat de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld, dan vult de werkgever maximaal 2 jaar aan tot 100% (art. 30 lid 1).
De werknemer probeert tijdens de arbeidsongeschiktheid actief te re-integreren. Na de eerste 26 weken stopt de opbouw van extra vakantie-uren (art. 30 lid 1).
Kan de werknemer een schadevergoeding van een derde vorderen? Dan geeft de werkgever een voorschot en kan hij vragen het recht op schadevergoeding over te dragen via een akte van cessie, tot het bedrag dat aan loon is doorbetaald (art. 30 lid 3).
Wachtdag: de werkgever kan 1 wachtdag inhouden bij elke 3e en volgende ziekmelding in een kalenderjaar, maar alleen na goedkeuring van de OR of PVT en met een verzuimbegeleidingsplan. Bij chronische ziekte (vastgesteld door een bedrijfsarts) worden geen wachtdagen ingehouden (art. 30 lid 4).
WGA-premie: de gedifferentieerde WGA-premie wordt, voor zover wettelijk toegestaan, gelijk verdeeld tussen werkgever en werknemer. De werkgever verhaalt nooit meer dan 50% van de procentuele premie op het nettoloon (art. 30 lid 5).
Overlijdensuitkering: de nabestaanden krijgen het brutoloon vanaf de dag na overlijden t/m de laatste dag van de 2e maand daarna, in één keer uitbetaald (art. 32).
Werktijdverkorting: ontvangt een werknemer door werktijdverkorting een WW-uitkering, dan vult de werkgever die maximaal 45 dagen aan tot 100% van het brutoloon (art. 27).
Eindejaarsuitkering
De eindejaarsuitkering is 5,33% van het jaarloon en wordt uitbetaald met het loon over december (art. 26 lid 1 en 2). Stopt het dienstverband eerder, dan wordt de uitkering naar rato uitbetaald bij het einde van het dienstverband.
Niet meegerekend in het jaarloon zijn de vakantietoeslag, betaling voor overwerk en de persoonlijke toeslag (art. 26 lid 2).
Werknemers met het wettelijk minimum(jeugd)loon krijgen geen eindejaarsuitkering (art. 26 lid 3).
Jubileumtoeslag: wie 25 jaar bij een werkgever werkt, krijgt (met inachtneming van de fiscale regels) een jubileumtoeslag van een half maandloon (art. 29).
Werknemers die vóór 1 juli 2002 een diensttijdentoeslag kregen, behouden die toeslag (art. 28).
Thuiswerkvergoeding
De CAO textielverzorging 2026 - 2027 bevat geen bepaling over een thuiswerkvergoeding.
Een thuiswerkvergoeding is dus niet in de CAO geregeld; hierover kunnen werkgever en werknemer eigen afspraken maken.
De CAO bevat minimumafspraken; afspraken die beter zijn voor de werknemer zijn volgens de wet toegestaan (art. 2).
Pensioenfonds
Voor werkgevers in linnenverhuur- en wasserijbedrijven en textielreinigingsbedrijven is er het Bedrijfstakpensioenfonds Mitt. Deelname is verplicht voor werkgevers en werknemers; vakantiewerkers en stagiaires vallen niet onder de regeling (art. 42).
De regels staan in de statuten en het pensioenreglement van het fonds. De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling tussen werkgever en werknemer.
Bij ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof volgens de wet blijft de pensioenopbouw gelijk en worden de premies betaald zoals vóór het verlof (art. 37). Bij het Generatiepact bouwt de werknemer 100% pensioen op (art. 35).
Volgens het protocol bij de CAO willen CAO-partijen twee zetels in het bestuur van het pensioenfonds en een pensioenopbouw die gebaseerd is op het actuele salaris in plaats van de peildatum 1 januari. Ook willen zij onderzoek naar een RVU-regeling.
Sociaal Fonds (geen pensioen): vanaf 1 januari 2026 bedraagt de premie voor het Sociaal Fonds Textielverzorging - Raltex 0,2% van het pensioengevend loon; werknemers dragen daarvan 50% bij (art. 41).
Opzegtermijn
Werknemer: opzeggen kan schriftelijk met een opzegtermijn van 1 kalendermaand, uiterlijk vóór de laatste dag van een loonperiode. De termijn gaat dan in op de eerste dag van de volgende loonperiode (art. 13).
Werkgever: de opzegtermijn hangt af van de lengte van het dienstverband (zie tabel).
De arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd; opzegging is dan niet nodig (art. 13).
Proeftijd: maximaal 1 maand bij een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 en maximaal 24 maanden, en maximaal 2 maanden bij een arbeidsovereenkomst van meer dan 2 jaar (art. 4).
Tijdelijk contract: een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag maximaal 2 keer worden verlengd binnen 24 maanden; daarna geldt een contract voor onbepaalde tijd. Dit geldt niet voor werknemers met een AOW-gerechtigde leeftijd (art. 5).
Onderstaande tabellen bevatten de bruto uurlonen per loongroep en periodiek. De CAO kent uurlonen voor loongroep 2 t/m 5; loongroep 1 is het wettelijk minimum(jeugd)loon, waarin werknemers de eerste 6 maanden van hun dienstverband kunnen worden ingedeeld (art. 16). Vanaf loongroep 2 is het uurloon minstens € 0,05 boven het wettelijk minimum(jeugd)loon; bij een wijziging van het minimumloon kan dit gevolgen hebben voor de laagste bedragen. Zie daarvoor het huidige wettelijk minimumloon. De tabel met beoordeling geldt voor bedrijven die de beoordelingssystematiek van Raltex toepassen (art. 16 lid 2); de tabel zonder beoordeling kent alleen hele periodieken. Per 31 december 2026 stijgen de uurlonen met 4,3%.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO multimodaal vervoer 2026 heeft een looptijd van 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 en geldt voor in Nederland gevestigde OV-bedrijven die trein en bus, al dan niet in combinatie met metro of tram, exploiteren. Per 1 januari 2026 worden de functielonen met 4% verhoogd, en in december 2026 volgt een eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon. Een algemene eenmalige uitkering is niet afgesproken. Verder vindt u op deze pagina onder meer de vakantie-uren per leeftijd, de reiskostenvergoeding (€ 0,22 per kilometer voor woon-werkverkeer), het bijzonder verlof, de loondoorbetaling bij ziekte, het pensioen en de loonschalen per 1 januari 2026.
1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (art. 2). De CAO wordt stilzwijgend met één jaar verlengd als geen van de partijen uiterlijk drie maanden voor het einde schriftelijk opzegt.
CAO-partijen
VWMO aan werkgeverszijde; FNV, CNV en VVMC aan werknemerszijde.
Loonsverhoging
4% per 1 januari 2026 (art. 14A). De toeslagen en vergoedingen uit art. 35 gaan mee. Een algemene eenmalige uitkering is niet afgesproken.
Vakantiedagen
Per kalenderjaar 181,8 tot 232,2 vrije uren bij een fulltime dienstverband, afhankelijk van de leeftijd (art. 60 lid 6).
Vakantietoeslag
8% van het maandsalaris (in de CAO: vakantiebijslag), uitbetaald in april; minimaal € 208,72 per maand per 1 januari 2026 (art. 61).
Overwerkvergoeding
Geen aparte overwerktoeslag. Plusuren krijgen per kwartaal een toeslag van 35%, vergoed in geld of tijd (art. 31 lid 2); bij een oproep tijdens consignatie 135% (ma t/m vr) of 200% (za, zo en feestdagen) van het uurloon (art. 37 lid 3).
Reiskostenvergoeding
Woon-werkverkeer € 0,22 per daadwerkelijk gereden kilometer, maximaal één heen- en terugreis per dag (art. 47A). Dienstreizen met eigen auto € 0,47 per kilometer (art. 47).
Bijzonder verlof
4 diensten bij overlijden van de partner, ouders of kinderen, 4 diensten aaneengesloten bij eigen huwelijk of partnerregistratie, en geboorteverlof conform de WIEG bij bevalling van de partner (art. 62).
Thuiswerkvergoeding
De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding.
Doorbetaling bij ziekte
100% van het bruto salaris gedurende 104 weken (art. 56 lid 1).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand, wel een vaste eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon (12 x functieloon), uitbetaald in december (art. 84).
Pensioenfonds
Stichting Spoorwegpensioenfonds (SPF); de premie komt voor 2/3 voor rekening van de werkgever en voor 1/3 van de werknemer (art. 13).
Opzegtermijn werkgever
De CAO regelt geen eigen opzegtermijn; de wettelijke opzegtermijn geldt.
Opzegtermijn werknemer
De CAO regelt geen eigen opzegtermijn; de wettelijke opzegtermijn geldt.
Salarisverhogingen
Per 1 januari 2026 worden de functielonen met 4% verhoogd (art. 14A). De loonschalen in bijlage 14 zijn de bedragen zoals die gelden per 1 januari 2026 (art. 14B lid 1).
Er zijn geen verdere loonsverhogingen tijdens de looptijd afgesproken. Een algemene eenmalige uitkering ontbreekt; alleen machinisten die de opleiding ‘buitenland rijden’ succesvol afronden ontvangen een eenmalige bruto uitkering van € 250 (art. 36B lid 2).
De toeslagen en vergoedingen uit art. 35 stijgen mee met de verhoging van de functielonen: de blokvergoedingen (art. 32), de consignatietoeslag (art. 37), het maximumbedrag voor de afbouwtoeslag (art. 38), de instructietoeslag (art. 43), de diplomatoeslag (art. 45) en de minimum vakantiebijslag (art. 61). De vaste onregelmatigheidstoeslag stijgt mee met de contractloonstijging (art. 32 lid 5).
Werknemers die niet tot het rijdend personeel horen, maar wel rijwerkzaamheden verrichten en een lager functie-uurloon hebben dan de tabel voor rijdend personeel, ontvangen voor de daadwerkelijk gereden uren een uurloon van € 21,61 per 1 januari 2026 (art. 14B lid 2).
Chauffeurs kleine bus die openbaar vervoer verrichten ontvangen een uurloon van € 17,68 per 1 januari 2026 (art. 86 lid 3).
Periodieke verhoging: bij normale uitvoering van het werk stijgt het loon jaarlijks met één trede van de loonschaal, op de datum van indiensttreding (art. 17). Voor de Hay-schalen geldt geen periodieke verhoging (art. 17 lid 3).
Het uurloon is het functieloon per maand gedeeld door 156 (art. 3 lid 10); bij Hay-werknemers door 173,3 (art. 8A lid 2).
Vakantiedagen
Het aantal vrije uren per kalenderjaar hangt af van de leeftijd die in het vakantiejaar wordt bereikt (art. 60 lid 6, bij een fulltime dienstverband): tot en met 18 jaar 189,0 uur; 19 t/m 29 jaar 181,8 uur; 30 t/m 39 jaar 189,0 uur; 40 t/m 44 jaar 196,2 uur; 45 t/m 49 jaar 203,4 uur; 50 t/m 54 jaar 210,6 uur; 55 t/m 59 jaar 225,0 uur; 60 jaar en ouder 232,2 uur.
Verlof wordt in uren en minuten afgeboekt (art. 60 lid 3). Bij verlof dat vóór de wekelijkse dienstindeling wordt verleend, wordt 8 uur afgeboekt; bij verlof na de indeling het aantal uren van de geplande dienst (art. 60 lid 4). Parttimers bouwen vakantie naar rato op (art. 8).
Hay-werknemers hebben, tenzij een hoger aantal is overeengekomen, per jaar recht op 27 dagen (t/m 29 jaar), 32 dagen (30 t/m 44 jaar) of 35 dagen (45 jaar en ouder) (art. 8A lid 3).
Ouderenregeling: werknemers vanaf 61 jaar met minimaal 10 jaar onafgebroken dienst in het openbaar vervoer (parttimers: minimaal 28 uur per week) kunnen op verzoek meedoen, mits zij zich minimaal 4 maanden vooraf aanmelden. Zij werken een vierdaagse werkweek van 32 uur, ontvangen 224,2 vakantie-uren in plaats van 232,2 en de werkgever mag 5,56% op het functieloon inhouden (art. 8B). De leeftijdsgrens van 61 jaar geldt alleen voor de looptijd van deze CAO; daarna wordt die automatisch 62 jaar, tenzij eerder iets anders wordt afgesproken.
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen op verzoek worden vrijgesteld van diensten in de blokken G, O, L, F, P, A, K, U, S en van gebroken diensten in het D-blok die voor 06.00 uur beginnen (GOLFPAKUS-regeling, art. 29).
Recht op een aaneengesloten afwezigheidsperiode van 21 kalenderdagen (22 kalenderdagen als het verlof op een zondag ingaat) (art. 60 lid 8).
De algemeen erkende christelijke feestdagen (Nieuwjaarsdag, 2e Paasdag, Hemelvaartsdag, 2e Pinksterdag en beide Kerstdagen), Koningsdag en 5 mei (alleen in lustrumjaren) mogen niet als vakantiedagen worden aangemerkt, voor zover ze niet op zaterdag of zondag vallen (art. 60 lid 6c en art. 3 lid 12). Wie op een feestdag werkt of wiens rooster op die dag vrij is, heeft recht op een betaalde vervangende vrije dag (art. 39).
Bij arbeidsongeschiktheid worden bovenwettelijke vakantiedagen alleen opgebouwd over de laatste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid (art. 60 lid 7).
Overwerkvergoeding
De CAO kent geen aparte overwerktoeslag. De vergoeding voor extra werk loopt via plus- en minuren en het urentegoed (art. 31). Over de plusuren die in een kwartaal zijn opgebouwd wordt aan het einde van dat kwartaal een toeslag van 35% vergoed, in geld of in tijd (art. 31 lid 2). Minuren worden over een periode van 12 maanden verrekend.
Uren uit niet vooraf geplande werkzaamheden, zoals uitloop van een dienst of extra werkzaamheden, en uren van een dienst op een vrije dag worden uitbetaald of aan het urentegoed toegevoegd (art. 31 lid 2). Bij uitloop over een blokgrens wordt naar rato de blokvergoeding van het blok van de uitloop vergoed (art. 32 lid 9).
Werknemers kunnen op vrijwillige basis kiezen voor een werkweek van 38 of 40 uur. De extra uren worden vergoed tegen het reguliere uurloon en zijn pensioengevend (art. 26 lid 4 t/m 6).
Toeslagen bij afwijking van het basisrooster op verzoek van de werkgever per 1 januari 2026: € 17,52 voor het wijzigen van een vrije dag, € 6,02 voor het omzetten van een dienst naar een ander blok en € 132,72 (bovenop de blokvergoeding) voor het intrekken van een vrije dag na de wekelijkse indeling (art. 32 lid 6).
Consignatie: wie buiten zijn arbeidstijd bereikbaar moet zijn, ontvangt een toeslag van € 1,97 voor uren tussen maandag 00.00 uur en vrijdag 24.00 uur en van € 2,95 voor uren vanaf zaterdag 00.00 uur en op zon- en feestdagen. Bij een daadwerkelijke oproep geldt daarnaast 135% van het uurloon op maandag t/m vrijdag (minimaal 1 uur) en 200% op zaterdag, zondag en feestdagen (minimaal 2 uur) (art. 37).
Zwangere werknemers zijn vrijgesteld van overwerk (art. 62 A lid 5). Technisch personeel van 55 jaar en ouder wordt ontheven van de verplichting tot overwerk (art. 33 lid 2).
Maaltijdvergoeding: € 6,13 per dag als er van bedrijfswege geen maaltijd wordt verstrekt en de diensttijd langer is dan 9 uur en 45 minuten, of bij nachtdiensten met een pauze tussen 24.00 en 02.00 uur (art. 44).
Blokvergoedingen per 1 januari 2026
Voor rijdend personeel geldt een vaste toeslag voor onregelmatig werken (art. 32 lid 1) en een vergoeding per blok. De tijden van de blokken staan in art. 28.
Maandag t/m vrijdag
Blok
Vergoeding
A
€ 6,05
B
€ 4,05
C
€ 4,05
D
€ 25,30
E
€ 13,42
F
€ 14,42
G
€ 36,12
Zaterdag
Blok
Vergoeding
S
€ 32,66
H
€ 32,66
I
€ 32,66
J
€ 32,66
K
€ 32,66
L
€ 44,92
Zondag
Blok
Vergoeding
U
€ 57,29
M
€ 57,29
T
€ 57,29
N
€ 57,29
O
€ 57,29
P
€ 40,76
Reiskostenvergoeding
Voor woon-werkverkeer geldt een vergoeding van € 0,22 per daadwerkelijk gereden kilometer, met maximaal één heen- en terugreis per dag (art. 47A lid 1).
Bij gebroken diensten wordt de vergoeding maximaal twee keer per dag uitbetaald (art. 47A lid 1).
De afstand wordt bepaald tussen het actuele woonadres en de standplaats, gemeten via de snelste route op basis van Google Maps (art. 47A lid 2).
Geen vergoeding bij afwezigheid waarbij niet daadwerkelijk wordt gereden, zoals vakantie of arbeidsongeschiktheid (lid 3), en niet wanneer met kosteloos openbaar vervoer wordt gereisd (lid 4).
Sinds 1 juli 2024 cumuleert de vergoeding niet met de reiskostenvergoeding van art. 47 of met een andere reis- of verplaatsingskostenvergoeding in de CAO of bedrijfsregeling; bestaande rechten uit die tijd worden gerespecteerd (lid 5). De vergoeding wordt uitbetaald in de maand nadat de kosten zijn gemaakt (lid 6). Nawerking van art. 47A zoals dat tot 1 januari 2026 gold, is uitgesloten (lid 7).
Dienstreizen: de werkelijk betaalde reiskosten worden vergoed als kosteloos vervoer niet mogelijk was; bij gebruik van de eigen auto € 0,47 per kilometer per 1 januari 2026, met inachtneming van de fiscale regels. Vooraf is toestemming van de leidinggevende nodig (art. 47).
Ex-OV-werknemers die op 31 mei en 1 juni 1999 in dienst zijn getreden, krijgen de forenzenvergoeding uit bijlage 12. Die wordt op dezelfde wijze vastgesteld als in art. 47A lid 1 t/m 3. Wie vóór 1 januari 2026 een vergoeding op basis van de zone-staffel ontving, kan eenmalig kiezen tussen de zone-staffel en de kilometervergoeding (art. 48 en bijlage 12).
Bij reorganisatie waarbij de reisafstand toeneemt geldt een verplaatsingskostenvergoeding van € 0,47 per kilometer die per werkdag meer dan vier kilometer extra moet worden gereisd (art. 6 en bijlage 10).
Voor kleine, niet nader te specificeren uitgaven in verband met de dienst bestaat een onkostenvergoeding van € 3,90 (art. 49 lid 1).
De vergoeding voor dienstreizen met de eigen auto wordt geïndexeerd op basis van de consumentenprijsindex (CPI, alle huishoudens, CBS) van oktober tot oktober (art. 47 lid 2).
Bijzonder verlof
Kort verlof met behoud van salaris is geregeld in art. 62 (lid A: vaste gebeurtenissen; lid B: voor zover binnen de arbeidstijd noodzakelijk); onbetaald verlof en verloven op grond van de Wet arbeid en zorg staan in art. 63 en organisatieverlof voor vakbondswerk in art. 64. Het verlof wordt uitgedrukt in diensten. Voor de graden van bloed- en aanverwantschap: bijlage 24.
Situatie
Verlof
Overlijden van de partner, ouders of kinderen (eerste graad)
4 diensten
Overlijden van een stief- of schoonouder, pleegkind, stiefkind, schoonzoon of schoondochter
2 diensten
Eigen huwelijk of partnerregistratie (inclusief de dag van voltrekking)
4 diensten aaneengesloten
Bevalling van de partner
Geboorteverlof conform de WIEG
Overlijden van een broer, zus, zwager, schoonzus, grootouder of kleinkind (van de werknemer of van diens partner)
2 diensten
Overlijden van bloed- of aanverwanten in de derde of vierde graad
1 dienst
Melding van een voorgenomen huwelijk of geregistreerd partnerschap
1 dienst
Huwelijk van een kind, pleegkind, stiefkind, broer, zus, zwager, schoonzus, ouders of schoonouders
1 dienst
Ernstige ziekte of vergelijkbare omstandigheden van huisgenoten en bloed- en aanverwanten in rechte linie
Redelijke tijdsduur, door de werkgever na overleg vast te stellen
Adoptie of opname van een pleegkind
Adoptie- of pleegzorgverlof conform de WIEG
25- of 40-jarig huwelijk van de werknemer; 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk van ouders, grootouders, stief- of schoonouders
1 dienst
25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum
1 dienst
Verhuizing bij overplaatsing in het dienstbelang
4 diensten
Verhuizing in andere gevallen (maximaal eenmaal per jaar)
2 diensten
Vormingscursus ter voorbereiding op het pensioen
Duur van de cursus, maximaal 5 diensten
Leiden van of meewerken aan bejaarden-, invaliden- of jeugdkampen van erkende organisaties
Maximaal 2 x 5 dagen per kalenderjaar, voor zover de dienst dit toelaat
Bezoek aan arts, tandarts of specialist
De benodigde tijd (zo veel mogelijk buiten werktijd)
Partner: de echtgenoot of echtgenote, de geregistreerd partner, of degene met wie de werknemer samenleeft volgens de samenlevingsverklaring van bijlage 25 (art. 3 lid 6).
Tijdens het verlof met behoud van salaris wordt doorbetaald: het functieloon, de gemiddelde onregelmatigheidstoeslag van de groep of standplaats en andere vaste toeslagen (art. 23).
Zwangere werknemers hebben extra rechten: vrijstelling van overwerk, een vervangend rooster zonder diensten voor 07.00 of na 21.00 uur, niet langer dan 5 dagen aaneengesloten dienst en zo nodig extra rustpauzes of kortere werktijd (art. 62 A lid 5). Voor zwangerschaps- en bevallingsverlof verwijst de CAO niet zelf naar een eigen regeling; de wettelijke regeling geldt. Geboorteverlof en adoptie- of pleegzorgverlof volgen de WIEG.
Werkgevers moeten in hun bedrijfsregelingen ouders in regenbooggezinnen dezelfde rechten op geboorteverlof geven als ouders in traditionele gezinnen (art. 62 A lid 6).
Ouderschapsverlof: op verzoek voor kinderen van 0 tot 8 jaar, maximaal 3 aaneengesloten maanden volledig of gedurende 12 aaneengesloten maanden maximaal 50% minder werken. De werkgever betaalt de volledige pensioenopbouw over de verlofuren (art. 63 lid 3). Overige verlofaanvragen op grond van de Wet arbeid en zorg worden gehonoreerd, tenzij de werkgever zich op de wettelijke afwijzingsgronden kan beroepen (art. 63 lid 4).
Onbetaald verlof: toegestaan voor het uitoefenen van een lidmaatschap van een openbaar bestuurslichaam of een publiekrechtelijk college (art. 63 lid 1); daarnaast op verzoek, waarbij de sociale lasten voor rekening van de werknemer komen (art. 63 lid 2).
Organisatieverlof voor vakbondswerk: met behoud van salaris voor zover binnen de arbeidstijd noodzakelijk, maximaal twee dagen per tien vakbondsleden per verlofjaar en maximaal 29 dagen per aangewezen werknemer (art. 64). Het verlof kan niet worden geweigerd op andere gronden dan het dienstbelang.
Doorbetaling bij ziekte
Bij arbeidsongeschiktheid wordt gedurende 104 weken 100% van het bruto salaris doorbetaald (art. 56 lid 1). Dat is meer dan het wettelijke minimum van 70%.
Het bruto salaris omvat de vaste looncomponenten (loonschaal, persoonlijke toeslag, afbouwtoeslag, diplomatoeslag, overbruggingstoeslag, bijzondere beloningen, de vaste onregelmatigheidstoeslag en het garantie-inkomen 50 plus), plus een gemiddeld bedrag aan instructie-, onregelmatigheids- en consignatietoeslag over de 13 kalenderweken vóór de arbeidsongeschiktheid (art. 56 lid 2).
Voor iedere ziektedag wordt 0,1 verlofdag ingeleverd, met een maximum van 3 bovenwettelijke verlofdagen per kalenderjaar (art. 56 lid 3; voor parttimers naar rato).
Heeft het UWV de werkgever een sanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, dan blijft de betaling gedurende de sanctieperiode op 100%, ook na twee jaar arbeidsongeschiktheid (art. 56 lid 4).
Na twee achtereenvolgende jaren arbeidsongeschiktheid kan de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van de wettelijke bepalingen. Verbetert de situatie later, dan heeft de gewezen werknemer tot 5 jaar na de ontslagdatum recht op bedrijfsgeneeskundige begeleiding (art. 12).
Na de loondoorbetaling geldt een WIA-aanvulling die de werkgever verzekert: de WGA-hiaatverzekering vult de WGA-uitkering aan tot 70% van het verschil tussen het jaarsalaris en het nieuwe salaris; de excedentverzekering vult de IVA-uitkering boven het maximumdagloon aan tot 75% van het jaarsalaris; de WIA-bodemverzekering compenseert maximaal 10 jaar 80% van het verschil met de vastgestelde verdiencapaciteit, waarbij het nieuwe salaris ten minste 65% van het verzekerde jaarsalaris is (art. 57A). De WGA-premie komt volledig voor rekening van de werkgever (art. 57B).
De vakantiebijslag kan bij ziekte van een jaar of langer worden verminderd met 1/12 voor elke kalendermaand dat de ziekte langer dan één jaar heeft geduurd (art. 61 lid 3).
Ongevallenverzekering: een uitkering van eenmaal de pensioengrondslag bij overlijden binnen 3 jaar na een ongeval en van tweemaal de pensioengrondslag bij blijvende algehele functionele invaliditeit (art. 59). Bij overlijden ontvangen de nagelaten betrekkingen daarnaast een uitkering van 70 maal het bruto dagloon (art. 59A). Bij een bedrijfsongeval vergoedt de werkgever het daaraan toe te rekenen deel van het wettelijk eigen risico (art. 58B).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO kent geen dertiende maand, maar wel een vaste eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon, uitbetaald in december naar rato van de omvang en duur van het dienstverband. Het jaarloon is 12 x het functieloon (art. 84).
De eindejaarsuitkering is pensioengevend (art. 13). Bij deelname aan de ouderenregeling wordt 5,56% op de eindejaarsuitkering ingehouden (art. 8B lid 2e).
Jubileumuitkering: bij 12½ jaar dienst 25% van het bruto functieloon per maand (bruto), bij 25 jaar en bij 40 jaar dienst 100% van het functieloon per maand (netto) (art. 42 lid 3). Dienstjaren bij een ander openbaar vervoerbedrijf in Nederland tellen mee, mits het laatste dienstverband minimaal 10 jaar onafgebroken heeft geduurd.
Bijzondere beloning: de werkgever kan een bijzondere beloning toekennen voor buitengewone inzet of verbetervoorstellen (art. 42 lid 1 en 2). Personeel in de schalen 11 en hoger kan na een beoordeling een variabele beloning van 7 tot 12% krijgen (art. 41).
Thuiswerkvergoeding
De CAO multimodaal vervoer bevat geen bepalingen over een thuiswerkvergoeding. Eventuele afspraken hierover maakt iedere werkgever zelf, bijvoorbeeld in een bedrijfsregeling of de arbeidsovereenkomst.
Pensioenfonds
Voor werknemers die op of na 1 juni 1999 in dienst treden, geldt de pensioenregeling van de Stichting Spoorwegpensioenfonds (SPF) (art. 13 A). Voor de WAO-reparatieregeling wordt de pensioenuitvoerder van Rail & OV genoemd (art. 57 lid 3).
De pensioenpremie komt voor 2/3 voor rekening van de werkgever en voor 1/3 voor rekening van de werknemer (art. 13 B). Een premiepercentage staat niet in de CAO; het pensioenreglement van het SPF is bepalend en is verkrijgbaar bij de werkgever of via de website van het fonds.
De pensioengrondslag bestaat uit een vast deel (functieloon, vakantiebijslag, eindejaarsuitkering en door het bestuur aangewezen bestanddelen) en een variabel deel (onder meer de vergoeding voor onregelmatige dienst en rouleringsbijslag) (art. 13 B).
Sinds 1 januari 2017 geldt pensioenvariant A in plaats van pensioenvariant C (art. 13B).
Bij deelname aan de ouderenregeling blijft de pensioenopbouw ongewijzigd op basis van 100% van het functieloon (art. 8B lid 2g).
Regeling Vervroegd Uittreden (RVU): werknemers die binnen maximaal 24 maanden de AOW-leeftijd bereiken, minimaal 10 jaar onafgebroken in het openbaar vervoer werken en zich minimaal 8 maanden vooraf aanmelden, ontvangen tot de AOW-leeftijd een uitkering ter hoogte van het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag (€ 24.444 per 1 januari 2023). Deze regeling wordt vanaf 1 januari 2026 gedurende de looptijd van deze CAO voortgezet. Uit een werkgroep moet een zwaarwerkregeling voortkomen, waarvoor gebruik wordt gemaakt van de RVU (art. 97).
Opzegtermijn
De CAO regelt geen eigen opzegtermijn, niet voor de werkgever en niet voor de werknemer. De wettelijke opzegtermijn geldt; de modelarbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd verwijzen daar ook naar (bijlage 3 en 5).
De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op het moment dat de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 11 lid 1). De werknemer kan uiterlijk 3 maanden voor het bereiken van de pensioenrichtleeftijd verzoeken de overeenkomst tijdelijk voort te zetten (art. 11 lid 2 en 3).
Proeftijd: in de modelarbeidsovereenkomsten staat dat bij een contract voor onbepaalde tijd een proeftijd van ten hoogste twee maanden kan worden overeengekomen. Bij een contract voor bepaalde tijd langer dan zes maanden is dat ten hoogste één maand (korter dan twee jaar) of twee maanden (twee jaar of langer) (bijlage 2 t/m 5).
Bij beëindiging wegens arbeidsongeschiktheid worden nog niet verjaarde vakantiedagen uitbetaald (art. 12).
De onderstaande bedragen zijn bruto maandlonen per 1 januari 2026 voor een fulltime dienstverband van 36 uur per week (bijlage 14, art. 14B). De CAO kent alleen maandbedragen. Parttimers ontvangen het functieloon naar rato van het aantal overeengekomen uren, afgerond op hele euro’s (art. 8). De indeling in een schaal volgt uit het ORBA-functieraster (bijlage 13, art. 15). Bestuurder bus, machinist, medewerker service & controle en steward vallen in de schaal voor rijdend personeel (41MM); de anciënniteit is het aantal dienstjaren (trede).
Per maand vanaf 1 januari 2026
Rijdend personeel (41MM) en chauffeur kleine bus
Anciënniteit (jaren)
Rijdend personeel 41MM
Chauffeur kleine bus
0
2.695,48
2.660,50
1
2.750,79
2.841,98
2
2.803,67
3
2.876,60
4
3.056,11
5
3.147,50
6
3.230,05
7
3.323,04
8
3.410,41
9
3.503,40
10
3.597,22
11
3.685,35
12
3.776,68
13
3.823,15
14
3.869,68
15
3.916,12
Schaal 1 t/m 8
Anciënniteit (jaren)
Schaal 1
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Schaal 8
0
2.660,50
2.660,50
2.660,50
2.660,50
2.660,50
2.887,82
3.157,93
3.593,93
1
2.732,33
2.678,64
2.732,33
2.732,33
3.075,38
3.250,93
3.772,69
2
2.804,51
2.804,51
2.887,82
2.887,82
3.250,93
3.425,69
3.949,04
3
2.887,82
2.887,82
2.984,06
3.075,38
3.339,09
3.593,93
4.142,22
4
2.984,06
3.075,38
3.157,93
3.250,93
3.425,69
3.772,69
4.347,37
5
3.075,38
3.157,93
3.250,93
3.339,09
3.508,21
3.949,04
4.530,92
6
3.157,93
3.250,93
3.339,09
3.425,69
3.682,94
4.142,22
4.627,12
7
3.250,93
3.339,09
3.425,69
3.508,21
3.772,69
4.251,21
4.719,30
8
3.339,09
3.425,69
3.508,21
3.593,93
3.856,88
4.347,37
4.802,62
9
3.508,21
3.593,93
3.682,94
3.949,04
4.434,75
4.889,22
10
3.682,94
3.772,69
4.042,86
4.530,92
5.065,56
11
3.856,88
Schaal 9 t/m 18
Anciënniteit (jaren)
Schaal 9
Schaal 10
Schaal 11
Schaal 12
Schaal 13
Schaal 14
Schaal 15
Schaal 16
Schaal 17
Schaal 18
0
4.042,86
4.530,92
5.255,48
5.939,95
6.479,43
7.346,64
7.955,74
8.596,99
9.295,09
10.076,52
1
4.142,22
4.719,30
5.433,42
6.125,89
6.655,73
7.522,18
8.176,17
8.818,21
9.541,16
10.361,86
2
4.347,37
4.889,22
5.592,94
6.302,26
6.824,82
7.743,37
8.394,98
9.052,22
9.784,80
10.649,64
3
4.530,92
5.065,56
5.757,23
6.479,43
7.000,40
7.955,74
8.596,99
9.295,09
10.076,52
10.937,41
4
4.719,30
5.255,48
5.939,95
6.655,73
7.176,70
8.176,17
8.818,21
9.541,16
10.361,86
11.225,16
5
4.889,22
5.433,42
6.125,89
6.824,82
7.346,64
8.394,98
9.052,22
9.784,80
10.649,64
11.513,72
6
5.065,56
5.592,94
6.302,26
7.000,40
7.522,18
8.596,99
9.295,09
10.076,52
10.937,41
11.862,29
7
5.255,48
5.757,23
6.479,43
7.176,70
7.743,37
8.818,21
9.541,16
10.361,86
11.225,16
12.207,76
8
5.433,42
5.939,95
6.655,73
7.346,64
7.955,74
9.052,22
9.784,80
10.649,64
11.513,72
12.554,84
9
5.592,94
6.125,89
6.824,82
7.522,18
8.176,17
9.295,09
10.076,52
10.937,41
11.862,29
13.111,07
10
5.757,23
6.302,26
7.000,40
7.743,37
8.394,98
9.541,16
10.361,86
11.225,16
12.207,76
13.663,31
Hay-schalen
De Hay-schalen zijn de bedragen per 1 januari 2023 en worden gedurende de looptijd van deze CAO niet aangepast (bijlage 7). Het functieloon van Hay-werknemers geldt voor een arbeidstijd van 40 uur per week (art. 8A).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO openbare bibliotheken 2026 - 2028 loopt van 1 april 2026 t/m 31 maart 2028 en geldt voor medewerkers van lokale bibliotheken en provinciale ondersteuningsinstellingen. De salarissen stijgen met 3,2% per 1 augustus 2026, met € 100 bruto per maand per 1 april 2027 (bij invoering van een nieuw salarisgebouw) en met 1% per 1 januari 2028. Er is geen eenmalige uitkering, maar u ontvangt wel elk jaar in december een eindejaarsuitkering van 5%. Verderop vindt u onder meer de vakantiedagen, de regeling voor pluswerk, de reiskostenvergoeding, de doorbetaling bij ziekte, het pensioen en de volledige salaristabellen.
1 april 2026 t/m 31 maart 2028 (art. 1 hfst. 18). De CAO eindigt niet vanzelf: wordt zij niet uiterlijk 2 maanden vóór de einddatum schriftelijk opgezegd, dan loopt zij telkens stilzwijgend 1 jaar door.
CAO-partijen
Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), FNV (FNV Media & Cultuur) en CNV.
Loonsverhoging
3,2% per 1 augustus 2026; € 100 bruto per maand per 1 april 2027, bij invoering van het nieuwe salarisgebouw; 1% per 1 januari 2028 (art. 7 hfst. 3). Geen eenmalige uitkering.
Vakantiedagen
180 uur per jaar bij een voltijddienstverband: 144 wettelijke en 36 bovenwettelijke uren (art. 1 hfst. 8). Bij een werkweek van 36 uur is dat 25 dagen van 7,2 uur.
Vakantietoeslag
8% van het salaris, eenmaal per jaar uitbetaald, uiterlijk in mei, over de periode juni t/m mei (art. 1 hfst. 4).
Overwerkvergoeding
In deze CAO heet overwerk pluswerk (art. 3 hfst. 4): per plusuur 100% van het uursalaris (uitbetaald of in vrije tijd) plus een plusuurtoeslag van 35%, op zon- en feestdagen 70%. Alleen voor schalen 1 t/m 10. Onregelmatigheidstoeslag op zon- en feestdagen: 25% (art. 2 hfst. 4).
Reiskostenvergoeding
Woon-werkverkeer € 0,23 bruto per km, niet voor de eerste 5 km enkele reis en voor maximaal 50 km enkele reis (art. 3 hfst. 5). Dienstreizen € 0,28 bruto per km (art. 2 hfst. 5). Openbaar vervoer wordt tegen het laagste tarief vergoed (art. 1 hfst. 5).
Bijzonder verlof
De werkgever bepaalt met instemming van de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (pvt) voor welke gebeurtenissen en hoelang u bijzonder betaald verlof krijgt; de CAO noemt geen vaste aantallen dagen (art. 8 hfst. 8). Vakbondsverlof: tot 15 dagen per jaar voor vergaderingen en tot 26 dagen voor bestuurswerk (art. 1 hfst. 10).
Thuiswerkvergoeding
Alleen als de werkgever u verplicht thuis te werken: € 2,45 netto per thuiswerkdag in 2026 (maximaal € 3,00 bruto), gelijk aan de maximale fiscale vrijstelling (art. 5 hfst. 2).
Doorbetaling bij ziekte
104 weken, aflopend: 100% in de eerste 6 maanden, 90% in de tweede 6 maanden, 80% in de derde 6 maanden en 70% in de vierde 6 maanden (art. 2 hfst. 9).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Eindejaarsuitkering van 5% in december, over het verdiende salaris plus de opgebouwde vakantietoeslag (art. 8 hfst. 3).
Pensioenfonds
Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB). De totale premie is in 2026 32,49% van de pensioengrondslag, verdeeld in ¾ werkgever en ¼ werknemer (art. 4 hfst. 17).
Opzegtermijn werkgever
2 maanden, langer als de wet dat voorschrijft; schriftelijk en met opgave van de reden (art. 1 hfst. 17).
Opzegtermijn werknemer
2 maanden, langer als de wet dat voorschrijft (art. 1 hfst. 17).
Salarisverhogingen
1 augustus 2026: alle salarissen gaan structureel 3,2% omhoog (art. 7 lid 1 hfst. 3). Deze verhoging is verwerkt in de salaristabel per 1 augustus 2026.
1 april 2027: er komt een nieuw salarisgebouw. U wordt ingeschaald in de schaal met hetzelfde nummer en uw voltijdssalaris van 31 maart 2027 gaat omhoog met € 100 bruto per maand, bij deeltijd naar rato (art. 2A en art. 7 lid 2 hfst. 3). Komt uw salaris daarna onder het schaalminimum, dan wordt het verhoogd tot dat minimum; ligt het boven het schaalmaximum, dan wordt het niet verlaagd (art. 2A lid 4 en 5).
1 januari 2028: alle salarissen gaan structureel 1% omhoog (art. 7 lid 3 hfst. 3), verwerkt in de salaristabel per 1 januari 2028.
Periodieke verhoging: tot en met 31 maart 2027 stijgt uw salaris elk jaar met één trede. Vanaf 1 april 2027 stijgt het elk jaar met één normperiodiek (2,5% van het schaalmaximum), zonder het maximum van de schaal te overschrijden. De verhoging gaat in op de eerste dag van de maand waarin u in dienst kwam (art. 4 hfst. 3).
Bevordering: tot en met 31 maart 2027 krijgt u minimaal het naast hogere bedrag dan u in uw vorige functie zou hebben gehad. Vanaf 1 april 2027 krijgt u minimaal uw huidige bedrag plus een normperiodiek uit de schaal van de nieuwe functie (art. 5 hfst. 3).
Wettelijk minimumloon: bij de verhogingen van het wettelijk minimumloon per 1 januari en 1 juli wordt zo nodig het minimum van de laagste schalen aangepast, na de structurele verhogingen (art. 7 lid 4 hfst. 3).
Verrekening: de werkgever mag onverplicht toegekende salarisverhogingen van vóór de inwerkingtreding van deze CAO verrekenen met de verhogingen hierboven (art. 7 lid 6 hfst. 3).
Stagevergoeding: uiterlijk met ingang van 1 januari 2027 krijgt een stagiair € 375 bruto per maand bij een voltijdstage, bij minder uren naar rato (art. 8 hfst. 4).
Vakantiedagen
180 uur vakantie per jaar bij een voltijddienstverband: 144 wettelijke en 36 bovenwettelijke uren (art. 1 lid 3 hfst. 8). Bij een werkweek van 36 uur is dat 25 dagen van 7,2 uur. In deeltijd en bij indiensttreding of uitdiensttreding in de loop van het jaar wordt het aantal uren naar rato berekend (art. 1 lid 4 en 5).
Bij arbeidsongeschiktheid bouwt u bovenwettelijke vakantie-uren op over de eerste 6 maanden. Daarna bouwt u die alleen op over de uren dat u arbeidsgeschikt bent (art. 1 lid 3 sub b).
Opgenomen vakantie gaat eerst af van de wettelijke uren en daarna van de bovenwettelijke uren (art. 3 lid 1). Wettelijke uren vervallen niet als u ze niet kon opnemen, bijvoorbeeld door ziekte of doordat uw verzoek meermaals is afgewezen (art. 3 lid 2).
U moet minimaal 3 weken achter elkaar vakantie kunnen opnemen als u daarom vraagt (art. 3 lid 3). Wordt u tijdens uw vakantie arbeidsongeschikt, dan gaat die tijd niet van uw vakantie af, mits u dat direct meldt (art. 4).
Op zondagen en feestdagen kan de werkgever u in principe niet verplichten te werken. Het gaat om nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Koningsdag, 5 mei (in 2026 alleen in lustrumjaren, vanaf 2027 elk jaar), Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag en eerste en tweede kerstdag (art. 6 hfst. 7). Een van deze dagen kunt u laten vervangen door een feestdag uit uw levensbeschouwing.
Via het Persoonlijk Keuzebudget (PKB) kunt u bovenwettelijke vakantie-uren inwisselen en tot maximaal 36 extra vakantie-uren per jaar (vijf dagen van 7,2 uur) bijkopen (hfst. 6).
Overwerkvergoeding
Pluswerk: plusuren zijn uren die u incidenteel in opdracht van de werkgever werkt buiten uw rooster en waarmee u de afgesproken bruto jaarurennorm overschrijdt. De werkgever stelt dat aan het einde van de referteperiode (12 maanden) vast (art. 3 hfst. 4).
Per plusuur krijgt u 100% van uw uursalaris, uitbetaald of op uw verzoek in vrije tijd opgenomen, en daarnaast een plusuurtoeslag van 35% van uw uursalaris. Op een zon- of feestdag is de toeslag 70%. Alles wordt uiterlijk 3 maanden na het einde van de referteperiode afgerekend (art. 3 lid 3 t/m 6).
Alleen werknemers in de schalen 1 t/m 10 hebben recht op betaling, compensatie in tijd en toeslag voor plusuren (art. 3 lid 8). U krijgt geen vakantietoeslag over plusuren en plusuurtoeslag (art. 3 lid 10).
Het totaal aantal plusuren mag niet hoger zijn dan 10% van de bruto jaarurennorm. Tot 30 minuten langer werken direct voor of na uw rooster telt niet mee als plusuur (art. 4 hfst. 7).
Onregelmatigheidstoeslag: werk op zon- en feestdagen levert 25% van het uursalaris op, alleen in de schalen 1 t/m 10 en maximaal berekend over het maximum uursalaris van schaal 10. Is een onregelmatig uur ook een plusuur, dan krijgt u alleen de plusuurtoeslag (art. 2 hfst. 4).
Minuren: worden aan het einde van de referteperiode weggestreept, maar wel tegen 100% van het uursalaris betaald (art. 4 lid 1 hfst. 7).
Jaarurennorm: bij een voltijddienstverband is dat 1872 uur bruto per jaar, gemiddeld 36 uur per week. De netto jaarurennorm is 1649 uur in 2026 en 1645 uur vanaf 1 januari 2027 (art. 1 en 3 hfst. 7). Het uursalaris is 1/156 deel van het maandsalaris.
Reiskostenvergoeding
Woon-werkverkeer: € 0,23 bruto per kilometer. De eerste 5 kilometer enkele reisafstand worden niet vergoed en de vergoeding geldt voor maximaal 50 kilometer enkele reisafstand (art. 3 hfst. 5). Hierbij wordt rekening gehouden met de fiscale regels.
Dienstreizen: € 0,28 bruto per kilometer, inclusief verblijfkosten (art. 2 lid 1 hfst. 5).
Meerdere vestigingen op één dag: voor de kilometers tussen de vestigingen geldt dezelfde vergoeding van € 0,28, als er minder dan 3,5 uur tussen de werkzaamheden ligt en de afstand minimaal 1 kilometer is (art. 2 lid 3 en 4). Werkt u op die dag maar op één vestiging, dan geldt de vergoeding voor woon-werkverkeer (art. 2 lid 5).
Openbaar vervoer: de werkgever vergoedt de kosten voor dienstreizen en woon-werkverkeer tegen het laagst mogelijke tarief, bijvoorbeeld via een NS Businesscard, abonnement of declaratie. Dan hebt u geen recht op de kilometervergoeding (art. 1 hfst. 5).
Op thuiswerkdagen krijgt u geen reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer (art. 5 lid 6 hfst. 2). Als de OR of pvt daarom vraagt, stelt de werkgever een fietsplan op (art. 1 lid 4 hfst. 5).
De werkgever mag met instemming van de OR of pvt een eigen regeling over reiskosten en mobiliteit invoeren, die in de plaats komt van de artikelen 1, 2 en 3. Daarin mag zowel in uw voordeel als in uw nadeel worden afgeweken (art. 4 hfst. 5).
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof is geregeld in art. 8 hfst. 8, vakbondsverlof in hoofdstuk 10 en de wettelijke verlofvormen in art. 5 hfst. 8. De CAO noemt voor persoonlijke gebeurtenissen geen vaste aantallen dagen: dat bepaalt de werkgever met instemming van de OR of pvt.
Situatie
Verlof
Bijzondere persoonlijke gebeurtenissen (art. 8 lid 1 en 2 hfst. 8)
Bijzonder betaald verlof, zonder dat u vakantie-uren hoeft op te nemen. De werkgever bepaalt met instemming van de OR of pvt voor welke gebeurtenissen en hoelang, en legt dit vast in een bijzonder-verlofregeling.
Vergaderingen en werk voor publiekrechtelijke colleges waarin u bent benoemd of verkozen (art. 8 lid 5 hfst. 8)
Extra verlof met doorbetaling van (een deel van) het salaris, als het bedrijfsbelang zich er niet tegen verzet.
Vergaderingen als bestuurslid of vertegenwoordiger van een vakbond die partij is bij de CAO (art. 1 hfst. 10)
Maximaal 15 dagen per jaar, met doorbetaling van het salaris.
Werk en bijeenkomsten van hoofdbestuur, sectorbestuur of landelijke werkgroep van de vakbond, inclusief vormings- en scholingsdagen (art. 1 hfst. 10)
Maximaal 26 dagen per jaar, met doorbetaling van het salaris.
Co-creatiedagen voor de CAO, georganiseerd door VOB en vakbonden (art. 1 hfst. 10)
Maximaal 2 dagen extra per jaar voor vakbondsleden.
Zwangerschaps-, bevallings-, adoptie- en pleegzorgverlof, geboorteverlof, calamiteitenverlof, kort verzuimverlof, zorgverlof en ouderschapsverlof (art. 5 hfst. 8)
Zoals geregeld in de Wet arbeid en zorg (Wazo).
Een relatiepartner in de bijzonder-verlofregeling is een geregistreerd partner, of een persoon die niet in de eerste of tweede graad familie is en met wie u een liefdesrelatie hebt. Dat moet blijken uit een notariële akte of een door u en uw partner ondertekende verklaring, die u vooraf aan de werkgever hebt gegeven (art. 8 lid 4 hfst. 8).
De werkgever zorgt ervoor dat de bijzonder-verlofregeling zoveel mogelijk inclusief is, onder meer wat betreft arbeidsvermogen, culturele achtergrond, sekse/gender, leeftijd en LHBTQIA+ (art. 8 lid 3 hfst. 8).
Over de uren ouderschapsverlof krijgt u 25% van uw salaris doorbetaald. Heeft u recht op een UWV-uitkering (maximaal 9 weken), dan wordt die van die 25% afgetrokken (art. 6 hfst. 8).
Vakbondsverlof vraagt u minimaal een week van tevoren aan en krijgt u alleen met een uitnodiging voor de activiteit (art. 1 en 2 hfst. 10).
Mantelzorg: bespreek uw situatie op tijd met de werkgever. Samen kunt u afspraken maken over bijvoorbeeld flexibele werktijden, tijdelijk minder uren of het opnemen van vakantie en verlof (art. 7 hfst. 8).
De CAO kent geen aparte regeling voor onbetaald verlof.
Doorbetaling bij ziekte
104 weken doorbetaling, aflopend: eerste 6 maanden van het eerste ziektejaar 100%, tweede 6 maanden 90%, eerste 6 maanden van het tweede ziektejaar 80% en tweede 6 maanden 70% van het laatstgenoten salaris (art. 2 lid 1 sub a hfst. 9).
Krijgt u een (vervroegde) IVA-uitkering, dan vult de werkgever uw salaris voor maximaal 104 weken aan tot maximaal 100% van het laatstgenoten salaris (art. 2 lid 1 sub b).
Het laatstgenoten salaris is uw bruto maandsalaris op het moment dat de arbeidsongeschiktheid ontstaat, inclusief vakantietoeslag, plus de gemiddeld per maand ontvangen onregelmatigheidstoeslag over de 3 voorgaande maanden (art. 2 lid 3).
Perioden van arbeidsongeschiktheid worden bij elkaar opgeteld als u tussendoor minder dan 4 weken hersteld was (art. 2 lid 2).
Inkomsten uit werk bij een andere werkgever of als zelfstandige, in tijd dat u bij uw eigen werkgever had kunnen werken, worden in mindering gebracht op de doorbetaling (art. 2 lid 4).
U houdt tijdens arbeidsongeschiktheid recht op vakantietoeslag. De vakantietoeslag uit de wettelijke uitkering en het pensioenreglement komt daarop in mindering (art. 2 lid 6).
Bij zwangerschaps- of bevallingsverlof hoeft de werkgever de doorbetaling uit lid 1 niet te doen, tenzij de wet dat verplicht (art. 2 lid 7).
Wordt u binnen 4 weken nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd arbeidsongeschikt, dan moet u dat melden bij de werkgever. Voor het niet nakomen van de verplichtingen uit het postcontractueel beding Ziektewet geldt een boete van € 250 per overtreding (art. 3 hfst. 17).
De VOB heeft collectieve afspraken gemaakt met twee zorgverzekeraars voor een aanvullende verzekering; de kosten zijn voor uw eigen rekening (art. 3 hfst. 9).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Eindejaarsuitkering: elk jaar in december 5%, berekend over het in de betreffende maanden verdiende salaris plus de opgebouwde vakantietoeslag (art. 8 lid 1 hfst. 3). De uitkering telt mee voor de opbouw van uw pensioen (lid 3).
Gaat u vóór 31 december uit dienst, dan krijgt u de uitkering over het aantal maanden dat u in dat kalenderjaar in dienst was, uiterlijk in de eerste maand na uw vertrek (lid 2).
Gebruikt u uw eindejaarsuitkering als bron in het PKB, dan krijgt u tijdelijk een lagere of geen eindejaarsuitkering, in ruil voor bovenwettelijke vakantie-uren of een onbelaste vergoeding (lid 4).
Jubileumgratificatie (vanaf 1 januari 2027): u kiest voor een eenmalige gratificatie in geld of in verlofuren: bij 15 jaar in dienst 20% van uw individuele salaris of 30 verlofuren, bij 25 jaar 50% of 80 uur en bij 35 jaar 70% of 110 uur (art. 5 lid 1 hfst. 5). Verlofuren worden naar rato van uw dienstverband toegekend en vervallen aan het einde van het vijfde jaar na het jaar van toekenning.
Overgangsregeling: was u in 2026 al in dienst en bereikt u vóór 1 januari 2032 een dienstjubileum van 25, 40 of 50 jaar, dan kiest u bij 25 jaar voor 50% of 80 verlofuren en bij 40 en 50 jaar voor 100% of 160 verlofuren (art. 5 lid 2).
Onder het salaris voor de jubileumgratificatie vallen ook de vakantietoeslag over een maand en de gemiddelde onregelmatigheidstoeslag over de 3 maanden voor het jubileum. Dienstjaren bij andere werkgevers onder de werkingssfeer van de CAO tellen mee (art. 5 lid 3 en 4).
Thuiswerkvergoeding
Thuiswerkvergoeding: u hebt recht op een vergoeding als de werkgever u verplicht thuis te werken. Die is gelijk aan de maximale fiscale vrijstelling voor thuiswerkkosten: € 2,45 netto per thuiswerkdag in 2026, met een maximum van € 3,00 bruto per thuiswerkdag (art. 5 lid 5 hfst. 2).
Werkt u vrijwillig of in overleg met de werkgever thuis, dan kunnen werkgever, u en/of de OR of pvt een vergoeding afspreken (art. 5 lid 5).
Op thuiswerkdagen krijgt u geen reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer, en op dagen dat u op een vestiging werkt hebt u geen recht op thuiswerkvergoeding. Werkt u op één dag verplicht thuis én op de vestiging, dan bepaalt de werkgever welke vergoeding u krijgt (art. 5 lid 6).
De werkgever en de OR of pvt spreken minimaal 1 keer in de 3 jaar over thuiswerken. Voorwaarden zijn in ieder geval dat uw functie geschikt is en dat uw leidinggevende schriftelijk toestemming geeft (art. 5 lid 1 t/m 3).
De werkgever geeft informatie en een checklist voor een veilige en gezonde thuiswerkplek en zorgt zo nodig voor een goede werkplek, bijvoorbeeld door het uitlenen, vergoeden of deels vergoeden van een bureaustoel, bureau of beeldscherm (art. 5 lid 4).
Eerdere afspraken over de thuiswerkplek of thuiswerkvergoeding uit 2022 of 2023 gaan voor als de CAO OB 2023 - 2024 toen nog niet gold. De werkgever kan met instemming van de OR of pvt ook andere afspraken maken (art. 5 lid 7 en 8).
Pensioenfonds
Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB): op uw arbeidsovereenkomst is de pensioenregeling van het POB van toepassing. Uw rechten en plichten volgen uit het pensioenreglement (art. 4 lid 1 hfst. 17).
Sinds 1 juli 2025 is de totale pensioenpremie een percentage van de pensioengrondslag: het pensioengevend salaris verminderd met de (AOW-)franchise. In 2026 is dat 32,49% van de pensioengrondslag; CAO-partijen stellen het percentage jaarlijks vast (art. 4 lid 3).
Premieverdeling: ¾ van de totale premie komt voor rekening van de werkgever en ¼ voor u. De werkgever houdt uw deel in op uw salaris (art. 4 lid 4 en 5).
Een beperkt aantal werkgevers en werknemers is niet bij het POB aangesloten, maar bij ABP of PFZW. Dan gelden de pensioenreglementen van die fondsen (art. 4 lid 6).
CAO-partijen onderzoeken tijdens de looptijd of de totale bruto pensioenpremie lager kan en of de premie anders kan worden verdeeld tussen werknemer en werkgever (bijlage H, punt 2.1).
Vervroegd pensioen: u hebt het recht uw arbeidsovereenkomst geheel of gedeeltelijk te beëindigen als u met vervroegd ouderdomspensioen gaat. Vraag dit minimaal 2 maanden voor de gewenste einddatum aan; een gemaakte keuze kunt u niet terugdraaien. Bij een gedeeltelijke beëindiging mag de overgebleven werktijd zonder toestemming van de werkgever niet minder zijn dan een kwart van uw contracturen, met een minimum van 6 uur per week (art. 5 hfst. 17).
Opzegtermijn
Opzegtermijn: 2 maanden voor u en voor de werkgever, langer als dat uit de wet volgt (art. 1 lid 3 hfst. 17). De opzegging moet schriftelijk, en de werkgever geeft daarbij de reden (lid 2).
U en de werkgever kunnen een andere opzegtermijn afspreken, maar de termijn voor de werkgever mag niet korter zijn dan die voor u (lid 4).
Proeftijd: u kunt een proeftijd afspreken. Wijkt die af van de wettelijke proeftijd, dan is de proeftijd maximaal 2 maanden (art. 2 hfst. 2).
De arbeidsovereenkomst eindigt ook op de dag waarop u de AOW-uitkering krijgt, of als u eerder met ouderdomspensioen gaat en uw arbeidsovereenkomst geheel beëindigt (art. 1 lid 1 hfst. 17).
Overlijden: u krijgt salaris tot en met de dag van overlijden. De nabestaanden krijgen een bedrag gelijk aan 3 maanden salaris plus de vakantietoeslag over die 3 maanden, verminderd met een uitkering bij overlijden uit het BW. De erfgenamen krijgen daarnaast de waarde van de opgebouwde, niet opgenomen vakantie-uren (art. 2 hfst. 17).
Salaristabel CAO openbare bibliotheken 2026 - 2028
De bedragen zijn bruto maandsalarissen op basis van een voltijddienstverband van 36 uur per week (bijlage B). Er zijn 14 salarisschalen. Tot en met 31 maart 2027 hebben die schalen treden; vanaf 1 april 2027 geldt een nieuw salarisgebouw, waarin elke schaal een minimum, een maximum en een normperiodiek heeft. De tabel per 1 augustus 2026 bevat de verhoging van 3,2% en de tabel per 1 januari 2028 de verhoging van 1%. De CAO bevat geen salaristabel per 4 weken.
De laagste bedragen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. De werkgever is met ingang van 1 juli 2026 verplicht werknemers per uur minimaal het per die datum geldende wettelijk minimumloon te betalen, en bij een wijziging van het minimumloon wordt zo nodig het minimum van de laagste schalen aangepast (art. 7 lid 4 hfst. 3). Raadpleeg daarom ook het huidige wettelijk minimumloon. Hebt u een dienstverband en behoort u tot de doelgroep voor loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet, zodat u met een voltijddienstverband niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen, dan geldt het salaris van schaal 1 (art. 2 lid 5 hfst. 3). Scholieren en studenten met een bijbaan krijgen het wettelijk minimum(jeugd)loon (art. 6 hfst. 3).
Per maand vanaf 1 april 2026
Salarisschalen 1 t/m 7
Trede
Schaal 1
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Trede 0
2.295
2.298
2.305
2.310
2.320
2.526
2.841
Trede 1
2.302
2.305
2.320
2.337
2.389
2.685
3.002
Trede 2
2.310
2.320
2.389
2.456
2.526
2.841
3.159
Trede 3
2.320
2.389
2.526
2.607
2.685
2.924
3.235
Trede 4
2.337
2.456
2.607
2.685
2.763
3.002
3.315
Trede 5
2.389
2.526
2.685
2.763
2.841
3.076
3.394
Trede 6
2.456
2.607
2.763
2.841
2.924
3.159
3.470
Trede 7
2.526
2.685
2.841
2.924
3.002
3.235
3.551
Trede 8
2.924
3.002
3.076
3.315
3.638
Trede 9
3.076
3.159
3.394
3.722
Trede 10
3.235
Salarisschalen 8 t/m 14
Trede
Schaal 8
Schaal 9
Schaal 10
Schaal 11
Schaal 12
Schaal 13
Schaal 14
Trede 0
3.315
3.797
4.126
4.851
5.934
6.446
6.783
Trede 1
3.470
3.968
4.338
5.037
6.114
6.620
6.953
Trede 2
3.638
4.126
4.495
5.239
6.280
6.783
7.165
Trede 3
3.722
4.338
4.678
5.401
6.446
6.953
7.387
Trede 4
3.797
4.495
4.851
5.580
6.620
7.165
7.597
Trede 5
3.884
4.678
5.037
5.759
6.783
7.387
7.805
Trede 6
3.968
4.851
5.239
5.934
6.953
7.597
8.049
Trede 7
4.050
5.401
6.114
7.165
7.805
8.257
Trede 8
4.126
6.280
8.481
Trede 9
4.210
Extra trede 1
8.724
Extra trede 2
8.967
Per maand vanaf 1 augustus 2026
Salarisschalen 1 t/m 7
Trede
Schaal 1
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Trede 0
2.368
2.372
2.379
2.384
2.394
2.607
2.932
Trede 1
2.376
2.379
2.394
2.412
2.465
2.771
3.098
Trede 2
2.384
2.394
2.465
2.535
2.607
2.932
3.260
Trede 3
2.394
2.465
2.607
2.690
2.771
3.018
3.339
Trede 4
2.412
2.535
2.690
2.771
2.851
3.098
3.421
Trede 5
2.465
2.607
2.771
2.851
2.932
3.174
3.503
Trede 6
2.535
2.690
2.851
2.932
3.018
3.260
3.581
Trede 7
2.607
2.771
2.932
3.018
3.098
3.339
3.665
Trede 8
3.018
3.098
3.174
3.421
3.754
Trede 9
3.174
3.260
3.503
3.841
Trede 10
3.339
Salarisschalen 8 t/m 14
Trede
Schaal 8
Schaal 9
Schaal 10
Schaal 11
Schaal 12
Schaal 13
Schaal 14
Trede 0
3.421
3.919
4.258
5.006
6.124
6.652
7.000
Trede 1
3.581
4.095
4.477
5.198
6.310
6.832
7.175
Trede 2
3.754
4.258
4.639
5.407
6.481
7.000
7.394
Trede 3
3.841
4.477
4.828
5.574
6.652
7.175
7.623
Trede 4
3.919
4.639
5.006
5.759
6.832
7.394
7.840
Trede 5
4.008
4.828
5.198
5.943
7.000
7.623
8.055
Trede 6
4.095
5.006
5.407
6.124
7.175
7.840
8.307
Trede 7
4.180
5.574
6.310
7.395
8.055
8.521
Trede 8
4.258
6.481
8.752
Trede 9
4.345
Extra trede 1
9.003
Extra trede 2
9.254
Per maand vanaf 1 april 2027
Salarisschalen 1 t/m 14 (nieuw salarisgebouw)
Per 1 april 2027 wordt u ingeschaald in de schaal met hetzelfde nummer. Uw voltijdssalaris is dan uw salaris van 31 maart 2027 plus € 100 bruto per maand, en ten minste het schaalminimum (art. 2A hfst. 3).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
Deze samenvatting betreft de CAO tuinzaadbedrijven 2024 - 2025 met een looptijd van 1 januari 2024 t/m 31 december 2025. In deze CAO gingen de salarisschalen en feitelijke salarissen van groep B t/m H omhoog met 5% per 1 januari 2024, met 0,5% per 1 juli 2024 en met 3% per 1 januari 2025; een eenmalige uitkering kent de CAO niet. Verder gold een gemiddelde werkweek van 38 uur, 190 uur vakantie per jaar (plus vitaliteitsverlof naar leeftijd) en 8,33% vakantietoeslag; de salaristabellen per 1 januari 2024, 1 juli 2024 en 1 januari 2025 staan onderaan de pagina.
1 januari 2024 t/m 31 december 2025. De CAO eindigt van rechtswege, zonder dat opzegging nodig is (art. 10).
CAO-partijen
Plantum (werkgeversvereniging, Gouda) en de vakbonden FNV, CNV Vakmensen.nl en De Unie.
Loonsverhoging
5% per 1 januari 2024, 0,5% per 1 juli 2024 en 3% per 1 januari 2025, voor de salarisschalen en feitelijke salarissen van groep B t/m H (art. 25 lid 1). Geen eenmalige uitkering.
Vakantiedagen
190 uur per kalenderjaar bij een voltijddienstverband (25 werkdagen van 7,6 uur); tot 18 jaar 205,2 uur. Daarnaast vitaliteitsverlof van 7,6 uur (tot 35 jaar) oplopend tot 60,8 uur (vanaf 65 jaar) (art. 17 lid 1 en 2).
Vakantietoeslag
8,33% over de verdiende maandsalarissen in de periode juni t/m mei, eenmaal per jaar uitbetaald, uiterlijk in juni (art. 32).
Overwerkvergoeding
Per overuur het normale uurloon, in tijd of geld, plus een toeslag van 40% (ma t/m vr 06.00-21.00 uur), 60% (ma t/m vr 21.00-06.00 uur en zaterdag) of 100% (zondag en feestdagen), inclusief vakantiebijslag. Vanaf functiegroep H geen betaling van overwerk (art. 30).
Reiskostenvergoeding
Bij meer dan 10 km enkele reis een tegemoetkoming op basis van de kosten van openbaar vervoer. Met instemming van de ondernemingsraad (OR) kan in plaats daarvan € 0,23 per gereisde km worden afgesproken voor 5 t/m 35 km enkele reis (art. 37 lid 1 en 2).
Bijzonder verlof
Overlijden van partner of inwonende ouder of kind: vanaf het overlijden t/m de begrafenis of crematie. Overlijden van niet-inwonende naaste familie: 1 dag. Eigen huwelijk: 3 dagen. Huwelijk van kind, broer of zus: 1 dag. 25- of 40-jarig dienstverband of huwelijk: 1 dag. Geboorteverlof partner: eenmaal de wekelijkse arbeidsduur doorbetaald (art. 18 lid 2).
Thuiswerkvergoeding
Alleen als in de onderneming een thuiswerkregeling met de OR is afgesproken: minimaal € 2,35 netto per thuiswerkdag. Bij een verplichting tot thuiswerken (bijvoorbeeld op advies van het RIVM) geldt de fiscaal vrijgestelde vergoeding (art. 37 lid 5 en 6).
Doorbetaling bij ziekte
Maand 1 t/m 6: 100%, maand 7 t/m 12: 90%, maand 13 t/m 18: 85% en maand 19 t/m 24: 80% van het maandinkomen, minimaal het minimum(jeugd)loon (art. 35 lid 3).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Kent de CAO niet. Wel een jubileumuitkering van een bruto maandsalaris plus 8,33% vakantiebijslag bij 25 en 40 jaar dienstverband (art. 38).
Pensioenfonds
Bedrijfstakpensioenfonds BPL Pensioen, tenzij de werkgever dispensatie heeft. Premie en premieverdeling staan op de website van BPL Pensioen (art. 26).
Opzegtermijn werkgever
Regelt de CAO niet zelf; de wettelijke bepalingen gelden (art. 13 lid 1). Wettelijk: 1 maand bij minder dan 5 jaar dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden vanaf 15 jaar.
Opzegtermijn werknemer
Regelt de CAO niet zelf; de wettelijke bepalingen gelden (art. 13 lid 1). Wettelijk bedraagt de opzegtermijn voor de werknemer 1 maand.
Salarisverhogingen
1 januari 2024: alle salarisschalen en feitelijke salarissen van groep B t/m H gaan 5% omhoog (art. 25 lid 1).
1 juli 2024: nogmaals 0,5% (art. 25 lid 1).
1 januari 2025: 3% (art. 25 lid 1). Deze verhogingen zijn verwerkt in de salaristabellen per 1 januari 2024, 1 juli 2024 en 1 januari 2025.
Eenmalige uitkering: de CAO kent geen eenmalige uitkering.
Vooruitlopende verhogingen: heeft een bedrijf vooruitlopend op een nieuwe CAO algemene loonsverhogingen toegekend, dan mogen die worden verrekend met de verhogingen hierboven (art. 25 lid 1).
Consignatietoeslag: deze wordt op dezelfde data met dezelfde percentages verhoogd (art. 34 lid 4).
Leeftijdsschaal: geldt de leeftijdstabel, dan stijgt het salaris op de eerste dag van de maand waarin de werknemer jarig is (art. 23 lid 1).
Beoordelingssysteem: bij een beoordelingssysteem is de minimale jaarlijkse verhoging bij normaal of goed functioneren 2%, tot het maximum van de salarisschaal. Is er niet beoordeeld (en niet vanwege arbeidsongeschiktheid), dan heeft de werknemer recht op 2% (art. 23 lid 2). Is er geen verhogingsregeling met de OR, dan geldt de vaste periodiekenschaal (art. 23 lid 3).
Herindeling in een lagere schaal: wordt het maximum van de nieuwe schaal overschreden, dan wordt het meerdere een persoonlijke toeslag die niet wordt geïndexeerd en afgebouwd bij salarisverhoging buiten de algemene CAO-verhogingen (art. 22).
Vakantiedagen
Vakantie: 190 uur per kalenderjaar met behoud van salaris, dat is 25 werkdagen van 7,6 uur. Werknemers jonger dan 18 jaar hebben recht op 205,2 uur (27 dagen) (art. 17 lid 1).
Vitaliteitsverlof: daarnaast per kalenderjaar, met behoud van salaris, het aantal uren in de tabel hieronder (art. 17 lid 2). Bereikt u in de loop van het jaar een van de leeftijden, dan geldt het bijbehorende verlof voor dat hele kalenderjaar (art. 17 lid 3).
Leeftijd
Vitaliteitsverlof per kalenderjaar
Tot 35 jaar
7,6 uur
Vanaf 35 jaar
15,2 uur
Vanaf 40 jaar
22,8 uur
Vanaf 45 jaar
30,4 uur
Vanaf 50 jaar
38 uur
Vanaf 55 jaar
45,6 uur
Vanaf 60 jaar
53,2 uur
Vanaf 65 jaar
60,8 uur
Het vitaliteitsverlof kan worden ingezet voor duurzame inzetbaarheid, korter werken en zorgverlof. Wie de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, heeft geen recht meer op vitaliteitsverlof (art. 17 lid 2 sub c en d).
Wie gebruikmaakt van de seniorenregeling (art. 48) behoudt 7,6 uur vitaliteitsverlof; de overige uren vervallen (art. 17 lid 2 sub b).
Wie in de loop van het jaar in dienst komt of vertrekt, of in deeltijd werkt, heeft recht op een evenredig deel van de vakantie en het vitaliteitsverlof. Te veel of te weinig genoten uren worden bij einde dienstverband verrekend (art. 17 lid 4 en 5).
De verlof- en vakantieregeling in de onderneming wordt in overleg met de OR vastgesteld (art. 17 lid 6).
Vakantiedagen kopen: per jaar maximaal tweemaal de arbeidsduur per week, tenzij met de OR andere afspraken zijn gemaakt (art. 43). Verlofsparen is mogelijk sinds 1 januari 2022; bovenwettelijk verlof, vitaliteitsdagen inbegrepen, verjaart na 10 jaar (art. 46).
Op zondagen en feestdagen wordt niet gewerkt (art. 16 lid 1). Het maandinkomen wordt over feestdagen doorbetaald, voor zover die niet op zaterdag of zondag vallen (art. 27).
Overwerkvergoeding
Wanneer is er overwerk? Als in opdracht van de werkgever langer wordt gewerkt dan het dienstrooster voorschrijft (art. 30 lid 1). De normale arbeidsduur is gemiddeld 38 uur per week tot en met functiegroep H; volgens het dienstrooster wordt bij een voltijddienstverband maximaal 45 uur per week gewerkt (art. 14 lid 1 en art. 15 lid 2).
Vergoeding: per overuur het normale uurloon, in tijd of geld, plus de toeslag uit de tabel hieronder. De toeslagen zijn inclusief de vakantiebijslag (art. 30 lid 4). Het uurloon is het maandsalaris gedeeld door 164,67 (art. 1 lid 8 sub e).
Overuren
Toeslag op het uurloon
Maandag t/m vrijdag, 06.00 tot 21.00 uur
40%
Maandag t/m vrijdag, 21.00 tot 06.00 uur
60%
Zaterdag
60%
Zondag
100%
Feestdagen (behalve 5 mei)
100%
Compensatie in tijd: als de bedrijfsomstandigheden dat toelaten, wordt overwerk op verzoek van de werknemer gecompenseerd in vrije tijd, uur voor uur (art. 30 lid 3).
Deeltijd: voor een deeltijdwerknemer is er pas overwerk als meer wordt gewerkt dan het rooster én de normale arbeidsduur per dag of week van een voltijdwerknemer wordt overschreden (art. 30 lid 2). Meer uren op verzoek van de werkgever binnen die normale arbeidsduur (meerwerk) geven een toeslag van 20% van het uurloon (art. 29).
Functiegroep H en hoger: geen betaling van overwerk. Overwerk van groep H op een 6e of 7e dag wordt zonder toeslag gecompenseerd met vrije tijd binnen 3 maanden; lukt dat niet, dan volgt uitbetaling inclusief overwerktoeslag. Voor een internationale reisdag op een niet-werkdag geldt compensatie met maximaal 8 uur (art. 30 lid 5).
Vaste zaterdagwerker: bij overwerk op de vervangende roostervrije dag geldt de overwerktoeslag voor zaterdag (art. 30 lid 6).
Zorgvuldige afweging: bij het opdragen van overwerk of meerwerk weegt de werkgever na overleg bedrijfs- en werknemersbelangen af en motiveert hij het besluit (art. 30 lid 7).
Ploegentoeslag: 14% op het maandsalaris bij tweeploegendienst en 19% bij drieploegendienst (art. 31).
Zaterdagtoeslag: 25% over de uren bij een vaste zaterdag in een vijfdaagse werkweek. Behalve met de meerwerktoeslag wordt deze niet gecumuleerd met andere toeslagen (art. 33).
Consignatietoeslag: per etmaal de bedragen uit de tabel hieronder (art. 34 lid 1). Bij een volledige week consignatie is maximaal 1 werkuur per week voor een opkomst inbegrepen; de reiskilometers per opkomst worden vergoed met € 0,23 per km (art. 34 lid 2 en 3).
Consignatietoeslag per etmaal
Per 1 januari 2024
Per 1 juli 2024
Per 1 januari 2025
Maandag t/m vrijdag
€ 21,16
€ 21,27
€ 21,91
Zaterdag
€ 35,26
€ 35,44
€ 36,50
Zon- en feestdagen
€ 49,38
€ 49,63
€ 51,12
Reiskostenvergoeding
Voor woon-werkverkeer geldt art. 37; voor de reiskilometers bij consignatie art. 34 lid 3.
Hoofdregel: wie meer dan 10 km moet afleggen om het werk te bereiken, krijgt een tegemoetkoming in de reiskosten op basis van de kosten van openbaar vervoer (art. 37 lid 1).
Kilometervergoeding: in overleg met de OR kan in plaats daarvan worden afgesproken: voor woon-werkverkeer vanaf 5 km tot maximaal 35 km enkele reis een vergoeding van € 0,23 per gereisde km (art. 37 lid 2). Is die regeling de hoofdregel, dan kan de werknemer toch kiezen voor de openbaarvervoerregeling tegen inlevering van de originele plaatsbewijzen (art. 37 lid 3).
Bestaande regeling: gold bij invoering van dit artikel al een regeling met de OR die ruimer is dan de hoofdregel, dan blijft die regeling gelden (art. 37 lid 4).
Consignatie: de reiskilometers per opkomst worden vergoed met € 0,23 per km, vanaf de normale woonplaats of afgesproken verblijfplaats in Nederland (art. 34 lid 3).
Thuiswerkdagen: zie het tabblad Thuiswerkvergoeding voor de regeling bij een verplichting tot thuiswerken en voor de samenloop met reiskosten.
De CAO noemt geen aparte vergoeding voor dienstreizen en bevat geen koppeling aan het fiscaal vrijgestelde bedrag per km.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof staat in art. 18; de Wet arbeid en zorg is van toepassing (art. 18 lid 1). In de gevallen in de tabel heeft de werknemer verlof met behoud van het maandinkomen, mits hij zo mogelijk minstens een week van tevoren melding doet en de gebeurtenis bijwoont. De werkgever kan achteraf bewijsstukken vragen (art. 18 lid 2).
Situatie
Verlof
Overlijden van de echtgeno(o)t(e), levenspartner, inwonende (schoon)ouders en inwonende eigen, stief- of pleegkinderen
Tijd tussen het overlijden t/m de dag van de begrafenis of crematie (art. 18 lid 2 sub a)
Overlijden van niet-inwonende ouders, schoon-, stief- en pleegouders, niet-inwonende eigen, aangehuwde, stief- en pleegkinderen, broers en zusters, zwagers en schoonzusters, grootouders
1 dag, mits de begrafenis of crematie wordt bijgewoond; plus 1 dag bijzonder verlof op de dag van overlijden van een ouder, schoon-, stief- of pleegouder (art. 18 lid 2 sub b)
Regeling van de begrafenis of crematie door de werknemer
Tijd tussen het overlijden t/m de dag van de begrafenis of crematie, als de werknemer aantoont met de regeling te zijn belast (art. 18 lid 2 sub b)
Huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer
3 dagen, inclusief de aangifte (art. 18 lid 2 sub c)
Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een eigen kind, stief- of pleegkind, broer of zus, zwager of schoonzus
1 dag, voor zover de plechtigheid wordt bijgewoond (art. 18 lid 2 sub d)
25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk of geregistreerd partnerschap van de (schoon)ouders
1 dag, mits de feestelijkheid wordt bijgewoond (art. 18 lid 2 sub e)
25- of 40-jarig dienstverband of huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer
1 dag (art. 18 lid 2 sub f)
Bevalling van de echtgenote, geregistreerd partner of samenwonende partner
Doorbetaald kort verzuimverlof (art. 4.1 Wet arbeid en zorg), plus in de eerste vier weken na de geboorte doorbetaald geboorteverlof van eenmaal de arbeidsduur per week (art. 4.2 Wet arbeid en zorg), plus aanvullend geboorteverlof volgens de wet (art. 18 lid 2 sub g)
Adoptieverlof (art. 3.2 Wet arbeid en zorg)
De werkgever betaalt eenmaal de wekelijkse arbeidsduur door (art. 18 lid 2 sub h)
Cursus ter voorbereiding op vervroegde uittreding of pensionering
Maximaal 5 dagen, in het jaar voorafgaand aan de uittreding of pensionering (art. 18 lid 2 sub i)
Spoedeisend, onvoorzien of niet buiten werktijd te plannen arts- of ziekenhuisbezoek van de werknemer of de begeleiding van naasten
Verlof volgens de Wet arbeid en zorg (art. 18 lid 2 sub j)
Kortdurend zorgverlof (art. 5 lid 1 Wet arbeid en zorg)
Het loon wordt doorbetaald voor zover het niet meer bedraagt dan het SV-loon per dag (art. 18 lid 2 sub k)
Partners: verlof voor gebeurtenissen rond echtgenoten geldt ook voor partners in andere samenlevingsvormen, mits die duurzaam zijn en bij de werkgever bekend (art. 18 lid 3).
Afwijkende afspraken: met de OR kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt (art. 18 lid 4).
Overige feestdagen: wil de werknemer andere feest- en gedenkdagen vieren (en is het bedrijf niet gesloten), dan neemt hij daarvoor verlofdagen of onbetaald verlof op (art. 16 lid 2).
Vakbondswerk: de werkgever staat, als de werkzaamheden dat naar zijn oordeel toelaten, verzuim met behoud van salaris toe voor het deelnemen als afgevaardigde aan vakbondsbijeenkomsten en scholing (art. 6 lid 1 en 3). Kaderleden hebben verlofuren naar bedrijfsomvang: 50 uur per 100 werknemers (bij meer dan 100 werknemers), 35 uur (50-100 werknemers) of 25 uur (minder dan 50 werknemers), plus 3 dagen onbetaald verlof waarover geen pensioen wordt opgebouwd (art. 6 lid 10).
Uitkering bij overlijden van de werknemer: de nabestaanden ontvangen over de periode vanaf de dag na overlijden t/m een maand na de dag van overlijden een uitkering ter hoogte van het maandinkomen, onder aftrek van uitkeringen krachtens de Ziektewet of de WGA (art. 36).
Doorbetaling bij ziekte
Kader: bij arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval gelden art. 7:629 BW en de Wet verbetering poortwachter (art. 35 lid 1).
Eerste ziektejaar: maand 1 t/m 6 wordt het maandinkomen voor 100% doorbetaald en maand 7 t/m 12 voor 90% (art. 35 lid 3).
Tweede ziektejaar: maand 13 t/m 18 wordt 85% doorbetaald en maand 19 t/m 24 80%. Het loon is minimaal het minimum(jeugd)loon (art. 35 lid 3). Het maandinkomen is het maandsalaris plus een eventuele ploegentoeslag (art. 1 lid 8 sub c).
Re-integratie: wordt in het eerste of tweede ziektejaar gewerkt in het kader van interne of externe re-integratie, waaronder therapeutische werkzaamheden, dan worden de gewerkte uren voor 100% betaald (art. 35 lid 4).
IVA: komt de werknemer (uiterlijk) na twee jaar in aanmerking voor een IVA-uitkering, dan wordt het salaris over het eerste en tweede ziektejaar met terugwerkende kracht aangevuld tot 100% van het maandinkomen. De werkgever mag een second opinion verlangen (art. 35 lid 6).
WGA (35% tot 80% arbeidsongeschikt): bij gehele of gedeeltelijke inzetbaarheid van de restverdiencapaciteit volgt in het eerste WGA-jaar een aanvulling tot 80% van het laatst uitbetaalde maandsalaris. Die aanvulling wordt met 1% per jaar afgebouwd tot 76% in het vijfde WGA-jaar en vervalt vanaf het zesde WGA-jaar (art. 35 lid 7). Voor een tijdelijke WGA-uitkering bij volledige, niet-duurzame arbeidsongeschiktheid (80 tot 100%) geldt dezelfde aanvulling (art. 35 lid 8). De aanvulling geldt alleen als de gedeeltelijke inzetbaarheid volledig wordt benut (art. 35 lid 9).
Minder dan 35% arbeidsongeschikt: wie voor de volledige restverdiencapaciteit bij de werkgever wordt ingezet, krijgt een salarisgarantie. Het salaris voor de passende werkzaamheden wordt aangevuld met 90% van het verschil met het laatste maandsalaris, maximaal tot het maximale premieloon. Die aanvulling wordt in 5 jaar met 2% per jaar afgebouwd tot 82% (art. 35 lid 10 t/m 13). Een werkgroep bespreekt tijdens de looptijd deze leden (bijlage VII art. 11).
Einde dienstverband en AOW: de doorbetaling en aanvulling eindigen als de arbeidsovereenkomst eindigt. Voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, blijft het bij de wettelijke loondoorbetaling en re-integratieverplichtingen (art. 35 lid 2).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Dertiende maand: de CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering.
Jubileumuitkering: een werknemer die 25 jaar of 40 jaar in dienst is, ontvangt een jubileumuitkering ter hoogte van een bruto maandsalaris, vermeerderd met 8,33% vakantiebijslag (art. 38). Naast de uitkering heeft de werknemer bij een 25- of 40-jarig dienstverband recht op 1 dag bijzonder verlof (art. 18 lid 2 sub f).
Vakantietoeslag: 8,33% over de maandsalarissen in de periode juni t/m mei, uiterlijk in juni uitbetaald (art. 32). Zie ook het tabblad Stamgegevens.
Thuiswerkvergoeding
Thuiswerkregeling: in de onderneming kan met de OR een thuiswerkregeling worden afgesproken. Is dat gebeurd, dan is de minimale vergoeding € 2,35 netto per dag (art. 37 lid 5).
Verplicht thuiswerken: geldt in Nederland een verplichting tot thuiswerken, bijvoorbeeld omdat de regering op advies van het RIVM oproept zoveel mogelijk thuis te werken, dan heeft de werknemer sinds 1 juli 2021 recht op een thuiswerkvergoeding gelijk aan de fiscaal vrijgestelde vergoeding. De CAO-tekst noemt hiervoor € 2,35 netto per dag (art. 37 lid 6).
Samenloop met reiskosten: naast de thuiswerkvergoeding bestaat geen recht op doorbetaling van de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer voor de thuiswerkdag. Bij deels thuiswerken en deels werken op locatie op dezelfde dag wordt alleen de hoogste van beide vergoedingen betaald (art. 37 lid 6).
Reiskosten blijven doorlopen: wordt de reiskostenvergoeding gecontinueerd, dan bestaat geen aanspraak op een thuiswerkvergoeding (art. 37 lid 7).
Pensioenfonds
Pensioenfonds: Bedrijfstakpensioenfonds BPL Pensioen. Voor de werknemer geldt de pensioenregeling volgens de statuten en reglementen van BPL Pensioen, tenzij BPL Pensioen de werkgever dispensatie heeft verleend en behoudens afwijking in de CAO (art. 26 lid 1).
Premie: werkgever en werknemer betalen de premie volgens de bepalingen van BPL Pensioen. De hoogte en de verdeling staan op de website van BPL Pensioen (art. 26 lid 2 en 3). De CAO noemt zelf geen percentages.
Wijziging: wordt de regeling of de premieregeling gewijzigd, dan behoudt de werkgever zich het recht voor om met de vakbonden in overleg te treden over een mogelijk andere regeling (art. 26 lid 2). Bedrijven met een andere pensioenregeling stemmen belangrijke wijzigingen af met de vakbonden (art. 26 lid 4).
Voorlichting vanaf 55 jaar: op verzoek voorlichting over keuzemogelijkheden, zoals eerder of gedeeltelijk met pensioen, hoger of lager pensioen en het uitruilen van partner- of ouderdomspensioen (bijlage VII art. 2).
Seniorenregeling: werknemers in functiegroep A t/m H mogen vanaf 5 jaar voor de AOW-datum hun arbeidsduur verminderen tot 80% van de oorspronkelijke arbeidsduur, met naar rato aangepast brutoloon. Over het verschil in arbeidsduur betaalt de werkgever de volledige pensioenpremie (werkgevers- en werknemersdeel) (art. 48 lid 1).
Opzegtermijn
Opzegtermijn: de CAO bevat geen eigen opzegtermijn. De beëindiging van de dienstbetrekking gebeurt volgens de wettelijke bepalingen, voor zover de CAO daarvan niet rechtsgeldig afwijkt (art. 13 lid 1).
Wettelijke termijnen (Burgerlijk Wetboek, niet uit de CAO-tekst): voor de werknemer 1 maand; voor de werkgever 1 maand bij minder dan 5 jaar dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden vanaf 15 jaar.
Proeftijd: bij een dienstbetrekking langer dan 6 maanden geldt wederzijds een proeftijd van 2 maanden; in de arbeidsovereenkomst kan een kortere termijn worden afgesproken. Bij een arbeidsovereenkomst van 6 maanden of korter kan geen proeftijd worden afgesproken (art. 11 lid 2 en 3).
Einde door AOW: de dienstbetrekking eindigt van rechtswege op de dag waarop de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt (art. 13 lid 2).
Collectief ontslag en reorganisatie: bij ontslag-, overname-, fusie-, reorganisatie- of bedrijfsbeëindigingsplannen betrekt de werkgever de vakbonden en het medezeggenschapsorgaan, voor zover de wet of het SER-besluit fusiegedragsregels dat voorschrijft (art. 13 lid 3).
Tijdelijke contracten: na 36 maanden, of na meer dan drie opeenvolgende contracten met tussenpozen van ten hoogste zes maanden, geldt de laatste overeenkomst als voor onbepaalde tijd (art. 11 lid 4). Voor seizoenfuncties (bestuiver, gewasverzorger A en B) geldt een afwijkende ketenbepaling: een tussenpoos van ten minste 3 maanden na maximaal 3 contracten met een gezamenlijke duur van ten hoogste 9 maanden (art. 12 lid 1).
De bedragen zijn bruto maandsalarissen in euro's (bijlage II). Elke tabel bevat drie onderdelen: de leeftijdsschaal voor 17- en 18-jarigen in groep B t/m D, de vaste periodiekenschaal met functiejaren (art. 21 lid 4) en de open salarisschalen met een minimum en maximum per groep (art. 21 lid 5), die alleen worden gebruikt als de onderneming een beoordelingssystematiek heeft. De tabel per 1 januari 2024 bevat de verhoging van 5%, die per 1 juli 2024 de verhoging van 0,5% en die per 1 januari 2025 de verhoging van 3%. De CAO bevat geen salaristabel per 4 weken.
Voor werknemers die nog niet over voldoende opleiding, kennis en ervaring beschikken, en voor werknemers met een schriftelijke seizoensovereenkomst van maximaal 6 maanden voor routinematige werkzaamheden, geldt de aanloopschaal op basis van het wettelijk minimumloon (art. 21 lid 3). Bijlage II noemt daarvoor 90% (17 jaar), 100% (18 jaar) en 105% (0 functiejaren) van het wettelijk minimumloon, zonder bedragen in euro's. Raadpleeg daarom het huidige wettelijk minimumloon. De leeftijdsschaal voor 17 jaar is 95% van het minimum van groep B, C of D (art. 21 lid 2).
Per maand vanaf 1 januari 2024
Leeftijdsschaal 17 en 18 jaar (groep B t/m D) per 1 januari 2024
Leeftijd
Groep B
Groep C
Groep D
17 jaar
€ 2.374,70
€ 2.488,10
€ 2.618,30
18 jaar
€ 2.499,70
€ 2.619,00
€ 2.756,10
Vaste periodiekenschaal per 1 januari 2024
Functiejaren
Groep B
Groep C
Groep D
Groep E
Groep F
Groep G
Groep H
0 functiejaren
€ 2.499,70
€ 2.619,00
€ 2.756,10
€ 2.915,30
€ 3.131,70
€ 3.420,30
€ 3.755,00
1 functiejaar
€ 2.548,70
€ 2.672,90
€ 2.815,70
€ 2.981,80
€ 3.209,20
€ 3.504,10
€ 3.857,90
2 functiejaren
€ 2.598,80
€ 2.728,40
€ 2.876,40
€ 3.053,80
€ 3.288,60
€ 3.591,20
€ 3.962,40
3 functiejaren
€ 2.649,70
€ 2.784,30
€ 2.938,60
€ 3.126,50
€ 3.370,20
€ 3.679,60
€ 4.070,40
4 functiejaren
€ 2.702,40
€ 2.841,80
€ 3.004,50
€ 3.201,60
€ 3.453,10
€ 3.770,70
€ 4.181,40
5 functiejaren
€ 2.755,10
€ 2.900,70
€ 3.073,60
€ 3.278,50
€ 3.538,10
€ 3.863,90
€ 4.295,10
6 functiejaren
€ 2.809,80
€ 2.960,60
€ 3.144,20
€ 3.357,60
€ 3.625,80
€ 3.959,70
€ 4.412,20
7 functiejaren
€ 2.864,90
€ 3.025,40
€ 3.216,70
€ 3.438,10
€ 3.715,30
€ 4.056,80
€ 4.532,40
8 functiejaren
€ 2.921,70
€ 3.092,00
€ 3.290,70
€ 3.520,30
€ 3.806,90
€ 4.157,20
€ 4.656,00
9 functiejaren
€ 2.980,30
€ 3.159,90
€ 3.366,60
€ 3.604,90
€ 3.900,80
€ 4.259,90
€ 4.783,00
10 functiejaren
€ 3.229,20
€ 3.444,00
€ 3.691,30
€ 3.997,00
€ 4.365,10
€ 4.913,30
11 functiejaren
€ 4.473,20
€ 5.047,10
12 functiejaren
€ 5.184,50
Open salarisschalen per 1 januari 2024
Groep
Minimum
Maximum
Groep B
€ 2.499,70
€ 2.980,30
Groep C
€ 2.619,00
€ 3.229,20
Groep D
€ 2.756,10
€ 3.444,00
Groep E
€ 2.915,30
€ 3.691,30
Groep F
€ 3.131,70
€ 3.997,00
Groep G
€ 3.420,30
€ 4.473,20
Groep H
€ 3.755,00
€ 5.184,50
Per maand vanaf 1 juli 2024
Leeftijdsschaal 17 en 18 jaar (groep B t/m D) per 1 juli 2024
Leeftijd
Groep B
Groep C
Groep D
17 jaar
€ 2.386,60
€ 2.500,50
€ 2.631,40
18 jaar
€ 2.512,20
€ 2.632,10
€ 2.769,90
Vaste periodiekenschaal per 1 juli 2024
Functiejaren
Groep B
Groep C
Groep D
Groep E
Groep F
Groep G
Groep H
0 functiejaren
€ 2.512,20
€ 2.632,10
€ 2.769,90
€ 2.929,90
€ 3.147,40
€ 3.437,40
€ 3.773,80
1 functiejaar
€ 2.561,40
€ 2.686,30
€ 2.829,80
€ 2.996,70
€ 3.225,20
€ 3.521,60
€ 3.877,20
2 functiejaren
€ 2.611,80
€ 2.742,00
€ 2.890,80
€ 3.069,10
€ 3.305,00
€ 3.609,20
€ 3.982,20
3 functiejaren
€ 2.662,90
€ 2.798,20
€ 2.953,30
€ 3.142,10
€ 3.387,10
€ 3.698,00
€ 4.090,80
4 functiejaren
€ 2.715,90
€ 2.856,00
€ 3.019,50
€ 3.217,60
€ 3.470,40
€ 3.789,60
€ 4.202,30
5 functiejaren
€ 2.768,90
€ 2.915,20
€ 3.089,00
€ 3.294,90
€ 3.555,80
€ 3.883,20
€ 4.316,60
6 functiejaren
€ 2.823,80
€ 2.975,40
€ 3.159,90
€ 3.374,40
€ 3.643,90
€ 3.979,50
€ 4.434,30
7 functiejaren
€ 2.879,20
€ 3.040,50
€ 3.232,80
€ 3.455,30
€ 3.733,90
€ 4.077,10
€ 4.555,10
8 functiejaren
€ 2.936,30
€ 3.107,50
€ 3.307,20
€ 3.537,90
€ 3.825,90
€ 4.178,00
€ 4.679,30
9 functiejaren
€ 2.995,20
€ 3.175,70
€ 3.383,40
€ 3.622,90
€ 3.920,30
€ 4.281,20
€ 4.806,90
10 functiejaren
€ 3.245,30
€ 3.461,20
€ 3.709,80
€ 4.017,00
€ 4.386,90
€ 4.937,90
11 functiejaren
€ 4.495,60
€ 5.072,30
12 functiejaren
€ 5.210,40
Open salarisschalen per 1 juli 2024
Groep
Minimum
Maximum
Groep B
€ 2.512,20
€ 2.995,20
Groep C
€ 2.632,10
€ 3.245,30
Groep D
€ 2.769,90
€ 3.461,20
Groep E
€ 2.929,90
€ 3.709,80
Groep F
€ 3.147,40
€ 4.017,00
Groep G
€ 3.437,40
€ 4.495,60
Groep H
€ 3.773,80
€ 5.210,40
Per maand vanaf 1 januari 2025
Leeftijdsschaal 17 en 18 jaar (groep B t/m D) per 1 januari 2025
Leeftijd
Groep B
Groep C
Groep D
17 jaar
€ 2.458,20
€ 2.575,50
€ 2.710,40
18 jaar
€ 2.587,60
€ 2.711,10
€ 2.853,00
Vaste periodiekenschaal per 1 januari 2025
Functiejaren
Groep B
Groep C
Groep D
Groep E
Groep F
Groep G
Groep H
0 functiejaren
€ 2.587,60
€ 2.711,10
€ 2.853,00
€ 3.017,80
€ 3.241,80
€ 3.540,50
€ 3.887,00
1 functiejaar
€ 2.638,20
€ 2.766,90
€ 2.914,70
€ 3.086,60
€ 3.322,00
€ 3.627,20
€ 3.993,50
2 functiejaren
€ 2.690,20
€ 2.824,30
€ 2.977,50
€ 3.161,20
€ 3.404,20
€ 3.717,50
€ 4.101,70
3 functiejaren
€ 2.742,80
€ 2.882,10
€ 3.041,90
€ 3.236,40
€ 3.488,70
€ 3.808,90
€ 4.213,50
4 functiejaren
€ 2.797,40
€ 2.941,70
€ 3.110,10
€ 3.314,10
€ 3.574,50
€ 3.903,30
€ 4.328,40
5 functiejaren
€ 2.852,00
€ 3.002,70
€ 3.181,70
€ 3.393,70
€ 3.662,50
€ 3.999,70
€ 4.446,10
6 functiejaren
€ 2.908,50
€ 3.064,70
€ 3.254,70
€ 3.475,60
€ 3.753,20
€ 4.098,90
€ 4.567,30
7 functiejaren
€ 2.965,60
€ 3.131,70
€ 3.329,80
€ 3.559,00
€ 3.845,90
€ 4.199,40
€ 4.691,80
8 functiejaren
€ 3.024,40
€ 3.200,70
€ 3.406,40
€ 3.644,00
€ 3.940,70
€ 4.303,30
€ 4.819,70
9 functiejaren
€ 3.085,10
€ 3.271,00
€ 3.484,90
€ 3.731,60
€ 4.037,90
€ 4.409,60
€ 4.951,10
10 functiejaren
€ 3.342,70
€ 3.565,00
€ 3.821,10
€ 4.137,50
€ 4.518,50
€ 5.086,00
11 functiejaren
€ 4.630,50
€ 5.224,50
12 functiejaren
€ 5.366,70
Open salarisschalen per 1 januari 2025
Groep
Minimum
Maximum
Groep B
€ 2.587,60
€ 3.085,10
Groep C
€ 2.711,10
€ 3.342,70
Groep D
€ 2.853,00
€ 3.565,00
Groep E
€ 3.017,80
€ 3.821,10
Groep F
€ 3.241,80
€ 4.137,50
Groep G
€ 3.540,50
€ 4.630,50
Groep H
€ 3.887,00
€ 5.366,70
Studenten, BBL en scholieren
Studenten, BBL-studenten en scholieren
Voor studenten en scholieren gelden de volgende percentages van het geldende volledige wettelijk minimumloon (bijlage III, onderdeel 1). Raadpleeg het huidige wettelijk minimumloon voor het actuele bedrag.
Leeftijd
Percentage van het wettelijk minimumloon
15 jaar
40%
16 jaar
50%
17 jaar
60%
18 jaar
70%
19 jaar
80%
20 jaar
90%
Vanaf 21 jaar
100%
Vakantiedagen en/of vakantiegeld worden bij het einde van de dienstbetrekking of bij iedere loonbetaling afgerekend (bijlage III).
De BBL-student wordt op de schooldag doorbetaald (art. 21 lid 6; bijlage III).
Voor een scholier of student (geen BBL-student) die in het lopende schooljaar (1 augustus t/m 31 juli) dagonderwijs volgt of heeft gevolgd, geldt van de CAO alleen art. 21 lid 6 (loon), art. 17 lid 1 (vakantiedagen) en art. 32 (vakantiebijslag) (art. 1 lid 4).
Arbeidsbeperking (instroomschaal)
Werknemers met een arbeidsbeperking
Voor werknemers met een arbeidsbeperking geldt een instroomschaal waarvan de aanvangssalarissen zijn gebaseerd op het wettelijk minimum(jeugd)loon. Het maximum voor de werknemer vanaf 23 jaar is 125% van het minimumloon en wordt bereikt in 5 jaarperiodieken of beoordelingsstappen van jaarlijks 5% (bijlage III, onderdeel 2). Raadpleeg het huidige wettelijk minimumloon voor het actuele bedrag.
Functiejaren
Loon
0 functiejaren
wml
1 functiejaar
wml + 5%
2 functiejaren
wml + 10%
3 functiejaren
wml + 15%
4 functiejaren
wml + 20%
5 functiejaren
wml + 25%
Gaat het om een stage voor iemand met een arbeidsbeperking, dan is de stagevergoeding € 250 bruto per maand, plus een reiskostenvergoeding. Bij een arbeidsovereenkomst geldt de schaal voor werknemers met een arbeidsbeperking (bijlage VII art. 4).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO groothandel in bloemen en planten 2024 - 2026 loopt van 1 oktober 2024 t/m 30 september 2026 en geldt voor werknemers van groothandels in bloemen en planten; de CAO is gesloten door VGB en CNV. De salarissen en salarisschalen stijgen met 3% per 1 januari 2025, met 3% per 1 januari 2026 en met 1% per 1 juli 2026; per 1 oktober 2024 zijn salarisgroepen 1 en 2 samengevoegd. Een eenmalige uitkering kent de CAO niet, maar u ontvangt aan het einde van het jaar wel een eindejaarsuitkering van 1% van het in dat kalenderjaar verdiende maand- of periode-inkomen. Verderop vindt u onder meer de 40-urige werkweek, de 200 vakantie-uren, de overwerktoeslagen, de doorbetaling bij ziekte, het pensioen en de salaristabellen per maand en per 4 weken.
Kerncijfers CAO groothandel in bloemen en planten 2024 - 2026
Looptijd
1 oktober 2024 t/m 30 september 2026 (art. 2).
CAO-partijen
De werkgeversorganisatie VGB (Vereniging van Groothandelaren in Bloemkwekerijproducten, Zoetermeer) en de vakbond CNV (Utrecht).
Loonsverhoging
3% per 1 januari 2025, 3% per 1 januari 2026 en 1% per 1 juli 2026 voor de salarissen en salarisschalen; per 1 oktober 2024 zijn salarisgroepen 1 en 2 samengevoegd (art. 26 lid 5). Geen eenmalige uitkering, wel een jaarlijkse eindejaarsuitkering van 1% (art. 27).
Vakantiedagen
200 vakantie-uren per kalenderjaar bij een voltijddienstverband (art. 17 lid 1). Vanaf 50 jaar extra uren: 8 uur vanaf 50 jaar, 24 uur vanaf 55 jaar, 40 uur vanaf 60 jaar en 56 uur vanaf 63 jaar (art. 18).
Vakantietoeslag
8% van de verdiende bruto maand- of periode-inkomens over de periode juni t/m mei, jaarlijks uitbetaald in mei of juni; over overwerkuren wordt geen vakantietoeslag opgebouwd (art. 20).
Overwerkvergoeding
Overwerk is werken boven 40 uur per week of boven 10 uur per dag. Toeslag op het bruto uurloon: 26% op maandag t/m zaterdag, 50% op een zesde werkdag en 100% op een zon- of feestdag. Uitbetaling in geld of compensatie in tijd naar keuze van de werknemer (art. 14B lid 2, 3 en 5). Nachttoeslag van 26% bij minstens 3 uur werken tussen 23.00 en 06.00 uur (art. 15 lid 1).
Reiskostenvergoeding
Woon-werkverkeer: € 0,05 per km sinds 1 januari 2022, verhoogd tot minimaal € 0,11 (1 september 2023), minimaal € 0,17 (1 augustus 2024) en maximaal € 0,23 per km (1 augustus 2025), tot maximaal 30 km enkele reis (art. 37).
Bijzonder verlof
Eigen huwelijk: 2 dagen. Overlijden van de levenspartner of een kind: tweemaal de wekelijkse arbeidsduur; overlijden van een ouder: eenmaal de wekelijkse arbeidsduur (beide t/m de uitvaart). Overlijden van grootouders, kleinkind, broer of zus: 1 dag. Verhuizing op verzoek van de werkgever: 1 dag. Geboorteverlof partner: eenmaal de wekelijkse arbeidsduur (art. 21 lid 1).
Thuiswerkvergoeding
Kent de CAO niet; een thuiswerkvergoeding of thuiswerkregeling is niet in de CAO geregeld.
Doorbetaling bij ziekte
90% van het maandinkomen of periode-inkomen gedurende 104 weken, de eerste 52 weken ten minste het minimumloon (art. 28 lid 2).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand. Wel een eindejaarsuitkering van 1% van het totaal van de in het kalenderjaar verdiende maand- of periode-inkomens, voor wie in december in dienst is (art. 27).
Pensioenfonds
Bedrijfstakpensioenfonds Grafische Bedrijven (PGB). Beschikbare premie per 1 oktober 2024: 8,3% van het pensioengevend salaris, met een werknemersbijdrage van 50% op het brutoloon (art. 38 lid 1 en 2).
Opzegtermijn werkgever
1 maand bij minder dan 5 jaar in dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden vanaf 15 jaar (art. 11 lid 1).
Opzegtermijn werknemer
1 maand (art. 11 lid 2).
Salarisverhogingen
1 oktober 2024: salarisgroepen 1 en 2 worden samengevoegd (art. 26 lid 5 sub a).
1 januari 2025: de salarissen en salarisschalen gaan 3% omhoog (art. 26 lid 5 sub b).
1 januari 2026: de salarissen en salarisschalen gaan nogmaals 3% omhoog (art. 26 lid 5 sub c).
1 juli 2026: de salarissen en salarisschalen gaan 1% omhoog (art. 26 lid 5 sub d).
Eindejaarsuitkering: geen eenmalige uitkering, maar wel een eindejaarsuitkering van 1% van de in het kalenderjaar verdiende maand- of periode-inkomens (zie het tabblad Dertiende maand / eindejaarsuitkering) (art. 27).
Individuele verhoging per 1 januari 2025 en 1 januari 2026: bij overeenstemming met de ondernemingsraad (OR) over de beoordelingssystematiek krijgt wie het eind van de schaal nog niet heeft bereikt 1% bij normaal functioneren, 2% bij goed functioneren en 0% bij onder de maat functioneren. Is er geen beoordelingssystematiek, dan is de verhoging 1% van het schaalsalaris (art. 26 lid 3 sub a t/m c).
Indiensttreding vlak voor de verhogingsdatum: komt iemand binnen 4 maanden voor de eerstvolgende verhogingsdatum in dienst, dan kan de verhoging tot de volgende datum achterwege blijven (art. 26 lid 3 sub d).
Leeftijdsschaal: wie de functievolwassen leeftijd van zijn schaal nog niet heeft bereikt, ontvangt het salaris dat bij zijn leeftijd past. Wijziging gaat in op de maand na de verjaardag (art. 26 lid 2).
Promotie: bij indeling in een hogere schaal stijgt het salaris met 2% van het oude salaris, nooit boven het eindsalaris van de nieuwe schaal (art. 26 lid 4).
Overplaatsing naar een lagere groep: bij eigen toedoen, onbekwaamheid of op eigen verzoek geldt maximaal het eindsalaris van de lagere groep. Bij bedrijfsomstandigheden, herclassificering of medische omstandigheden wordt het meerdere boven het nieuwe schaalmaximum een persoonlijke toeslag, die wordt afgebouwd met de helft van de CAO-verhogingen (art. 26 lid 4).
Wettelijk minimumloon: komt het wettelijk minimumloon boven de CAO-salarissen uit, dan betaalt de werkgever het wettelijk minimumloon (art. 26 lid 6).
Vakantiedagen
Vakantie: 200 vakantie-uren per kalenderjaar bij een voltijddienstverband (art. 17 lid 1). Bij deeltijd worden de vakantierechten naar boven afgerond op een heel uur (art. 17 lid 2).
Extra vakantie-uren voor 50-plussers: in totaal het aantal uren uit de tabel hieronder, met ingang van het kalenderjaar waarin de werknemer die leeftijd bereikt (art. 18).
Leeftijd
Extra vakantie-uren per jaar (in totaal)
Vanaf 50 jaar
8 uur
Vanaf 55 jaar
24 uur
Vanaf 60 jaar
40 uur
Vanaf 63 jaar
56 uur
Deze leeftijdsuren vervallen als de werknemer gebruikmaakt van de regeling arbeidsparticipatie oudere werknemers (art. 18A lid 5).
Meeruren in deeltijd: tot 1 januari 2025 bouwt een deeltijdwerknemer ook vakantierechten op over meeruren binnen het normale weekrooster. Vanaf 1 januari 2025 vervalt dat recht en geldt de overwerkregeling (art. 17 lid 2 en art. 14B lid 4).
Verplichte vakantie: de werkgever mag maximaal 24 verplichte vakantie-uren per kalenderjaar vaststellen en kan een collectieve bedrijfsvakantie vaststellen (art. 17 lid 4 en 5). Na overleg met de werknemers kan een vakantierooster worden opgesteld (art. 17 lid 3).
Aaneengesloten vakantie: de werknemer heeft recht op minimaal 15 werkdagen aaneengesloten vakantie per kalenderjaar. Het verzoek moet uiterlijk 1 april schriftelijk worden ingediend; de werkgever beslist binnen 2 weken, schriftelijk (art. 17 lid 6).
Begin of einde dienstverband, wijziging arbeidsduur: de vakantierechten worden naar evenredigheid vastgesteld of opnieuw berekend (art. 17 lid 7 en 8). Bij einde van het dienstverband wordt in overleg bepaald hoeveel niet opgenomen dagen worden uitbetaald of terugbetaald (art. 19).
Verjaring: vakantieaanspraken verjaren 5 jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan (art. 17 lid 9).
Arbeidsparticipatie oudere werknemers: werknemer en werkgever kunnen afspreken dat de arbeidsduur wordt verminderd tot 80% met behoud van 90% van het salaris en 100% pensioenopbouw. Deelname is mogelijk tot maximaal 7 jaar voor de AOW-leeftijd, voor wie minstens 5 jaar onafgebroken in dienst is geweest; de pensioenpremie wordt 50:50 verdeeld (art. 18A).
Verlofsparen: vanaf 45 jaar kan de werknemer bovenwettelijke vakantiedagen sparen, mits de wettelijke dagen jaarlijks worden opgenomen (art. 18B).
Feestdagen: op zon- en feestdagen wordt in principe niet gewerkt; voor zover een feestdag niet op zondag valt, wordt het maandinkomen of periode-inkomen doorbetaald (art. 16).
Overwerkvergoeding
Arbeidsduur: de normale werkweek is 40 uur voor voltijdwerknemers (art. 12). De normale werkweek loopt van maandag t/m zaterdag, verdeeld over maximaal 5 werkdagen, met een normale werktijd per dag van minimaal 3 en maximaal 10 uur (art. 14A lid 1 t/m 3).
Wat is overwerk? In de standaard werktijdenregeling: in opdracht van de werkgever gewerkte tijd boven 40 uur per week of boven 10 uur per dag (art. 14B lid 2).
Toeslag: per overwerkuur de toeslag uit de tabel hieronder. Onder uurloon valt het uursalaris plus een eventuele persoonlijke toeslag (art. 14B lid 3). Het uursalaris is 0,577% van het maandsalaris of 0,625% van het periodesalaris (art. 1 lid 8).
Overwerk
Toeslag op het bruto uurloon
Maandag t/m zaterdag
26%
Zesde werkdag
50%
Zon- of feestdag
100%
Geld of tijd: de werknemer kiest of overwerkuren en toeslag worden uitbetaald of gecompenseerd in vrije tijd. Compensatie in tijd kan tot maximaal 40 uur per periode van drie maanden; het meerdere wordt in geld uitbetaald. Uitbetaling volgt bij de eerstvolgende betalingsperiode (art. 14B lid 5 en 6).
Deeltijd: tot 1 januari 2025 worden uren boven het contract tot de 40-urige werkweek tegen het basisuurloon uitbetaald. Vanaf 1 januari 2025 geldt het overwerkbegrip naar rato: overwerk is meer dan de overeengekomen arbeidsduur per week, of meer dan 25% van de overeengekomen arbeidsduur per dag, zoals de CAO-tekst het formuleert (art. 14B lid 4).
Zon- en feestdagen: werken op een zon- of feestdag mag alleen als de belangen van het bedrijf in het geding zijn of een veildag op een feestdag valt. De totale toeslag is dan 100%, bovenop het loon (art. 16). Een veildag geldt als een normale werkdag (art. 14A lid 4).
Nachttoeslag: de werkgever stelt met de OR een dagspiegel vast tussen 06.00 en 23.00 uur. Wie in opdracht minstens 3 uur werkt tussen 23.00 en 06.00 uur, krijgt een nachttoeslag van 26% van het bruto uurloon over die uren. Voor andere uren buiten de dagspiegel wordt de beloning per salarisperiode geregistreerd en betaald (art. 15).
Grenzen aan overwerk: een voltijdwerknemer kan niet worden verplicht over 26 weken meer dan 160 uur overwerk te verrichten (naar rato voor deeltijd). De werknemer van 57,5 jaar en ouder is niet verplicht tot overwerk (art. 14A lid 7 en 9).
Incidenteel extra werk: voor maximaal een half uur direct voor of na het dagelijkse werk wordt het normale uursalaris doorbetaald, zonder overwerktoeslag (art. 14A lid 10).
Variabele werktijdenregeling: met instemming van de OR (of de vakbond zonder OR) kunnen weekroosters worden vastgesteld over een referteperiode van maximaal 26 weken met 1040 uur voor een voltijdwerknemer (gemiddeld 40 uur per week). De weekroosters liggen tussen 32 en 45 uur en worden minstens 4 weken van tevoren bekendgemaakt (art. 14C lid 1). Overwerk is dan meer dan het weekrooster, meer dan 45 uur per week, meer dan 10 uur per dag of het plusurensaldo; dezelfde toeslagen gelden (art. 14C lid 2).
Plus- en minuren: maximaal 5 plusuren en 8 minuren per week. Na de referteperiode wordt het plusurensaldo uitbetaald met de overwerktoeslag van 26%; een minurensaldo wordt kwijtgescholden (art. 14C lid 3).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer staat in art. 37. Zij geldt voor werknemers die met eigen of openbaar vervoer naar het werk komen.
Per km: sinds 1 januari 2022 € 0,05 per km tot maximaal 30 km enkele reis. De vergoeding wordt in maximaal drie stappen verhoogd, zie de tabel hieronder (art. 37).
Ingangsdatum
Vergoeding per km
1 januari 2022
€ 0,05
1 september 2023
minimaal € 0,11
1 augustus 2024
minimaal € 0,17
1 augustus 2025
maximaal € 0,23
De CAO-tekst noemt als eindbedrag in de zin ervoor 22 cent per km, maar in de opsomming van de stappen komt het totaal op maximaal 23 cent per km.
Vervoer door de werkgever: de vergoeding geldt niet als de werkgever of namens de werkgever vervoer naar het werk heeft geregeld (art. 37).
Bestaande regelingen: regelingen die op 1 januari 2022 gunstiger waren, blijven bestaan (art. 37).
Brutoloon ruilen: zolang de fiscale vrijstelling niet is bereikt, kan de werknemer op verzoek brutoloon ruilen tegen een netto onkostenvergoeding, waardoor een netto inkomensvoordeel ontstaat (art. 37).
De CAO noemt geen aparte vergoeding voor dienstreizen.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof staat in art. 21. De werknemer heeft recht op verlof met behoud van salaris, tenzij hij bij de gebeurtenis niet aanwezig is geweest of de gebeurtenis op een dag valt waarop hij volgens het rooster niet hoeft te werken (art. 21 lid 1).
Situatie
Verlof
Eigen huwelijk, het sluiten van een samenlevingscontract of het laten registreren van het partnerschap
2 dagen. Volgt later een huwelijk, dan wordt niet opnieuw verlof verleend (art. 21 lid 1 sub a)
Huwelijk van een eigen kind, stief-, pleeg- of kleinkind van de werknemer of zijn levenspartner, van een (schoon)ouder, broer of zus (ook zwager en schoonzus)
1 dag (art. 21 lid 1 sub b)
25- en 40-jarig huwelijks- of samenlevingsjubileum van de werknemer
1 dag (art. 21 lid 1 sub c)
25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksfeest van (schoon)ouders; 50- en 60-jarig huwelijksfeest van grootouders en grootouders van de levenspartner
1 dag (art. 21 lid 1 sub d)
Overlijden van de levenspartner of een (stief- of pleeg)kind
Tweemaal de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur, vanaf de dag na het overlijden, inclusief de dag van de uitvaart. Tot 1 januari 2025: 5 dagen (art. 21 lid 1 sub e)
Overlijden van de eigen ouders of die van de levenspartner
Eenmaal de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur, vanaf de dag na het overlijden, inclusief de dag van de uitvaart. Tot 1 januari 2025: 3 dagen (art. 21 lid 1 sub f)
Overlijden van grootvader of grootmoeder van de werknemer of levenspartner, kleinkind, broer, zus, zwager of schoonzus
1 dag (art. 21 lid 1 sub g)
Verhuizen op verzoek van de werkgever
1 dag (art. 21 lid 1 sub h)
Bevalling van de levenspartner (geboorteverlof)
Eenmaal de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur (art. 21 lid 1 sub i)
Adoptie van een kind
2 dagen (art. 21 lid 1 sub j)
Deeltijd: het recht op bijzonder verlof geldt volledig, dus niet naar rato, met uitzondering van het verlof voor een verhuizing, dat wel naar rato wordt toegekend (art. 21 lid 2).
Ouderschapsverlof (onbetaald): 26 maal de wekelijkse arbeidsduur per kind, op te nemen zolang het kind jonger is dan 8 jaar, ten hoogste in een aaneengesloten periode van 12 maanden en met ten hoogste de helft van de wekelijkse arbeidsduur. Melding minstens 2 maanden vooraf (art. 22).
Calamiteitenverlof: volgens de Wet arbeid en zorg gedurende de benodigde tijd in zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden of noodsituaties (art. 23 lid 1).
Kortdurend zorgverlof: tweemaal de wekelijkse arbeidsduur per jaar voor noodzakelijke verzorging bij ziekte van onder meer partner, kind of bloedverwant in de eerste of tweede graad. Het inkomen wordt voor 70% doorbetaald, met ten minste het minimumloon. Bij stervensbegeleiding kan in overleg een langere betalingsperiode worden afgesproken (art. 23 lid 1 sub a en palliatief verlof).
Onbetaald verlof: de werkgever legt met de OR (of de vakbonden zonder OR) een regeling vast voor het aanvragen en toekennen van onbetaald verlof en de werkhervatting (art. 24).
Mantelzorg: op verzoek maakt de werkgever afspraken over vermindering van werkuren en werktijden; uitgangspunt is mantelverlof eenmaal per 5 jaar voor maximaal 6 maanden, met terugkeer in de eigen functie (bijlage VIII onderdeel 4).
Vakbondswerk en scholing: kaderleden en contactpersonen kunnen maximaal 5 werkdagen per kalenderjaar met behoud van salaris deelnemen aan publiekrechtelijke en vakbondsvergaderingen. Cursussen van de vakorganisaties kunnen tot maximaal 5 dagen per jaar met behoud van salaris worden gevolgd onder voorwaarden (art. 30 lid 3 en 4). Bij een goedgekeurde opleiding krijgt de werknemer vier dagdelen doorbetaald verlof ter voorbereiding op het examen (art. 36 lid 3).
Doorbetaling bij ziekte
Kader: bij arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval gelden art. 7:629 BW en de Wet verbetering poortwachter (art. 28 lid 1).
Doorbetaling: gedurende 104 weken wordt 90% van het maandinkomen of periode-inkomen doorbetaald, in afwijking van het wettelijke artikel. In de eerste 52 weken is het loon ten minste het voor de werknemer geldende minimumloon (art. 28 lid 2).
Wachtdagen: hangt een ziekmelding redelijkerwijs niet samen met dezelfde oorzaak, of zit er minstens 4 weken tussen twee ziekmeldingen, dan mag de werkgever vanaf de tweede ziekmelding 1 wachtdag per ziekmelding inhouden, tot maximaal 4 wachtdagen per jaar. Voor chronisch zieken met een doktersverklaring gelden geen wachtdagen (art. 28 lid 3).
Persoonlijk re-integratiebudget: een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die volledig aan de wettelijke re-integratieplicht voldoet maar niet intern kan worden herplaatst, kan na de 104 weken aanspraak maken op een persoonlijk budget van € 1.000 voor externe re-integratie (art. 28 lid 5).
Werknemers met AOW-leeftijd: de loondoorbetalingsplicht, de re-integratieverplichtingen en het opzegverbod bij ziekte worden beperkt tot 6 weken (art. 11A).
Variabel rooster: bij arbeidsongeschiktheid tijdens de variabele werktijdenregeling is art. 28 lid 2 van toepassing (art. 14C lid 4).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Dertiende maand: de CAO kent geen dertiende maand.
Eindejaarsuitkering: de werkgever kent aan het einde van het jaar, met de laatste salarisbetaling van het kalenderjaar, aan de werknemer die in december in dienst is een eindejaarsuitkering toe van 1% van het totaal van de in het kalenderjaar verdiende maandinkomens of periode-inkomens (art. 27).
Korter dienstverband: wie niet het hele jaar in dienst was, krijgt een eindejaarsuitkering naar rato van de duur van het dienstverband (art. 27).
Vakantietoeslag: 8% over de verdiende bruto maand- of periode-inkomens over de periode juni t/m mei, uitbetaald in mei of juni (art. 20). Zie ook het tabblad Stamgegevens.
Thuiswerkvergoeding
Geen regeling: de CAO bevat geen thuiswerkvergoeding en geen thuiswerkregeling.
Reiskosten: voor de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer zie het tabblad Reiskostenvergoeding (art. 37).
Pensioenfonds
Pensioenfonds: de pensioenregeling wordt uitgevoerd door het Bedrijfstakpensioenfonds Grafische Bedrijven (art. 38 lid 1).
Premie: de regeling is gebaseerd op beschikbare premie. Per 1 oktober 2024 bedraagt de premie 8,3% van het pensioengevend salaris, waarbij een werknemersbijdrage van 50% op het brutoloon wordt ingehouden. Er wordt gestreefd naar indexering en inleggarantie (art. 38 lid 2).
Hogere functiegroepen: voor functiegroepen VII t/m IX kan deelname op vrijwillige basis geschieden (art. 38 lid 3).
WAJONG: vanaf 1 januari 2025 betalen werkgevers de gehele pensioenpremie van werknemers met een WAJONG-uitkering (art. 38 lid 5).
Aanpassing aan nieuwe wetgeving: CAO-partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over aanpassing van de pensioenregeling aan nieuwe wet- en regelgeving, waarbij franchise, premie en premieverdeling worden betrokken (art. 38 lid 4). Tijdens de looptijd overleggen zij over de implementatie van de Wet toekomst pensioenen en de franchise, en over de mogelijkheden van de nieuwe RVU-regeling per 1 januari 2026 (bijlage VIII onderdeel 3 en 5).
Oudere werknemers: bij deelname aan de regeling arbeidsparticipatie oudere werknemers is de pensioenopbouw 100% en wordt de premie 50:50 verdeeld (art. 18A).
Opzegtermijn
Werkgever: 1 maand bij minder dan 5 jaar in dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of meer (art. 11 lid 1).
Werknemer: 1 maand (art. 11 lid 2).
Opzeggen tegen het einde van de periode: bij salarisafrekening per maand kan alleen tegen het einde van de maand worden opgezegd. Bij afrekening per periode worden de termijnen in perioden gerekend en kan alleen tegen het einde van een 4-wekenperiode worden opgezegd (art. 11 lid 3).
Opzegging door de werkgever: schriftelijk, met schriftelijke instemming van de werknemer of na toestemming van het UWV (bedrijfseconomische redenen of langdurige ziekte), of via ontbinding door de rechter (art. 10 lid 1).
Proeftijd: maximaal 2 maanden bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en bij bepaalde tijd van 2 jaar of langer. Maximaal 1 maand bij bepaalde tijd korter dan 2 jaar maar langer dan een half jaar, en bij bepaalde tijd zonder vaste einddatum. Bij een contract van ten hoogste 6 maanden is geen proeftijd mogelijk (art. 9).
Contract voor bepaalde tijd: de werkgever laat de werknemer uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk weten of het contract wordt voortgezet en onder welke voorwaarden (art. 8 lid 1 sub a). Dit geldt niet bij een contract korter dan zes maanden of zonder vaste einddatum (art. 8 lid 1 sub c).
Einde door AOW: de arbeidsovereenkomst eindigt op de dag waarop de werknemer de AOW-leeftijd bereikt (art. 10 lid 2 sub e). Wordt na de AOW-leeftijd doorgewerkt, dan is de opzegtermijn voor de werkgever maximaal 1 maand en ontstaat een contract voor onbepaalde tijd pas na 6 contracten of 48 maanden (art. 11A).
Salaristabel CAO groothandel in bloemen en planten 2024 - 2026
Per functiegroep (II t/m VI, op basis van het ORBA-functiewaarderingssysteem) noemt de CAO een aanvangssalaris en een eindsalaris; tussenbedragen staan niet in de CAO-tekst. De tabellen per maand zijn bruto maandsalarissen, die per 4 weken zijn periodesalarissen. Het periodesalaris is 12/13 van het maandsalaris (art. 1 lid 5). Er zijn tabellen per 1 oktober 2024 (waarbij salarisgroepen 1 en 2 zijn samengevoegd tot functiegroep II), per 1 januari 2025 en 1 januari 2026 (elk inclusief 3%) en per 1 juli 2026 (inclusief 1%). Individuele verhogingen binnen de schaal staan op het tabblad Salarisverhogingen.
De jeugdschalen (16 t/m 20 jaar) zijn een percentage van het aanvangssalaris van de functievolwassen schaal: per 1 oktober 2024 60%, 70%, 80%, 90% en 100% en vanaf 1 januari 2025 65%, 75%, 85%, 95% en 100% (art. 26 lid 7). Komt het wettelijk minimumloon boven de CAO-salarissen uit, dan betaalt de werkgever het wettelijk minimumloon (art. 26 lid 6). Raadpleeg daarom ook het huidige wettelijk minimumloon. Met een werknemer in een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) kan een ander salaris worden overeengekomen, mits ten minste het wettelijk minimum(jeugd)loon en de minimumvakantietoeslag worden toegepast (art. 26 lid 8).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De KNDB-CAO voor personeel van zelfstandige drogisterijbedrijven (CAO drogisterijen 2026 - 2027) loopt van 1 juli 2026 t/m 31 december 2027 en is gesloten door de KNDB en CNV. De loonschalen stijgen met 2% per 1 juli 2026, met 1,5% per 1 januari 2027 en met 1,25% per 1 juli 2027 (of met het percentage van de wettelijk minimumloonverhoging, als dat hoger is). Bij een volledige aanstelling van 37 uur per week heeft u recht op 25 vakantiedagen (185 uur) en op 8% vakantiebijslag; een dertiende maand, reiskostenvergoeding, thuiswerkvergoeding of pensioenregeling kent de CAO niet. Verderop vindt u onder meer de overwerktoeslag van 30%, het tijdschalenmodel voor avond-, nacht- en zondagwerk, de doorbetaling bij ziekte en de loonschalen per uur, per 4 weken en per maand.
1 juli 2026 t/m 31 december 2027 (omslag van de CAO-tekst).
CAO-partijen
De werkgeversorganisatie Koninklijke Nederlandse Drogisten Bond (KNDB, Zeist) en de vakbond CNV (Utrecht) (art. 1.1).
Werkingssfeer
Alle werknemers van zelfstandige drogisterijbedrijven. Uitgezonderd zijn het grootwinkelbedrijf en werkgevers die gebonden zijn aan de VDF-CAO. Combinatiebedrijven drogist/apotheek vallen onder deze CAO als de omzet in receptgeneesmiddelen ten hoogste 50% van de totale omzet is (art. 1.2).
Loonsverhoging
2% per 1 juli 2026, 1,5% per 1 januari 2027 en 1,25% per 1 juli 2027. Is de wettelijke minimumloonverhoging per 1 juli 2027 hoger dan 1,25%, dan gaan de loonschalen per die datum met het WML-percentage omhoog (art. 4.1.5).
Werkweek
Een volledige aanstelling is gemiddeld 37 uur per week (art. 2 en 4.1.3).
Vakantiedagen
25 werkdagen per jaar, gelijk aan 185 uur, bij een aanstelling van gemiddeld 37 uur per week (art. 6.2.1). Extra vakantiedagen op grond van dienstjaren of leeftijd: maximaal 4 dagen per jaar (art. 9.3).
Vakantietoeslag
8% (vakantiebijslag) van het in het vakantiejaar verdiende loon, met een minimum van het wettelijk minimumloon (loon plus vakantiebijslag is ten minste 108% van het minimumloon). Uitbetaling uiterlijk in mei (art. 4.3).
Overwerkvergoeding
Toeslag van 30% op het gebruikelijke uurloon voor overwerk (art. 4.2.1). Daarnaast geldt een tijdschalenmodel met toeslagen van 25% tot 175% voor vroege ochtend-, avond-, nacht- en zondagswerk (art. 4.2.2). Overwerk geldt niet voor functiegroep 5 en 6.
Reiskostenvergoeding
Niet geregeld in de CAO.
Bijzonder verlof
Onder meer 2 dagen bij eigen huwelijk, 1 dag bij een 25-, 40- of 50-jarig huwelijksfeest of dienstjubileum, een week partnerverlof bij de bevalling van de echtgenote en 1 dag bij het overlijden van ouders, schoonouders of kinderen (plus 1 dag voor de begrafenis) (art. 6.3.1).
Thuiswerkvergoeding
Niet geregeld in de CAO.
Doorbetaling bij ziekte
Eerste ziektejaar: 100% van het laatstverdiende brutoloon in de eerste 26 weken (vanaf de tweede ziektedag) en 90% in week 27 t/m 52, met ten minste het minimumloon. Tweede ziektejaar: 80%, aan te vullen tot maximaal 90% bij voldoende inzet (art. 7.2.1).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Niet geregeld in de CAO.
Pensioenfonds
Niet geregeld in de CAO. De CAO wijst geen pensioenfonds aan en noemt geen premie (wel Protocol I over vrijwillige pensioenopbouw tijdens ouderschapsverlof).
Opzegtermijn
Niet in de CAO bepaald; de wettelijke opzegtermijnen gelden (art. 8.2.1).
Bijzondere groepen
Oproepkrachten, hulpkrachten en vakantiewerkers hebben deels afwijkende regels (art. 2 en 10.3). Vakantiewerkers ontvangen het wettelijk minimum(jeugd)loon.
Salarisverhogingen
1 juli 2026: de bedragen in de loonschalen en het schaaldeel van bovenschaalse lonen gaan 2% omhoog (art. 4.1.5).
1 januari 2027: de loonschalen gaan 1,5% omhoog (art. 4.1.5).
1 juli 2027: de loonschalen gaan 1,25% omhoog. Is het indexatiepercentage van de wettelijke minimumloonverhoging per 1 juli 2027 hoger dan 1,25%, dan gaan de loonschalen per die datum met het WML-percentage omhoog (art. 4.1.5).
Verwerkt in de tabellen: de loonsverhogingen zijn verwerkt in de loonschalen in bijlage 1. Eventueel al toegekende eenzijdige loonsverhogingen vooruitlopend op deze CAO mogen worden verrekend (art. 4.1.5).
Functiejaren: wie na het bereiken van de 21-jarige leeftijd 1, 2, 3, 4, 5 of 6 jaar in de functiegroep heeft doorgebracht, krijgt datzelfde aantal functiejaren (functiegroep 1: één functiejaar). De toekenning gebeurt op 1 januari van elk jaar; een onderneming mag structureel afwijken tot uiterlijk 1 april, na melding bij de Vaste Commissie (art. 4.1.1 sub A).
Functiejaar weigeren: bij aantoonbaar onvoldoende functioneren kan de werkgever een functiejaar weigeren. In functiegroep 1 t/m 5 kan dat eenmalig; in functiegroep 4 en 5 een tweede achtereenvolgende keer alleen met toestemming van de Vaste Commissie. De weigering moet schriftelijk en gemotiveerd uiterlijk een maand voor het toekenningsmoment worden meegedeeld (art. 4.1.1 sub B).
Ervaringsjaren: werknemers van 19 en 20 jaar in functiegroep 2 t/m 5 krijgen na een jaar in de functiegroep een ervaringsjaar, toegekend op 1 januari. Het aantal ervaringsjaren per leeftijd staat in de loonschalen (art. 4.1.2).
Diplomatoeslag: wie een vakgebonden diploma haalt dat niet voor de huidige functie vereist is en de branche-nascholing succesvol volgt, krijgt een diplomatoeslag. Functiegroep 1 of 2: € 11,34 bruto per maand voor Assistent-Drogist en € 22,69 voor het Vakdiploma Drogist. Functiegroep 3 of 4: € 22,69 voor het Vakdiploma Drogist. De bedragen gelden bij gemiddeld 37 uur per week en worden naar rato herberekend (art. 4.1.6).
Toeslag bij plaatsvervanging: wie een collega in een hogere functie vervangt, krijgt een toeslag van 15% van het bedrag bij 0 functiejaren in de schaal van de vervangen functie. Loon plus toeslag mag niet hoger zijn dan dat bedrag. De toeslag geldt alleen als de vervanging langer dan vier weken duurt (art. 4.2.4).
Loonbetaling: het loon wordt per week, per vier weken of per maand betaald. Bij een contract van 37 uur is het weekloon het uurloon x 37 en het vierwekenloon het uurloon x 148. Het maandloon is het vierwekenloon x 13/12. Het uurloon kan nooit lager uitkomen dan het wettelijk minimumuurloon. Het loon moet minimaal vijf dagen voor het einde van de loonperiode op de bankrekening staan (art. 4.1.3).
Omzetafhankelijk loon: de werkgever mag het loon afhankelijk stellen van de omzet, mits over maximaal een jaar gemiddeld ten minste de loonschaalbedragen worden bereikt (art. 4.1.4).
Functiegroepen en diploma's: de indeling gebeurt op grond van de werkzaamheden. Per functiegroep geldt het volgende diplomavereiste (art. 5.1 en 5.2):
Functiegroep
Werkzaamheden
Vereist diploma
1
Eenvoudig werk volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding; ook werknemers die niet in de verkoop werken (magazijn, administratie, schoonmaak).
Geen diploma vereist (aankomend verkoopmedewerker, leerling verkoper)
2
Eenvoudig werk waarvoor enige vak- en bedrijfskennis nodig is, met enige zelfstandigheid.
Verkoop in de Drogisterij
3
Zelfstandig werk met ruime vak- en bedrijfskennis, incidenteel leiding aan enkele medewerkers uit groep 1 en 2 (bijvoorbeeld eerste verkoper).
Assistent-Drogist
4
Zelfstandig werk met ruime vak- en bedrijfskennis en leiding aan enkele medewerkers uit groep 1, 2 en 3 (bijvoorbeeld waarnemend bedrijfsleider, assistent filiaalmanager).
Assistent-Drogist
5
Zelfstandig werk met bijzondere vak- en bedrijfskennis en het volledige beheer van een drogisterij met maximaal 5 fte (bijvoorbeeld bedrijfsleider, filiaalmanager).
Vakdiploma Drogist
6
Zelfstandig werk met bijzondere vak- en bedrijfskennis en het volledige beheer van een drogisterij met meer dan 5 fte.
Vakdiploma Drogist
Indeling bij indiensttreding: wie in functiegroep 1 begint, wordt na twaalf maanden, of direct na het behalen van het diploma Verkoop in de Drogisterij, ingedeeld in functiegroep 2. De werkgever mag alleen afwijken bij onvoldoende functioneren of als de werknemer geen verkoopwerk doet. De kosten van verplichte vakopleidingen zijn voor de werkgever (art. 5.2).
Wettelijk minimumloon: het loon is ten minste gelijk aan het bedrag in de loonschalen, en kan nooit lager zijn dan het wettelijk minimumuurloon. Zie ook het huidige wettelijk minimumloon.
Vakantiedagen
Vakantie: bij een aanstelling van gemiddeld 37 uur per week heeft u recht op 25 werkdagen vakantie per jaar met behoud van loon, gelijk aan 185 uur. Bij deeltijd of in- en uitdiensttreding in het jaar bouwt u naar rato op (art. 6.2.1).
Aaneengesloten vakantie: recht op minimaal drie weken aaneengesloten vakantie per vakantiejaar, mits het vakantierecht toereikend is. Kan dit door zwaarwichtige bedrijfsbelangen niet, dan heeft u het jaar erop een onvoorwaardelijk recht. De vakantie wordt zoveel mogelijk van mei t/m september genoten (art. 6.2.2).
Extra vakantiedagen: op grond van dienstjaren of leeftijd, volgens onderstaande tabel. De situatie bij de aanvang van het vakantiejaar is bepalend (art. 9.3 sub A).
Dienstjaren of leeftijd
Extra vakantiedagen
25 tot 40 dienstjaren
2 extra vakantiedagen per vakantiejaar
40 of meer dienstjaren
4 extra vakantiedagen per vakantiejaar
Vanaf 10 jaar voor de AOW-datum
1 extra vakantiedag per vakantiejaar
Vanaf 2 jaar voor de AOW-datum
3 extra vakantiedagen per vakantiejaar
De dagen uit de tabel gelden bij een aanstelling van 37 uur per week en worden naar rato van de contracturen herberekend. Extra dagen voor dienstjaren en leeftijd worden niet opgeteld; het hoogste aantal geldt. De opbouw vervalt zodra u langer dan 1 jaar arbeidsongeschikt bent (art. 9.3 sub A t/m C).
Vakantiebijslag: 8% van het in het vakantiejaar verdiende loon, met een minimum van het wettelijk minimumloon. U behoudt het recht gedurende tijdvakken zonder loon maar met vakantieaanspraak. Uiterlijk in mei uitbetaald (art. 4.3).
Feestdagen: op Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, beide Kerstdagen, Koningsdag en 5 mei in de lustrumjaren wordt niet gewerkt. In een week met een feestdag werkt een werknemer van 37 uur 29,6 uur in plaats van 37 uur (naar rato bij minder uren). Wie toch op een feestdag werkt, krijgt het uurloon plus 100% toeslag (art. 6.1.2).
Vijfdaagse werkweek: om een vijfdaagse werkweek te verwezenlijken wordt op 52 dagen per kalenderjaar geen arbeid verricht, bovenop de zondag en de gebruikelijke feestdagen (art. 6.1.8).
Vrije zaterdagen: werknemers vanaf 13 uur per week in functiegroep 1 t/m 4 hebben recht op minimaal 15 vrije zaterdagen per jaar, in functiegroep 5 en 6 op minimaal 10 (art. 6.1.5 sub B).
Tijdsparen: tot maximaal zes maanden verlof kan worden gespaard met bovenwettelijke vakantiedagen (het aantal boven 20 dagen per jaar bij 37 uur), meeruren, overwerk en toeslagen uit het tijdschalenmodel. De aanvraagtermijn is minimaal even lang als de gewenste verlofperiode, met een minimum van drie maanden. Gespaarde tijd kan ook in geld worden uitbetaald, behalve bovenwettelijke vakantiedagen; die alleen aan het einde van het dienstverband (art. 6.4).
80-90-100-regeling: wie vanaf 1 januari 2026 7 jaar voor de AOW-leeftijd korter wil werken, kan 80% werken tegen 90% loon en met pensioenopbouw over 100% van het loon, maximaal 7 jaar. Voorwaarde is minimaal 8 dienstjaren bij de werkgever. Wie hiervan gebruikmaakt, heeft geen aanspraak op de extra vakantiedagen uit art. 9.3 (art. 9.2.2). De eerdere korter-werkenregeling (80% werken tegen 90% tot 50% werken tegen 75%) is sinds 1 januari 2026 voor nieuwe deelnemers gesloten (art. 9.2.1).
Vrijstellingen vanaf 55 jaar: een werknemer van 55 jaar of ouder kan niet worden verplicht in de avonduren (tenzij zij een winkel beheert) of overwerk te werken (art. 9.1).
Vakantiewerkers: voor scholieren en studenten die in een schoolvakantie maximaal acht weken werken, wordt het wettelijke vakantierecht aan het einde van het dienstverband verrekend met 15,7% van het genoten loon (20 dagen per jaar bij een volledig dienstverband plus 8% vakantiebijslag) (art. 10.3.1).
Overwerkvergoeding
Meeruren: arbeidsuren boven de contracturen tot 37 uur per week. Werknemer en werkgever maken samen afspraken over de opname; de werknemer bepaalt het tijdstip, tenzij gewichtige bedrijfsbelangen zich verzetten. De CAO noemt voor meeruren geen toeslag (art. 4.2.1 sub A en B).
Wat is overwerk? De uren die meer dan 9 uur per dag worden gewerkt (een overschrijding van maximaal een half uur, maximaal eenmaal per week, in aansluiting op het rooster telt niet mee), de uren op een zesde werkdag (tenzij binnen vier weken gecompenseerd door gelijkwaardige vrije tijd) en de uren boven gemiddeld 37 uur per week, berekend over drie maanden met peildata 1 maart, 1 juni, 1 september en 1 december. Overwerk wordt zo min mogelijk opgedragen en alleen na overleg met de werknemer (art. 4.2.1 sub C en D).
Toeslag: voor elk uur overwerk wordt het gebruikelijke uurloon uitbetaald plus een toeslag van 30%, met minimaal het wettelijk minimumuurloon. Valt het overwerk in een tijdvak waarvoor het tijdschalenmodel al een toeslag kent, dan worden de toeslagen bij elkaar opgeteld (art. 4.2.1 sub E t/m G).
Vrije tijd in plaats van geld: werkgever en werknemer kunnen overeenkomen dat in plaats van uitbetaling extra vrije tijd wordt gegeven, die binnen een maand na het overwerk moet worden opgenomen (art. 4.2.1 sub H).
Voor wie niet: de overwerkbepalingen gelden niet voor functiegroep 5 en 6 en niet voor medewerkers die niet in een functiegroep zijn ingedeeld, zoals een administratief medewerker (art. 4.2.1 sub I).
Tijdschalenmodel: afhankelijk van het tijdstip waarop u werkt, ontvangt u een toeslag op het uurloon volgens onderstaand schema (art. 4.2.2 sub A).
Dag
00.00 - 05.00 uur
05.00 - 07.00 uur
07.00 - 18.00 uur
18.00 - 21.00 uur
21.00 - 24.00 uur
Maandag t/m zaterdag
75%
25%
0%
0%
50%
Zondag
175%
125%
50%
125%
150%
De grens van het tijdschalenmodel mag incidenteel met een half uur worden overschreden om werkzaamheden af te maken of over te dragen; dan geldt de toeslag van het tijdblok waarin het werk volgens het rooster zou zijn uitgevoerd (art. 4.2.2 sub B).
Toeslagen in tijd: de toeslagen uit het tijdschalenmodel worden gecompenseerd in vrije tijd, op te nemen binnen 26 weken. Lukt dat niet, dan wordt de toeslag in geld uitgekeerd (art. 4.2.2 sub C).
Normale arbeidstijden: maandag t/m vrijdag tussen 7.00 en 18.00 uur en maximaal op twee van deze dagen tot 21.00 uur; zaterdag tussen 7.00 en 18.00 uur (art. 6.1.1). Niemand kan worden verplicht op zondag te werken (art. 6.1.3).
Avondwerk: bij noodgedwongen avondopenstelling kan een werknemer niet worden verplicht meer dan twee avonden per week te werken, behalve maximaal zes weken per jaar waarin drie avonden kunnen worden verplicht (art. 6.1.5 sub A).
Maaltijdvergoeding: wie de werkdag begint voor of op 14.00 uur en doorwerkt na 19.00 uur, krijgt een warme maaltijd van redelijke kwaliteit of een maaltijdvergoeding van € 7,00 netto op declaratiebasis (art. 4.2.3).
Roosters: werkroosters worden minimaal twee weken voor ingang bekendgemaakt. Gesplitste werktijden (pauze van meer dan één uur) kunnen niet worden verplicht (art. 6.1.4).
Parttimers: een parttimer met een vast maand- of weekloon heeft een garantie van minimaal 60% van de contracturen per week en kan worden verplicht maximaal 130% van de contracturen te werken. Verschillen worden in een voortschrijdend urensaldo bijgehouden en per 1 oktober afgerekend: een negatief saldo boven 25% van de wekelijkse contracturen wordt kwijtgescholden, een positief saldo boven 50% wordt in geld uitbetaald (art. 6.1.6).
Reiskostenvergoeding
Geen regeling: de CAO bevat geen reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer. Of u een vergoeding krijgt, volgt dus uit uw arbeidsovereenkomst of het beleid van uw werkgever.
Maaltijdvergoeding: de CAO kent wel een maaltijdvergoeding van € 7,00 netto voor wie voor of op 14.00 uur begint en doorwerkt na 19.00 uur. Zie het tabblad Overwerkvergoeding (art. 4.2.3).
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof heet in de CAO buitengewoon verlof (art. 6.3). Wanneer u er anders niet bij aanwezig kunt zijn, heeft u recht op verlof met behoud van loon (art. 6.3.1 sub A).
Gelegenheid
Verlof
Eigen ondertrouw
Een halve dag
Eigen huwelijk
Twee dagen
Eigen 25-, 40- of 50-jarig huwelijksfeest of dienstjubileum
Eén dag
Bevalling van de echtgenote
Een week partnerverlof
Bijwonen van het huwelijk van een kind, ouder, broer of zus
Eén dag
Overlijden van de echtgenoot
Van de sterfdag tot en met de dag van de begrafenis
Overlijden van een ouder, schoonouder, eigen of aangehuwd kind
Eén dag, plus één dag voor het bijwonen van de begrafenis
Bijwonen van de begrafenis van grootouders, kleinkinderen, broers, zusters, zwagers of schoonzusters
Eén dag
Bijwonen van het 25-, 40- of 50-jarig huwelijksfeest van ouders of schoonouders, en 25- of 40-jarig dienstjubileum van de echtgenoot
Eén dag
Wie valt eronder: onder ouders, kinderen, broers en zusters vallen ook stief- en pleegfamilie. Duurzame samenlevingsvormen die vooraf aan de werkgever zijn gemeld, worden voor het verlof met het huwelijk gelijkgesteld (art. 6.3.1 sub B).
Vakbondswerk: kaderleden of afgevaardigden die op uitnodiging vergaderingen of activiteiten van werknemersorganisaties bijwonen, krijgen ten hoogste 5 dagen per jaar verlof met behoud van loon. Vakbondsleden kunnen onder voorwaarden ten hoogste 3 dagen per jaar cursussen van werknemersorganisaties volgen (art. 6.3.2).
Examens: de noodzakelijke tijd voor het afleggen van examens voor een voor de beroepsuitoefening noodzakelijke opleiding (art. 6.3.2).
Solliciteren: na opzegging door de werkgever de benodigde tijd voor solliciteren of een sollicitatiegesprek op uitnodiging (art. 6.3.2).
Pensioencursus: eenmaal in de periode van 3 jaar voor de pensionering ten hoogste vijf dagen voor een cursus ter voorbereiding op de pensionering (art. 6.3.2).
Artsbezoek: de benodigde tijd voor een bezoek aan een arts of andere medische beroepsbeoefenaar, voor zover dat redelijkerwijs niet buiten werktijd kan (art. 6.3.2).
Wettelijk verlof: voor verlofvormen die de wet regelt, zoals zorgverlof, ouderschapsverlof en calamiteitenverlof, noemt de CAO geen eigen regeling. Raadpleeg daarvoor de wet.
Doorbetaling bij ziekte
Eerste 26 weken: de werkgever betaalt in het eerste ziektejaar, vanaf de tweede ziektedag, gedurende de eerste 26 weken 100% van het laatstverdiende brutoloon door, in afwijking van art. 7:629 BW (art. 7.2.1 sub A).
Week 27 t/m 52: 90% van het laatstverdiende brutoloon, maar ten minste het wettelijk minimumloon (art. 7.2.1 sub B).
Tweede ziektejaar (week 53 t/m 104): 80% van het laatstverdiende brutoloon, met een aanvulling tot maximaal 10 procentpunten als de werknemer zich voldoende inzet om de arbeidsgeschiktheid te benutten. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer (art. 7.2.1 sub C).
Eerste ziektedag: de eerste dag is een dag zonder loon (een loonindhouding die niet op het aantal vakantiedagen mag worden verrekend). Dat geldt niet bij zwangerschapsverlof of aan zwangerschap en bevalling gerelateerde arbeidsongeschiktheid, bij een chronische aandoening (doktersverklaring vereist) en bij arbeidsongeschiktheid als gevolg van een overval (art. 7.2.1 sub A en D).
Korter dan twee maanden in dienst: dan wordt het loon op de eerste dag niet ingehouden, maar geldt de wettelijke uitkering bij ziekte van 70% van het laatstverdiende brutoloon (art. 7.2.1 sub E).
WIA-keuring uitstellen: werkgever en werknemer kunnen samen besluiten de WIA-keuring uit te stellen. Dan wordt de loondoorbetaling niet verder verlaagd totdat het resultaat bekend is; bij een geslaagde re-integratie wordt het salaris niet verder verlaagd (art. 7.2.1 sub F).
Verlengde loondoorbetaling: de loonbetalingsverplichting wordt verlengd als de werkgever volgens het UWV onvoldoende re-integratie-inspanning heeft geleverd en daardoor een WIA-uitkering wordt geweigerd (art. 7.2.1).
Aanvulling bij re-integratie bij een andere werkgever: wie met een contract voor onbepaalde tijd bij een andere werkgever wordt gere-integreerd, krijgt een aanvulling (suppletiegarantie) tot 100% van het oude brutoloon in het eerste jaar, tot 90% in het tweede en tot 80% in het derde jaar, gerekend vanaf de eerste ziektedag (art. 7.2.2).
Ziek- en betermelding: meld u op de eerste ziektedag uiterlijk een uur voor aanvang van de dienst bij de werkgever, tenzij de werkgever andere schriftelijke voorschriften heeft vastgesteld. Bij herstel meldt u dat direct (art. 7.1.1).
Voorschriften en re-integratie: houdt u zich niet aan de verzuimvoorschriften of werkt u onvoldoende mee aan re-integratie, dan kan de werkgever (een deel van) het loon stopzetten voor de tijd dat u zonder deugdelijke grond niet meewerkt, schriftelijk en gemotiveerd (art. 7.1.2).
Vakantiedagen tijdens ziekte: werknemers worden gestimuleerd om vakantiedagen zoveel mogelijk in het jaar van opbouw op te nemen, ook tijdens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, als dat de re-integratie niet belemmert (art. 7.1.2 sub C).
Oproepkrachten: de bepalingen over ziekte gelden niet voor oproepkrachten (art. 2).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand: de CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering of winstuitkering.
Vakantiebijslag: 8% van het verdiende loon, met een minimum van het wettelijk minimumloon, uiterlijk in mei uitbetaald (art. 4.3). Zie ook het tabblad Vakantiedagen.
Thuiswerkvergoeding
Geen regeling: de CAO bevat geen thuiswerkvergoeding en geen thuiswerkregeling. Eventuele afspraken staan in uw arbeidsovereenkomst of in het beleid van uw werkgever.
Pensioenfonds
Geen regeling in de CAO: de CAO wijst geen pensioenfonds aan en bevat geen afspraken over de pensioenpremie of de verdeling daarvan. De pensioenregeling volgt daarom uit uw arbeidsovereenkomst of uit de regeling van uw werkgever.
Ouderschapsverlof (Protocol I): de werknemer krijgt de mogelijkheid om via de werkgever de pensioenopbouw tijdens ouderschapsverlof vrijwillig voort te zetten. De premieconsequenties zijn voor rekening van de werknemer.
80-90-100-regeling: bij deelname blijft de pensioenopbouw gebaseerd op 100% van het loon (art. 9.2.2). De eerdere korter-werkenregeling hield de pensioenopbouw ook op het oude niveau; werknemer en werkgever bleven de premie betalen over het 100%-loonniveau (art. 9.2.1 sub B).
Opzegtermijn
Geen eigen termijnen: de CAO bepaalt geen eigen opzegtermijnen. De dienstbetrekking eindigt door opzegging met een in acht te nemen opzegtermijn, en daarvoor gelden de wettelijke termijnen (art. 8.2.1 sub A).
Wettelijke termijnen: voor de werknemer geldt een opzegtermijn van 1 maand. Voor de werkgever geldt 1 maand bij een dienstverband korter dan 5 jaar, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 7:672 BW).
Opzegging: bij voorkeur schriftelijk en tegen het einde van een loonbetalingsperiode. Gaat de werknemer niet akkoord met de opzegging of de termijn, dan is vooraf toestemming van het UWV of de kantonrechter nodig (art. 8.2.1 sub A en C).
Einde zonder opzegging: de dienstbetrekking eindigt zonder opzegtermijn tijdens een proeftijd, bij het bereiken van de AOW-leeftijd, bij afloop van een contract voor bepaalde tijd, bij ontslag op staande voet, krachtens een rechterlijke uitspraak en bij overlijden van de werknemer (art. 8.2.1 sub B).
Kaderleden: de werkgever mag de dienstbetrekking niet beëindigen op grond van het enkele feit dat de werknemer als kaderlid van een bij deze CAO betrokken vakbond staat ingeschreven (art. 8.2.1 sub D).
Reorganisatie of opheffing: opheffing, verkoop of overdracht, inkrimping, fusie of reorganisatie kan ontslag tot gevolg hebben. De werkgever informeert de werknemersorganisaties direct over een voorgenomen besluit. Wie ten minste vijf jaar onafgebroken in dienst is, kan onder voorwaarden aanspraak maken op een werk-naar-werktraject via Stichting Duurzame Inzetbaarheid Drogisterijen (DID) (art. 8.2.2).
Schorsing: de werkgever mag een werknemer met inhouding van loon schorsen bij gebleken gemis aan ijver en dienstbetrachting of niet-nakomen van de verplichtingen (maximaal twee dagen), bij een dringende reden tot ontslag (maximaal twee weken) en bij verdenking van een vergrijp dat een dringende reden tot ontslag kan zijn. Schorsing wordt schriftelijk bevestigd met reden en duur (art. 8.1).
Concurrentiebeding: de werkgever mag geen concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst opnemen (art. 3.1.3 sub A).
Uitzendkrachten: een uitzendkracht die een halfjaar via een uitzendorganisatie is werkzaam geweest, krijgt een arbeidsovereenkomst aangeboden als de werkzaamheden na een half jaar door de werkgever worden voortgezet (art. 3.1.3 sub B).
Verlenging van de CAO: de CAO wordt telkens voor één jaar stilzwijgend verlengd, tenzij een partij ten minste drie maanden voor het einde beëindiging of wijziging wenst (art. 10.1.1 sub B).
De loonschalen in bijlage 1 van de CAO gelden per 1 juli 2026, per 1 januari 2027 en per 1 juli 2027, telkens per uur, per periode van 4 weken en per maand. De loonsverhogingen zijn in de tabellen verwerkt. De bedragen zijn bruto en gelden bij een aanstelling van 37 uur per week; bij een kleiner contract is het loon evenredig lager. Het bedrag per 4 weken is het uurloon x 148 en het maandbedrag is het bedrag per 4 weken x 13/12 (referentiemaandlonen op basis van 260 werkbare dagen per jaar).
Per leeftijd of aantal functiejaren staan de bedragen per functiegroep. Een leeg vak betekent dat die combinatie niet voorkomt in de loonschaal. In functiegroep 1 is het loon voor werknemers van 21 jaar en ouder gelijk aan het wettelijk minimumloon (WML). Daarbij moet rekening worden gehouden met het aantal te werken uren per maand en het aantal werkbare dagen per jaar, en moet ten minste het wettelijk minimumuurloon worden betaald. In de tabellen per 1 januari 2027 en per 1 juli 2027 hebben functiegroep 1 en 2 de aantekening "met een minimum van WML": het loon mag nooit lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Raadpleeg daarom ook het huidige wettelijk minimumloon. Ervaringsjaren (19 en 20 jaar) en functiejaren (vanaf 21 jaar) staan op het tabblad Salarisverhogingen.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO gemaksvoedingsindustrie 2026 - 2027 heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 september 2027. De lonen gaan omhoog met 3% per 1 juli 2026 en met 1% per 1 april 2027. Een eenmalige uitkering is niet afgesproken. Op deze pagina staan onder meer de nieuwe loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen, overwerk, reiskosten, pensioen, de werkingssfeer en de salaristabellen.
Stamgegevens CAO gemaksvoedingsindustrie 2026 - 2027
Looptijd
1 juli 2026 t/m 30 september 2027. Na afloop eindigt de CAO van rechtswege als er geen voortzetting is (art. 3).
CAO-partijen
Gemaksvoeding Nederland, FNV en CNV (CAO-akkoord van 20 juli 2026).
Loonsverhoging
3% per 1 juli 2026 en 1% per 1 april 2027. Geen eenmalige uitkering (inleiding en bijlage B).
Vakantiedagen
200 vakantie-uren per jaar (25 dagen van 8 uur), met extra uren voor jongeren onder 18 jaar en voor werknemers vanaf 47 jaar. Daarnaast 120 ATV-uren per jaar, behalve in de vijfploegendienst (art. 32 en 13).
Vakantietoeslag
8% over het jaarsalaris, uitbetaald tussen 1 mei en 30 juni. Minimaal € 2.700 per 1 juli 2026 en € 2.727 per 1 april 2027 voor een voltijdwerker van 20 jaar of ouder (art. 28).
Overwerkvergoeding
Maandag t/m vrijdag loon + 40%, zaterdag loon + 80% (tot 12.00 uur) of + 100% (vanaf 12.00 uur), zondag loon + 100%. Tijd voor tijd is mogelijk (art. 21).
Reiskostenvergoeding
€ 0,25 per kilometer voor woon-werkverkeer vanaf 10 km tot maximaal 20 km enkele reis. Vanaf 1 oktober 2027 weer € 0,23 per kilometer (art. 27).
Bijzonder verlof
2 dagen bij eigen huwelijk, 1 dag per jaar bij verhuizing, bij overlijden van de partner of een inwonend kind vanaf de dag van overlijden t/m de begrafenis, bij bevalling van de partner eenmaal het aantal werkuren per week plus vijfmaal aanvullend geboorteverlof (art. 37).
Thuiswerkvergoeding
De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding.
Doorbetaling bij ziekte
Bij ziekmelding vanaf 1 juli 2026: 100% in maand 1 t/m 3, 90% in maand 4 t/m 12 en 85% in maand 13 t/m 24. Bij ziekmelding vóór 1 juli 2026: 100% in maand 1 t/m 6 en 90% in maand 7 t/m 24 (art. 42).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand. Wel een eindejaarsuitkering van 3% van het inkomen van de afgelopen 12 maanden (art. 29).
Pensioenfonds
Pensioenfonds VLEP (Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees). De premieverdeling staat niet in de CAO (art. 40).
Opzegtermijn werkgever
1 loonperiode bij minder dan 5 dienstjaren, 2 bij 5 tot 10 jaar, 3 bij 10 tot 15 jaar en 4 bij 15 jaar of langer (art. 7.2).
Opzegtermijn werknemer
Eén maand. Bij langere dienstverbanden 5 of 6 weken, afhankelijk van leeftijd en aantal dienstjaren (art. 7.2).
Werkingssfeer
Ondernemingen waarvan 5% of meer van de omzet komt uit het fabrieksmatig produceren van gemaksvoeding en/of uit groothandel in gemaksvoeding (art. 1.1).
Salarisverhogingen
3% loonsverhoging per 1 juli 2026 en 1% per 1 april 2027 voor alle werknemers die onder de werkingssfeer van de CAO vallen (CAO-akkoord van 20 juli 2026, inleiding).
Een eenmalige uitkering is niet afgesproken.
Periodieke verhoging: op 1 januari van elk jaar gaat het loon een stap omhoog in de loonschaal, tot het maximum van de schaal. Wie het voorgaande jaar op 1 juli nog niet in dienst was, krijgt de periodiek nog niet. De verhoging is gekoppeld aan een beoordelingssysteem (bijlage J); zolang dat niet is ingevoerd, geldt een automatische periodiek (art. 15.5).
Nieuw ORBA-functiehandboek: per 1 juli 2026 ingegaan. Werkgevers moeten uiterlijk 1 januari 2027 alle functies hebben ingedeeld. Bij een hogere indeling krijg je direct het loon dat het dichtst bij je huidige loon ligt (nooit lager). Bij een lagere indeling wordt het verschil omgezet in een persoonlijke toeslag die na 24 maanden vervalt (art. 17.3 en 18.5).
Aanloopschaal: nieuwe werknemers en uitzendkrachten in functiegroep A kunnen maximaal 9 maanden worden ingedeeld in een aanloopschaal van 92% van het loon bij A0, maar minimaal het wettelijk minimumloon (art. 15.6 en bijlage B).
Stagiaires (MBO, HBO en WO) krijgen een stagevergoeding van € 500 per maand (art. 16.2).
Doelgroepmedewerkers (Participatiewet) beginnen op het wettelijk minimumloon en eindigen op maximaal 120% daarvan (art. 15.7 en bijlage B).
Vakantiedagen
200 vakantie-uren per jaar (omgerekend 25 dagen van 8 uur), met doorbetaling van het feitelijk loon. Het vakantiejaar is het kalenderjaar (art. 32.1).
Extra vakantie-uren bij aanvang van het vakantiejaar naar leeftijd (art. 32.2): zie de tabel hieronder.
Het is niet toegestaan om vooraf bij schriftelijke overeenkomst ziektedagen aan te merken als vakantiedagen (art. 32.3).
Werk je korter dan een jaar, dan bouw je evenredig op. Tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof, verplichtingen van de overheid en onvrijwillige werkloosheid bouw je ook op. Bij ziekte bouw je de wettelijke vakantiedagen op en de bovenwettelijke alleen in de eerste zes maanden (art. 33).
Kopen en verkopen: je mag per jaar maximaal 80 extra vakantie-uren kopen (één keer per jaar, opnemen binnen 12 maanden) en bovenwettelijke dagen verkopen. Een uur kost of levert 0,575% van het maandloon op (art. 34).
Je hebt recht op minstens 2 weken aaneengesloten vakantie, en een derde week als je genoeg uren hebt. Dit zo mogelijk tussen 1 mei en 1 oktober. De ondernemingsraad kan per jaar maximaal 3 collectieve vakantiedagen aanwijzen (art. 35).
ATV: 120 uur arbeidstijdverkorting per jaar, in blokken van vier uur. In de vijfploegendienst is er geen ATV. ATV-uren mag je geheel of gedeeltelijk inwisselen voor geld, tegen het geldende uurloon (art. 13).
Generatiepact: vanaf 62 jaar, of vanaf 60 jaar met 10 jaar dienstverband, kies je uit 80-90-100, 90-100-100 of 100-100-100 (met 141,2 extra verlofuren per jaar) (art. 36).
Bij einde dienstverband worden niet-opgenomen vakantiedagen uitbetaald (art. 39).
Extra vakantie-uren naar leeftijd
Leeftijd
Extra vakantie-uren
Jonger dan 18 jaar op 1 mei van het kalenderjaar
8 uur
47 tot 52 jaar
8 uur
52 tot 57 jaar
16 uur
57 tot 60 jaar
32 uur
60 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd
42 uur
Overwerkvergoeding
Overwerktoeslag: maandag t/m vrijdag 40%, zaterdag 80% of 100%, zondag 100% bovenop je loon (art. 21.1). Zie de tabel hieronder.
Overwerk is er als je incidenteel, in opdracht van de werkgever, meer werkt dan de standaard arbeidsduur: meer dan 8 uur per dag (of meer dan in je rooster staat) met minimaal een kwartier extra dat niet in dezelfde week tegen min-uren wordt weggestreept, of meer dan de wekelijkse arbeidsduur (art. 2.11 en 21.1).
Voor overuren krijg je alleen loon plus de overwerktoeslag; de klokurenmatrix (bijlage C) geldt niet bij overwerk. Toeslagen cumuleren niet, tenzij de CAO anders aangeeft (art. 31).
Tijd voor tijd: de eerste twee overuren per week kun je opnemen als vrije tijd (binnen zes maanden, anders worden ze uitbetaald). Meer overuren kunnen op jouw verzoek ook vrij worden opgenomen, als de werkgever dat wil. De toeslag krijg je dan in tijd (art. 21.2).
Extra reiskosten voor het overwerk worden vergoed volgens de reiskostenregeling van je werkgever (art. 21.1).
Vanaf 57 jaar kun je niet worden verplicht over te werken (art. 10).
Uitzendkrachten: de overwerktoeslag wordt berekend over het basisuurloon uit bijlage B, zonder ATV-compensatie (art. 21.2).
Slaapurenregeling: overwerk in de periode van 10 tot 2 uur vóór je normale dagdienst geeft, naast de toeslag, evenveel uren verzuim met behoud van loon. Je hebt minimaal 8 uur onafgebroken rust tussen overwerk en dienst (art. 24).
Werken op een feestdag: toeslag van 100% op het uurloon en de gewerkte uren worden ook in tijd gecompenseerd (art. 25).
Consignatie: per etmaal 1 uurloon (maandag t/m vrijdag), 1,5 uurloon (zaterdag) of 2 uurlonen (zon- en feestdagen), naar rato bij een deel van een etmaal. Per oproep worden minimaal twee uurlonen vergoed (art. 23).
Werken in een diepvriesruimte (minimaal 1 uur aaneengesloten): 5% toeslag op het feitelijk loon per gewerkt uur (art. 26).
Overwerktoeslag
Tijd
Maandag t/m vrijdag
Zaterdag
Zondag
00.00 - 12.00 uur
Loon + 40%
Loon + 80%
Loon + 100%
12.00 - 24.00 uur
Loon + 40%
Loon + 100%
Loon + 100%
Reiskostenvergoeding
€ 0,25 per kilometer voor woon-werkverkeer als je 10 kilometer of meer van het bedrijf woont. De vergoeding geldt tot en met 20 kilometer enkele reis (art. 27.1).
Het bedrag van € 0,25 geldt tijdelijk gedurende de looptijd van de CAO, zolang de fiscale regels dit toelaten. Vanaf 1 oktober 2027 is de vergoeding weer € 0,23 per kilometer (art. 27.1 en bijlage H).
Een staffel naar afstand of aantal reisdagen kent de CAO niet.
Is het fiscaal maximaal toegestane bedrag hoger dan de CAO-vergoeding, dan kan het verschil op jouw verzoek fiscaal vriendelijk worden verrekend via de eindejaarsuitkering, voor zover de fiscale regels dat toestaan (art. 27.2).
Voorbeeld uit bijlage H: bij 35 kilometer enkele reis en 214 werkdagen per jaar is de fiscale ruimte € 0,25 × 70 × 214 = € 3.745 per jaar. De CAO-vergoeding is € 0,25 × 40 × 214 = € 2.140. Het verschil van € 1.605 kan netto uit de bruto eindejaarsuitkering worden betaald, als dat schriftelijk is vastgelegd.
Extra reizen voor overwerk of consignatie worden vergoed volgens de reiskostenregeling van de werkgever (art. 21.1 en 23.2).
Bijzonder verlof
Buitengewoon verlof met behoud van feitelijk loon staat in artikel 37; zorg- en ouderschapsverlof in artikel 38. Hieronder per gebeurtenis het aantal dagen (art. 37.1).
Situatie
Verlof
Ondertrouw van de werknemer
Het benodigde aantal uren, maximaal 5
Huwelijk van de werknemer (minimaal een week van tevoren gemeld)
2 dagen
Huwelijk van een kind, ouder, broer, zus, zwager, schoonzus of kleinkind
1 dag
Bevalling van de partner (ook wie het kind heeft erkend)
Eenmaal het aantal werkuren per week geboorteverlof en vijfmaal het aantal werkuren per week aanvullend ouderschaps- en geboorteverlof (WIEG)
Overlijden van de partner, inwonende eigen of aangetrouwde kinderen en hun partners, en inwonende ouders, schoonouders en grootouders
Van de dag van overlijden t/m de dag van de begrafenis
Overlijden van ouders, schoon- en grootouders, schoongrootouders, niet-inwonende eigen of aangetrouwde kinderen of hun partners, pleegkinderen, kleinkinderen en inwonende broers en zusters
1 dag, plus 1 dag voor het bijwonen van de begrafenis
Begrafenis van broers, zusters, zwagers en schoonzusters
1 dag
25- en 40-jarig huwelijk van de werknemer
1 dag
25-, 40-, 50-, 60-, 65-, 70- en 75-jarig huwelijk van ouders, schoonouders, grootouders of schoongrootouders
1 dag
Bezoek aan tandarts, huisarts of specialist
Zolang nodig, maximaal 2 uur per consult
Verhuizing van de werknemer
1 dag per jaar
Voorbereidingscursus pensionering, op verzoek van een werknemer van 59 jaar of ouder
Eenmalig maximaal 5 dagen extra
Het aanvullend geboorteverlof wordt niet door de werkgever doorbetaald; hiervoor geldt de uitkering van het UWV volgens de WIEG. Over dit verlof wordt wel pensioen opgebouwd (art. 37.1).
Partner is degene met wie duurzaam een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd (art. 2.19). Geregistreerde partners worden gelijk behandeld aan gehuwde partners (art. 37.1).
De werkgever kan om een bewijsstuk vragen. Woon je een plechtigheid niet bij maar moet je er wel voor verzuimen, dan krijg je ook verlof (art. 37.1).
Voor een wettelijke verplichting of een bezoek aan de huisarts, tandarts of specialist geldt het verlof alleen als dit niet buiten werktijd kan (art. 37.2).
Valt buitengewoon verlof op een vrije dag in je rooster, dan wordt die dag niet gecompenseerd (art. 37.3). Valt verlof bij bevalling, overlijden of begrafenis samen met een vakantiedag, dan telt die dag niet als vakantiedag (art. 37.4).
Het wordt aanbevolen een extra vrije dag met behoud van loon te geven na de Ramadan, als je daarom vraagt (art. 37.5).
Zorgverlof (kort- en langdurend, inclusief mantelzorg) en ouderschapsverlof volgen de wet: de Wet arbeid en zorg (art. 38 en bijlage I).
Verlof voor vakbondswerk: aanvragen minimaal twee weken van tevoren; per onderneming kunnen maximaal 2 kaderleden maximaal 4 keer per jaar met behoud van loon een vakbondsbijeenkomst over de CAO bijwonen (art. 48).
Onbetaald verlof: de CAO bevat hiervoor geen aparte regeling.
Doorbetaling bij ziekte
Ziekmelding op of na 1 juli 2026: 100% van het brutoloon in maand 1 t/m 3, 90% in maand 4 t/m 12 en 85% in maand 13 t/m 24 (art. 42.3).
Ziekmelding vóór 1 juli 2026: 100% van het brutoloon in maand 1 t/m 6 en 90% in maand 7 t/m 24 (art. 42.2). De wet vraagt minimaal 70% gedurende twee jaar.
Voor gewerkte uren tijdens ziekte (re-integratie) in de eerste twee jaar krijg je 100% van het brutoloon, ongeacht de indeling van de functie (art. 42.2 en 42.3).
Stroom je na 24 maanden in de IVA in, dan krijg je alsnog het verschil tussen de ontvangen aanvulling en de aanvulling uit de aanvullingsregeling van de CAO 2025 - 2026 (art. 42.3).
Wachtdagen: de werkgever mag besluiten dat je voor de eerste ziektedag geen loon krijgt vanaf de derde keer ziek in een kalenderjaar, maximaal drie keer per jaar. Niet bij een ongeluk op het werk, tijdens werktijd (art. 42.1).
Na twee jaar ziekte: bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en eigen werk minimaal 80% van het brutoloon. Bij 35% tot 80% en werken in een lagere functie wordt het loon in 18 maanden in stappen verlaagd: het verschil tussen oud en nieuw loon wordt de eerste 6 maanden voor 75% doorbetaald, daarna 50%, dan 25% en vanaf maand 18 niet meer (art. 42.4).
Werk je in ploegendienst, dan gelden voor de ploegentoeslag de afbouwregels van artikel 22.2 (art. 42.4).
Het loon kan eerder worden verlaagd als je tijdens ziekte eerder in een lagere functie gaat werken, op advies van een gecertificeerd arbeidsdeskundige. De afbouwregels gelden ook als je na 3 jaar ploegendienst niet meer in ploegen mag werken of medisch advies krijgt voor een lagere functie (art. 42.5 en 42.6).
Handelsreizigers: het loon tijdens ziekte wordt berekend over het loon plus de verkoopvergoedingen van het laatste jaar (art. 42.7).
Heb je de afgelopen drie maanden diepvriestoeslag ontvangen, dan wordt het gemiddelde daarvan tijdens ziekte als structurele toeslag doorbetaald (art. 26).
Bij misbruik of misleiding vervalt het recht op loondoorbetaling (art. 42.8).
WGA-hiaatverzekering: voor je wordt een WGA-hiaatverzekering afgesloten (bij 35 tot 80% arbeidsongeschiktheid). De premie is 50% voor jou en 50% voor de werkgever, onder de voorwaarde dat de verzekering minimaal 10% dekking van je laatste salaris biedt. Partijen bekijken dit artikel opnieuw en streven naar een voorstel uiterlijk 1 januari 2027 (art. 43 en protocolafspraken).
Partijen evalueren de gewijzigde aanvullingsregeling van artikel 42.3 na vier jaar (protocolafspraken).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO kent geen dertiende maand, wel een eindejaarsuitkering van 3% van het inkomen dat je in de afgelopen 12 maanden bij je werkgever hebt verdiend (art. 29.1).
Voorwaarde: minimaal 2 maanden in dienst. Onder inkomen valt het brutoloon exclusief vakantietoeslag en deze uitkering. De uitbetaling vindt plaats tussen 1 november en 31 december, in overleg met de ondernemingsraad (art. 29.1).
Resultaatafhankelijke uitkering: de werkgever kan kiezen voor een resultaatafhankelijke beloning van 1% tot 5% in plaats van de vaste 3%. Hiervoor is instemming van de ondernemingsraad nodig en moet uit een peiling blijken dat 70% van de werknemers voor is. De regeling wordt gemeld aan het bestuur van het Sociaal Fonds (art. 29.2).
Bij einde dienstverband krijg je een evenredig deel. Bij ontslag om een dringende reden (art. 7:678 BW) krijg je de uitkering niet (art. 29.3).
Bestaat in de onderneming al een eigen uitkeringsregeling, dan wordt de uitkering daarmee verrekend of geacht daarin begrepen te zijn (art. 29.4).
Overlijdensuitkering: bij overlijden van een werknemer betaalt de werkgever binnen twee maanden twee keer het bruto loon plus het loon dat hij de rest van de maand zou hebben ontvangen (art. 30).
Thuiswerkvergoeding
De CAO bevat geen regeling voor een thuiswerkvergoeding.
Afspraken over thuiswerken en een eventuele vergoeding worden op bedrijfsniveau gemaakt.
Pensioenfonds
Pensioenfonds VLEP (Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees): in de sector geldt een verplicht bedrijfspensioen en prepensioen. Werkgever en werknemer leven de statuten en reglementen van het fonds na (art. 40.1).
De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling tussen werkgever en werknemer.
Tijdens ouderschaps- of zorgverlof volgens de Wet arbeid en zorg wordt de (pre)pensioenregeling voortgezet op de bestaande premieverdeling. Over aanvullend ouderschaps- en geboorteverlof wordt pensioen opgebouwd, zie het Pensioenreglement VLEP (art. 40.2).
Generatiepact: bij alle drie de varianten blijft de pensioenopbouw 100% (art. 36.2).
Zwaar werk regeling (RVU): wie in aanmerking komt, kan tot maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd uittreden. De werkgever stelt op verzoek een bedrag beschikbaar tot maximaal het van RVU-heffing vrijgestelde bedrag. Voor uittreding van 1 oktober 2026 t/m 30 september 2027 geldt een functie die voldoet aan de voorwaarden van een zwaar beroep volgens bijlage L, en 10 jaar bij dezelfde werkgever (art. 45 en bijlagen K en L).
Opzegtermijn
Opzegging door de werkgever
Duur dienstverband
Opzegtermijn
Korter dan 5 jaar
1 loonperiode (4 weken of maand)
5 tot 10 jaar
2 loonperioden
10 tot 15 jaar
3 loonperioden
15 jaar of langer
4 loonperioden
Opzegging door de werknemer
De opzegtermijn is één maand. Voor langdurige dienstverbanden geldt, afhankelijk van je leeftijd, een termijn van 5 of 6 weken (art. 7.2). Het aantal dienstjaren telt vanaf je 18e.
Leeftijd op de dag van opzegging
1 t/m 9 dienstjaren
10 dienstjaren
11 dienstjaren
12 of meer dienstjaren
19 t/m 30 jaar
één maand
31 jaar
één maand
5 weken
32 jaar
één maand
5 weken
5 weken
33 jaar of ouder
één maand
5 weken
5 weken
6 weken
De opzegtermijn moet schriftelijk worden ingediend. Valt het einde van de termijn niet op het einde van de betaalperiode, dan loopt de termijn door tot en met de laatste dag van die periode. Een werkgever die al met opzegtermijnen in loonperioden werkt, mag afwijken van kalendermaanden (art. 7.1 en 7.2).
Geen opzegtermijn: tijdens de proeftijd, bij wederzijds goedvinden, bij overlijden van de werknemer, bij pensionering op de AOW-leeftijd (tenzij anders overeengekomen) en bij ontslag om een dringende reden (art. 7.3).
Proeftijd: maximaal 1 maand bij een contract van meer dan zes maanden maar korter dan 2 jaar, maximaal 2 maanden bij een contract van langer dan 2 jaar. Tijdens de proeftijd kunnen beide partijen per onmiddellijk opzeggen (art. 5).
Een contract voor bepaalde tijd eindigt automatisch. De werkgever moet uiterlijk een maand van tevoren schriftelijk melden of hij het contract wil voortzetten (aanzegtermijn, art. 6.1).
Werkingssfeer
De CAO geldt voor ondernemingen waarvan 5% of meer van de omzet komt uit het fabrieksmatig produceren (inclusief bereiden en samenstellen) van gemaksvoeding en/of uit het als groothandel verhandelen van gemaksvoeding, voor zover die niet in hoofdzaak rechtstreeks aan consumenten wordt verkocht (art. 1.1).
Valt eronder
Gemaksvoeding: etenswaren die zijn geproduceerd om het gemak van bereiding of consumptie te vergroten, die gekoeld (houdbaarheid korter dan 21 dagen, ultravers korter dan 8 dagen) of bevroren bewaard moeten worden en klaar zijn om te eten of na verhitten of frituren te consumeren, of die worden verkocht voor verdere verwerking (art. 1.2).
Snackwaren zoals kroketten, bitterballen, bamiballen, nasiballen, loempia's, kaassoufflés en uienringen.
Brood- en deegproducten zoals belegde broodjes, tosti's, saucijzenbroodjes, bapao's en empanada's; pasteitjes, quiches en pizza's.
Toebereide salades, spreads en dips (huzarensalade, hummus), maaltijdsalades, sushi en poké bowls, bewerkte en gevulde wraps.
Soepen en vloeibare (maaltijd)sauzen; voorgegaarde producten zoals frikadellen, gehaktballen, hamburgers en saté.
Kant-en-klare maaltijden en maaltijdcomponenten zoals mie, bami goreng, lasagne, spaghetti en nasi goreng.
Groothandel in gemaksvoeding. Fabrieksmatig is ook handmatig of deels handmatig werk in een productielijn (art. 1.1).
Valt er niet onder
Producten die niet als gemaksvoeding gelden: frites en aardappelschotels, diepvriespizza's, soepen en sauzen die niet gekoeld of bevroren bewaard hoeven te worden, en pannenkoeken (art. 1.2).
Ondernemingen waarop de werkingssfeer van een andere bedrijfstak-CAO van toepassing is en die minder dan 50% van hun omzet halen uit gemaksvoeding (art. 1.2.1).
Ondernemingen die actief zijn in het Bakkersbedrijf, de Groothandel in levensmiddelen, Horeca en Catering, Slagerijen of Zoetwaren op basis van de betreffende CAO, of verplicht zijn aangesloten bij (of vrijgesteld zijn van) het bijbehorende bedrijfstakpensioenfonds (art. 1.2.1).
Vakantiewerkers (alleen de loonschalen uit artikel 15 gelden wel), stagiaires (alleen de stagevergoeding uit artikel 16.2 geldt wel) en werknemers met een functie die niet in te delen is in de referentiefuncties van bijlage A (art. 1.4).
Meerdere activiteiten of twijfel
De uitsluiting voor ondernemingen met een andere bedrijfstak-CAO geldt alleen als minder dan 50% van de omzet uit fabrieksmatige productie of groothandel in gemaksvoeding komt (art. 1.2.1).
Bij een geschil over de werkingssfeer proberen werkgever en werknemer er eerst zelf uit te komen. Lukt dat niet, dan kunnen zij het gezamenlijk voorleggen aan de Vaste Commissie voor de Gemaksvoedingindustrie. Haar uitspraak is een bindend advies; de gang naar de burgerlijke rechter blijft open (art. 54.2).
Salaristabel CAO gemaksvoedingsindustrie 2026 - 2027
De loonschalen A t/m H horen bij de functiegroepen uit het ORBA functiehandboek: A (0 - 39,5 punten), B (40 - 54,5), C (55 - 69,5), D (70 - 89,5), E (90 - 109,5), F (110 - 129,5), G (130 - 149,5) en H (150 - 174,5). Het functiejaar is het aantal dienstjaren in de schaal. Alle bedragen zijn bruto. De loonschaal voor BBL'ers en vakantiewerkers, de loonschaal voor doelgroepmedewerkers en de aanloopschaal zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wijzigen als dit wijzigt; zie het huidige wettelijk minimumloon.
Omrekening: 4-wekenloon = (maandloon × 12) / 13,045; weekloon = (maandloon × 3) / 13,045. Bij de 4-wekenlonen is geen rekening gehouden met schrikkeljaren; in jaren met 53 weken betaalt een werkgever die per 4 weken uitbetaalt een extra periode van een week (bijlage B).
Per maand vanaf 1 april 2027
Bruto maandloon per 1 april 2027 (+ 1%)
Functiejaar
A
B
C
D
E
F
G
H
0
2.729,36
2.841,74
2.904,81
2.985,22
3.098,42
3.237,52
3.408,68
3.623,85
1
2.764,78
2.880,60
2.946,28
3.029,24
3.145,94
3.289,40
3.465,70
3.687,84
2
2.800,24
2.917,75
2.986,90
3.073,33
3.192,56
3.340,39
3.522,74
3.752,63
3
2.835,63
2.956,63
3.027,54
3.116,53
3.240,12
3.393,11
3.580,67
3.816,59
4
2.870,26
2.994,69
3.069,02
3.160,65
3.286,84
3.444,12
3.637,73
3.880,55
5
2.906,54
3.033,62
3.109,64
3.204,69
3.334,35
3.495,97
3.694,76
3.944,53
6
2.941,13
3.070,76
3.151,14
3.248,79
3.381,02
3.547,82
3.752,63
4.009,34
7
2.977,39
3.109,64
3.191,75
3.291,97
3.428,60
3.599,66
3.810,57
4.072,43
8
3.012,82
3.147,67
3.233,23
3.336,09
3.476,06
3.650,65
3.866,75
4.136,38
Bruto uurloon per 1 april 2027
Functiejaar
A
B
C
D
E
F
G
H
0
15,69
16,34
16,70
17,16
17,82
18,62
19,60
20,84
1
15,90
16,56
16,94
17,42
18,09
18,91
19,93
21,20
2
16,10
16,78
17,17
17,67
18,36
19,21
20,26
21,58
3
16,30
17,00
17,41
17,92
18,63
19,51
20,59
21,94
4
16,50
17,22
17,65
18,17
18,90
19,80
20,92
22,31
5
16,71
17,44
17,88
18,43
19,17
20,10
21,24
22,68
6
16,91
17,66
18,12
18,68
19,44
20,40
21,58
23,05
7
17,12
17,88
18,35
18,93
19,71
20,70
21,91
23,42
8
17,32
18,10
18,59
19,18
19,99
20,99
22,23
23,78
Per 4 weken vanaf 1 april 2027
Bruto loon per 4 weken per 1 april 2027 (+ 1%)
Functiejaar
A
B
C
D
E
F
G
H
0
2.510,72
2.614,10
2.672,11
2.746,08
2.850,21
2.978,17
3.135,62
3.333,55
1
2.543,30
2.649,84
2.710,26
2.786,58
2.893,93
3.025,89
3.188,07
3.392,42
2
2.575,92
2.684,02
2.747,63
2.827,13
2.936,81
3.072,80
3.240,54
3.452,02
3
2.608,48
2.719,78
2.785,01
2.866,87
2.980,56
3.121,30
3.293,83
3.510,85
4
2.640,33
2.754,79
2.823,17
2.907,46
3.023,54
3.168,22
3.346,32
3.569,69
5
2.673,70
2.790,60
2.860,54
2.947,97
3.067,24
3.215,92
3.398,78
3.628,54
6
2.705,52
2.824,77
2.898,71
2.988,54
3.110,18
3.263,61
3.452,02
3.688,16
7
2.738,88
2.860,54
2.936,07
3.028,26
3.153,94
3.311,30
3.505,32
3.746,20
8
2.771,47
2.895,52
2.974,22
3.068,84
3.197,60
3.358,21
3.557,00
3.805,03
Bruto weekloon per 1 april 2027
Functiejaar
A
B
C
D
E
F
G
H
0
627,68
653,52
668,03
686,52
712,55
744,54
783,90
833,39
1
635,83
662,46
677,57
696,64
723,48
756,47
797,02
848,10
2
643,98
671,00
686,91
706,78
734,20
768,20
810,14
863,00
3
652,12
679,95
696,25
716,72
745,14
780,32
823,46
877,71
4
660,08
688,70
705,79
726,86
755,89
792,06
836,58
892,42
5
668,43
697,65
715,13
736,99
766,81
803,98
849,70
907,14
6
676,38
706,19
724,68
747,13
777,54
815,90
863,00
922,04
7
684,72
715,13
734,02
757,06
788,49
827,83
876,33
936,55
8
692,87
723,88
743,56
767,21
799,40
839,55
889,25
951,26
Aanloopschaal
Nieuwe werknemers en uitzendkrachten in functiegroep A kunnen maximaal 9 maanden in de aanloopschaal worden ingedeeld: 92% van het loon bij A0, maar minimaal het wettelijk minimumloon (art. 15.6 en bijlage B).
Aanloopschaal A (eerste 9 maanden)
Maand
4 weken
Week
Uur
Per 1 juli 2026 (+ 3%)
2.486,15
2.286,99
571,75
14,30
Per 1 april 2027 (+ 1%)
2.511,01
2.309,86
577,47
14,43
Leerlingen BBL en vakantiewerkers
Deze loonschaal geldt als je 19 jaar of jonger bent en een BBL-opleiding volgt of maximaal 3 aaneengesloten maanden vakantiewerk verricht. De schaal is afgeleid van het wettelijk minimumjeugdloon: A is 130%, B 135%, C 142%, D 150%, E 160%, F 170%, G 180% en H 190% daarvan. Je krijgt een hoger loon vanaf het begin van de maand waarin je jarig bent, en bij een relevant diploma het loon bij je functie met 0 functiejaren (bijlage B).
Bruto maandloon per 1 juli 2026
Leeftijd
A
B
C
D
E
F
G
H
16
1.168,89
1.213,85
1.276,79
1.348,72
1.438,64
1.528,55
1.618,47
1.708,38
17
1.338,46
1.389,94
1.462,01
1.544,38
1.647,34
1.750,30
1.853,26
1.956,21
18
1.695,69
1.760,91
1.852,21
1.956,56
2.087,00
2.217,44
2.347,88
2.478,31
19
2.032,56
2.110,74
2.220,19
2.345,27
2.501,62
2.657,97
2.814,32
2.970,67
Bruto loon per 4 weken per 1 juli 2026
Leeftijd
A
B
C
D
E
F
G
H
16
1.075,36
1.116,72
1.174,62
1.240,80
1.323,52
1.406,24
1.488,96
1.571,68
17
1.231,36
1.278,72
1.345,02
1.420,80
1.515,52
1.610,24
1.704,96
1.799,68
18
1.560,00
1.620,00
1.704,00
1.800,00
1.920,00
2.040,00
2.160,00
2.280,00
19
1.869,92
1.941,84
2.042,53
2.157,60
2.301,44
2.445,28
2.589,12
2.732,96
Bruto uurloon per 1 juli 2026
Leeftijd
A
B
C
D
E
F
G
H
16
6,72
6,98
7,34
7,76
8,27
8,79
9,31
9,82
17
7,70
7,99
8,41
8,88
9,47
10,06
10,66
11,25
18
9,75
10,13
10,65
11,25
12,00
12,75
13,50
14,25
19
11,69
12,14
12,77
13,49
14,38
15,28
16,18
17,08
Participatiewet
Doelgroepmedewerkers uit het doelgroepregister van UWV beginnen op het wettelijk minimumloon en groeien in stappen van 4% naar maximaal 120%. De periodieke verhoging hangt af van een beoordeling volgens bijlage J (art. 15.7 en bijlage B).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel Bosbouw, geldt voor alle werkgevers in bos en natuur, behalve de werkgevers die onder De Landschappen of Natuurmonumenten vallen. De CAO heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De lonen gaan omhoog met 3,2% per 1 september 2026 en met 3,8% per 1 juli 2027. Een voltijdweek is 37 uur, met 185 vakantie-uren per jaar voor werknemers van 18 t/m 54 jaar en 8% vakantietoeslag. Op deze pagina staan onder meer de vakantie-uren per leeftijd, overwerktoeslagen, reiskosten, bijzonder verlof, de ziekteregeling, de werkingssfeer en de loontabellen per functiegroep.
1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De CAO eindigt op grond van de wet zonder dat opzegging nodig is (Algemeen deel art. 1.4).
CAO-partijen
Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, Algemene Vereniging Inlands Hout en Vereniging Landschapsbeheerorganisaties, met FNV en CNV. Het secretariaat wordt gevoerd door de VBNE (Algemeen deel art. 1.2).
Loonsverhoging
3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). Een eenmalige uitkering staat niet in de CAO.
Vakantiedagen
Bij een 37-urige werkweek 185 uur voor 18 t/m 54 jaar, 222 uur voor 17 jaar, 199,8 uur voor 55-56 jaar, 207,2 uur voor 57-59 jaar en 214,6 uur vanaf 60 jaar (art. 6.3.1). Werkt de werkgever met roostervrije dagen, dan geldt een 40-urige week met 144 roostervrije uren (art. 3.4).
Vakantietoeslag
8% van het bruto jaarsalaris, over de periode 1 juni t/m 31 mei en uitbetaald met het salaris over mei (art. 6.1).
Overwerkvergoeding
Overwerk wordt één op één in vrije tijd gecompenseerd. Wordt het uitbetaald, dan is het loon 30% hoger op werkdagen, 50% op zaterdag en 100% op zon- en feestdagen (art. 3.8).
Reiskostenvergoeding
€ 0,23 per kilometer voor woon-werkverkeer met eigen vervoer, tot maximaal 40 kilometer enkele reis (art. 11.3.1).
Bijzonder verlof
Onder meer 2 dagen bij het eigen huwelijk, 2 dagen bij verhuizing (maximaal eens per vijf jaar) en bij overlijden van partner of kind tot en met de dag van de uitvaart (art. 6.5).
Thuiswerkvergoeding
€ 2,45 netto per dag dat je volledig thuiswerkt; niet te combineren met een woon-werkvergoeding op dezelfde dag (art. 11.4).
Doorbetaling bij ziekte
100% in de eerste 26 weken, 90% in de tweede 26 weken en 75% in het tweede ziektejaar (85% bij voldoende medewerking aan re-integratie) (art. 8.4).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering in de CAO.
Pensioenfonds
Stichting BPL Pensioen. Deelname is verplicht voor werknemers van 18 jaar en ouder (Algemeen deel art. 4; ondernemingsdeel art. 10).
Opzegtermijn
De wettelijke opzegtermijn (art. 7:672 BW), tenzij in de arbeidsovereenkomst is afgeweken. Met UWV-toestemming is de termijn voor de werkgever een maand korter (art. 2.5).
Werkingssfeer
Alle werkgevers in bos en natuur, behalve De Landschappen en Natuurmonumenten (Algemeen deel art. 1.3.2.1).
Salarisverhogingen
3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). De bedragen staan in bijlage II en hieronder.
Functiejarenverhoging: per 1 januari, tenzij je op 1 januari van het voorgaande jaar nog niet in dienst was. De verhoging is geen automatisme maar volgt bij voldoende functioneren; niet toekennen moet worden onderbouwd met een schriftelijk verslag en moet na uiterlijk één jaar alsnog gebeuren (art. 5.2).
Functiegroepen: de functies zijn ingedeeld in functiegroepen (I t/m VII). De werkgever moet je schriftelijk meedelen in welke groep je zit (art. 5.1).
Inschaling in een nieuwe functie: één niveau lager dan normaal, en bij voldoende functioneren na ten hoogste één jaar op het niveau van de functie (art. 4.5).
Waarneming: na minimaal twee maanden aaneengesloten waarneming van een hogere functie volgt een tijdelijke waarnemingstoeslag, gelijk aan het verschil tussen je huidige salaris en het aanvangssalaris van de waargenomen functie, met een minimum van twee periodieken (art. 5.1.4).
Bij definitieve plaatsing in een hogere functie krijg je het eerstkomende hogere bedrag in de hogere schaal, gevolgd door één periodieke verhoging (art. 5.1.6).
Vrijwillig naar een lager ingedeelde functie: het schaalsalaris daalt met de helft van het verschil tussen de 0-functiejaarsalarissen, of zoveel meer als nodig is voor het eerstkomende lagere bedrag. Gebeurt het buiten je invloed, dan behoud je minimaal je oude tijdloon (art. 5.1.8 en 5.1.9).
Geen WGA-premie voor de werknemer: van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 houdt de werkgever geen gedifferentieerde WGA-premie in op het loon (Algemeen deel art. 2.1.1).
Senioren: wie gebruikmaakt van de seniorenregeling krijgt 90% van het loon; ter bekostiging worden op jaarbasis 12 ATV-dagen (96 roostervrije uren) ingeleverd (art. 9.8).
Vakantiedagen
Vakantie-uren per jaar
Het aantal vakantie-uren hangt af van je leeftijd en werkweek, zie de tabel hieronder. Bij een 37-urige week zijn dat 185 uur voor 18 t/m 54 jaar (art. 6.3.1).
Minimaal 2 en maximaal 4 weken van de vakantie-uren moeten aaneengesloten worden genoten (art. 6.3.2).
De vakantiedagen worden in overleg tussen werkgever en werknemer vastgesteld. De werkgever mag 4 dagen aanwijzen op een door hem bepaald tijdstip, maar moet dat 3 maanden van tevoren meedelen (art. 6.3.3).
Eenmaal per 2 jaar heb je recht op 35 werkdagen aaneengesloten vakantie, mits je het verzoek minimaal 12 maanden van tevoren indient en voldoende vakantiedagen hebt opgebouwd (art. 6.3.4).
Verval: wettelijk verlof vervalt een half jaar na het kalenderjaar van opbouw, bovenwettelijk verlof verjaart na vijf jaar en ATV-uren vervallen aan het einde van het jaar van opbouw (art. 6.2.2).
Roostervrije dagen: werkt je bedrijf met een roostervrije dagenregeling, dan is de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld 40 uur. Je bouwt 3 roostervrije uren per week op: 144 uur per jaar, gelijk aan 18 dagen. Niet-opgenomen uren vervallen op 31 december; bij einde dienstverband worden de niet-opgenomen dagen uitbetaald (art. 3.4).
Valt 5 mei op een werkdag, dan is dat een extra roostervrije dag, tenzij het bedrijfsbelang zich ertegen verzet. Moet er toch worden gewerkt, dan volgt compensatie met een andere roostervrije dag (art. 3.4.5).
Tijdens volledige arbeidsongeschiktheid bouw je wettelijke en bovenwettelijke vakantierechten op, maar geen ATV. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bouw je vakantie volledig op en ATV naar rato van het herstel (art. 6.7).
Bij einde dienstverband worden te veel of te weinig genoten vakantierechten verrekend (art. 6.4).
Feestdagen: nieuwjaarsdag, Koningsdag, eerste en tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag (art. 3.6.4.3).
Werkweek
17 jaar
18-54 jaar
55-56 jaar
57-59 jaar
60 jaar en ouder
40 uur
240
200
216
224
232
39 uur
234
195
210,6
218,4
226,2
38 uur
228
190
205,2
212,8
220,4
37 uur
222
185
199,8
207,2
214,6
Omvang van een verlofdag
Opname van
40-urige week
39-urige week
38-urige week
37-urige week
1 uur
1,0 uur
1,0 uur
1,0 uur
1,0 uur
Halve dag
4,0 uur
3,9 uur
3,8 uur
3,7 uur
Hele dag
8,0 uur
7,8 uur
7,6 uur
7,4 uur
Overwerkvergoeding
Overwerk wordt één op één in vrije tijd gecompenseerd (art. 3.8.1).
Betaalde overuren: het loon is 30% hoger dan het uurloon op werkdagen, 50% hoger op zaterdag en 100% hoger op zondag en feestdagen, zie de tabel hieronder (art. 3.8.5).
Overwerk zijn de uren boven de gemiddelde werkweek van 37 uur (40 uur bij ATV-opbouw), berekend over een periode van 4 weken. Overschrijd je de afgesproken arbeidsduur met minder dan een half uur, dan is het geen overwerk (art. 3.7.1 en 3.7.3).
Parttimers die op verzoek meer werken dan hun contracturen, maar minder dan 37 (40) uur, hebben recht op compensatie in tijd voor tijd (art. 3.7.1).
Compensatie moet binnen hetzelfde kalenderjaar worden opgenomen, anders vervalt zij. Overwerk uit het laatste kwartaal mag tot en met 31 maart van het volgende jaar worden opgenomen. Overuren worden op hele kwartieren afgerond (art. 3.8.2 en 3.8.4).
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet worden verplicht tot overwerk. Overwerk op feestdagen wordt niet opgedragen, tenzij de aard van het werk dat meebrengt (art. 3.7.7 en 3.7.8).
Werk dat op initiatief van de werknemer wordt gedaan om rampen als (bos)brand of overstroming te voorkomen of te bestrijden, geldt ook als overwerk (art. 3.7.2).
Afwijkende werkweek: de werkgever kan tijdelijk een afwijkende werkweek vaststellen. Tot een totaal van 40 uur en maximaal vijf uur per week gedurende maximaal twaalf weken hoeft hij geen overwerkvergoeding te betalen over de opgebouwde plusuren. De werkweek is dan maximaal 45 uur bij een 40-urige week en 42 uur bij een 37-urige week. De regeling geldt alleen van maandag t/m vrijdag (art. 3.5).
Verschoven uren: sinds 1 maart 2019 worden geen toeslagen meer toegekend voor werken in het weekend of buiten het dagvenster op verzoek van de werknemer, of als dat in het afgesproken rooster staat. Bij roosterwijzigingen op verzoek van de werkgever worden de gebruikelijke toeslagen wel toegekend (art. 3.6.4.7).
Dag
Loon bij betaalde overuren
Werkdagen
Uurloon + 30%
Zaterdag
Uurloon + 50%
Zondag en feestdagen
Uurloon + 100%
Reiskostenvergoeding
Eigen vervoer: € 0,23 per kilometer, met een maximum van 40 kilometer enkele reis, onbelast, met ingang van 1 juli 2026 (art. 11.3.1).
Verhuis je vrijwillig naar een adres dat verder van je werk ligt, dan blijft de oorspronkelijke woon-werkafstand bepalend voor de vergoeding (art. 11.3.2).
Moet je in opdracht van de werkgever het openbaar vervoer gebruiken, of verzorgt de werkgever het vervoer, dan komen de reiskosten volledig voor rekening van de werkgever. Over de reistijd krijg je 100% van het feitelijke uurloon, waarbij de eerste 60 minuten per dag (heen- en terugreis samen) voor jouw rekening zijn (art. 11.3.3 en 11.3.4).
Wie een maand of langer aaneengesloten niet werkt, bijvoorbeeld door ziekte, kan in die periode geen aanspraak maken op vaste onkostenvergoedingen (art. 11.1.1).
Seniorenregeling: de vergoeding voor woon-werkverkeer wordt gebaseerd op het eventuele nieuwe reispatroon (art. 9.8.10).
De CAO bevat geen tarief voor dienstreizen met eigen auto.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met behoud van loon geldt als de gebeurtenis daadwerkelijk wordt bijgewoond en op een werkdag plaatsvindt (art. 6.5.2).
Gebeurtenis
Verlof
Ondertrouw van de werknemer
1 dag
Huwelijk van de werknemer
2 dagen
Overlijden van de partner
Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart
Overlijden van een kind
Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart
Overlijden van (schoon-, groot-)ouders, broers, zwagers en (schoon-)zussen
1 dag; bij het regelen van de uitvaart t/m de dag van de uitvaart
Huwelijk van een kind
1 dag
Huwelijk van een broer, zwager of (schoon-)zus
1 dag
25-, 40- en 50-jarig huwelijk van de werknemer
1 dag
25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van (schoon-)ouders
1 dag
25-, 40- en 50-jarig ambtsjubileum van de werknemer
1 dag
Bevalling van de partner
Eenmaal de arbeidsduur per week, op te nemen binnen vier weken
Noodzakelijk bezoek aan tandarts, specialist e.d.
De benodigde tijd, als dit niet buiten werktijd kan
Verhuizing van de werknemer
2 dagen; maximaal eens per vijf jaar
Sollicitatie nadat de werkgever het dienstverband heeft opgezegd
De benodigde tijd
Onder huwelijk valt ook een geregistreerd partnerschap (art. 6.5.2).
Rouwverlof: bij overlijden van je levenspartner, kind of (schoon)ouders maximaal tweemaal de gemiddelde arbeidsduur per week met behoud van salaris, aanvullend op het bijzonder verlof en te verspreiden over één jaar (art. 6.5.3).
Medische verzorging: de werkgever geeft vrij met behoud van loon voor de tijd die nodig is, voor zover dat niet buiten werktijd kan (art. 6.5.4).
Kortdurend zorgverlof: over maximaal 5 dagen 100% van het loon en over nog eens maximaal 5 dagen 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon. Voor parttimers naar rato (art. 6.8.2).
Overig zorg- en ouderschapsverlof volgt de Wet arbeid en zorg, het Burgerlijk Wetboek en het personeelsreglement (art. 6.8.1).
Vakbondsverlof: 5 dagen onbetaald verlof per kalenderjaar, of zoveel meer als redelijk is (art. 6.6.2).
Onwerkbaar weer: de eerste 2 dagen per winterseizoen (1 november t/m 31 maart) bij vorst, ijzel of sneeuwval, de eerste 19 dagen per kalenderjaar bij overvloedige regenval en de eerste 2 dagen per kalenderjaar bij storm, hitte, onweer of wateroverlast komen voor rekening van de werkgever, die het loon doorbetaalt. Voor de dagen daarboven kan de werkgever een WW-uitkering aanvragen; wordt die niet aangevraagd of afgewezen, dan betaalt de werkgever het loon toch door (art. 11.8).
Bedrijfskleding: de werkgever kan het dragen verplichten; de CAO noemt geen vaste kledingvergoeding (art. 11.2).
Doorbetaling bij ziekte
26 weken 100%, daarna 26 weken 90%, in het tweede jaar 75% van het loon (art. 8.4). Het wettelijke deel is steeds 70%; de werkgever vult aan.
Eerste 26 weken: 70% wettelijk plus 30% aanvulling. Tweede 26 weken: 70% plus 20%. Tweede ziektejaar (52 weken): 70% plus 5%, en bij voldoende medewerking aan de re-integratie 70% plus 15% (art. 8.4.1 t/m 8.4.3).
Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vindt uitbetaling naar rato plaats (art. 8.4).
De aanvullingen gelden alleen als je je houdt aan de verzuimregels in de onderneming en voldoende meewerkt aan de re-integratie (Wet verbetering poortwachter), te beoordelen door een onafhankelijke deskundige (art. 8.3).
Werknemers van wie het dienstverband tijdens ziekte eindigt, hebben geen recht op de aanvullingen. Wie binnen twee jaar in de IVA instroomt, houdt dat recht wel (art. 8.3.2 en 8.3.3).
Of je arbeidsongeschikt bent, wordt uitsluitend beantwoord door de bedrijfsarts van de ingeschakelde arbodienst. Bij verschil van mening kan elke partij een second opinion van een door het UWV benoemde deskundige aanvragen; de kosten zijn voor de aanvrager (art. 8.1.5 t/m 8.1.7).
Ziekmelden: uiterlijk de eerstvolgende werkdag vóór 09.00 uur (bijlage IV, art. 2.1).
Beëindiging tijdens ziekte volgt de wet. Na 2 jaar ziekte kan het dienstverband worden beëindigd als er geen passende re-integratiemogelijkheden zijn en het UWV vindt dat de werkgever voldoende heeft gedaan. Vindt het UWV de re-integratie onvoldoende, dan is ontslag wegens ziekte pas na 2,5 jaar mogelijk. De werkgever betaalt dan een transitievergoeding (art. 7.2 en 8.2).
Aanvulling WW/WGA via Stichting PAWW: de premie wordt via het salaris betaald door de werknemer (art. 7.1.2).
De CAO noemt geen WIA-hiaat- of WIA-excedentverzekering.
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering.
Wel geldt een vakantietoeslag van 8% van het bruto jaarsalaris, uitbetaald met het salaris over mei (bij uitbetaling per vier weken met de betaling over periode 5) (art. 6.1).
Thuiswerkvergoeding
€ 2,45 netto per dag voor wie op een werkdag volledig thuiswerkt (art. 11.4).
De werkgever bepaalt hoe je de vergoeding declareert.
De thuiswerkvergoeding kan op dezelfde dag niet worden gecombineerd met een woon-werkvergoeding (art. 11.4).
Pensioenfonds
Stichting BPL Pensioen: de werkgever heeft een pensioenverzekering afgesloten voor werknemers van 18 jaar en ouder. Deelname is verplicht (Algemeen deel art. 4.1 en 4.2; ondernemingsdeel art. 10.1).
De werkgever mag de bijdrage van de werknemer maandelijks inhouden op het salaris (Algemeen deel art. 4.3).
De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling; die staan in de statuten en reglementen van BPL Pensioen.
Seniorenregeling: de pensioenpremie wordt berekend over 90% van het salaris dat je vóór de seniorenregeling verdiende (art. 9.8.5).
Opzegtermijn
Opzegging
De opzegging gebeurt schriftelijk, rekening houdend met de opzegtermijn, tegen het einde van de kalendermaand. De opzegtermijn is gelijk aan de wettelijke regeling (art. 7:672 BW), tenzij in de arbeidsovereenkomst is afgeweken (art. 2.5).
Wil de werkgever het dienstverband laten eindigen, dan is een ontslagvergunning van het UWV of goedkeuring van de kantonrechter nodig. Verleent het UWV toestemming, dan wordt de opzegtermijn met één maand verkort (art. 2.5).
Het dienstverband eindigt van rechtswege bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of bij overlijden (art. 2.5).
Duur dienstverband
Wettelijke opzegtermijn werkgever
Korter dan 5 jaar
1 maand
5 tot 10 jaar
2 maanden
10 tot 15 jaar
3 maanden
15 jaar of langer
4 maanden
De werknemer heeft volgens de wet een opzegtermijn van één maand. Dit zijn de wettelijke termijnen van artikel 7:672 BW waar de CAO naar verwijst; de CAO noemt zelf geen afwijkende termijnen.
Proeftijd en bepaalde tijd
Proeftijd: alleen schriftelijk overeen te komen en niet bij een contract van zes maanden of korter. De duur volgt de wet (art. 7:652 BW) (art. 2.2).
Een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege. De werkgever moet het een maand van tevoren aanzeggen. Tussentijds opzeggen kan met een termijn van een maand (art. 2.6).
Seizoensarbeid: de tussenperiode tussen twee contracten mag worden verkort van 6 naar 3 maanden voor de functies in bijlage III (art. 2.1.8).
Een BBL-er krijgt direct een contract voor onbepaalde tijd aangeboden onder voorwaarden (dezelfde functie als laatst uitgevoerd, opleiding afgerond bij één werkgever, minimaal voldoende beoordeling) (art. 2.1.7).
Werkingssfeer
Het ondernemingsdeel Bosbouw geldt voor alle werkgevers en werknemers onder de Raam-CAO bos en natuur, behalve de werkgevers die onder De Landschappen of onder Natuurmonumenten vallen (Algemeen deel art. 1.3.2.1).
Valt eronder
Terreinbeheerbedrijven: ondernemingen waarin bos- en natuurbeheer in de ruimste zin van het woord wordt uitgeoefend.
Aannemingsbedrijven die tegen betaling werken voor terreinbeheerbedrijven en -organisaties in bossen, andere houtopstanden of natuurterreinen, of die voor eigen rekening houtoogstwerkzaamheden verrichten (Algemeen deel art. 1.2).
Ondernemingen of onderdelen daarvan die de activiteiten of arbeidsuren totaal of voor een belangrijk deel aan bos en natuur besteden. Dit deel mag minder zijn dan 50% en bos en natuur hoeft niet de hoofdactiviteit te zijn (art. 1.2).
Juridisch zelfstandige onderdelen van ondernemingen die dit werk doen, tenzij zij tot een concern behoren (art. 1.2).
Vakantiewerkers en werknemers met een (gesubsidieerde) arbeidsplaats vallen ook onder het begrip werknemer; voor hen kunnen afwijkende afspraken gelden (art. 1.2).
Valt er niet onder
De Provinciale Landschappen en de Landschapsbeheerorganisaties, inclusief LandschappenNL: daarvoor geldt het ondernemingsdeel De Landschappen (Algemeen deel art. 1.3.2.2).
De Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland: daarvoor geldt het ondernemingsdeel Natuurmonumenten (Algemeen deel art. 1.3.2.3).
Staatsbosbeheer en andere werkgevers, zolang voor die onderneming naast deze CAO nog een andere CAO of arbeidsvoorwaardenregeling geldt die is afgesloten met de via hun vakcentrale in de SER vertegenwoordigde vakorganisaties (Algemeen deel art. 1.3.3).
Stagiairs en vrijwilligers: zij zijn geen werknemer in de zin van de CAO (art. 1.2).
Meerdere activiteiten of twijfel
Een onderneming valt onder de CAO als de activiteiten of arbeidsuren totaal of voor een belangrijk deel aan bos en natuur worden besteed. Dit deel mag minder zijn dan 50% (Algemeen deel art. 1.2).
Bij onduidelijkheid over de toepassing of uitleg van de CAO leggen werkgever en werknemer het schriftelijk voor aan het CAO-overleg, dat een bindend advies of een minnelijke schikking kan geven. Daarna kan een Geschillencommissie worden ingesteld (Algemeen deel art. 1.6).
Salaristabel CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel Bosbouw
De loontabel kent zes functiegroepen, II t/m VII, met functiejaren (FJ) 0 t/m 6 of 7. Functiegroep I (ongeoefend bosarbeider) staat niet in de loontabel; die werknemer moet na één jaar worden bevorderd naar groep II. Alle bedragen zijn bruto maandlonen. De CAO geeft alleen maandbedragen, dus er zijn geen bedragen per 4 weken of per uur opgenomen. De loonschaal voor BBL'ers, vakantiewerkers en de Participatiewet is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wijzigt als dit wijzigt; zie het huidige wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 september 2026
Bruto maandloon per 1 september 2026 (+ 3,2%)
Functiejaar
Groep II
Groep III
Groep IV
Groep V
Groep VI
Groep VII
0
2.583,56
3.019,29
3.156,06
3.283,91
3.546,57
3.901,27
1
2.901,45
3.072,11
3.212,43
3.358,01
3.626,61
3.989,24
2
2.946,28
3.124,78
3.268,49
3.432,07
3.706,73
4.077,32
3
2.991,21
3.181,22
3.333,15
3.498,35
3.778,36
4.156,03
4
3.039,05
3.241,45
3.400,43
3.571,65
3.857,39
4.243,19
5
3.091,98
3.304,98
3.469,28
3.637,72
3.928,70
4.321,61
6
3.147,88
3.364,22
3.527,82
3.705,16
4.001,65
4.401,83
7
3.207,12
De kolommen zijn de functiegroepen II t/m VII; de rijen zijn de functiejaren (FJ).
Per maand vanaf 1 juli 2027
Bruto maandloon per 1 juli 2027 (+ 3,8%)
Functiejaar
Groep II
Groep III
Groep IV
Groep V
Groep VI
Groep VII
0
2.681,74
3.134,02
3.275,99
3.408,70
3.681,34
4.049,52
1
3.011,71
3.188,85
3.334,50
3.485,61
3.764,42
4.140,83
2
3.058,24
3.243,52
3.392,69
3.562,49
3.847,59
4.232,26
3
3.104,88
3.302,11
3.459,81
3.631,29
3.921,94
4.313,96
4
3.154,53
3.364,63
3.529,65
3.707,37
4.003,97
4.404,43
5
3.209,48
3.430,57
3.601,11
3.775,95
4.077,99
4.485,83
6
3.267,50
3.492,06
3.661,88
3.845,96
4.153,71
4.569,10
7
3.328,99
Inschaling in nieuwe functie
Wie in een nieuwe functie wordt geplaatst, wordt in de salarisstructuur één niveau lager ingeschaald dan normaal voor die functie. Bij voldoende functioneren word je na ten hoogste één jaar ingedeeld op het salarisniveau dat bij de functie hoort. Tekortkomingen die dat in de weg staan, worden vóór het verstrijken van dat jaar schriftelijk en gemotiveerd aan je meegedeeld (art. 4.5).
Gebruik voor de bedragen de tabel van de functiegroep die één niveau lager is.
Leerlingen BBL en vakantiewerkers
De loonschaal voor BBL-leerlingen is het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 20%, waarbij het salaris niet hoger wordt dan dat van functiegroep II, functiejaar 0. Reeds vóór 1 maart 2019 bestaande afspraken blijven gehandhaafd (art. 4.3). Het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Een vakantiewerker ontvangt de eerste 3 maanden het minimumloon en daarna 120% van het minimumloon (art. 4.6).
Met een BBL-student worden een leer- en een arbeidsovereenkomst gesloten, aan elkaar gekoppeld in de tijd (art. 2.1.4 en 2.1.5).
Participatiewet
Werknemers in loondienst die onder de Participatiewet vallen, hebben recht op een salaris van 120% van het wettelijk minimumloon (art. 4.3 en Algemeen deel art. 7.1). Het actuele bedrag vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel De Landschappen, geldt voor de Provinciale Landschappen en de Landschapsbeheerorganisaties, inclusief LandschappenNL. De CAO heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De salarissen gaan omhoog met 3,2% per 1 september 2026 en met 3,8% per 1 juli 2027. Een voltijdweek is 37 uur, met 199,8 vakantie-uren per jaar en 8% vakantietoeslag. Op deze pagina staan onder meer de ziekteregeling, overwerk, reiskosten, bijzonder verlof, het pensioen, de werkingssfeer en de salaristabellen per schaal.
1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De CAO eindigt op grond van de wet zonder dat opzegging nodig is (Algemeen deel art. 1.4).
CAO-partijen
Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, Algemene Vereniging Inlands Hout en Vereniging Landschapsbeheerorganisaties, met FNV en CNV. Het secretariaat wordt gevoerd door de VBNE (Algemeen deel art. 1.2).
Loonsverhoging
3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). Een eenmalige uitkering staat niet in de CAO.
Vakantiedagen
199,8 uur per jaar bij een 37-urige werkweek: 148 uur wettelijk en 51,8 uur bovenwettelijk. Wie 40 uur per week werkt, krijgt 156 ADV-uren extra (art. 6.2 en 3.4).
Vakantietoeslag
8% van het bruto jaarsalaris, over de periode 1 juni t/m 31 mei en uitbetaald met het salaris over mei (art. 5.5).
Overwerkvergoeding
Overwerk is meer dan gemiddeld 37 uur per week (40 uur bij ADV), berekend over 4 weken. Het wordt één op één in vrije tijd gecompenseerd (art. 3.6 en 3.7).
Reiskostenvergoeding
Openbaar vervoer 2e klasse, of eigen vervoer: € 0,23 per kilometer, maximaal € 18,40 per dag (80 km). Dienstreizen met eigen auto: € 0,28 per kilometer (art. 10.4 en 10.5).
Bijzonder verlof
Onder meer 2 dagen bij het eigen huwelijk, 2 dagen bij verhuizing (maximaal eens per vijf jaar) en bij overlijden van partner of kind tot en met de dag van de uitvaart (art. 6.4).
Thuiswerkvergoeding
€ 2,45 netto per dag dat je volledig thuiswerkt; niet te combineren met een woon-werkvergoeding op dezelfde dag (art. 10.6).
Doorbetaling bij ziekte
100% in de eerste 26 weken, 90% in de tweede 26 weken en 75% in het tweede ziektejaar (85% bij voldoende medewerking aan re-integratie) (art. 7.2.2).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering in de CAO.
Pensioenfonds
Stichting BPL Pensioen. Deelname is verplicht voor werknemers van 18 jaar en ouder (Algemeen deel art. 4).
Opzegtermijn
De wettelijke opzegtermijn (art. 7:672 BW). Met UWV-toestemming is de termijn voor de werkgever een maand korter (art. 2.5.1).
Werkingssfeer
Provinciale Landschappen en Landschapsbeheerorganisaties, inclusief LandschappenNL (Algemeen deel art. 1.3.2.2).
Salarisverhogingen
3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). De bedragen staan in bijlage 1 en hieronder.
Periodieke verhoging: elk jaar per 1 januari een periodiek, als je minimaal een half jaar in dienst bent. Bij onvoldoende functioneren kan de periodiek uitblijven; de werkgever meldt dat vóór 1 januari. Een schaal heeft maximaal 11 periodieken (0 t/m 10) (art. 5.2.1 en 5.3.6).
Aanvangssalaris: periodiek 0 van de functieschaal. Met relevante ervaring bij een andere werkgever kan de werkgever een hogere periodiek toekennen (art. 5.2.5).
Aanloopschaal: wie nog niet beschikt over alle benodigde kennis en vaardigheden, kan één schaal lager worden ingedeeld, voor ten hoogste één jaar (schalen 1 t/m 6) of twee jaar (schalen 7 t/m 12) (art. 5.2.5.3).
Bevordering: het nieuwe salaris is het naast hogere bedrag in de nieuwe schaal. Bedraagt het verschil minder dan € 10, dan volgt een extra periodiek (art. 5.3.4).
Waarneming in een hogere functie: na minimaal twee maanden volledige waarneming een waarnemingstoeslag ter hoogte van het verschil tussen de 0-periodieken (art. 5.3.8).
Dienstjubileum: bij 25 en 40 jaar dienst één bruto maandsalaris, netto uitgekeerd voor zover fiscaal toegestaan (art. 5.4).
Geen WGA-premie voor de werknemer: van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 houdt de werkgever geen gedifferentieerde WGA-premie in op het loon; de werkgever neemt het werknemersaandeel voor zijn rekening (Algemeen deel art. 2.1.1).
Senioren: wie gebruikmaakt van de seniorenregeling krijgt 90% van het salaris (art. 8.4.3).
Vakantiedagen
199,8 vakantie-uren per jaar bij een 37-urige werkweek: 148 uur wettelijk (4 × 37) en 51,8 uur bovenwettelijk. Het vakantiejaar is het kalenderjaar (art. 6.1 en 6.2).
Bovenwettelijke vakantiedagen op basis van leeftijd worden sinds 1 januari 2013 niet meer opgebouwd. Werknemers in de schalen 7 t/m 12 behouden de leeftijdsrechten die zij op 31 december 2012 hadden (art. 6.2.3).
ADV: wie 40 uur per week werkt in plaats van 37, krijgt 156 ADV-uren per kalenderjaar. Het salaris blijft gebaseerd op 37 uur. De werkgever kan, in overleg met de OR of PVT, maximaal 10 ADV-dagen per jaar verplicht inroosteren (art. 3.4 en 6.2.4).
ADV-uren kunnen worden gespaard tot maximaal 13 × de wekelijkse arbeidsduur, bijvoorbeeld voor een sabbatical of eerder stoppen voor het pensioen. Niet-opgenomen ADV-uren vervallen aan het einde van het jaar (art. 3.4).
Verval: wettelijk verlof vervalt een half jaar na het kalenderjaar van opbouw, bovenwettelijk verlof verjaart na vijf jaar. Verlofuren uit ADV vervallen aan het einde van het jaar (art. 6.1.1.7).
Opnemen: minimaal 2 en maximaal 4 weken aaneengesloten tussen 1 mei en 1 oktober. Wettelijke vakantie neem je als eerste op (art. 6.3.2 en 6.3.6).
Uitbetalen: wettelijk verlof mag niet worden uitbetaald. Als bovenwettelijk verlof door bedrijfsomstandigheden niet kan worden opgenomen, mogen maximaal 96 ADV-uren worden uitbetaald (art. 6.3.7).
Tijdens ziekte bouw je wettelijke en bovenwettelijke vakantierechten op; tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof loopt de opbouw door, maar ADV wordt niet opgebouwd (art. 6.6).
Bij einde dienstverband wordt het saldo aan verlofuren verrekend, positief of negatief (art. 6.1.3).
Feestdagen: nieuwjaarsdag, Koningsdag, 5 mei, eerste en tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag (art. 3.5.4.3).
Overwerkvergoeding
Overwerk wordt één op één in vrije tijd gecompenseerd, niet in geld (art. 3.7.1).
Overwerk zijn de uren boven de gemiddelde werkweek van 37 uur (40 uur bij ADV-opbouw), berekend over een periode van 4 weken. Overschrijd je de afgesproken arbeidsduur met minder dan een half uur, dan is het geen overwerk (art. 3.6.1 en 3.6.3).
Parttimers die op verzoek meer werken dan hun contracturen, maar minder dan 37 (40) uur, hebben recht op tijd voor tijd (art. 3.6.1).
De compensatie moet binnen hetzelfde kalenderjaar worden opgenomen, anders vervalt zij. Overwerk uit het laatste kwartaal mag tot en met 31 maart van het volgende jaar worden opgenomen. Overuren worden op hele kwartieren afgerond (art. 3.7.2 en 3.7.4).
Overuren moeten binnen vier weken worden opgenomen. Zegt de werkgever dat dat niet kan, dan krijg je extra compensatie in tijd volgens de tabel hieronder (art. 3.7.5).
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet worden verplicht tot overwerk. Overwerk op feestdagen wordt niet opgedragen, tenzij de aard van het werk dat meebrengt (art. 3.6.7 en 3.6.8).
Werk dat op initiatief van de werknemer wordt gedaan om rampen als (bos)brand of overstroming te voorkomen of te bestrijden, geldt ook als overwerk (art. 3.6.2).
Onregelmatigheidstoeslag: wie in een roosterdienst op afwijkende tijden werkt, krijgt een toeslag op het bruto uurloon van 25% of 50%, zie de tabel hieronder (art. 10.10).
Bereikbaarheidsdienst: een vaste vergoeding per dienst, zie de tabel hieronder. Gewerkte uren tijdens een oproep worden één op één in tijd vergoed (art. 10.9).
Compensatie en toeslag naar tijdvak
Tijdvak
Extra compensatie in tijd (art. 3.7.5)
Toeslag roosterdienst (art. 10.10)
Werkdagen 19.00 - 07.00 uur
25%
25%
Zaterdag 00.00 - 19.00 uur
25%
25%
Zaterdag 19.00 - 24.00 uur
50%
50%
Zon- en feestdagen 00.00 - 24.00 uur
50%
50%
Bereikbaarheidsvergoeding
Bereikbaarheidsvergoeding per dienst
Per 1 september 2026
Per 1 juli 2027
Werkdagen 19.00 - 07.00 uur
€ 13,77
€ 14,30
Zaterdag 00.00 - 24.00 uur
€ 20,65
€ 21,43
Zon- en feestdagen 00.00 - 24.00 uur
€ 27,54
€ 28,58
Reiskostenvergoeding
Eigen vervoer: € 0,23 per kilometer per gewerkte dag, maximaal € 18,40 per dag (80 kilometer per dag) (art. 10.4.3).
Openbaar vervoer: reizen op basis van 2e klasse worden vergoed. Vergoed wordt de goedkoopste vorm van vervoer; kies je een duurdere vorm, dan zijn de meerkosten voor jou. Jaar- en maandkaarten worden als voorschot vergoed tegen een bewijsstuk van de vervoerder (art. 10.4.2).
Kortingskaart: wie zakelijk gebruikmaakt van een kortingskaart mag het volledige treintarief declareren tot het voordeel gelijk is aan de aanschafkosten; daarna geldt het kortingstarief (art. 10.4.2).
Per werknemer wordt slechts één regeling toegepast: openbaar vervoer of eigen vervoer. Verhuis je vrijwillig verder van je werk, dan heb je geen recht op een hogere vergoeding (art. 10.4.1).
Dienstreizen met eigen auto: € 0,28 per kilometer, waarvan € 0,23 onbelast en € 0,05 belast. Alle bijkomende kosten zijn daarin begrepen (art. 10.5.3).
Combineer je woon-werkverkeer met een dienstreis, dan wordt de woon-werkafstand eerst vergoed tegen het woon-werktarief; de extra kilometers gelden als dienstreis (art. 10.5.4).
Wie een maand of langer aaneengesloten niet werkt, bijvoorbeeld door ziekte, kan in die periode geen aanspraak maken op vaste onkostenvergoedingen (art. 10.1.1).
Telefoon: zakelijke telefoonkosten met je privételefoon worden vergoed tegen een gespecificeerde nota; een zakelijke telefoon is voor rekening van de werkgever (art. 10.8).
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met behoud van salaris geldt als de gebeurtenis daadwerkelijk wordt bijgewoond en op een werkdag plaatsvindt (art. 6.4.2).
Gebeurtenis
Verlof
Ondertrouw van de werknemer
1 dag
Huwelijk van de werknemer
2 dagen
Overlijden van de partner
Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart
Overlijden van een kind
Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart
Overlijden van (schoon-, groot-)ouders, broers, zwagers en (schoon-)zussen
1 dag; bij het regelen van de uitvaart t/m de dag van de uitvaart
Huwelijk van een kind
1 dag
Huwelijk van een broer, zwager of (schoon-)zus
1 dag
25-, 40- en 50-jarig huwelijk van de werknemer
1 dag
25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van (schoon-)ouders
1 dag
25-, 40- en 50-jarig ambtsjubileum van de werknemer
1 dag
Bevalling van de partner
Eenmaal de arbeidsduur per week, op te nemen binnen vier weken
Noodzakelijk bezoek aan tandarts, specialist e.d.
De benodigde tijd, als dit niet buiten werktijd kan
Verhuizing van de werknemer
2 dagen; maximaal eens per vijf jaar
Sollicitatie nadat de werkgever het dienstverband heeft opgezegd
De benodigde tijd
Onder huwelijk valt een kerkelijk of burgerlijk huwelijk of een geregistreerd partnerschap (art. 6.4.2).
Rouwverlof: bij overlijden van je levenspartner, kind of (schoon)ouders maximaal tweemaal de gemiddelde arbeidsduur per week met behoud van salaris, aanvullend op het bijzonder verlof en te verspreiden over één jaar (art. 6.4.3).
Medische verzorging: de werkgever geeft vrij met behoud van salaris voor de tijd die nodig is, voor zover dat niet buiten werktijd kan (art. 6.4.4).
Kortdurend zorgverlof: over maximaal 5 dagen 100% van het salaris en over nog eens maximaal 5 dagen 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon. Voor parttimers naar rato (art. 6.7.2).
Overig zorg- en ouderschapsverlof volgt de Wet arbeid en zorg, het Burgerlijk Wetboek en het personeelsreglement (art. 6.7.1).
Vakbondsverlof: 5 dagen onbetaald verlof per kalenderjaar, of zoveel meer als redelijk is (art. 6.5.2).
Examen: verlof met behoud van salaris voor een examen tijdens werktijd, maximaal twee dagen per kalenderjaar, plus eventueel maximaal twee dagen ter voorbereiding (art. 8.1.5.2).
Overlijden van de werknemer: de werkgever betaalt het salaris door aan de erfgenamen vanaf de dag van overlijden tot en met twee kalendermaanden na de maand van overlijden (art. 10.15).
Onwerkbaar weer: de eerste 2 dagen per winterseizoen (1 november t/m 31 maart) bij vorst, ijzel of sneeuwval en de eerste 19 dagen per kalenderjaar bij overvloedige regenval komen voor rekening van de werkgever, die het loon doorbetaalt. Voor de dagen daarboven kan de werkgever een WW-uitkering aanvragen; wordt die niet aangevraagd of afgewezen, dan betaalt de werkgever het loon toch door (art. 10.16).
EHBO/BHV: een netto toeslag van € 6,50 per maand per 1 september 2026 en € 6,75 per 1 juli 2027, als je op verzoek van de werkgever een geldig diploma hebt (art. 10.2).
Bedrijfskleding: bij verplichte werkkleding krijg je € 12 netto per maand voor reiniging en onderhoud (art. 10.3.4).
Doorbetaling bij ziekte
26 weken 100%, daarna 26 weken 90%, in het tweede jaar 75% van het salaris (art. 7.2.2). Het wettelijke deel is steeds 70%; de werkgever vult aan.
Eerste 26 weken: 70% wettelijk plus 30% aanvulling. Tweede 26 weken: 70% plus 20%. Tweede ziektejaar: 70% plus 5%, en bij voldoende medewerking aan de re-integratie 70% plus 15% (art. 7.2.2).
Minder dan 35% arbeidsongeschikt na de twee jaar en het dienstverband wordt voortgezet: 90% doorbetaling, maximaal 5 jaar (art. 7.2.2).
Perioden van ziekte die elkaar met een onderbreking van minder dan 4 weken opvolgen, worden samengeteld (art. 7.2.3).
Niet naleven van controlevoorschriften: de werkgever mag over die periode slechts 70% doorbetalen (met een maximum van 70% van het maximum dagloon) (art. 7.2.4).
Externe herplaatsing met een lager salaris: de oorspronkelijke werkgever vult het salaris het eerste jaar aan tot 100% (art. 7.2.9).
Doorbetaling en aanvullingen zijn gerelateerd aan het maximum SV-loon (art. 7.2.10).
Werknemers van wie het dienstverband tijdens ziekte eindigt, hebben geen recht op de aanvullingen. Wie binnen twee jaar in de IVA instroomt, houdt dat recht wel (art. 7.2.11).
Ziekmelden: uiterlijk de eerstvolgende werkdag vóór 09.00 uur (art. 10.11.2).
Beëindiging tijdens ziekte volgt de wet. Na 2 jaar ziekte kan het dienstverband worden beëindigd als er geen passende re-integratiemogelijkheden zijn en het UWV vindt dat de werkgever voldoende heeft gedaan; de werkgever betaalt dan een transitievergoeding (art. 7.3).
WIA-hiaatverzekering: verplicht voor werknemers, premie voor rekening van de werknemer. Het niveau sluit aan bij de loongerelateerde WGA-uitkering (art. 9.2).
WIA-excedentverzekering voor salarissen boven het maximum WIA-dagloon: aanvulling tot maximaal 70% van het laatstverdiende jaarloon, premie voor rekening van de werkgever (art. 9.3).
Aanvulling WW/WGA via Stichting PAWW: de premie wordt via het salaris betaald door de werknemer (art. 9.4).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering.
Wel geldt een vakantietoeslag van 8% van het bruto jaarsalaris, uitbetaald met het salaris over mei (art. 5.5).
Bij een dienstverband van 25 en 40 jaar krijg je een gratificatie van één bruto maandsalaris, netto uitgekeerd voor zover fiscaal toegestaan (art. 5.4).
Thuiswerkvergoeding
€ 2,45 netto per dag voor wie op een werkdag volledig thuiswerkt (art. 10.6).
De werkgever bepaalt hoe je de vergoeding declareert.
De thuiswerkvergoeding kan op dezelfde dag niet worden gecombineerd met een woon-werkvergoeding (art. 10.6).
Pensioenfonds
Stichting BPL Pensioen: de werkgever heeft een pensioenverzekering afgesloten voor werknemers van 18 jaar en ouder. Deelname is verplicht (Algemeen deel art. 4.1 en 4.2 en art. 9.1).
De werkgever mag de bijdrage van de werknemer maandelijks inhouden op het salaris (Algemeen deel art. 4.3).
De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling; die staan in de statuten en reglementen van BPL Pensioen.
Seniorenregeling: pensioenopbouw wordt gebaseerd op 90% van het salaris (art. 8.4.3).
WIA-hiaat, WIA-excedent en ongevallenverzekering: zie het tabblad Doorbetaling bij ziekte en art. 9.5. De premie voor de ongevallenverzekering komt voor rekening van de werkgever.
Opzegtermijn
Opzegging
De opzegging gebeurt schriftelijk en de termijn gaat in vanaf de 1e van de volgende maand. De opzegtermijn is gelijk aan de wettelijke regeling (art. 7:672 BW) (art. 2.5.1).
Wil de werkgever het dienstverband laten eindigen, dan is een ontslagvergunning van het UWV of goedkeuring van de kantonrechter nodig. Verleent het UWV toestemming, dan wordt de opzegtermijn met één maand verkort (art. 2.5.1).
Het dienstverband eindigt van rechtswege bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of bij overlijden (art. 2.5.1 en 2.5.5).
Bij beëindiging op verzoek van de werkgever betaalt de werkgever een transitievergoeding volgens de wet (art. 2.5.3).
Duur dienstverband
Wettelijke opzegtermijn werkgever
Korter dan 5 jaar
1 maand
5 tot 10 jaar
2 maanden
10 tot 15 jaar
3 maanden
15 jaar of langer
4 maanden
De werknemer heeft volgens de wet een opzegtermijn van één maand. Dit zijn de wettelijke termijnen van artikel 7:672 BW waar de CAO naar verwijst; de CAO noemt zelf geen afwijkende termijnen.
Proeftijd en bepaalde tijd
Proeftijd: alleen schriftelijk overeen te komen en niet bij een contract van zes maanden of korter. De duur volgt de wet (art. 7:652 BW) (art. 2.2).
Een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege. De werkgever moet het een maand van tevoren aanzeggen. Tussentijds opzeggen kan met een termijn van een maand (art. 2.6.2 en 2.6.3).
Seizoensarbeid: de tussenperiode tussen twee contracten mag worden verkort van 6 naar 3 maanden, voor een beperkt aantal genoemde functies (art. 2.1.8).
Wie een BBL-leerovereenkomst heeft, krijgt direct een contract voor onbepaalde tijd aangeboden onder voorwaarden (opleiding afgerond bij één werkgever, dezelfde functie, minimaal voldoende beoordeling) (art. 2.1.7).
Werkingssfeer
Het ondernemingsdeel De Landschappen geldt voor de Provinciale Landschappen en de Landschapsbeheerorganisaties, inclusief LandschappenNL (Algemeen deel art. 1.3.2.2). Het Algemeen deel geldt voor alle werkgevers onder de Raam-CAO bos en natuur.
Valt eronder
Terreinbeherende organisaties: provinciaal gewortelde organisaties en hun samenwerkingsverband die natuur, landschap en cultuurhistorie behouden, beheren en ontwikkelen, inclusief belangenbehartiging, publieksactiviteiten, communicatie, educatie en het begeleiden van vrijwilligers (art. 1.1).
Landschapsbeheerorganisaties: provinciale organisaties en hun samenwerkingsverband die advies geven over en uitvoering verzorgen van landschapsonderhoud en -ontwikkeling (art. 1.1).
Werknemers van deze organisaties, inclusief vakantiewerkers en werknemers met een (gesubsidieerde) arbeidsplaats. Voor hen kunnen afwijkende afspraken gelden (Algemeen deel art. 1.2).
Valt er niet onder
Vereniging Natuurmonumenten: daarvoor geldt het eigen ondernemingsdeel (Algemeen deel art. 1.3.2.3).
Overige bos- en natuurwerkgevers die niet bij De Landschappen of Natuurmonumenten horen: voor hen geldt het ondernemingsdeel Bosbouw (Algemeen deel art. 1.3.2.1).
Staatsbosbeheer en andere werkgevers, zolang daar naast deze CAO nog een andere CAO of arbeidsvoorwaardenregeling geldt die is afgesloten met de via hun vakcentrale in de SER vertegenwoordigde vakorganisaties (Algemeen deel art. 1.3.3).
Stagiairs en vrijwilligers: zij zijn geen werknemer in de zin van de CAO (Algemeen deel art. 1.2).
Meerdere activiteiten of twijfel
Bij onduidelijkheid over de toepassing of uitleg van de CAO leggen werkgever en werknemer het schriftelijk voor aan het CAO-overleg, dat een bindend advies of een minnelijke schikking kan geven. Daarna kan een Geschillencommissie worden ingesteld (Algemeen deel art. 1.6).
Een werkgever kan bij de CAO-partijen ontheffing aanvragen voor de hele CAO of voor onderdelen, bij een minimaal gelijkwaardige regeling (art. 1.4).
Salaristabel CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel De Landschappen
De salaristabel kent 11 schalen, aangeduid met 2 t/m 12. Elke schaal heeft maximaal 11 periodieken (0 t/m 10). Alle bedragen zijn bruto maandsalarissen bij een gemiddelde arbeidsduur van 37 uur per week; bij een kortere werkweek geldt het naar-rato-beginsel (art. 5.2.1). De CAO geeft alleen maandbedragen, dus er zijn geen bedragen per 4 weken of per uur opgenomen. De loonschaal voor BBL'ers en voor de Participatiewet is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wijzigt als dit wijzigt; zie het huidige wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 september 2026
Bruto maandsalaris per 1 september 2026 (+ 3,2%)
Periodiek
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Schaal 8
Schaal 9
Schaal 10
Schaal 11
Schaal 12
0
2.874,66
2.997,86
3.137,49
3.311,61
3.606,54
4.177,71
4.655,71
5.208,57
5.732,34
6.518,54
7.458,45
1
2.930,51
3.078,35
3.244,26
3.444,67
3.737,09
4.331,11
4.823,83
5.399,33
5.951,71
6.737,90
7.693,83
2
2.986,36
3.158,84
3.351,03
3.576,08
3.867,64
4.484,51
4.990,34
5.590,08
6.171,07
6.957,27
7.927,61
3
3.043,86
3.239,33
3.457,81
3.709,13
3.998,20
4.637,91
5.158,46
5.779,22
6.390,44
7.176,64
8.162,98
4
3.099,71
3.318,18
3.562,94
3.840,55
4.128,75
4.791,31
5.324,97
5.969,97
6.609,81
7.396,00
8.398,36
5
3.155,56
3.398,67
3.669,71
3.973,60
4.259,30
4.944,71
5.493,09
6.160,73
6.829,17
7.615,37
8.633,74
6
3.211,41
3.479,16
3.776,48
4.105,02
4.389,86
5.098,11
5.659,59
6.351,48
7.048,54
7.834,74
8.869,12
7
4.520,41
5.251,51
5.827,72
6.542,24
7.267,91
8.054,10
9.102,90
8
4.650,96
5.404,91
5.994,22
6.731,38
7.487,27
8.273,47
9.338,27
9
5.558,31
6.162,35
6.922,13
7.706,64
8.492,83
9.573,65
10
5.711,71
6.328,85
7.112,89
7.926,00
8.712,20
9.809,03
De kolommen zijn de salarisschalen 2 t/m 12; de rijen zijn de periodieken 0 t/m 10.
Per maand vanaf 1 juli 2027
Bruto maandsalaris per 1 juli 2027 (+ 3,8%)
Periodiek
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Schaal 8
Schaal 9
Schaal 10
Schaal 11
Schaal 12
0
2.983,90
3.111,78
3.256,71
3.437,45
3.743,58
4.336,46
4.832,62
5.406,50
5.950,17
6.766,24
7.741,87
1
3.041,87
3.195,33
3.367,54
3.575,56
3.879,10
4.495,69
5.007,14
5.604,50
6.177,87
6.993,94
7.986,19
2
3.099,84
3.278,88
3.478,37
3.711,97
4.014,61
4.654,92
5.179,97
5.802,50
6.405,58
7.221,65
8.228,85
3
3.159,52
3.362,43
3.589,20
3.850,08
4.150,13
4.814,15
5.354,48
5.998,83
6.633,28
7.449,35
8.473,18
4
3.217,49
3.444,27
3.698,33
3.986,49
4.285,64
4.973,38
5.527,31
6.196,83
6.860,98
7.677,05
8.717,50
5
3.275,47
3.527,82
3.809,16
4.124,60
4.421,16
5.132,61
5.701,83
6.394,84
7.088,68
7.904,75
8.961,82
6
3.333,44
3.611,37
3.919,99
4.261,01
4.556,67
5.291,84
5.874,66
6.592,84
7.316,38
8.132,46
9.206,15
7
4.692,19
5.451,07
6.049,17
6.790,84
7.544,09
8.360,16
9.448,81
8
4.827,70
5.610,30
6.222,00
6.987,17
7.771,79
8.587,86
9.693,13
9
5.769,52
6.396,51
7.185,17
7.999,49
8.815,56
9.937,45
10
5.928,75
6.569,35
7.383,18
8.227,19
9.043,26
10.181,77
Aanloopschaal
De aanloopschaal is één salarisschaal lager dan de functieschaal. De indeling duurt in principe ten hoogste één jaar voor de functiegroepen 1 t/m 6 en ten hoogste twee jaar voor de groepen 7 t/m 12 (art. 5.2.5.3).
Bij een beoordeling 'voldoende' blijf je in de aanloopschaal; bij 'goed' word je bevorderd naar de reguliere schaal, per 1 januari of 1 juli (art. 5.3.1). Gebruik voor de bedragen de tabel van de schaal die één lager is.
Leerlingen BBL
De loonschaal voor BBL-leerlingen is het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 20%. Reeds vóór 1 maart 2019 bestaande afspraken blijven gehandhaafd (art. 5.2.6). Het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Met een BBL-student worden een leerovereenkomst én een arbeidsovereenkomst gesloten, aan elkaar gekoppeld in de tijd (art. 2.1.4 en 2.1.5).
Participatiewet
Medewerkers die via de Participatiewet aan het werk zijn, krijgen het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 20% (art. 5.2.6 en Algemeen deel art. 7.1). Het actuele bedrag vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Een werknemer die onder de Participatiewet valt, kan in vier jaar tijd maximaal zes arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd krijgen voordat een contract voor onbepaalde tijd ontstaat (art. 2.6.6).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel Natuurmonumenten, geldt voor de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland. De CAO heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De salarissen gaan omhoog met 3,2% per 1 september 2026 en met 3,8% per 1 juli 2027. Een voltijdweek is 37 uur, met 199,8 vakantie-uren per jaar en een vakantietoeslag van 8,25%. Op deze pagina staan onder meer de ziekteregeling, overwerk, reiskosten, bijzonder verlof, het pensioen, de werkingssfeer en de salaristabellen per schaal.
1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De CAO eindigt op grond van de wet zonder dat opzegging nodig is (Algemeen deel art. 1.4).
CAO-partijen
Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, Algemene Vereniging Inlands Hout en Vereniging Landschapsbeheerorganisaties, met FNV en CNV. Het secretariaat wordt gevoerd door de VBNE (Algemeen deel art. 1.2).
Loonsverhoging
3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). Een eenmalige uitkering staat niet in de CAO.
Vakantiedagen
199,8 uur per jaar bij een 37-urige werkweek: 148 uur wettelijk en 51,8 uur bovenwettelijk. Wie 40 uur per week werkt (VAD), krijgt 156 uur extra (art. 8.1 en 7.3).
Vakantietoeslag
8,25% van het bruto jaarsalaris, over de periode 1 juni t/m 31 mei en uitbetaald met het salaris over mei (art. 1.10.2).
Overwerkvergoeding
Compensatie in vrije tijd, uur voor uur. Op ongebruikelijke uren komt daar een toeslag in tijd van 25% of 50% bovenop (art. 4.2 en 4.3).
Reiskostenvergoeding
€ 0,23 per kilometer voor woon-werkverkeer, tot maximaal 40 kilometer enkele reis (art. 1.11).
Bijzonder verlof
Onder meer 2 dagen bij het eigen huwelijk, 2 dagen bij verhuizing (maximaal eens per vijf jaar) en bij overlijden van partner of kind tot en met de dag van de uitvaart (art. 11.1).
Thuiswerkvergoeding
€ 2,45 netto per thuisgewerkte dag (art. 1.12).
Doorbetaling bij ziekte
100% in de eerste 52 weken, 70% in de tweede 52 weken, plus 15% extra bij naar behoren uitvoeren van het re-integratieplan (art. 13.12).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering in de CAO.
Pensioenfonds
Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL), met een aanvullende excedentregeling boven het maximum premieloon (art. 1.13.1).
Opzegtermijn
Werknemer: 1 maand. Natuurmonumenten: in alle gevallen 2 maanden (art. 1.5.2).
Werkingssfeer
De Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Algemeen deel art. 1.3.2.3).
Salarisverhogingen
3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). Bij een algemene loonronde worden eerst de bedragen in de salaristabel aangepast en daarna de periodieken toegekend (art. 3.1 en 3.7.1).
Periodieke verhoging: elk jaar per 1 januari, mits je een voldoende beoordeling hebt. Een onvoldoende beoordeling betekent geen periodiek; bij een voldoende of goede beoordeling krijg je één periodiek (art. 3.7.1).
Bij een uitstekende beoordeling krijg je twee periodieken, maar alleen als de directie vooraf toestemming geeft (art. 3.6.1 en 3.7.1).
Beoordelen kan pas als je minimaal een half jaar in de functie werkt. Wie op de beoordelingsdatum korter werkt, kan met ingang van 1 juli alsnog een periodiek krijgen op basis van een voldoende tussentijdse beoordeling (art. 3.6 en 3.7.2).
Aanvangssalaris: periodiek 0 van de schaal. Bij een externe sollicitatie kan het salaris op een hogere periodiek worden vastgesteld als je relevante ervaring bij een andere werkgever hebt (art. 3.1 en 3.4).
Bevordering: alle bevorderingen gaan in principe in per 1 januari, na een voldoende beoordeling. In de oude schaal krijg je één bevorderingsperiodiek; daarna volgt indeling op het naastgelegen hogere bedrag in de nieuwe schaal (art. 3.8 en 3.9).
Plaatsing op een lager functieniveau: je gaat naar het naastgelegen hogere salaris in de lagere schaal. Zit je daarboven, dan wordt het oude salaris in drie jaar afgebouwd tot het maximum van de lagere schaal (art. 3.10).
Waarnemingstoeslag: 5% van het salaris in je eigen functie, bij minimaal twee maanden aaneengesloten waarneming van een hogere functie voor meer dan 50% van de werktijd (art. 3.11.1).
Arbeidsmarkttoeslag: de directie kan die toekennen voor maximaal drie jaar. Functioneringstoeslag: in uitzonderlijke gevallen een tijdelijke toeslag voor wie het maximum van de schaal heeft bereikt (art. 3.11.2 en 3.11.3).
Geen WGA-premie voor de werknemer: van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 houdt de werkgever geen gedifferentieerde WGA-premie in op het loon (Algemeen deel art. 2.1.1).
Senioren: wie gebruikmaakt van de seniorenregeling krijgt 90% van het loon (art. 12.1).
Vakantiedagen
199,8 vakantie-uren per jaar bij een 37-urige werkweek: 148 uur (20 dagen × 7,4 uur) wettelijk en 51,8 uur (7 dagen × 7,4 uur) bovenwettelijk. Het vakantiejaar is het kalenderjaar (art. 8.1).
Verlengde arbeidsduur (VAD): je kunt 40 in plaats van 37 uur per week werken. Je krijgt dan 156 VAD-uren aan het begin van het jaar bijgeschreven; salaris en overige voorwaarden blijven gebaseerd op 37 uur (art. 7).
VAD-uren die je spaart, mogen samen niet meer zijn dan 13 × de wekelijkse arbeidsduur. Niet-opgenomen VAD-uren die je niet spaart, vervallen aan het einde van het jaar. VAD-uren komen niet in aanmerking voor verkoop (art. 7.1).
Verval: wettelijke verlofuren vervallen een half jaar na het kalenderjaar van opbouw, bovenwettelijke verjaren na vijf jaar (art. 8.2).
De directie kan in overleg met de OR maximaal vijf verplichte vrije dagen per jaar aanwijzen, uiterlijk 1 december voorafgaand aan het jaar. Daarnaast kunnen maximaal 10 ATV-, ADV- of VAD-dagen in het rooster worden vastgelegd (art. 8.2 en 7.1).
Verlof verkopen: maximaal 51,8 uur per jaar, en alleen uren die uit een vorig jaar zijn meegenomen. VAD-uren, overgangsuren van vóór 2006 en compensatie-uren voor overwerk komen niet in aanmerking (art. 9).
Verlof aankopen: maximaal 51,8 uur per jaar, alleen als je geen saldo uit vorige jaren hebt en je saldo van het lopende jaar al is opgenomen of ingepland (art. 10).
Tijdens ziekte en zwangerschaps- en bevallingsverlof bouw je wettelijke en bovenwettelijke verlofrechten volledig op (art. 8.3 en 8.5). Word je tijdens de vakantie ziek, dan tellen de ziektedagen niet als verlofdagen, mits je je voorschriftmatig ziek meldt, een artsverklaring hebt en loon doorbetaald krijgt (art. 8.4).
Bij einde dienstverband worden niet-genoten verlofrechten uitbetaald als opnemen redelijkerwijs niet kan; teveel opgenomen uren worden verrekend met het salaris (art. 8.6).
Feestdagen: nieuwjaarsdag, Koningsdag, 5 mei, eerste en tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag (art. 1.7.3).
Overwerkvergoeding
Overwerk wordt gecompenseerd in vrije tijd, uur voor uur (art. 4.2).
Overwerk is arbeid in opdracht van Natuurmonumenten bovenop de normale arbeidsduur per week of per roosterperiode. Uren in het kader van de verlengde arbeidsduur, woon-werkverkeer en reistijd bij opleidingen tellen niet als overwerk (art. 4).
Je hebt alleen recht op compensatie als de leidinggevende het overwerk uitdrukkelijk heeft opgedragen of vooraf toestemming heeft gegeven. Werk dat je op eigen initiatief doet om rampen als overstroming of (bos)brand te voorkomen of te bestrijden, komt na overleg met de leidinggevende ook in aanmerking (art. 4.2).
Toeslag in tijd op ongebruikelijke uren: bij overwerk op die uren krijg je extra vrije tijd per gewerkt uur, zie de tabel hieronder. Dit geldt niet bij verschoven uren (art. 4.3).
Compensatie-uren moeten zo snel mogelijk, maar uiterlijk zes maanden na het maken, worden opgenomen; daarna vervallen ze. Ze komen niet in aanmerking voor verkoop (art. 4.4).
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet worden verplicht tot overwerk. Overwerk op feestdagen wordt niet opgedragen, tenzij de aard van het werk dat meebrengt (art. 4.1).
Inconveniëntentoeslag roosterdienst: wie in een roosterdienst werkt, krijgt een toeslag op het bruto uurloon over de gewerkte uren, zie de tabel hieronder. De regeling geldt niet voor werken op verschoven uren of andere dagen (art. 5).
Bij arbeidsongeschiktheid wordt de inconveniëntentoeslag maximaal één maand volgens het ingestelde rooster doorbetaald (art. 5.5).
Bereikbaarheidsdienst: een vaste bruto vergoeding per dienst, zie de tabel hieronder. Gewerkte uren tijdens een oproep worden één op één in tijd vergoed (art. 6.4).
Toeslagen naar tijdvak
Tijdvak
Overwerk: toeslag in tijd (art. 4.3)
Roosterdienst: toeslag op uurloon (art. 5.3)
Werkdagen 19.00 - 07.00 uur
25% extra tijd
25%
Zaterdag 00.00 - 19.00 uur
25% extra tijd
25%
Zaterdag 19.00 - 24.00 uur
50% extra tijd
50%
Zon- en feestdagen 00.00 - 24.00 uur
50% extra tijd
50%
Bereikbaarheidsvergoeding
Bereikbaarheidsvergoeding per dienst (bruto)
Per 1 september 2026
Per 1 juli 2027
Werkdagen 19.00 - 07.00 uur
€ 13,95
€ 14,48
Zaterdag 00.00 - 24.00 uur
€ 20,93
€ 21,73
Zon- en feestdagen 00.00 - 24.00 uur
€ 27,91
€ 28,97
Reiskostenvergoeding
€ 0,23 per kilometer voor woon-werkverkeer, met een maximum van 40 kilometer enkele reis (art. 1.11).
De gehele regeling voor woon-werkverkeer staat in de bedrijfsregeling van Natuurmonumenten; de CAO noemt alleen het tarief en de maximale afstand (art. 1.11).
Een staffel naar reisdagen kent de CAO niet.
Wie een maand of langer aaneengesloten niet werkt, bijvoorbeeld door ziekte, kan in die periode geen aanspraak maken op vaste onkostenvergoedingen (art. 1.1.2).
Werknemers die worden opgeroepen tijdens een bereikbaarheidsdienst, declareren de kilometers naar de locatie en terug naar huis als dienstkilometers (art. 6.6).
Seniorenregeling: de vergoeding voor woon-werkverkeer wordt gebaseerd op het eventuele nieuwe reispatroon (art. 12.3).
De CAO bevat geen tarief voor dienstreizen met eigen auto.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met behoud van salaris wordt alleen gegeven als de gebeurtenis door de werknemer wordt bijgewoond en op een werkdag plaatsvindt (art. 11.1.2).
Gebeurtenis
Verlof
Ondertrouw van de werknemer
1 dag
Huwelijk van de werknemer
2 dagen
Overlijden van de partner
Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart
Overlijden van een kind
Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart
Overlijden van (schoon-, groot-)ouders, broers, zwagers en (schoon-)zussen
1 dag; bij het regelen van de uitvaart t/m de dag van de uitvaart
Huwelijk van een kind
1 dag
Huwelijk van een broer, zwager of (schoon-)zus
1 dag
25-, 40- en 50-jarig huwelijk van de werknemer
1 dag
25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van (schoon-)ouders
1 dag
25-, 40- en 50-jarig ambtsjubileum van de werknemer
1 dag
Bevalling van de partner
Eenmaal de arbeidsduur per week, op te nemen binnen vier weken na de geboorte
Noodzakelijk bezoek aan tandarts, specialist e.d.
De benodigde tijd, als dit niet buiten werktijd kan
Verhuizing van de werknemer
2 dagen; maximaal eens per vijf jaar
Sollicitatie nadat de werkgever het dienstverband heeft opgezegd
De benodigde tijd
Onder huwelijk valt een kerkelijk of burgerlijk huwelijk of een geregistreerd partnerschap (art. 11.1).
Zwangerschaps- en bevallingsverlof: 16 weken, waarbij Natuurmonumenten de UWV-uitkering zo nodig aanvult tot het laatstgenoten nominale salaris, exclusief vergoedingen. Na de bevalling heb je altijd minstens tien weken verlof (art. 11.2).
Geboorteverlof voor partners: eenmaal de arbeidsduur per week, op te nemen binnen vier weken na de geboorte. Daarnaast kun je tot 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen met een UWV-uitkering van 70% van het dagloon, binnen 6 maanden na de geboorte (art. 11.3).
Adoptieverlof: maximaal zes weken per ouder, met aanvulling van de uitkering zo nodig tot het laatstgenoten nominale salaris (art. 11.4).
Calamiteitenverlof: bij onvoorziene noodsituaties, voor een paar uur tot hooguit enkele dagen. De uren gaan van je verlofsaldo af (art. 11.5).
Kortdurend zorgverlof: maximaal tien dagen per jaar (tweemaal de gemiddelde arbeidsduur per week). Over maximaal vijf dagen krijg je 100% van het loon en over nog eens maximaal vijf dagen 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon (art. 11.6 en 11.12).
Rouwverlof: bij overlijden van je levenspartner, kind of (schoon)ouders maximaal tweemaal de gemiddelde arbeidsduur per week met behoud van salaris, aanvullend op het bijzonder verlof en te verspreiden over één jaar (art. 11.7).
Medische verzorging: Natuurmonumenten geeft vrij met behoud van tijdloon voor de tijd die nodig is, voor zover dat niet buiten werktijd kan (art. 11.1.1).
Onbetaald verlof voor het bijwonen van vergaderingen van de vakbonden die partij zijn bij de CAO: maximaal drie dagen per kalenderjaar (art. 11.10). Daarnaast heb je recht op vijf dagen onbetaald verlof per kalenderjaar voor statutaire vergaderingen van de vakbonden, of zoveel meer als redelijk is (art. 11.11).
Overlijden van de werknemer: Natuurmonumenten betaalt het loon door aan de erven over de maand van overlijden plus twee volle kalendermaanden, verminderd met een eventuele overlijdensuitkering uit Ziektewet, WAO of WIA (art. 1.13.6).
Onwerkbaar weer: de eerste 2 dagen per winterseizoen (1 november t/m 31 maart) bij vorst, ijzel of sneeuwval, de eerste 19 dagen per kalenderjaar bij overvloedige regenval en de eerste 2 dagen per kalenderjaar bij storm, hitte, onweer of wateroverlast komen voor rekening van de werkgever. Voor de dagen daarboven kan een WW-uitkering worden aangevraagd (art. 1.13.8).
Doorbetaling bij ziekte
52 weken 100%, daarna 52 weken 70% (plus 15% bij naar behoren uitvoeren van het re-integratieplan) van het salaris (art. 13.12.1).
Voor het deel waarvoor je arbeidsgeschikt bent, wordt het salaris 100% doorbetaald. Is er na 104 weken nog een loondoorbetalingsverplichting, dan is dat 70% van het salaris (art. 13.12.1).
Het Sociaal Medisch Team (arboarts, leidinggevende en HR Business Partner) beoordeelt rond week 50/51 of je in het tweede ziektejaar de 15% aanvulling krijgt. Bij blijvend verschil van mening beslist de Manager HR bindend (art. 13.12.2).
Perioden van arbeidsongeschiktheid die korter dan 4 weken worden onderbroken, tellen als één doorlopende periode (art. 13.12.3).
Werk je formeel nog bij Natuurmonumenten maar extern (bijvoorbeeld in een spoor 2 traject) tegen een lager salaris, dan vult Natuurmonumenten dat aan tot 100% van het laatst verdiende brutosalaris, maximaal 52 weken vanaf de eerste ziektedag (art. 13.12.5).
Natuurmonumenten hoeft niet door te betalen zolang je de genezing belemmert of vertraagt, passende arbeid zonder deugdelijke grond weigert, of je niet aan de wettelijke voorschriften houdt (art. 13.12.4).
Het doorbetaalde loon wordt verminderd met uitkeringen uit wettelijk voorgeschreven verzekeringen of fondsen en met inkomsten uit werk dat je tijdens ziekte had kunnen verrichten (art. 13.12.6).
Ziekmelden: uiterlijk de eerstvolgende werkdag vóór 09.00 uur (art. 13.2).
Of je arbeidsongeschikt bent, wordt uitsluitend beantwoord door de bedrijfsarts van de ingeschakelde arbodienst. Je moet controle mogelijk maken en op het spreekuur verschijnen (art. 13.1, 13.3 en 13.5).
WIA-hiaat en -excedent: Natuurmonumenten heeft een collectieve verzekering afgesloten die de inkomensachteruitgang dekt tot 70% van het laatstverdiende salaris, over het deel waarvoor je arbeidsongeschikt bent verklaard. De premie is voor rekening van Natuurmonumenten. Je kunt je op eigen kosten bijverzekeren tot 80% (art. 1.13.2).
Aanvulling WW/WGA via Stichting PAWW: de premie wordt via het salaris betaald door de werknemer (art. 1.13.10).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering.
Wel geldt een vakantietoeslag van 8,25% van het bruto jaarsalaris, uitbetaald met het salaris over mei (art. 1.10.2).
Thuiswerkvergoeding
€ 2,45 netto per thuisgewerkte dag (art. 1.12).
De gehele thuiswerkregeling staat in de bedrijfsregeling van Natuurmonumenten; de CAO noemt alleen de hoogte van de vergoeding (art. 1.12).
Pensioenfonds
Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL): voor werknemers van 18 jaar en ouder is de pensioenverzekering van BPL van toepassing. Deelname is verplicht (art. 1.13.1 en Algemeen deel art. 4).
Werknemers van 18 jaar en ouder met een loon boven het maximum premieloon (Wet financiering sociale verzekeringen) nemen deel aan een aanvullende pensioenverzekering via BPL. De inhoud staat in de excedentovereenkomst tussen Natuurmonumenten en BPL (art. 1.13.1).
Natuurmonumenten mag de bijdrage van de werknemer maandelijks inhouden op het salaris. De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling; die staan in de statuten en reglementen van BPL (art. 1.13.1).
Seniorenregeling: de pensioenpremie wordt berekend over 90% van het salaris dat je vóór de seniorenregeling verdiende, en de pensioenrechten worden op dit niveau gewaarborgd (art. 12.1).
Overig: een collectieve zorgverzekering (de CAO wijst erop dat die kan wijzigen of vervallen) en een ongevallenverzekering met premie voor rekening van Natuurmonumenten (art. 1.13.3 en 1.13.4).
Opzegtermijn
Opzegging
De opzegging gebeurt schriftelijk, rekening houdend met de opzegtermijn, tegen het einde van de kalendermaand (art. 1.5.1). In- en uitdiensttreding vindt plaats per de eerste of de 15e dag van de maand (art. 1.4.2).
Werknemer: de wettelijke opzegtermijn van één maand. In de arbeidsovereenkomst mag een langere termijn worden afgesproken, nooit een kortere. De opzegtermijn van Natuurmonumenten is dan tweemaal die van de werknemer (art. 1.5.2).
Natuurmonumenten: in afwijking van de wet in alle gevallen twee maanden (art. 1.5.2).
Wil Natuurmonumenten het dienstverband laten eindigen, dan is een ontslagvergunning van het UWV of goedkeuring van de kantonrechter nodig (art. 1.5.3).
Het dienstverband eindigt van rechtswege bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of bij overlijden (art. 1.5.5).
Wie zegt op
Opzegtermijn
Werknemer
1 maand (langer alleen als dat in de arbeidsovereenkomst staat)
Natuurmonumenten
2 maanden, in alle gevallen
Proeftijd en bepaalde tijd
Proeftijd: alleen schriftelijk overeen te komen. De CAO noemt geen duur; de wettelijke regels gelden (art. 1.4.6).
Ketenregeling: de wet (art. 7:668a BW) is van toepassing. Voor seizoensarbeid mag de tussenpoos tussen twee contracten van zes naar drie maanden. Dit geldt voor de functies schipper, herder en vogelwachter, die een terugkeergarantie en recht op een periodiek hebben (art. 1.4.13).
De periode als uitzendkracht bij Natuurmonumenten telt niet mee in de keten van tijdelijke contracten (art. 1.4.14).
Wie onder de Participatiewet valt, kan in vier jaar maximaal zes contracten voor bepaalde tijd krijgen voordat een contract voor onbepaalde tijd ontstaat (art. 1.4.15).
Een BBL-er krijgt direct een contract voor onbepaalde tijd aangeboden onder voorwaarden (dezelfde functie als laatst uitgevoerd, opleiding afgerond bij één werkgever, minimaal voldoende beoordeling) (art. 1.4.12).
Werkingssfeer
Het ondernemingsdeel Natuurmonumenten geldt voor de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Algemeen deel art. 1.3.2.3). Het Algemeen deel geldt voor alle werkgevers onder de Raam-CAO bos en natuur.
Valt eronder
De Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland, gevestigd te Amersfoort (art. 1.1.1).
De werknemers van Natuurmonumenten, inclusief vakantiewerkers en werknemers met een (gesubsidieerde) arbeidsplaats. Voor hen kunnen afwijkende afspraken gelden (Algemeen deel art. 1.2).
Valt er niet onder
De Provinciale Landschappen en de Landschapsbeheerorganisaties, inclusief LandschappenNL: daarvoor geldt het ondernemingsdeel De Landschappen (Algemeen deel art. 1.3.2.2).
Overige bos- en natuurwerkgevers: voor hen geldt het ondernemingsdeel Bosbouw (Algemeen deel art. 1.3.2.1).
Staatsbosbeheer en andere werkgevers, zolang daar naast deze CAO nog een andere CAO of arbeidsvoorwaardenregeling geldt die is afgesloten met de via hun vakcentrale in de SER vertegenwoordigde vakorganisaties (Algemeen deel art. 1.3.3).
Stagiairs en vrijwilligers: zij zijn geen werknemer in de zin van de CAO (Algemeen deel art. 1.2).
Meerdere activiteiten of twijfel
Bij onduidelijkheid over de toepassing of uitleg van de CAO leggen werkgever en werknemer het schriftelijk voor aan het CAO-overleg, dat een bindend advies of een minnelijke schikking kan geven. Daarna kan een Geschillencommissie worden ingesteld (Algemeen deel art. 1.6).
Salaristabel CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel Natuurmonumenten
De salaristabel van Natuurmonumenten kent 12 salarisschalen, aangeduid met 1 t/m 12. Elke schaal bestaat uit een aantal periodieken; het aanvangssalaris is periodiek 0 en het aantal periodieken loopt per schaal uiteen. Alle bedragen zijn bruto maandsalarissen bij een arbeidsduur van 37 uur per week; bij een kortere werkweek geldt het naar-rato-beginsel (art. 3.1). De CAO geeft alleen maandbedragen, dus er zijn geen bedragen per 4 weken of per uur opgenomen. De loonschaal voor BBL'ers en voor de Participatiewet is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wijzigt als dit wijzigt; zie het huidige wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 september 2026
Bruto maandsalaris per 1 september 2026 (+ 3,2%)
Periodiek
Schaal 1
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Schaal 8
Schaal 9
Schaal 10
Schaal 11
Schaal 12
0
2.723,28
2.853,73
2.988,99
3.133,95
3.314,31
3.638,19
3.944,76
4.257,35
4.640,41
5.241,59
5.974,75
6.811,40
1
2.779,91
2.921,82
3.069,75
3.231,01
3.423,25
3.765,31
4.094,99
4.452,15
4.861,61
5.498,21
6.267,30
7.144,96
2
2.836,48
2.989,92
3.150,51
3.328,11
3.532,18
3.892,44
4.245,25
4.646,95
5.082,78
5.754,80
6.559,84
7.478,47
3
2.893,06
3.058,00
3.231,23
3.425,17
3.641,02
4.019,52
4.395,45
4.841,80
5.303,97
6.011,41
6.852,39
7.811,98
4
2.949,67
3.126,11
3.312,00
3.522,28
3.749,96
4.146,64
4.545,72
5.036,60
5.525,15
6.267,99
7.144,96
8.145,51
5
3.006,27
3.194,23
3.392,77
3.619,44
3.858,86
4.273,75
4.695,96
5.231,41
5.746,38
6.524,62
7.437,49
8.479,02
6
3.062,86
3.262,32
3.473,50
3.716,48
3.967,76
4.400,84
4.846,23
5.426,21
5.967,60
6.781,16
7.730,09
8.812,53
7
3.119,47
3.330,44
3.554,26
3.813,57
4.076,66
4.527,97
4.996,45
5.621,06
6.188,76
7.037,76
8.022,60
9.146,05
8
4.185,55
4.655,07
5.146,73
5.815,86
6.409,98
7.294,38
8.315,16
9.479,55
9
4.782,12
5.296,94
6.010,65
6.631,15
7.550,95
8.607,73
9.813,06
10
5.447,18
6.205,48
6.852,39
7.807,54
8.900,27
10.146,58
11
7.073,60
8.064,15
9.192,85
10.480,11
De kolommen zijn de salarisschalen 1 t/m 12; de rijen zijn de periodieken.
Per maand vanaf 1 juli 2027
Bruto maandsalaris per 1 juli 2027 (+ 3,8%)
Periodiek
Schaal 1
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Schaal 8
Schaal 9
Schaal 10
Schaal 11
Schaal 12
0
2.826,76
2.962,17
3.102,57
3.253,04
3.440,25
3.776,45
4.094,67
4.419,13
4.816,74
5.440,77
6.201,79
7.070,24
1
2.885,54
3.032,85
3.186,40
3.353,79
3.553,33
3.908,39
4.250,60
4.621,33
5.046,35
5.707,15
6.505,46
7.416,47
2
2.944,27
3.103,54
3.270,23
3.454,58
3.666,41
4.040,35
4.406,57
4.823,53
5.275,93
5.973,48
6.809,11
7.762,65
3
3.003,00
3.174,21
3.354,01
3.555,33
3.779,38
4.172,26
4.562,48
5.025,79
5.505,52
6.239,84
7.112,78
8.108,84
4
3.061,76
3.244,90
3.437,86
3.656,13
3.892,46
4.304,21
4.718,45
5.227,99
5.735,11
6.506,18
7.416,47
8.455,04
5
3.120,51
3.315,61
3.521,69
3.756,98
4.005,50
4.436,15
4.874,41
5.430,20
5.964,74
6.772,56
7.720,12
8.801,22
6
3.179,25
3.386,29
3.605,49
3.857,71
4.118,53
4.568,08
5.030,38
5.632,41
6.194,37
7.038,85
8.023,83
9.147,41
7
3.238,01
3.456,99
3.689,33
3.958,48
4.231,58
4.700,04
5.186,32
5.834,66
6.423,94
7.305,19
8.327,45
9.493,60
8
4.344,60
4.831,96
5.342,30
6.036,87
6.653,56
7.571,57
8.631,14
9.839,78
9
4.963,84
5.498,22
6.239,05
6.883,13
7.837,89
8.934,83
10.185,96
10
5.654,17
6.441,29
7.112,78
8.104,23
9.238,48
10.532,15
11
7.342,40
8.370,58
9.542,17
10.878,36
Aanloopschaal
Heb je bij aanstelling nog niet de kennis en vaardigheden voor de volledige functievervulling, dan word je ingedeeld in de aanloopschaal. Die is één salarisschaal lager dan de functieschaal. Voor schaal 1 geldt dat altijd de functieschaal wordt toegepast (art. 3.3).
De indeling duurt minimaal een half jaar. Beheers je de functie op alle onderdelen goed, dan word je overgezet naar de functieschaal volgens de regels voor een bevordering. Kun je na twee jaar nog niet worden overgezet, dan worden afspraken gemaakt over een vervolgtraject met mogelijke rechtspositionele gevolgen, zoals overplaatsing of ontslag (art. 3.3). Gebruik voor de bedragen de tabel van de schaal die één lager is.
Leerlingen BBL
De loonschaal voor BBL-studenten is het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 20% (art. 3.1). Het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Met een BBL-student worden een leerovereenkomst én een arbeidsovereenkomst gesloten, aan elkaar gekoppeld in de tijd (art. 1.4.9 en 1.4.10).
Participatiewet
Medewerkers die via de Participatiewet aan het werk zijn, krijgen het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 20% (art. 3.1 en Algemeen deel art. 7.1). Het actuele bedrag vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Een werknemer die onder de Participatiewet valt, kan in vier jaar tijd maximaal zes arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd krijgen voordat een contract voor onbepaalde tijd ontstaat (art. 1.4.15).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO Vleeswarenindustrie 2026 - 2027 heeft een looptijd van 1 maart 2026 t/m 28 februari 2027. Per 1 maart 2026 gaan de lonen met 3,2% omhoog; de aanloopschaal volgt het wettelijk minimumloon en wordt niet met dit percentage verhoogd. In juli 2026 volgt een eenmalige bruto uitkering van € 200 voor werknemers die recht hebben op reiskostenvergoeding (parttimers naar rato). Op deze pagina staan verder de vakantiedagen, toeslagen, doorbetaling bij ziekte, pensioen, werkingssfeer en de salaristabellen.
1 maart 2026 t/m 28 februari 2027; de CAO loopt van rechtswege af (art. 42)
CAO-partijen
Vereniging voor de Nederlandse Vleeswarenindustrie (Zoetermeer); FNV en CNV (Utrecht)
Loonsverhoging
3,2% per 1 maart 2026, uiterlijk door te voeren per 1 december 2026; aanloopschaal niet verhoogd; eenmalig € 200 bruto in juli 2026 (art. 24a en 24b lid 3)
Vakantiedagen
172,8 uur (24 dagen) per jaar vanaf 18 jaar, oplopend tot 208,8 uur vanaf 62 jaar (art. 27); 60+: 20 extra verlofdagen per jaar (art. 4 lid 8)
Vakantietoeslag
8% van het jaarinkomen, minimaal € 1.410 per jaar, uiterlijk in mei (art. 20)
Overwerkvergoeding
25% toeslag op het basisuurloon; ongebruikelijke werktijden 31,5% (avond en nacht ma t/m vr), 45% (zaterdag) en 90% (zon- en feestdagen) (art. 16 en 17)
Reiskostenvergoeding
Minimaal € 0,23 per km bij 10 km of meer, tot 35 km enkele reis; vanaf 1 juli 2026 minimaal € 0,25 per km (art. 24b)
Bijzonder verlof
2 diensten bij eigen huwelijk; eenmaal de wekelijkse arbeidsduur bij bevalling van de partner, plus 5 weken aanvullend geboorteverlof; bij overlijden van de partner of een inwonend kind van de dag van overlijden tot en met de uitvaart (art. 31)
Thuiswerkvergoeding
Niet specifiek geregeld in de CAO
Doorbetaling bij ziekte
100% van het maandinkomen in het eerste ziektejaar, 90% in het tweede ziektejaar (art. 34)
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand; wel een jaaruitkering van 3,25% van het inkomen over de voorgaande 12 maanden, uiterlijk 31 december betaald (art. 23)
Pensioenfonds
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees (VLEP); premie 2026 tijdelijk 24,36%, waarvan 18,49% werkgever en 5,87% werknemer (art. 9)
Opzegtermijn werkgever
1 betalingsperiode (maand of 4 weken) bij minder dan 5 jaar dienstverband, 2 bij 5 tot 10 jaar, 3 bij 10 tot 15 jaar en 4 bij 15 jaar of langer (art. 10 lid 1)
Opzegtermijn werknemer
1 betalingsperiode (maand of 4 weken) (art. 10 lid 1 sub c)
Werkingssfeer
Ondernemingen die fabrieksmatig vlees verduurzamen of toebereiden, vleeswaren slicen en verpakken of bacon bereiden, inclusief hybride en plantaardige vleeswarenvervangers (art. 1 lid 2)
Salarisverhogingen
3,2% per 1 maart 2026: de feitelijke lonen gaan per 1 maart 2026 met 3,2% omhoog (art. 24a). Is de verhoging in het bedrijf per die datum nog niet doorgevoerd, dan moet dit uiterlijk 1 december 2026 gebeuren.
Aanloopschaal: deze wordt niet met de 3,2% verhoogd, maar volgt het wettelijk minimumuurloon (art. 24a en bijlage II). Zie de salaristabel hieronder.
Eenmalige uitkering: in juli 2026 eenmalig € 200 bruto voor werknemers die recht hebben op reiskostenvergoeding, vanwege gestegen brandstofkosten. Alleen voor werknemers die op het moment van uitbetaling in dienst zijn; parttimers ontvangen de uitkering naar rato (art. 24b lid 3).
Toeslagen: de toeslagen voor bijzondere werkzaamheden worden geïndexeerd met de CAO-loonontwikkeling (art. 15 lid 8).
Functiegroeptoeslagen in de aanloopschaal per 1 maart 2026, inclusief 3,2%: groep B € 0, groep C € 0,10 per uur, groep D € 0,29 per uur en groep E € 0,46 per uur (bijlage II).
Diplomatoeslagen: € 500 na het behalen van een diploma tot en met MBO niveau 4 via een leer-/arbeidsovereenkomst, en € 500 een jaar later. Hetzelfde geldt voor VAPRO-diploma's en technische BBL-diploma's (art. 19).
Scholingsbijdrage: maximaal € 1.250 per jaar (maximaal € 2.500 per twee jaar) voor employability (art. 19 lid 7).
Vakantiedagen
172,8 uur per jaar (24 dagen van 7,2 uur) vanaf 18 jaar, voor werknemers die op 1 mei sinds 1 mei van het vorige jaar 12 maanden onafgebroken in dienst zijn (art. 27 lid 1). Jonger dan 18 jaar: 7,2 uur extra.
Leeftijdsdagen: 180 uur vanaf 47 jaar, 187,2 uur vanaf 52 jaar, 201,6 uur vanaf 57 jaar en 208,8 uur vanaf 62 jaar (art. 27 lid 1 sub 3).
Extra verlof 60+: werknemers van 60 jaar en ouder hebben tot de AOW-leeftijd recht op 20 extra verlofdagen per jaar. Deze dagen kunnen niet worden gespaard (art. 4 lid 8).
Seniorenregeling vanaf 60 jaar: 90% werken voor 100% loon, of 80% werken voor 90% loon, in beide gevallen met 100% pensioenopbouw (art. 27a). Hiervoor worden de extra verlofdagen en één extra vakantiedag ingezet.
Aaneengesloten vakantie: minimaal 3 weken, zoveel mogelijk in mei t/m september (art. 27 lid 2).
Sparen: maximaal 108 vakantie-uren per jaar, tot een maximum van 540 uur (art. 30).
Feestdagen: tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, beide Kerstdagen, Koningsdag en Nieuwjaarsdag, en 5 mei in lustrumjaren (art. 26).
Ziekte: bij arbeidsongeschiktheid worden volledige vakantierechten opgebouwd en worden opgenomen vakantiedagen volledig afgeboekt (art. 27 lid 3).
Einde dienstverband: recht op 1/12 deel van de vakantie per gewerkte maand sinds 1 mei; niet opgenomen uren worden uitbetaald (art. 29).
Overwerkvergoeding
Toeslag overwerk: 25% van het basisuurloon (art. 16 lid 2).
Wat is overwerk: uren in opdracht van de werkgever boven 25% extra op het dagrooster (bij 7,2 uur per dag dus boven 9 uur), boven 6 uur extra per week, of boven een kwart van de bruto arbeidsduur per kwartaal. Bedrijven met een seizoenspatroon (rookworstcampagne) hanteren de helft van de bruto arbeidsduur (art. 16 lid 1).
Tijd voor tijd: overwerk kan binnen zes weken in vrije tijd worden gecompenseerd, met uitbetaling van de 25% toeslag. Wordt ook de toeslag in tijd omgezet, dan geldt een extra compensatie van 25 minuten per uur waarover de toeslag wordt betaald (art. 16 lid 3 en 4).
Ongebruikelijke werktijden: toeslag op het basisuurloon van 31,5% op maandag t/m vrijdag van 00.00 tot 06.00 uur en van 18.00 tot 24.00 uur, 45% op zaterdag en 90% op zon- en feestdagen. Bij slicingbedrijven is de zaterdagtoeslag 25%; bestaande afspraken met een hoger percentage blijven gelden (art. 17).
Ploegentoeslag: vaste toeslag van 14% bij een tweeploegendienst en 20% bij een drieploegendienst; anders geldt een gemiddelde over de betalingsperiode van de percentages voor ongebruikelijke werktijden. Vanaf 58 jaar kunnen werknemers niet meer worden verplicht in ploegendienst te werken (art. 14).
Geen stapeling: bij meerdere toeslagen op hetzelfde moment (art. 14, 16, 17 en 18) geldt de hoogste (art. 14a).
Extra opkomst: 100% toeslag bovenop het basisuurloon per opkomst bij een onverwachte oproep buiten de werktijd (art. 18 lid 1).
Consignatie: 90% van het basisuurloon per etmaal op maandag t/m vrijdag en 180% op zaterdag, zondag en feestdagen. Onder 18 jaar kan consignatie niet worden opgelegd; vanaf 58 jaar is het vrijwillig (art. 18 lid 2 en 3).
Toeslagen voor bijzondere werkzaamheden (per uur): € 0,21 voor zouterij, rokerij, schoonmaak en rioolzuivering; € 0,64 in de diepvries; € 0,21 in gekoelde opslag (-10°C tot +7°C); € 0,10 in gekoelde werkruimten (circa 7°C tot 12°C); € 0,38 voor verse darmbewerking. Deze toeslagen zijn niet cumulatief (art. 15).
Reiskostenvergoeding
Werknemers die 10 km of meer van het bedrijf wonen, hebben recht op een vergoeding voor woon-werkverkeer tot 35 km enkele reis (art. 24b lid 1).
Bedrag: minimaal € 0,23 per km. Met ingang van 1 juli 2026 wordt dit voor de rest van de looptijd verhoogd naar minimaal € 0,25 per km (art. 24b lid 2).
Eenmalige uitkering: in juli 2026 ontvangen werknemers met recht op reiskostenvergoeding eenmalig € 200 bruto, ter tegemoetkoming in de gestegen benzinekosten. Alleen voor werknemers die op het moment van uitbetaling in dienst zijn; parttimers ontvangen de uitkering naar rato (art. 24b lid 3).
Dienstreizen: de CAO bevat geen aparte regeling voor reizen in opdracht van de werkgever.
Bijzonder verlof
Verzuim met behoud van loon is geregeld in artikel 31, verlof zonder behoud van loon in artikel 32 en vakbondsverlof in artikel 12 lid 4.
Situatie
Verlof
Ondertrouw
Voor de daarvoor benodigde tijd, maximaal 5 uur
Eigen huwelijk of geregistreerd partnerschap (minimaal een week van tevoren melden)
2 diensten
Bevalling van de partner
Eenmaal de wekelijkse arbeidsduur
Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een eigen kind, pleegkind, ouder, broer, zus, zwager, schoonzus of kleinkind
1 dienst
Overlijden van de partner, inwonende eigen of aangehuwde kinderen en pleegkinderen, inwonende ouders, schoonouders en grootouders
Van de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie
Overlijden van ouders, schoonouders, grootouders, schoongrootouders, niet-inwonende eigen en aangehuwde kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen en inwonende broers en zussen
1 dienst, plus 1 dienst voor het bijwonen van de begrafenis of crematie
Regelen van de begrafenis of crematie
Van de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie, na overleg met de bedrijfsleiding
Begrafenis of crematie van broers, zusters, zwagers en schoonzusters
1 dienst
25- en 40-jarig huwelijk van de werknemer, en 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van ouders, schoonouders of (schoon)grootouders
1 dienst
Wettelijke verplichtingen die kortstondige afwezigheid noodzakelijk maken
De benodigde tijd
Doktersbezoek, specialistenbezoek en andere erkende medische handelingen die niet buiten werktijd kunnen
De benodigde tijd, maximaal 2 uur
Verhuizing
Maximaal 1 dienst per jaar
Voorbereidingscursus op de (pre-)pensionering
Eenmalig maximaal 5 dagen, in het jaar voorafgaand aan de (pre-)pensionering
Aanvullend geboorteverlof: de partner heeft in het eerste half jaar na de geboorte recht op vijf weken aanvullend geboorteverlof. Hiervoor ontvangt de werknemer een uitkering van het UWV van 70% van het dagloon (art. 31 lid 1 sub 3).
Partner: de echtgenoot of echtgenote, de geregistreerd partner of de (levens)partner met wie de werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert (art. 1 lid 7 en art. 31 lid 3).
Vrije dag: vindt de gebeurtenis plaats op een vrije dag volgens het dienstrooster, dan wordt geen andere dag vrijaf met behoud van loon gegeven (art. 31 lid 1).
Kortdurend zorgverlof: de werkgever betaalt gedurende 10 werkdagen per kalenderjaar 85% van het loon door (art. 31 lid 1).
Vakbondsverlof: op verzoek van de vakbond verlof met behoud van loon voor afgevaardigden naar bondscongressen en dergelijke bijeenkomsten, en voor door de vakbond georganiseerde scholing. De vakbond dient het verzoek een week van tevoren schriftelijk in (art. 12 lid 4).
Verlof zonder behoud van loon: één extra vrije dienst voor een dag of gebeurtenis die verband houdt met religie of levensovertuiging (art. 32).
Pensioenopbouw tijdens verlof: tijdens ouderschapsverlof, aanvullend ouderschapsverlof en geboorteverlof loopt de pensioenopbouw door op basis van de normale premieverdeling (art. 9 lid 2).
Doorbetaling bij ziekte
Eerste ziektejaar: 100% van het maandinkomen, tot het maximumdagloon (art. 17 Wet financiering sociale verzekeringen), mits de werknemer bij het begin van de arbeidsongeschiktheid minimaal 2 maanden in dienst was (art. 34 lid 1 sub a).
Tweede ziektejaar: 90% van het maandinkomen, tot het maximumdagloon, mits de werknemer bij het begin van de arbeidsongeschiktheid minimaal 1 jaar in dienst was (art. 34 lid 1 sub b). Wordt er in het tweede jaar gewerkt, dan wordt 100% van het uurinkomen betaald over de gewerkte uren en 90% over de niet gewerkte uren; uren arbeidstherapie tellen als gewerkte uren (art. 34 lid 2).
Aanvulling tot 100%: blijkt na twee jaar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer en was in het tweede ziektejaar aangevuld tot 90%, dan volgt met terugwerkende kracht alsnog een aanvulling tot 100% (art. 34 lid 4).
Re-integratie: de werkgever spant zich in om de werknemer te laten terugkeren in de eigen functie, daarna in een andere functie binnen het bedrijf en vervolgens in passend werk buiten het bedrijf. De werknemer moet actief meewerken (art. 34).
WIA-verzekering: werknemers zijn verplicht verzekerd voor arbeidsongeschiktheid in de categorie 35-80%. De premie komt voor 75% voor rekening van de werknemer en voor 25% van de werkgever, met een maximale werkgeversbijdrage van 0,25% van de premiegrondslag (art. 35).
WHK-premie: werkgever en werknemer betalen ieder 50%, zonder het ZW-flexdeel; de rentehobbel is voor rekening van de werkgever (art. 34 lid 5).
Uitzondering: deze rechten bestaan niet als de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een gebrek waarover de werknemer bij indiensttreding valse inlichtingen heeft gegeven (art. 34 lid 6).
Overlijden: na het overlijden van een werknemer wordt aan de nabestaanden gedurende 3 maanden aangevuld tot het normale inkomen van de overledene (art. 21).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand: de CAO kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. Er is wel een jaaruitkering (art. 23).
Jaaruitkering: 3,25% van het in de voorafgaande 12 maanden verdiende inkomen, voor werknemers met een onafgebroken dienstverband van minimaal 2 maanden. Bij einde dienstverband wordt 1/12 per maand dienstverband betaald waarover de uitkering nog niet is verstrekt (art. 23 lid 1).
Winstgerelateerd: op verzoek van de werkgever en in overleg met de vakbonden kan de uitkering worden omgezet in een winstgerelateerde uitkering van 0% tot 4% (art. 23 lid 2).
Uitbetaling: de uitkering moet uiterlijk 31 december van het betreffende kalenderjaar daadwerkelijk zijn betaald (art. 23 lid 3).
Vakantietoeslag: 8% van het jaarinkomen, minimaal € 1.410 per jaar, uitbetaald uiterlijk in mei (art. 20).
Thuiswerkvergoeding
De CAO Vleeswarenindustrie 2026 - 2027 regelt geen thuiswerkvergoeding en bevat ook geen afspraken over thuiswerken. Eventuele afspraken hierover maakt de werkgever zelf met de werknemer.
Pensioenfonds
Pensioenfonds: de pensioenregeling wordt uitgevoerd door de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees (VLEP). De regeling is erop gericht dat werknemers vanaf 62 jaar kunnen stoppen met werken (art. 9 lid 1).
Premie: de reguliere premie is 26%, waarvan 19,74% voor de werkgever en 6,26% voor de werknemer. Van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027 bedraagt de premie tijdelijk 24,36%, waarvan 18,49% voor de werkgever en 5,87% voor de werknemer (art. 9 lid 3).
Verlof: tijdens ouderschapsverlof, aanvullend ouderschapsverlof en geboorteverlof loopt de pensioenopbouw door op basis van de normale premieverdeling (art. 9 lid 2).
Financieel advies: werknemers van 60 jaar kunnen eenmalig een financieel advies laten opstellen; de werkgever declareert de kosten bij het Fonds Collectieve Belangen Vleeswarenindustrie (art. 9 lid 4).
RVU-regeling vanaf 1 augustus 2026: werknemers kunnen maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd vervroegd uittreden. Voorwaarden: minimaal 10 jaar in dienst bij de huidige werkgever en minimaal 20 jaar werkzaam in de vleeswarenindustrie, waarvan ten minste 15 jaar structureel de helft van de werkdag in een zware functie of in ploegendienst, of 45 dienstjaren of meer in een productiefunctie. Tijdens de RVU-periode mag niet worden gewerkt bij vleeswarenproducenten of onder de CAO's Slagers, Vleessector, Pluimvee en Gemaksvoedingindustrie (art. 38b).
Aanvulling bij knellende situaties: werknemers die bij uitdiensttreding in loonschaal B t/m D zijn ingedeeld, ontvangen € 300 bruto per maand extra, in loonschaal E t/m G € 200 bruto per maand, voor zover het Fonds Collectieve Belangen voldoende middelen heeft. Per 1 januari 2027 komt hiervoor een extra heffing van 0,1% (art. 38b lid 7 en 8).
RVU-regeling tot 1 augustus 2026: wie vóór 1 augustus 2026 is ingestroomd op grond van artikel 38a, behoudt de afgesproken regeling. Vanaf die datum is instroom alleen nog mogelijk op grond van artikel 38b (art. 38a lid 7).
Opzegtermijn
Opzegging door de werkgever: één betalingsperiode (maand of 4 weken) bij minder dan 5 jaar dienstverband, twee perioden bij 5 tot 10 jaar, drie perioden bij 10 tot 15 jaar en vier perioden bij 15 jaar of langer (art. 10 lid 1 sub b).
Opzegging door de werknemer: één betalingsperiode (art. 10 lid 1 sub c).
Opzeggen tegen: het einde van de kalendermaand of het einde van een 4-wekenperiode, afhankelijk van de betalingsperiode (art. 10 lid 1 sub a).
Toestemming UWV: is toestemming verleend voor opzegging, dan wordt de opzegtermijn van de werkgever verkort met de duur van de procedure, met een minimum van één maand (art. 10 lid 1 sub d).
Proeftijd: de eerste twee maanden gelden als proeftijd; bij een contract van korter dan twee jaar maar langer dan zes maanden is dat één maand. Bij een tijdelijk contract van zes maanden of korter en in enkele andere gevallen geldt geen proeftijd (art. 3).
Einde zonder opzegging: onder meer bij overlijden, wederzijds goedvinden, beëindiging in de proeftijd en pensionering. De dienstbetrekking eindigt van rechtswege na het bereiken van de AOW-leeftijd (art. 10 lid 2 en 3).
Werkingssfeer
De CAO geldt voor (delen van) ondernemingen die fabrieksmatig vlees verduurzamen of toebereiden (behalve uitsluitend door afkoelen of zouten), die voornamelijk vleeswaren slicen en verpakken, of die bacon bereiden, inclusief hybride en plantaardige vleeswarenvervangers (art. 1 lid 2). Werknemer is wie in hoofdzaak werkt in de functies van bijlage I (art. 1 lid 6).
Valt eronder
Fabrieksmatig verduurzamen of toebereiden van vlees, al dan niet vermengd met andere stoffen
Voornamelijk slicen en verpakken van vleeswaren en daaraan gerelateerde werkzaamheden
Het bereiden van bacon
Hybride producten (deels plantaardig, deels dierlijk eiwit) en producten van plantaardige eiwitten die de functie van vleeswaren vervangen
Uitbeenploegen die op contractbasis uitbeenwerk verrichten voor vleeswarenbedrijven (art. 1 lid 12)
Alle medewerkers tot en met meewerkend voorman, inclusief administratief personeel (bijlage I onder B)
Portiers, waarbij de artikelen 4, 4a, 6, 16 t/m 21 en 29 niet van toepassing zijn (art. 1 lid 6)
Valt er niet onder
Vakantiewerkers: scholieren of studenten die gedurende hun vakantieperiode in dienst zijn (art. 1 lid 6)
Leidinggevenden die een functieloon ontvangen (bijlage I onder B)
Het verduurzamen of toebereiden van vlees uitsluitend door afkoelen of zouten (art. 1 lid 2)
Een onderneming of vestiging waarvan het merendeel van de werkzaamheden onder de CAO van een andere bedrijfstak valt (art. 1 lid 3)
Meerdere activiteiten of twijfel
Een onderneming of vestiging waar ook andere werkzaamheden worden verricht, wordt ingedeeld onder de CAO van de bedrijfstak waartoe het merendeel van de werkzaamheden behoort (art. 1 lid 3). Bij een geschil over de uitleg kan de Vaste Commissie worden ingeschakeld (art. 41).
De bedragen zijn bruto en gelden per 1 maart 2026, inclusief de verhoging van 3,2%. Werknemers in loonschaal B t/m E zonder functiejaren worden ingedeeld op 1 functiejaar (art. 13 lid 3); deze cellen zijn daarom leeg. De bedragen per 4 weken zijn het basisperiodesalaris; het maandsalaris is het periodesalaris x 13 / 12 (art. 1). De aanloopschaal is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en volgt de wettelijke verhogingen; zie voor het huidige bedrag het huidige wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 maart 2026
Bruto maandlonen per 1 maart 2026
Functiejaren
Groep B
Groep C
Groep D
Groep E
Groep F
Groep G
Groep H
Groep I
Groep J
Groep K
0 functiejaar
2.498,75
2.555,91
2.602,19
2.664,79
2.708,34
2.749,17
1 functiejaren
2.407,37
2.422,54
2.452,48
2.479,70
2.795,45
2.858,05
2.907,05
2.977,82
3.026,81
3.070,36
2 functiejaren
2.453,02
2.792,72
2.828,11
2.863,49
2.898,88
2.964,21
3.015,92
3.089,42
3.138,41
3.184,69
3 functiejaren
2.498,67
2.852,61
2.887,99
2.917,93
2.942,43
3.005,04
3.059,48
3.132,97
3.190,13
3.230,96
4 functiejaren
2.544,32
2.879,83
2.915,21
2.947,88
2.972,37
3.034,98
3.089,42
3.162,91
3.217,35
3.263,62
5 functiejaren
2.589,97
2.907,05
2.945,15
2.977,82
2.999,59
3.064,92
3.122,08
3.198,29
3.247,29
3.299,01
6 functiejaren
2.635,62
2.936,99
2.975,09
3.005,04
3.029,53
3.100,30
3.152,02
3.230,96
3.282,68
3.328,95
7 functiejaren
2.681,27
2.969,65
3.002,31
3.034,98
3.059,48
3.130,25
3.184,69
3.260,90
3.315,34
3.361,61
8 functiejaren
2.726,92
2.996,87
3.032,26
3.062,20
3.089,42
3.157,47
3.214,63
3.296,29
3.348,00
3.391,55
9 functiejaren
2.772,56
3.026,81
3.059,48
3.092,14
3.116,64
3.192,85
3.241,85
3.326,23
3.377,94
3.421,50
Per 4 weken vanaf 1 maart 2026
Bruto periodelonen per 4 weken per 1 maart 2026
Functiejaren
Groep B
Groep C
Groep D
Groep E
Groep F
Groep G
Groep H
Groep I
Groep J
Groep K
0 functiejaar
2.306,54
2.359,31
2.402,02
2.459,81
2.500,01
2.537,70
1 functiejaren
2.222,19
2.236,19
2.263,83
2.288,95
2.580,41
2.638,20
2.683,43
2.748,75
2.793,98
2.834,18
2 functiejaren
2.264,33
2.577,90
2.610,56
2.643,23
2.675,89
2.736,19
2.783,93
2.851,77
2.897,00
2.939,71
3 functiejaren
2.306,47
2.633,18
2.665,84
2.693,48
2.716,09
2.773,88
2.824,13
2.891,97
2.944,73
2.982,42
4 functiejaren
2.348,60
2.658,30
2.690,96
2.721,12
2.743,73
2.801,52
2.851,77
2.919,61
2.969,86
3.012,57
5 functiejaren
2.390,74
2.683,43
2.718,60
2.748,75
2.768,85
2.829,16
2.881,92
2.952,27
2.997,50
3.045,24
6 functiejaren
2.432,88
2.711,07
2.746,24
2.773,88
2.796,49
2.861,82
2.909,56
2.982,42
3.030,16
3.072,88
7 functiejaren
2.475,01
2.741,22
2.771,37
2.801,52
2.824,13
2.889,46
2.939,71
3.010,06
3.060,31
3.103,03
8 functiejaren
2.517,15
2.766,34
2.799,01
2.826,64
2.851,77
2.914,58
2.967,35
3.042,72
3.090,46
3.130,66
9 functiejaren
2.559,29
2.793,98
2.824,13
2.854,28
2.876,90
2.947,25
2.992,47
3.070,36
3.118,10
3.158,30
Aanloopschaal
Aanloopschaal per uur
De aanloopschaal geldt voor werknemers die nieuw zijn in de vleeswarenindustrie, maximaal 6 maanden (art. 13 lid 2). Jeugdige werknemers hebben recht op het minimumuurloon van een werknemer die twee jaar ouder is.
Leeftijd
Per uur per 1 januari 2026
Per uur per 1 juli 2026
19 jaar en ouder
€ 14,71
€ 14,99
18 jaar
€ 11,77
€ 11,99
17 jaar
€ 8,83
€ 8,99
16 jaar
€ 7,36
€ 7,50
Functiegroeptoeslagen in de aanloopschaal per 1 maart 2026
Wordt een functie met een hogere indeling uitgeoefend, dan komt bovenop de aanloopschaal een functiegroeptoeslag.
Loongroep
B
C
D
E
Per uur
€ 0,00
€ 0,10
€ 0,29
€ 0,46
Per week
€ 0,00
€ 3,67
€ 10,41
€ 16,52
Oude schaal B
Oude schaal B per 1 maart 2026
Voor werknemers die vóór 1 april 2012 zijn ingedeeld in schaal B blijven de oude lonen van deze schaal van kracht. De lonen zijn gebaseerd op een arbeidsduur van 36 uur per week.
Functiejaren
Per uur
Per week
Per 4 weken
Per maand
0 functiejaar
1 functiejaren
15,42
555,28
2.221,11
2.406,21
2 functiejaren
17,78
640,08
2.560,31
2.773,67
3 functiejaren
18,11
652,01
2.608,05
2.825,39
4 functiejaren
18,32
659,55
2.638,20
2.858,05
5 functiejaren
18,48
665,20
2.660,81
2.882,55
6 functiejaren
18,65
671,48
2.685,94
2.909,77
7 functiejaren
18,83
677,77
2.711,07
2.936,99
8 functiejaren
19,02
684,68
2.738,70
2.966,93
9 functiejaren
19,19
690,96
2.763,83
2.994,15
Administratief personeel
Periodesalaris per 4 weken per 1 maart 2026
Het periodiek is het verschil tussen het maximumloon en het loon bij 0 functiejaren, gedeeld door het aantal functiejaren van de betreffende groep.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO Zuivelindustrie 2026 - 2028 heeft een looptijd van 1 april 2026 t/m 31 maart 2028. De lonen gaan omhoog met 3,3% per 1 april 2026 (met terugwerkende kracht, voor werknemers die in augustus 2026 nog in dienst zijn), 1,75% per 1 januari 2027 en 1,75% per 1 mei 2027. Wie op 1 juli 2026 en op 1 januari 2027 in dienst is, ontvangt in januari 2027 bovendien een eenmalige bruto uitkering van € 250 (parttimers naar rato). Op deze pagina staan verder de vakantiedagen, toeslagen, doorbetaling bij ziekte, eindejaarsuitkering, werkingssfeer en de salaristabellen.
1 april 2026 t/m 31 maart 2028; de CAO eindigt op 31 maart 2028 zonder dat opzegging nodig is (art. 2)
CAO-partijen
Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO, Den Haag); FNV en CNV (Utrecht); De Unie (Culemborg)
Loonsverhoging
3,3% per 1 april 2026 (alleen als u in augustus 2026 nog in dienst bent), 1,75% per 1 januari 2027 en 1,75% per 1 mei 2027; eenmalig € 250 bruto in januari 2027 (art. 5A lid 4 en 5)
Vakantiedagen
200 uur per jaar (144 wettelijk en 56 bovenwettelijk) van 18 tot 60 jaar; 216 uur onder 18 en vanaf 60 jaar; 209 uur in de volcontinu 5-ploegendienst (art. 12 en 13A)
Vakantietoeslag
8% van het jaarinkomen over juni t/m mei, uitbetaald in mei (art. 19)
Overwerkvergoeding
100% uurloon plus 50% overwerktoeslag, of de 50% toeslag in vrije tijd; werken op een feestdag 150% toeslag (art. 9 en 8)
Reiskostenvergoeding
Niet geregeld in de CAO
Bijzonder verlof
2 dagen/diensten bij eigen huwelijk; 4 weken geboorteverlof (contractuele wekelijkse arbeidsduur); 2 tot 5 werkdagen bij overlijden van onder meer partner, kind of ouder; 5 dagen onbetaald verlof per jaar (art. 15 en 18)
Thuiswerkvergoeding
Niet geregeld in de CAO
Doorbetaling bij ziekte
100% in de eerste 52 weken, 90% in de eerste 26 weken en 80% in de tweede 26 weken van het tweede ziektejaar (art. 24)
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Eindejaarsuitkering van 5% van het jaarinkomen, betaald aan het einde van het kalenderjaar (art. 20)
Pensioenfonds
Pensioenregeling via de aparte pensioen-CAO voor de Zuivelindustrie (looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2029); het protocol noemt BPZ. Premie niet in deze CAO; werkgevers buiten de pensioen-CAO betalen 3,25% van het pensioengevend salaris (art. 22)
Opzegtermijn werkgever
Wettelijke opzegtermijnen van artikel 7:672 BW (art. 4 lid 3)
Opzegtermijn werknemer
1 maand, ingaand op de eerste dag van de volgende maand (art. 4 lid 3)
Werkingssfeer
Ondernemingen in de Zuivelindustrie die meer dan 10 miljoen kg rauwe koemelk per kalenderjaar bewerken of verwerken (art. 1)
Salarisverhogingen
3,3% per 1 april 2026: de salarisschalen en individuele salarissen gaan per 1 april 2026 met terugwerkende kracht met 3,3% omhoog, maar alleen als u in augustus 2026 nog in dienst was van uw werkgever (art. 5A lid 4).
1,75% per 1 januari 2027 en 1,75% per 1 mei 2027 voor de salarisschalen en individuele salarissen (art. 5A lid 4).
Eenmalige uitkering: € 250 bruto in januari 2027 voor wie op 1 juli 2026 in dienst was en op 1 januari 2027 nog steeds is. Parttimers ontvangen de uitkering naar rato; wie gemiddeld 33,6 uur per week werkt in de volcontinu 5-ploegendienst is fulltimer. Dit geldt ook voor uitzendkrachten die op beide data voor de werkgever werkten (art. 5A lid 5).
Medewerkers die voor augustus 2026 uit dienst zijn getreden ontvangen de verhoging van 3,3% per 1 april 2026 niet; voor hen geldt een aparte schaal (art. 5A lid 4 en bijlage IV).
Individuele verhoging: uw schaalsalaris stijgt op 1 januari met een functiejaar. U ontvangt die verhoging niet als u op 1 juli van het vorige kalenderjaar nog niet in dienst was; dan volgt zij een jaar later (art. 5A lid 7).
Arbeidsmarkttoeslag (AMT): 10% bovenop het schaalsalaris voor technische referentiefuncties zoals werkvoorbereider TD, 1e monteur, besturingstechnicus, allround monteur, monteur E en monteur W. De AMT geldt als proef tot en met het einde van deze CAO en telt mee voor vakantiegeld, eindejaarsuitkering, pensioen, overwerk en ploegentoeslag (art. 5B).
Vergoeding wisseling diensten: werkt u in ploegendienst en besteedt u tijd buiten uw rooster aan overdracht of omkleden, dan ontvangt u € 61,98 per maand per 1 april 2026, € 63,06 per 1 januari 2027 en € 64,16 per 1 mei 2027 (naar rato voor parttimers) (art. 7A).
Stagevergoeding: vanaf 1 augustus 2026 minimaal € 500 bruto per maand voor een volwaardige fulltime stage, ongeacht het opleidingsniveau; bij een deeltijdstage naar rato (art. 28).
EHBO- en BHV-toeslag: 3% (EHBO-diploma) of 1% (BHV-certificaat) per maand van het schaalsalaris van functiegroep VI bij 14 functiejaren (art. 21).
Uitzendkrachten: de structurele verhogingen gelden ook voor uitzendkrachten die onder de inlenersbeloning vallen (art. 5A lid 13).
Vakantiedagen
200 uur per jaar voor werknemers van 18 tot 60 jaar: 144 wettelijke en 56 bovenwettelijke vakantie-uren. Onder 18 jaar en vanaf 60 jaar zijn dat 144 wettelijke en 72 bovenwettelijke uren, samen 216 uur (art. 12 lid 1). Bij een werkweek van 36 uur is 200 uur ongeveer 28 dagen van 7,2 uur.
Extra uren bij nachtdiensten: staan er minimaal 44 nachtdiensten per jaar in uw rooster (jaarcyclus), dan ontvangt u 24 extra vakantie-uren per jaar (art. 12 lid 2).
Volcontinu 5-ploegendienst: 144 wettelijke en 65 bovenwettelijke uren per jaar, samen 209 uur (art. 13A lid 5).
Opbouw: de datum van indiensttreding en uitdiensttreding bepaalt de opbouw in dat kalenderjaar (art. 12 lid 3). Bij ziekte bouwt u gewoon vakantie op (art. 12 lid 6).
Snipperdagen: de werkgever kan in overleg met de medezeggenschap maximaal 3 algemene snipperdagen aanwijzen (art. 12 lid 5).
Opnemen: u neemt eenmaal per kalenderjaar minimaal 2 aaneengesloten weken vakantie op, en op verzoek 3 weken. Vraag uw vakantie vóór 1 december aan; uw werkgever reageert vóór 1 januari (art. 12 lid 7).
Vervallen en verjaren: wettelijke vakantie-uren vervallen op 1 oktober van het volgende kalenderjaar; bovenwettelijke uren verjaren 5 jaar na het opbouwjaar. Dit geldt niet als u niet in de gelegenheid bent gesteld ze op te nemen (art. 12 lid 8).
Kopen en verkopen: bovenwettelijke vakantie-uren kunt u kopen en verkopen (art. 14).
Extra vrije uren 61 jaar en ouder: 2 uur per week vanaf 61 jaar, 3 uur vanaf 62, 4 uur vanaf 63 en 5 uur vanaf 64 jaar, tegen 85% van het uurloon bij afwezigheid. Alleen voor wie op 1 januari 2017 53 jaar of ouder was en toen in dienst was (art. 11B).
58-jarigenregeling: alleen nog voor wie op 1 januari 2017 50 jaar of ouder was en op 31 december 2016 in dienst was; korter werken (36 naar 32 uur per week, tegen 73,1% van het uurloon bij afwezigheid over de uren die u minder werkt) of een minder belastend rooster (art. 11A).
Vitaliteitsregeling: werknemers van 6 jaar voor de AOW-leeftijd (vanaf 1 september 2026: 7 jaar) kunnen 32 uur per week werken tegen 95% van het functiesalaris en met 100% pensioenopbouw (art. 11C).
Overwerkvergoeding
Vergoeding overwerk: voor elk overwerkuur ontvangt u 100% van uw functiesalaris per uur plus een overwerktoeslag van 50%, voor zowel full- als parttimers. Daarnaast ontvangt u de matrixtoeslagen die bij het tijdstip van overwerken horen (art. 9 lid 5).
Wat is overwerk: uren die u in opdracht van uw werkgever buiten uw dienstrooster werkt. Overwerk wordt per week bepaald. Meer werken op eigen initiatief, of een parttimedag schuiven naar de volgende week, is geen overwerk (art. 9 lid 1).
Compensatie in vrije tijd: wilt u de overuren in vrije tijd opnemen, dan is de overwerktoeslag 50%. U neemt het saldo op binnen 3 maanden; wat dan niet is opgenomen, wordt alsnog uitbetaald (art. 9 lid 6).
Verplicht of niet: overwerk mag u niet weigeren als de werkgever het noodzakelijk vindt; vanaf 60 jaar is overwerk niet verplicht. De werkgever streeft ernaar u minimaal 5 uur van tevoren te informeren (art. 9 lid 3 en 4).
Werken op een feestdag: voor elk gewerkt uur op een feestdag een toeslag van 150% van het functiesalaris per uur, naast compensatie in vrije tijd van de gewerkte uren (art. 8 lid 3). Feestdagen zijn nieuwjaarsdag, 1e en 2e paasdag, Hemelvaartsdag, 1e en 2e pinksterdag, 1e en 2e kerstdag, Koningsdag en eens per 5 jaar Bevrijdingsdag (art. 8 lid 2).
Toeslag buiten het dagvenster (06:30 - 17:00 uur) op verzoek van de werkgever, voor zowel full- als parttimers (art. 7 lid 3): zie de tabel hieronder. In de volcontinu 5-ploegendienst geldt een gemiddelde toeslag van 28,7% (art. 13A lid 1); in de Dagvers bij overgang naar volcontinu 25,7% (art. 7 lid 4).
Consignatie: bij minimaal 4 uur consignatie 6% van het functiesalaris per uur op maandag t/m vrijdag en 17% op zaterdag, zondag en feestdagen (art. 10 lid 1).
Extra opkomst tijdens consignatie: 100% van het functiesalaris per uur per opkomst op maandag t/m vrijdag en 250% op zaterdag, zondag en feestdagen (art. 10 lid 3). Over de gewerkte tijd ontvangt u uw functiesalaris en eventuele toeslagen, met een minimum van 1 uur per opkomst (art. 10 lid 5).
Pauzes: bij 44 of meer nachtdiensten per jaar betaalt de werkgever alle pauzes door; bij minder nachtdiensten alleen de pauzes in de nachtdiensten (art. 6 lid 2).
Toeslag buiten het dagvenster (art. 7 lid 3)
Tijdvak
Ma t/m vr
Za
Zo
17:00 - 24:00 uur
34,2%
100%
100%
06:30 - 17:00 uur
0%
45%
100%
00:00 - 06:30 uur
37%
37%
125%
Reiskostenvergoeding
De CAO Zuivelindustrie 2026 - 2028 bevat geen regeling voor de vergoeding van woon-werkverkeer of dienstreizen. Afspraken hierover maakt de werkgever zelf met de werknemer.
Wel geregeld: de werkelijk gemaakte reis- en studiekosten die nodig zijn voor het behalen van een EHBO-diploma of BHV-certificaat worden vergoed (art. 21 lid 3).
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met doorbetaling is geregeld in artikel 15, mantelzorg in artikel 16, verlof voor reservisten in artikel 17, onbetaald verlof in artikel 18 en vakbondsverlof in artikel 33.
Situatie
Verlof
Eigen huwelijk of geregistreerd partnerschap
2 dagen/diensten
Bevalling partner
Tijdens de bevalling
Geboorteverlof
De contractuele wekelijkse arbeidsduur, in een periode van 4 weken na de bevalling
Aanvullend geboorteverlof
Maximaal vijf keer de contractuele wekelijkse arbeidsduur binnen zes maanden na de bevalling; geen loondoorbetaling, wel een UWV-uitkering van 70% van het dagloon
Adoptie van een kind
2 dagen/diensten
Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een kind, pleegkind, broer, zus, ouder, zwager of schoonzus
1 dag/dienst
Overlijden van de partner, huisgenoot, (stief)kind, ouder, schoonouder, broer, zus, zwager, schoonzus, grootouder, schoonzoon of schoondochter
Vanaf de dag van overlijden tot en met de begrafenis of crematie, minimaal twee en maximaal vijf werkdagen
25-jarig jubileum
1 dag/dienst
40-jarig jubileum
2 dagen/diensten
25- of 40-jarig huwelijk of partnerschap, of 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk van ouders of schoonouders
1 dag/dienst
Priesterwijding van broer of zoon; grote professie van kind, broer of zus
1 dag/dienst
Ondertrouw
De benodigde tijd, maximaal 1 dag/dienst
Bezoek aan arts of medische zorg die niet buiten werktijd kan
De benodigde tijd, maximaal 1 dag/dienst
Zoeken van een nieuwe werkgever na opzegging (minimaal 6 weken in dienst)
De benodigde tijd, maximaal 1 dag/dienst
Door wet of overheid opgelegde verplichting (zonder geldelijke vergoeding) buiten uw vrije tijd
De benodigde tijd
Stemmen, als dit niet buiten werktijd kan
De benodigde tijd
Examen voor een studie in het belang van uw werk
De benodigde tijd
Cursus ter voorbereiding op uw pensioen, in de laatste 2 jaar voor uw pensioen
De benodigde tijd, maximaal 5 dagen/diensten
Doorbetaling: bij deze gebeurtenissen betaalt de werkgever het uurloon bij afwezigheid door in plaats van het functiesalaris. Een parttimer heeft evenveel bijzonder verlof als een fulltimer (art. 15).
Nachtrust: werkt u in ploegendienst en bent u langer dan 8 uur afwezig vanwege bijzonder verlof, dan krijgt u de mogelijkheid voor minimaal 8 uur nachtrust (art. 15).
Onbetaald verlof: maximaal 5 dagen per kalenderjaar als dit uw werk niet belemmert (parttimers naar rato), ook in halve dagen op te nemen. Vraag het minimaal 2 weken van tevoren aan, in een drukke periode 4 weken. Ook voor een niet-christelijke religieuze feest- of gedenkdag kunt u onbetaald verlof opnemen (art. 18).
Mantelzorg: hierover maakt u maatwerkafspraken met uw werkgever; de uitwerking, inclusief eventueel extra verlof, ligt bij de werkgever (art. 16).
Reservisten: de werkgever kan afspraken maken over verlof voor inzet voor Defensie; bij langere inzet geldt een terugkeergarantie in de oorspronkelijke of een vergelijkbare functie (art. 17).
Vakbondsverlof: bestuursleden van een vakbondsorgaan hebben vrijaf voor vergaderingen en congressen van de vakbond en voor een vakbondscursus, met doorbetaling van het uurloon bij afwezigheid, als uw werk dat toelaat (art. 33).
Partner: uw echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner of een persoon met wie u een samenlevingsovereenkomst heeft (art. 3 lid 8).
Doorbetaling bij ziekte
Eerste 52 weken: 100% van het uurloon bij afwezigheid (art. 24 lid 2).
Tweede ziektejaar: 90% over de eerste 26 weken en 80% over de tweede 26 weken. Over uren die u werkt voor uw re-integratie ontvangt u 100% (art. 24 lid 2).
Aanvulling tot 100% in het tweede jaar: geldt als u volledig meewerkt aan uw re-integratie en voldoet aan de eisen van de Wet verbetering poortwachter (art. 24 lid 2).
Minder dan 35% arbeidsongeschikt na 2 jaar: u ontvangt een percentage van het verschil tussen uw oorspronkelijke en actuele uurloon bij afwezigheid: 100% in het 1e jaar, 80% in het 2e, 60% in het 3e, 40% in het 4e en 20% in het 5e jaar. Uw totale inkomen is nooit hoger dan uw oorspronkelijke uurloon bij afwezigheid (art. 24 lid 3).
Herplaatsing: de werkgever heeft een inspanningsverplichting om herplaatsing te realiseren waarbij salarisniveau en verdiencapaciteit zo veel mogelijk aansluiten (art. 24 lid 4).
Second opinion: u behoudt maximaal 1 maand recht op doorbetaling van het uurloon bij afwezigheid, maximaal 1 keer per kalenderjaar (art. 24 lid 6).
Wettelijk kader: daarnaast gelden artikel 7:629 BW, de Ziektewet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (art. 24 lid 1).
WGA-hiaatverzekering: de werkgever sluit op eigen kosten een WGA-hiaat uitgebreid verzekering af die het verschil aanvult tot 75% of 70% van de grondslag, volgens bijlage VI (art. 23).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Eindejaarsuitkering: aan het einde van het kalenderjaar ontvangt u 5% van uw jaarinkomen. Het gaat om alle uit de CAO en de sociale verzekeringswetten afkomstige inkomensbestanddelen, exclusief eindejaarsuitkering, vakantietoeslag en kostenvergoedingen (art. 20 lid 1).
Uit dienst: gaat u eerder dan het einde van het jaar uit dienst, dan ontvangt u de uitkering over de maanden dat u in dienst was (art. 20 lid 2).
Verhoging: de eindejaarsuitkering is vanaf 2022 met 0,5% verhoogd en per 1 januari 2025 met nog eens 1% (protocol, bijlage II).
Geen dertiende maand: de CAO kent geen aparte dertiende maand naast deze eindejaarsuitkering.
Vakantietoeslag: 8% van het jaarinkomen over de periode juni t/m mei, uitbetaald in mei en bij uitdiensttreding naar rato; er geldt een wettelijk minimumbedrag (art. 19).
Thuiswerkvergoeding
De CAO Zuivelindustrie 2026 - 2028 regelt geen thuiswerkvergoeding. Afspraken over thuiswerken en een eventuele vergoeding maakt de werkgever zelf met de werknemer.
Pensioenfonds
Pensioen-CAO: de pensioenregeling staat niet in deze CAO, maar in de aparte collectieve arbeidsovereenkomst inzake pensioenen voor de Zuivelindustrie (looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2029, genoemd in bijlage VI).
Fonds: het protocol (bijlage II) spreekt over de pensioenregeling van BPZ en over een mogelijke verhoging van de werknemersbijdrage daarin. De premie en de premieverdeling staan niet in deze CAO.
Werkgevers buiten de pensioen-CAO: betalen een werkgeversbijdrage van 3,25% van het pensioengevend salaris voor een verplichte collectieve pensioenspaarregeling (art. 22).
Pensioengevend: de vergoeding voor wisseling van diensten, de matrixcompensatie en de arbeidsmarkttoeslag tellen mee voor het pensioen (art. 5B, 7 en 7A).
Regelingen voor ouderen: bij de vitaliteitsregeling (artikel 11C) loopt de pensioenopbouw door op 100%; bij verkorting van uw arbeidsduur in de 58-jarigenregeling (artikel 11A) geldt dat niet voor de pensioenopbouw; opname van de extra vrije uren in artikel 11B heeft geen gevolgen voor uw pensioenrechten.
Opzegtermijn
Opzegging door de werkgever: de werkgever hanteert de opzegtermijnen van artikel 7:672 BW. Die gelden niet bij ontslag om een dringende reden en tijdens de proeftijd (art. 4 lid 3).
Opzegging door u: uw opzegtermijn is één maand. De opzegtermijn gaat in op de eerste dag van de volgende maand (art. 4 lid 3).
Proeftijd: bij een contract voor bepaalde tijd is een proeftijd van één maand alleen mogelijk als het contract langer dan 6 maanden duurt; bij een contract van meer dan twee jaar of voor onbepaalde tijd geldt maximaal twee maanden. Het opzegverbod bij ziekte geldt niet tijdens de proeftijd (art. 4 lid 2).
Einde van rechtswege: uw arbeidsovereenkomst eindigt op de dag dat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 4 lid 4).
Uitzendkrachten: perioden waarin u in dezelfde functie eerst als uitzendkracht bij dezelfde werkgever werkte, tellen mee als één schakel in de keten (art. 4 lid 5).
Werkingssfeer
De CAO geldt voor ondernemingen in de Zuivelindustrie: ondernemingen die meer dan 10 miljoen kg rauwe koemelk per kalenderjaar bewerken of verwerken (art. 1 lid 1).
Valt eronder
Ondernemingen die meer dan 10 miljoen kg rauwe koemelk per kalenderjaar bewerken of verwerken, bijvoorbeeld kaas-, poeder-, condens-, boter- en dagverse zuivelproductie
Werknemers in functiegroep I tot en met VIII van de functielijst (bijlage III), op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst (art. 3 lid 3)
Onderdelen van zulke ondernemingen zoals verpakking, logistiek, kaaspakhuis, technische dienst, kwaliteit en administratie, voor zover de werknemers in deze functiegroepen vallen
Valt er niet onder
Hochwald Nederland b.v. (art. 1 lid 2 sub a)
Ondernemingen of onderdelen van een onderneming waarvoor de CAO voor het Partikuliere Kaaspakhuisbedrijf geldt (art. 1 lid 2 sub b)
Verwerkers van 10 miljoen kg rauwe koemelk per kalenderjaar of minder
Hoger personeel: hiervoor geldt een aparte CAO
Meerdere activiteiten of twijfel
De CAO noemt geen regeling voor bedrijven met meerdere activiteiten. Wijkt een werkgever af van de CAO, dan is daarvoor toestemming van de Contact Commissie nodig (art. 1 lid 3 en art. 32). Twijfelt u of uw bedrijf onder deze CAO valt, raadpleeg dan het CAO-boekje of de CAO-partijen.
De bedragen zijn bruto maandsalarissen per functiegroep (I t/m VIII) en functiejaar (bijlage IV). De tabel per 1 april 2026 geldt voor medewerkers die in augustus 2026 of daarna nog in dienst waren en bevat de verhoging van 3,3%; de volgende tabellen bevatten de verhogingen van 1,75% per 1 januari 2027 en per 1 mei 2027. Voor wie vóór augustus 2026 uit dienst is getreden geldt een eigen schaal. Voor werknemers met een arbeidsbeperking (Participatiewet) staat de schaal A op een apart tabblad; die is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wordt verhoogd zodra het minimumloon stijgt, zie het huidige wettelijk minimumloon. Bij een BBL-traject ontvangt u minimaal het salaris van functiegroep I (opleiding niveau 2) of functiegroep II (niveau 3) (art. 27). De CAO geeft geen aparte bedragen per 4 weken of per uur.
Per maand vanaf 1 april 2026
Bruto maandlonen per 1 april 2026 (in dienst in of na augustus 2026)
Functiejaren
Groep I
Groep II
Groep III
Groep IV
Groep V
Groep VI
Groep VII
Groep VIII
0 functiejaren
2.660,53
2.792,53
2.859,55
3.002,47
3.111,93
3.353,58
3.655,18
4.027,31
1 functiejaren
2.709,10
2.840,44
2.904,92
3.050,24
3.159,68
3.400,06
3.697,48
4.067,81
2 functiejaren
2.758,50
2.888,99
2.950,94
3.098,77
3.208,27
3.447,06
3.740,05
4.108,42
3 functiejaren
2.808,91
2.938,55
2.997,63
3.147,79
3.257,33
3.494,70
3.783,25
4.149,32
4 functiejaren
2.860,13
2.989,05
3.045,25
3.198,16
3.307,65
3.543,01
3.826,91
4.190,90
5 functiejaren
2.912,20
3.040,16
3.093,67
3.248,92
3.358,60
3.591,97
3.871,15
4.232,79
6 functiejaren
2.965,34
3.092,29
3.142,61
3.300,66
3.410,13
3.641,67
3.915,68
4.275,00
7 functiejaren
3.019,46
3.145,33
3.192,47
3.353,13
3.462,35
3.691,92
3.961,00
4.317,71
8 functiejaren
3.074,47
3.199,32
3.242,97
3.406,56
3.515,67
3.743,13
4.006,60
4.360,75
9 functiejaren
3.130,62
3.254,22
3.294,45
3.460,55
3.569,71
3.794,72
4.052,89
4.404,38
10 functiejaren
3.187,62
3.309,92
3.346,79
3.515,76
3.624,69
3.847,18
4.099,63
4.448,41
11 functiejaren
3.245,89
3.366,59
3.399,80
3.571,78
3.680,52
3.900,40
4.146,75
4.492,76
12 functiejaren
3.305,08
3.424,37
3.453,78
3.628,65
3.736,91
3.954,44
4.194,59
4.537,56
13 functiejaren
3.508,44
3.686,15
3.794,33
4.009,01
4.243,14
4.583,16
14 functiejaren
3.564,11
3.744,91
3.852,64
4.064,32
4.292,16
4.628,78
15 functiejaren
3.911,86
4.120,67
4.341,67
4.675,03
16 functiejaren
3.972,02
4.177,73
4.391,70
4.721,79
17 functiejaren
4.442,32
4.768,74
18 functiejaren
4.493,60
4.816,48
Per maand vanaf 1 januari 2027
Bruto maandlonen per 1 januari 2027
Functiejaren
Groep I
Groep II
Groep III
Groep IV
Groep V
Groep VI
Groep VII
Groep VIII
0 functiejaren
2.707,09
2.841,40
2.909,59
3.055,01
3.166,39
3.412,27
3.719,15
4.097,79
1 functiejaren
2.756,51
2.890,15
2.955,76
3.103,62
3.214,97
3.459,56
3.762,19
4.139,00
2 functiejaren
2.806,77
2.939,55
3.002,58
3.153,00
3.264,41
3.507,38
3.805,50
4.180,32
3 functiejaren
2.858,07
2.989,97
3.050,09
3.202,88
3.314,33
3.555,86
3.849,46
4.221,93
4 functiejaren
2.910,18
3.041,36
3.098,54
3.254,13
3.365,53
3.605,01
3.893,88
4.264,24
5 functiejaren
2.963,16
3.093,36
3.147,81
3.305,78
3.417,38
3.654,83
3.938,90
4.306,86
6 functiejaren
3.017,23
3.146,41
3.197,61
3.358,42
3.469,81
3.705,40
3.984,20
4.349,81
7 functiejaren
3.072,30
3.200,37
3.248,34
3.411,81
3.522,94
3.756,53
4.030,32
4.393,27
8 functiejaren
3.128,27
3.255,31
3.299,72
3.466,17
3.577,19
3.808,63
4.076,72
4.437,06
9 functiejaren
3.185,41
3.311,17
3.352,10
3.521,11
3.632,18
3.861,13
4.123,82
4.481,46
10 functiejaren
3.243,40
3.367,84
3.405,36
3.577,29
3.688,12
3.914,51
4.171,37
4.526,26
11 functiejaren
3.302,69
3.425,51
3.459,30
3.634,29
3.744,93
3.968,66
4.219,32
4.571,38
12 functiejaren
3.362,92
3.484,30
3.514,22
3.692,15
3.802,31
4.023,64
4.268,00
4.616,97
13 functiejaren
3.569,84
3.750,66
3.860,73
4.079,17
4.317,39
4.663,37
14 functiejaren
3.626,48
3.810,45
3.920,06
4.135,45
4.367,27
4.709,78
15 functiejaren
3.980,32
4.192,78
4.417,65
4.756,84
16 functiejaren
4.041,53
4.250,84
4.468,55
4.804,42
17 functiejaren
4.520,06
4.852,19
18 functiejaren
4.572,24
4.900,77
Per maand vanaf 1 mei 2027
Bruto maandlonen per 1 mei 2027
Functiejaren
Groep I
Groep II
Groep III
Groep IV
Groep V
Groep VI
Groep VII
Groep VIII
0 functiejaren
2.754,46
2.891,12
2.960,51
3.108,47
3.221,80
3.471,98
3.784,24
4.169,50
1 functiejaren
2.804,75
2.940,73
3.007,49
3.157,93
3.271,23
3.520,10
3.828,03
4.211,43
2 functiejaren
2.855,89
2.990,99
3.055,13
3.208,18
3.321,54
3.568,76
3.872,10
4.253,48
3 functiejaren
2.908,09
3.042,29
3.103,47
3.258,93
3.372,33
3.618,09
3.916,83
4.295,81
4 functiejaren
2.961,11
3.094,58
3.152,76
3.311,08
3.424,43
3.668,10
3.962,02
4.338,86
5 functiejaren
3.015,02
3.147,49
3.202,90
3.363,63
3.477,18
3.718,79
4.007,83
4.382,23
6 functiejaren
3.070,03
3.201,47
3.253,57
3.417,19
3.530,53
3.770,24
4.053,92
4.425,93
7 functiejaren
3.126,07
3.256,38
3.305,19
3.471,52
3.584,59
3.822,27
4.100,85
4.470,15
8 functiejaren
3.183,01
3.312,28
3.357,47
3.526,83
3.639,79
3.875,28
4.148,06
4.514,71
9 functiejaren
3.241,15
3.369,12
3.410,76
3.582,73
3.695,74
3.928,70
4.195,99
4.559,89
10 functiejaren
3.300,16
3.426,78
3.464,95
3.639,89
3.752,66
3.983,01
4.244,37
4.605,47
11 functiejaren
3.360,49
3.485,46
3.519,84
3.697,89
3.810,47
4.038,11
4.293,16
4.651,38
12 functiejaren
3.421,77
3.545,28
3.575,72
3.756,76
3.868,85
4.094,05
4.342,69
4.697,77
13 functiejaren
3.632,31
3.816,30
3.928,29
4.150,56
4.392,94
4.744,98
14 functiejaren
3.689,94
3.877,13
3.988,66
4.207,82
4.443,70
4.792,20
15 functiejaren
4.049,98
4.266,15
4.494,96
4.840,08
16 functiejaren
4.112,26
4.325,23
4.546,75
4.888,50
17 functiejaren
4.599,16
4.937,10
18 functiejaren
4.652,25
4.986,53
Uit dienst voor augustus 2026
Bruto maandlonen per 1 april 2026 voor werknemers die voor augustus 2026 uit dienst zijn getreden
Voor hen geldt de schaal zonder de verhoging van 3,3% (art. 5A lid 4).
Functiejaren
Groep I
Groep II
Groep III
Groep IV
Groep V
Groep VI
Groep VII
Groep VIII
0 functiejaren
2.575,54
2.703,32
2.768,20
2.906,55
3.012,52
3.246,45
3.538,41
3.898,65
1 functiejaren
2.622,56
2.749,70
2.812,12
2.952,80
3.058,74
3.291,44
3.579,36
3.937,86
2 functiejaren
2.670,38
2.796,70
2.856,67
2.999,78
3.105,78
3.336,94
3.620,57
3.977,17
3 functiejaren
2.719,18
2.844,68
2.901,87
3.047,23
3.153,27
3.383,06
3.662,39
4.016,77
4 functiejaren
2.768,76
2.893,56
2.947,97
3.095,99
3.201,98
3.429,83
3.704,66
4.057,02
5 functiejaren
2.819,17
2.943,04
2.994,84
3.145,13
3.251,31
3.477,22
3.747,48
4.097,57
6 functiejaren
2.870,61
2.993,50
3.042,22
3.195,22
3.301,19
3.525,33
3.790,59
4.138,43
7 functiejaren
2.923,00
3.044,85
3.090,48
3.246,01
3.351,74
3.573,98
3.834,46
4.179,78
8 functiejaren
2.976,25
3.097,12
3.139,37
3.297,73
3.403,36
3.623,55
3.878,61
4.221,44
9 functiejaren
3.030,61
3.150,26
3.189,21
3.350,00
3.455,67
3.673,49
3.923,42
4.263,68
10 functiejaren
3.085,79
3.204,18
3.239,87
3.403,45
3.508,90
3.724,28
3.968,66
4.306,30
11 functiejaren
3.142,20
3.259,04
3.291,19
3.457,68
3.562,94
3.775,80
4.014,28
4.349,24
12 functiejaren
3.199,50
3.314,98
3.343,45
3.512,73
3.617,53
3.828,11
4.060,59
4.392,60
13 functiejaren
3.396,36
3.568,39
3.673,12
3.880,94
4.107,59
4.436,75
14 functiejaren
3.450,25
3.625,28
3.729,56
3.934,48
4.155,04
4.480,91
15 functiejaren
3.786,89
3.989,03
4.202,97
4.525,68
16 functiejaren
3.845,13
4.044,27
4.251,40
4.570,95
17 functiejaren
4.300,41
4.616,40
18 functiejaren
4.350,05
4.662,61
Arbeidsbeperking
Schaal A per 1 januari 2026
Voor werknemers met een arbeidsbeperking die behoren tot de doelgroep voor loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en niet zelfstandig 100% van het wettelijk minimumloon kunnen verdienen bij een fulltime functie (art. 5A lid 6). De verhoging van lid 4 geldt voor deze groep niet.
Functiejaren
Schaal A
0 functiejaren
2.303,59
1 functiejaren
2.349,66
2 functiejaren
2.395,73
3 functiejaren
2.441,81
4 functiejaren
2.487,88
5 functiejaren
2.533,95
6 functiejaren
2.580,02
7 functiejaren
2.626,09
8 functiejaren
2.672,16
9 functiejaren
2.718,24
10 functiejaren
2.764,31
Schaal A per 1 juli 2026
Functiejaren
Schaal A
0 functiejaren
2.347,44
1 functiejaren
2.394,39
2 functiejaren
2.441,34
3 functiejaren
2.488,29
4 functiejaren
2.535,24
5 functiejaren
2.582,18
6 functiejaren
2.629,13
7 functiejaren
2.676,08
8 functiejaren
2.723,03
9 functiejaren
2.769,98
10 functiejaren
2.816,93
Bij elke verhoging van het wettelijk minimumloon stelt de werkgever de schaal opnieuw vast: 0 functiejaren is 100% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder, 10 functiejaren is 120%, met gelijke stappen daartussen. De schalen zijn voor 2026 gebaseerd op 261 werkbare dagen van 7,2 uur (bijlage V).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO Architectenbureaus 2026 - 2028 heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De loonsverhoging is gekoppeld aan de inflatie: per 1 januari 2027 en per 1 januari 2028 stijgen de salarissen mee met de consumentenprijsindex (CPI) van september daaraan voorafgaand, met een maximum van 4%. Per 1 januari 2027 komt daar een aanvullende structurele verhoging van maximaal 0,5% bij als de CPI van september 2026 lager is dan 3,5%. Op deze pagina staan verder de vakantiedagen, reiskostenvergoeding, thuiswerkvergoeding, doorbetaling bij ziekte, pensioen, werkingssfeer en de salaristabel.
1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (de CAO geldt tot 1 juli 2028); stilzwijgend telkens met een jaar verlengd, tenzij een partij minstens 3 maanden voor het einde opzegt (art. 7)
CAO-partijen
Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA, Amsterdam); De Unie (Culemborg), FNV (Amsterdam) en CNV (Utrecht)
Loonsverhoging
Automatische prijsindexatie: per 1 januari 2027 en per 1 januari 2028 de CPI van september daaraan voorafgaand, maximaal 4%; per 1 januari 2027 een aanvullende structurele verhoging tot 0,5% bij een CPI van september 2026 onder 3,5% (art. 22 lid 2 en 3)
Vakantiedagen
248 uur per jaar bij een 40-urige werkweek: 160 wettelijke en 88 bovenwettelijke uren; daarnaast de officiële feestdagen met doorbetaling (art. 36 en art. 2 lid i)
Vakantietoeslag
8% over het salaris van juni t/m mei, uiterlijk in juni uitbetaald (art. 25)
Overwerkvergoeding
Geen vast percentage; overuren tot en met functieniveau 5 worden in overleg uitbetaald of in vrije tijd omgezet; vanaf functieniveau 6 hoort uitloop bij de functie (art. 13)
Reiskostenvergoeding
Openbaar vervoer 2e klasse volledig vergoed bij 5 tot 40 km enkele reisafstand; eigen vervoer minimaal € 0,20 per km (art. 27 lid 1)
Bijzonder verlof
Overlijden partner of inwonend kind: van de dag van overlijden t/m de uitvaart; maximaal 3 dagen bij overlijden van onder meer een ouder of kind; 1 dag bij verhuizing per drie jaar (art. 39)
Thuiswerkvergoeding
Bij thuiswerken met instemming van de werkgever een vergoeding gelijk aan het fiscaal maximaal toegestane bedrag (art. 27 lid 4)
Doorbetaling bij ziekte
100% in het eerste ziektejaar, 70% in het tweede ziektejaar, aangevuld tot 100% bij voldoende meewerken aan re-integratie (art. 34)
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Niet geregeld in de CAO (art. 28 en 35 noemen alleen een eventuele vaste dertiende maand)
Pensioenfonds
Pensioenfonds Architectenbureaus (PFAB); premie voor 2027 22,8% van de pensioengrondslag, werkgever 55% en werknemer 45% (art. 26)
Opzegtermijn werkgever
1 maand bij minder dan 5 jaar dienstverband, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 16 lid 4)
Opzegtermijn werknemer
1 maand; opzeggen tegen het einde van de maand (art. 16 lid 3 en 5)
Werkingssfeer
Alle werknemers van architectenbureaus: bedrijven die architectenwerkzaamheden verrichten, ook als zij de naam architectenbureau niet voeren (art. 1 en 2)
Salarisverhogingen
Automatische prijsindexatie (API): per 1 januari 2027 en per 1 januari 2028 bewegen de salarissen mee met de CPI zoals die in september daaraan voorafgaand gold, met een bovengrens van 4%. De CPI van september 2026 geldt voor 2027 en die van september 2027 voor 2028 (art. 22 lid 2 sub a en b).
Boven de 4%: komt de CPI van september boven de 4%, dan wordt het meerdere niet in het salaris van het volgende kalenderjaar meegenomen. Bij de volgende CAO wordt dit meerdere alsnog verrekend, voor zover de CPI dan lager is dan 4% (art. 22 lid 2 sub c).
Aanvullende structurele verhoging per 1 januari 2027: geldt als de CPI van september 2026 lager is dan 3,5% (art. 22 lid 3). De staffel staat in de tabel hieronder.
Tredestijging: bij goed functioneren heeft u elk jaar recht op een volgende salaristrede, zolang het maximum van de schaal niet is bereikt. Na minimaal zes maanden werken en goed functioneren geldt dit ook als u nog geen volledig jaar heeft gewerkt (art. 23 lid 1 en 2).
10% uitloop: is het maximum van de schaal bereikt, dan is optioneel 10% uitloop boven de hoogste trede mogelijk, maar daar bestaat geen recht op (art. 23 lid 4).
Afzien van loonstijging: bij bedrijfseconomische omstandigheden kan de werkgever met dispensatie van de CAO-partijen maximaal 12 maanden afzien van de loonstijging, als 4/5 van de getroffen werknemers en de medezeggenschap instemmen (art. 4).
Cao à la carte: u kunt onder meer maximaal 5% van het bruto maandsalaris en maximaal 5 bovenwettelijke vakantiedagen inzetten om extra verlofdagen te kopen, tot maximaal 15 dagen per jaar (art. 28).
Opdrachtnemers: een zzp'er die een uurtarief van minimaal 150% van het bruto-uurloon plus 8% vakantietoeslag voor vergelijkbaar werk in rekening brengt, geldt als opdrachtnemer (art. 18 lid 3).
Staffel aanvullende structurele loonsverhoging per 1 januari 2027
CPI september 2026
Extra loonsverhoging (eenmalig) per 1 januari 2027
Structurele loonsverhoging per 1 januari 2027
Tot en met 3,0%
+0,5%
CPI + 0,5%
Boven 3,0%, onder 3,5%
Tussen +0,5% en +0,1%
3,5%
3,5% of hoger, onder 4,0%
Geen
CPI
4,0% of hoger
Geen
4,0%
Vakantiedagen
248 uur per jaar bij een dienstverband van 40 uur per week: 160 wettelijke uren (4 x 40) en 88 bovenwettelijke CAO-uren (2,2 x 40). Het vakantiejaar is gelijk aan het kalenderjaar (art. 36 lid 1 en 2).
Overgangsregeling: voor werknemers die vóór 1 september 2026 in dienst waren bij hun huidige werkgever blijven extra vakantie-uren naar rato behouden tot en met het jaar waarin zij de AOW-leeftijd bereiken: 16 uur per jaar voor wie op 31 december 2026 55 t/m 59 jaar is en 32 uur voor wie 60 jaar of ouder is (art. 36 lid 3).
Feestdagen met doorbetaling bovenop de vakantie-uren: nieuwjaarsdag, 2e paasdag, Hemelvaartsdag, 2e pinksterdag, 1e en 2e kerstdag, Koningsdag en 5 mei. In niet-lustrumjaren kan de werkgever een andere collectieve, doorbetaalde verlofdag aanwijzen in plaats van 5 mei (art. 2 lid i en art. 37 lid 3 en 5).
Aanvragen: de vakantie wordt vastgesteld volgens uw wensen, tenzij het bedrijfsbelang zich verzet; de werkgever laat dat binnen 14 dagen gemotiveerd weten (art. 37 lid 1).
Aaneengesloten: heeft u recht op 160 vakantie-uren of meer in een jaar, dan neemt u minimaal 80 uur aaneengesloten op, tenzij u andere afspraken maakt (art. 37 lid 2).
Collectieve vakantie: de werkgever kan aan het begin van het jaar een collectieve vakantieperiode van maximaal zeven aaneengesloten werkdagen aanwijzen, tijdens de bouwvak of rond kerst en nieuwjaar, in overeenstemming met de medezeggenschap. Met instemming van de medezeggenschap kunnen daar vijf collectief op te nemen vrije dagen bij komen (art. 38).
Religieuze feestdagen: voor andere religieuze feestdagen kunt u verlof opnemen (art. 37 lid 4).
Extra verlof kopen: via de cao à la carte kunt u tot 15 dagen per jaar kopen (art. 28).
Taakverlichting: vanaf 10 jaar voor de pensioenleeftijd kunt u kiezen voor korter werken (niet minder dan 32 uur per week, met ongewijzigde pensioenopbouw) of voor één functieniveau lager met behoud van salaris (art. 29).
Ontwikkeluren: 35 ontwikkeluren per kalenderjaar bij een voltijdse werkweek (art. 32).
Overwerkvergoeding
Tot en met functieniveau 5: overuren worden in overleg tussen werkgever en werknemer uitbetaald of omgezet in vrije tijd. De CAO noemt geen toeslagpercentage (art. 13 lid 1).
Vanaf functieniveau 6: u wordt geacht zelf te kunnen sturen op uw inzet van uren; uitloop van geplande werkzaamheden hoort bij de functie (art. 13 lid 2).
Wat is overwerk: arbeid op verzoek van en in afstemming met de werkgever boven de arbeidsduur die in uw arbeidsovereenkomst is vastgelegd (art. 2 lid t).
Extra werk: werk buiten de reguliere tijden dat nodig is om een deadline te halen of voor acquisitie, is extra werk en wordt bij voorkeur gecompenseerd in tijd of geld. Overwerk moet in redelijke grenzen blijven (bijlage 6).
Flexibel werken: de jaaruren kunnen flexibel worden ingezet binnen de Arbeidstijdenwet, met instemming van werkgever en werknemer (art. 12 lid 2 en 3).
Informatie: de werkgever informeert u schriftelijk over wat onder overwerk, flexibel en extra werk wordt verstaan en wijst u op bijlage 6 (art. 13 lid 3).
Toeslagen: de CAO kent geen toeslagen voor onregelmatige uren, avond-, nacht- of weekendwerk.
Reiskostenvergoeding
Reist u met het openbaar vervoer, dan krijgt u bij een enkele reisafstand van 5 tot 40 km een volledige vergoeding van de woon-werkkosten (art. 27 lid 1).
Openbaar vervoer: maandelijks achteraf, tegelijk met het salaris, gebaseerd op reizen met de 2e klas op het goedkoopste traject (art. 27 lid 1).
Eigen vervoer: minimaal € 0,20 per kilometer bij een enkele reisafstand van 5 tot 40 km (art. 27 lid 1).
Wijziging standplaats: bij een andere standplaats maken werkgever en werknemer afspraken over de vergoeding van reisuren, afhankelijk van de duur van de afspraak en de reisafstand (art. 27 lid 2).
Verhuizing: moet u door uw functie (tijdelijk) verhuizen, dan vergoedt de werkgever de kosten in redelijkheid (art. 27 lid 3).
Thuiswerken en kantoor: werkgever en werknemer maken in redelijkheid afspraken over de balans tussen kantoor en thuis en over de vergoeding voor reiskosten en thuiswerken (art. 12 lid 4).
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met behoud van salaris is geregeld in artikel 39. Het wettelijk bijzonder verlof staat in de Wet arbeid en zorg; de CAO noemt dit minimumbepalingen waar zij aanvullingen op geeft (art. 39 lid 1 en 3).
Situatie
Verlof
Overlijden van uw partner, of van een kind, stief- of pleegkind dat tot uw gezin behoort
Van de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie
Overlijden en begrafenis of crematie van een ander kind, stief- of pleegkind, een ouder, stief-, pleeg- of schoonouder, schoonzoon of schoondochter
Maximaal 3 dagen
Overlijden of begrafenis of crematie van een (over)grootouder, een (over)grootouder van uw partner, uw kleinkind, broer, zuster, zwager of schoonzuster
1 dag
Bijwonen van vergaderingen van een vakbond, als u deel uitmaakt van een besturend orgaan
Zo lang als nodig, maximaal 5 dagen per kalenderjaar
Bezoek aan een zorgverlener voor uw eigen gezondheid, als dit niet buiten werktijd kan
Zo lang als nodig
Sollicitatiegesprekken bij ontslag door de werkgever of dreiging daarvan, buiten uw schuld
Zo lang als redelijkerwijs nodig
Verhuizing
1 dag per drie jaar
Kortdurend zorgverlof (Wet arbeid en zorg)
Volledige doorbetaling van het salaris
Ziekte van een kind, partner, huisgenoot of andere verzorgingsbehoevende voor wie u de feitelijke zorg heeft, of andere calamiteiten rond de verzorging
Bijzonder verlof, al dan niet met behoud van salaris
Mantelzorg
Op uw verzoek bijzonder verlof, al dan niet met behoud van salaris
Normale werkdag: het recht op verlof bij overlijden van een ouder, kind of (over)grootouder e.d. (maximaal 3 dagen en 1 dag) geldt als de plechtigheid plaatsvindt op een dag waarop u normaal gesproken werkt (art. 39 lid 2).
Bezoek zorgverlener: kan dit bezoek niet buiten werktijd, dan vindt het zo veel mogelijk plaats aan het begin of het einde van de werktijd (art. 39 lid 1 sub e).
Mantelzorg: de werkgever zet zich in voor een goede combinatie van zorg en werk door werktijden aan te passen en/of thuiswerk aan te bieden met de benodigde voorzieningen (art. 39 lid 3 sub c).
Geboorte-, ouderschaps- en overig wettelijk verlof: de CAO verwijst hiervoor naar de Wet arbeid en zorg; de pensioenopbouw loopt tijdens ouderschapsverlof, aanvullend geboorteverlof en overig wettelijk verlof door (art. 26 lid 6).
Religieuze feestdagen: voor andere religieuze feestdagen kunt u verlof opnemen (art. 37 lid 4).
Doorbetaling bij ziekte
Eerste ziektejaar: 100% van het salaris dat u zou hebben ontvangen als u arbeidsgeschikt was geweest (art. 34 lid 1 en bijlage 10).
Tweede ziektejaar: 70% van dat salaris, door de werkgever aangevuld tot 100% als u voldoende meewerkt aan uw re-integratie en zich houdt aan de voorschriften van de Wet verbetering poortwachter. De bedrijfsarts beoordeelt maandelijks of u voldoende heeft meegewerkt; de werkgever besluit per maand of u 70% of 100% ontvangt (art. 34 lid 1 en bijlage 10).
Pensioen en vakantietoeslag: de pensioenopbouw gaat in de eerste twee ziektejaren ongewijzigd door op basis van 100% van het salaris. De vakantietoeslag wordt in het tweede jaar evenredig verminderd over de maanden met 70% doorbetaling (bijlage 10).
Sanctie poortwachter: legt het UWV de werkgever een loonsanctie op, dan houdt u in het derde ziektejaar recht op volledige doorbetaling zolang die verplichting duurt (bijlage 10).
Derde en volgende jaren: de werkgever sluit een verzekering af voor inkomensaanvulling bij een WIA-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (35% tot 80%). De uitkering bedraagt het arbeidsongeschiktheidspercentage x 70% van het laatstverdiende gemaximeerde loon, minus de WGA-uitkering. De premie komt tot maximaal 0,25% van het SV-loon voor rekening van de werknemer (art. 34 lid 2 en bijlage 10).
Derde WW-jaar: de werkgever vult het derde WW-jaar aan via de regeling private aanvulling WW van Stichting Private Aanvulling WW (SPAWW) (art. 34 lid 3).
Overlijden: na het overlijden van een werknemer keren de werkgevers de nabestaanden het salaris uit over de dag na het overlijden tot en met twee maanden daarna, vermeerderd met onder meer vakantiegeld (art. 35).
Preventie: werkgever en werknemer gebruiken de branche-RI&E en de Arbocatalogus Architecten; u heeft het recht om u te wenden tot een onafhankelijk vertrouwenspersoon (art. 33).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO Architectenbureaus 2026 - 2028 kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. De artikelen 28 (cao à la carte) en 35 (overlijden) noemen alleen een "eventuele vaste dertiende maand" of winstdeling als een bureau dit zelf heeft afgesproken.
Vakantietoeslag: 8% van het salaris over de periode juni t/m mei, uiterlijk in juni uitbetaald; bij einde dienstverband naar rato (art. 25).
Cao à la carte: een eventuele vaste dertiende maand of winstdeling kunt u inzetten als bron voor het kopen van extra verlofdagen (art. 28 lid 1).
Thuiswerkvergoeding
Vergoeding: gaat de werkgever akkoord met thuiswerken, dan ontvangt u een thuiswerkvergoeding gelijk aan het op dat moment geldende fiscaal maximaal toegestane bedrag voor thuiswerken (art. 27 lid 4).
Afspraken: werkgever en werknemer maken in redelijkheid afspraken over de balans tussen werken op kantoor en thuis en over een vergoeding voor reiskosten en het thuiswerken (art. 12 lid 4).
Medezeggenschap: thuiswerken is een onderwerp waarop de medezeggenschap inspraak en adviesrecht heeft (art. 3 lid 2).
Pensioenfonds
Pensioenfonds: de ouderdomspensioenregeling wordt uitgevoerd volgens Pensioenreglement A en de statuten van Pensioenfonds Architectenbureaus (PFAB) (art. 26 lid 1).
Premie: het PFAB stelt de premie vast op basis van afspraken van de CAO-partijen; die kan bewegen tussen 18% en 26% van de pensioengrondslag. Voor 2027 is 22,8% afgesproken, geldend tot CAO-partijen anders besluiten (art. 26 lid 4).
Premieverdeling: de werkgever betaalt 55% van de premie en de werknemer 45% (art. 26 lid 4).
Pensioenleeftijd: het pensioen start op de eerste dag van de maand waarin u 67 jaar wordt. U kunt het eerder of later laten ingaan en informeert uw werkgever als u eerder wilt stoppen (art. 26 lid 2 en 3).
Opbouwpercentage: de CAO-partijen stellen het pensioenopbouwpercentage vast (art. 26 lid 5).
Verlof en ziekte: tijdens ouderschapsverlof, aanvullend geboorteverlof, betaald studieverlof en overig wettelijk verlof gaan opbouw en premiebetaling door; in de eerste twee ziektejaren geldt een pensioengevend salaris van 100% (art. 26 lid 6 en bijlage 10).
Korter werken: bij taakverlichting (vanaf 10 jaar voor de pensioenleeftijd, minimaal 32 uur per week) blijft de pensioenpremie ongewijzigd op basis van de oorspronkelijke arbeidsduur en blijft de verdeling gelijk (art. 29).
Opzegtermijn
Opzegging door de werkgever: de wettelijke termijnen gelden: 1 maand bij minder dan 5 jaar dienstverband, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 16 lid 4). De werkgever kan alleen rechtsgeldig opzeggen als is voldaan aan artikel 7:671 BW (art. 16 lid 1).
Opzegging door u: uw opzegtermijn is 1 maand. Daarvan kan schriftelijk worden afgeweken; wordt een langere termijn afgesproken, dan is de termijn van de werkgever minimaal het dubbele (art. 16 lid 3).
Einde van de maand: opzeggen gebeurt tegen het einde van de maand, tenzij schriftelijk anders is afgesproken (art. 16 lid 5).
Dringende reden: bij opzegging om een dringende reden moet die reden schriftelijk en onmiddellijk worden meegedeeld (art. 16 lid 2).
AOW-leeftijd: de arbeidsovereenkomst eindigt automatisch op de dag dat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 16 lid 7).
Bepaalde tijd: een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op de einddatum; bij een contract van zes maanden of langer geldt de aanzegverplichting van artikel 7:668 BW. Tussentijds opzeggen kan alleen met wederzijds goedvinden of met een schriftelijk tussentijds opzegbeding (art. 14).
Studenten Academie van Bouwkunst: met een werknemer die deze studie volgt kan de werkgever na de wettelijke ketenbepaling maximaal twee keer een contract voor een jaar sluiten; dit eindigt aan het einde van de maand waarin het diploma is behaald of de studie is gestopt (art. 15).
Transitievergoeding: bij beëindiging op initiatief van of door handelen van de werkgever is een transitievergoeding verschuldigd volgens de wet (art. 14 lid 4 en art. 16 lid 6).
Werkingssfeer
De CAO is van toepassing op alle werknemers in dienst van architectenbureaus (art. 1). Ook bureaus die niet de naam architectenbureau voeren, maar wel architectenwerkzaamheden verrichten, vallen eronder (art. 2 lid b).
Valt eronder
Bureaus die gebouwen ontwerpen, of vernieuwingen, veranderingen, uitbreidingen of restauraties van gebouwen (art. 2 lid c onder 1)
Bureaus die, in combinatie met ontwerpwerk en in overwegende mate, bestekken, bouwvoorbereidings- en uitvoeringstekeningen, begrotingen, directie en projectmanagement, oplevering, (voor)onderzoek, planvorming en gebiedsontwikkeling, onderhouds- en beheersplannen of architectonisch/bouwkundig advies verzorgen (art. 2 lid c onder 2)
Werknemers: wie op basis van een arbeidsovereenkomst bij zo'n bureau werkt voor een financiële beloning (art. 2 lid z2)
Een bureau mag de titel architect in de bureaunaam alleen voeren als minstens de helft van het bestuur in het architectenregister staat ingeschreven (art. 2 lid b)
Valt er niet onder
Stagiairs: zij nemen niet deel aan de CAO-regelingen voor werknemers; voor hen geldt de stageregeling in bijlage 7 (art. 17 en bijlage 7)
Opdrachtnemers (zzp'ers) met een opdrachtovereenkomst en een tarief van minimaal 150% van het bruto-uurloon plus 8% vakantietoeslag (art. 2 lid s en art. 18)
Meerdere activiteiten of twijfel
De CAO noemt geen percentage voor bedrijven met meerdere activiteiten. Voor vragen over de uitleg of toepassing van de CAO kunt u terecht bij Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA); geschillen gaan naar de Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus (art. 8 en 9).
De bedragen zijn bruto maandsalarissen bij een 40-urige werkweek per salarisschaal (functieniveau 1 t/m 10, art. 20 en 22). De CAO noemt 1 januari 2026 als ingangsdatum van deze tabel; de verhogingen op basis van de CPI per 1 januari 2027 en 1 januari 2028 (art. 22 lid 2 en 3) zijn er nog niet in verwerkt, omdat die pas na de CPI van september bekend zijn. De CAO geeft geen aparte bedragen per 4 weken of per uur.
Per maand vanaf 1 januari 2026
Bruto maandsalarissen per salarisschaal
Salaristrede
Schaal 1
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Schaal 8
Schaal 9
Schaal 10
Salaristrede 0
€ 2.922
€ 2.922
€ 3.002
€ 3.282
€ 3.594
€ 3.935
€ 4.308
€ 4.720
€ 5.170
€ 5.667
Salaristrede 1
€ 2.980
€ 3.002
€ 3.094
€ 3.386
€ 3.706
€ 4.058
€ 4.446
€ 4.868
€ 5.335
€ 5.849
Salaristrede 2
€ 3.058
€ 3.085
€ 3.189
€ 3.490
€ 3.820
€ 4.182
€ 4.582
€ 5.019
€ 5.501
€ 6.031
Salaristrede 3
€ 3.138
€ 3.172
€ 3.282
€ 3.594
€ 3.935
€ 4.308
€ 4.720
€ 5.170
€ 5.667
€ 6.211
Salaristrede 4
€ 3.217
€ 3.261
€ 3.379
€ 3.697
€ 4.046
€ 4.433
€ 4.856
€ 5.321
€ 5.835
€ 6.393
Salaristrede 5
€ 3.348
€ 3.473
€ 3.802
€ 4.160
€ 4.558
€ 4.992
€ 5.472
€ 5.997
€ 6.576
Salaristrede 6
€ 3.430
€ 3.565
€ 3.902
€ 4.274
€ 4.680
€ 5.129
€ 5.622
€ 6.165
€ 6.757
Salaristrede 7
€ 3.519
€ 3.663
€ 4.006
€ 4.388
€ 4.807
€ 5.266
€ 5.773
€ 6.329
€ 6.940
Salaristrede 8
€ 3.756
€ 4.111
€ 4.500
€ 4.931
€ 5.403
€ 5.925
€ 6.496
€ 7.124
Salaristrede 9
€ 3.850
€ 4.213
€ 4.613
€ 5.056
€ 5.541
€ 6.075
€ 6.660
€ 7.304
Optioneel: 10% uitloop
€ 3.539
€ 3.871
€ 4.235
€ 4.634
€ 5.074
€ 5.562
€ 6.096
€ 6.682
€ 7.326
€ 8.034
Aanloopschaal afgestudeerden
Aanlooptreden van salarisschaal 4 (art. 21B)
Afgestudeerden zonder werkervaring in functieniveau 4 van de functiefamilies Architectuur & ontwerp of Technisch ontwerp kunnen tijdelijk in de aanloopschaal van salarisschaal 4 starten: MBO in aanlooptrede 1; HBO met onvoldoende BIM-vaardigheden in aanlooptrede 2; HBO met voldoende BIM-vaardigheden en TU met onvoldoende BIM-vaardigheden in aanlooptrede 3. Na aanlooptrede 3 geldt de reguliere salarisindeling. Een lagere indeling duurt maximaal 3 jaar bij MBO-niveau, 2 jaar bij HBO-niveau en 1 jaar bij WO-niveau (art. 21B lid 1, 3 en 5).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO voor de reisbranche (CAO Reiswerk) heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027. Per 1 september 2026 stijgen de salarissen met 3% en worden de minima en maxima van de loonschalen met 3% verhoogd; per 1 januari 2027 worden de minima en maxima van de loonschalen met 1,5% verhoogd. Een eenmalige uitkering is niet afgesproken, wel gelden vanaf 1 januari 2027 nieuwe percentages voor de loondoorbetaling bij ziekte (100%, 90%, 80% en 70%). Op deze pagina staan verder de vakantiedagen, vakantietoeslag, overwerkvergoeding, reiskosten, bijzonder verlof, thuiswerkvergoeding en de salaristabellen per maand en per uur.
1 juli 2026 t/m 30 juni 2027; de CAO eindigt van rechtswege zonder opzegging (art. 35)
CAO-partijen
ANVR (Leusden), CNV (Utrecht) en FNV (Utrecht)
Loonsverhoging
Per 1 september 2026: 3% collectieve loonsverhoging, ook voor de minima en maxima van de schalen. Per 1 januari 2027: minima en maxima van de schalen 1,5% hoger (art. 17a, bijlage 2)
Vakantiedagen
25 vakantiedagen per kalenderjaar op fulltimebasis (art. 8.1)
Vakantietoeslag
8% van het brutoloon, uitbetaald uiterlijk in mei over de periode mei t/m april (art. 19)
Overwerkvergoeding
25% toeslag op het normale uurloon voor functiegroep 2 t/m 5 (art. 12.4), eventueel naast de toeslag voor bijzondere uren van 35% of 75% (art. 20)
Reiskostenvergoeding
Minimumregeling zonder ondernemingsregeling: auto € 0,10 per km (vanaf 10 t/m 50 km enkele reis); fiets en te voet minimaal € 0,23 per km vanaf 1 september 2026; openbaar vervoer 100% (art. 22)
Bijzonder verlof
2 dagen bij eigen huwelijk, 2 dagen bij overlijden van een ouder of uitwonend kind, tot en met de dag van de uitvaart bij overlijden van de partner of een inwonend kind, 1 week (de wekelijkse arbeidsduur) bij bevalling van de partner (art. 11)
Thuiswerkvergoeding
Minimaal € 2,00 per effectief thuisgewerkte dag, of een internetvergoeding van minimaal € 20,00 per maand (art. 23)
Doorbetaling bij ziekte
100% in de eerste 52 weken (wettelijk 70% plus 30% aanvulling), 70% in het tweede jaar. Vanaf 1 januari 2027: 100% in week 1 t/m 26, 90% in week 27 t/m 52, 80% in week 53 t/m 78 en 70% in week 79 t/m 104 (art. 24)
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering
Pensioenfonds
Pensioenfonds PGB (sinds 1 januari 2021) (art. 25)
Opzegtermijn werkgever
2 maanden; bij individuele afspraak te bekorten tot minimaal 1 maand (art. 3.2)
Opzegtermijn werknemer
2 maanden; bij individuele afspraak te bekorten tot minimaal 1 maand (art. 3.2)
Werkingssfeer
Ondernemingen die voor meer dan 50% van de loonsom het bedrijf van (online) reisorganisator en/of (online) reisagent uitoefenen (art. 1)
Salarisverhogingen
1 september 2026: 3% collectieve loonsverhoging over het bruto maandloon, voor werknemers in functiegroep 2 t/m 8 en in functiegroep A (reisleider en reisbegeleider). De verhoging wordt berekend over het bruto maandloon tot ten hoogste het schaalmaximum; is het loon hoger dan het schaalmaximum, dan wordt alleen over het schaalmaximum gerekend (art. 17a).
Per 1 september 2026 worden ook de minima en maxima van de schalen met 3% verhoogd (art. 17a, bijlage 2). Het artikel zelf noemt geen datum voor de 3%; de datum 1 september 2026 volgt uit de loontabellen in bijlage 2.
1 januari 2027: minima en maxima van de schalen 1,5% hoger (art. 17a, bijlage 2). Dit betreft de schalen; een aparte collectieve verhoging van de feitelijke salarissen per 1 januari 2027 noemt de CAO niet.
Een eenmalige uitkering is in deze CAO niet afgesproken.
Individuele loonsverhoging (art. 17b): de werkgever houdt jaarlijks in dezelfde periode een beoordelingsgesprek met elke werknemer in functiegroep 2 t/m 8 die zes maanden of langer in dienst is en minder verdient dan het schaalmaximum. De verhoging is minimaal 1% bij een beoordeling van goed of hoger en 0% bij matig of lager.
Vindt het beoordelingsgesprek niet plaats doordat de werkgever geen aantoonbaar initiatief neemt, dan geldt de beoordeling voor deze regeling als goed of hoger. De verhoging wordt berekend over het feitelijke salaris tot ten hoogste het schaalmaximum (art. 17b).
Stagevergoeding: stagiaires van mbo, hbo en wo ontvangen minimaal € 410,00 bruto per kalendermaand (art. 17c).
Vakantiedagen
25 vakantiedagen per kalenderjaar op fulltimebasis (art. 8.1). Voor werknemers die al extra vakantiedagen hadden op grond van het oude artikel 8.1b (naar leeftijd, bij minstens 5 volle jaren dienstverband in de reisbranche: 26 dagen vanaf 50 jaar, 27 dagen vanaf 55 jaar) blijven die extra dagen gelden zoals op 31 december 2025. Dit artikel is per 1 januari 2026 vervallen.
Vakantiedagen worden naar evenredigheid opgebouwd bij een deel van het kalenderjaar en bij deeltijd. Een deeltijdwerknemer bouwt ook vakantiedagen op over de uren die hij meer werkt dan zijn contractuele arbeidsduur, tenzij sprake is van overwerk (art. 8.2).
Het vakantiejaar is het kalenderjaar, tenzij in overleg met de OR of personeelsvertegenwoordiging een andere periode is vastgesteld. De werkgever stelt de vakantie vast na overleg met de werknemer; een aaneengesloten vakantieperiode begint zo veel mogelijk tussen 30 april en 1 oktober (art. 8.3).
De werknemer heeft recht op minimaal drie weken aaneengesloten vakantie per jaar. De werkgever mag bepalen dat een werknemer minimaal twee weken aaneengesloten opneemt (art. 8.4).
Voor de vervaltermijn geldt de wettelijke regeling (art. 8.5). De werkgever mag één vakantiedag per jaar als verplichte vakantiedag aanwijzen (art. 8.6).
De werkgever komt zo veel mogelijk tegemoet aan verzoeken om een vakantiedag op te nemen op een bijzondere (religieuze) feestdag (art. 8.7).
Einde dienstverband (art. 9): te veel of te weinig opgenomen vakantiedagen worden verrekend. Tijdens de opzegtermijn kan de werknemer 50% van zijn resterende vakantiedagen opnemen, met een maximum van twee weken; de werkgever kan dit alleen beperken bij gewichtige redenen ter voorkoming van plotselinge personele onderbezetting.
Feestdagen (art. 10): nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede pinksterdag, Koningsdag, eerste en tweede kerstdag en 5 mei in lustrumjaren. Per kalenderjaar kunnen werknemers in overleg met de werkgever twee feestdagen omruilen voor een andere werkdag; de toeslag voor bijzondere uren geldt alleen op de erkende feestdagen.
Werknemers kunnen loon en bovenwettelijke vakantiedagen inzetten voor bestaande, per onderneming nader in te vullen, belastingvrije faciliteiten (art. 18).
Overwerkvergoeding
25% toeslag op het normale uurloon bij overwerk voor werknemers in functiegroep 2 t/m 5 (art. 12.1 en 12.4). Deze toeslag kan bovenop de toeslag voor bijzondere uren komen.
Van overwerk is alleen sprake als het in opdracht van de werkgever gebeurt en de normale arbeidsduur uit artikel 7.1 wordt overschreden. De werkgever spant zich in te voorkomen dat het gemiddelde van 39 uur per week, berekend over 26 aaneensluitende weken, wordt overschreden (art. 12.2).
Wie over 26 weken gemiddeld meer dan 39 uur heeft gewerkt, heeft recht op die extra uren in tijd, op te nemen in overleg in halve of hele dagen (art. 12.3). Per bedrijfsonderdeel of afdeling bepaalt de werkgever of overwerk in tijd, in geld of in een combinatie wordt vergoed (art. 12.5).
Werknemers in functiegroep 2 t/m 8 zijn verplicht tot overwerk als de werkgever dit vraagt, maar niet tot meer dan 47 uur per week. Voor reisleiders en reisbegeleiders is dat maximum 56 uur per week; voor jongeren onder de 18 jaar geldt 45 uur per week (art. 12.6).
Toeslag voor bijzondere uren (functiegroep 2 t/m 5, art. 20): 35% van maandag t/m zaterdag tussen 00.00 en 07.00 uur, 35% van maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 24.00 uur, en 75% op zondag en feestdagen. De toeslag wordt berekend over het normale uurloon en kan worden opgeteld bij de overwerktoeslag.
Bereikbaarheidsdienst (art. 21): per 1 september 2026 € 1,00 bruto per uur voor een dienst op een ingeroosterde werkdag en € 2,34 bruto per uur voor een dienst die deels of geheel op een niet-ingeroosterde werkdag valt.
Normale werktijden zijn maandag t/m zaterdag tussen 07.00 en 20.00 uur, met minimaal een half uur pauze (art. 7.2). Werken op zon- en feestdagen is in beginsel vrijwillig; de werkgever kan een werknemer maximaal acht zon- en feestdagen per jaar verplichten (art. 7.3).
Reiskostenvergoeding
Voor de vergoeding van woon-werkverkeer maakt de werkgever, samen met de personeelsvertegenwoordiging of medezeggenschapsraad, een modelbeleid voor de onderneming (art. 22). Is er geen ondernemingsregeling afgesproken, dan geldt de volgende minimumregeling:
Auto: minimaal € 0,10 per kilometer, vanaf 10 kilometer enkele reis tot een maximum van 50 kilometer enkele reis.
Andere niet-gemotoriseerde vervoermiddelen en te voet: minimaal € 0,15 per kilometer vanaf 1 kilometer enkele reis. Per 1 september 2026 is dit minimaal € 0,23 per kilometer.
Openbaar vervoer: 100% van de gemaakte kosten. Voor reizen per trein geldt dit alleen voor de tweede klas.
De CAO noemt geen vaste vergoeding per kilometer voor dienstreizen en kent geen staffel naar afstand en aantal reisdagen.
Studiereizen (art. 13.4): bij een studiereis op verzoek of in opdracht van de werkgever heeft de werknemer recht op vergoeding van vervoer, maaltijden en overnachting(en). Na afloop geldt een minimale dagelijkse rust van 11 uur.
Reisleiders (art. 28): blijft de reisleider op verzoek van de werkgever tussen twee programma's op de bestemmingslocatie, dan vergoedt de werkgever de kosten van dit verblijf, gebaseerd op de "cost of living" van de bestemmingslocatie.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof (buitengewoon verlof met doorbetaling van het loon) staat in artikel 11. Buiten de genoemde gebeurtenissen en de wet wordt bij verzuim geen loon doorbetaald (art. 11.1).
Situatie
Verlof
Eigen huwelijk
2 dagen (art. 11.1a)
Huwelijk van een kind, broer, zuster, zwager of schoonzuster, en (her)trouwen van een ouder of schoonouder
1 dag (art. 11.1b)
Bevalling van de echtgenote, geregistreerd partner, ongehuwd samenwonende partner of degene wiens kind de werknemer erkent
1 maal de arbeidsduur per week, inclusief het wettelijke kraamverlof (art. 11.1c)
25-, 40- of 50-jarig huwelijksjubileum van de werknemer, diens kinderen of (groot)ouders (minimaal 1 week tevoren melden)
1 dag (art. 11.1d)
25- of 40-jarig dienstjubileum
1 dag (art. 11.1e)
Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of een inwonend kind
Vanaf de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie (art. 11.1f)
Overlijden van een ouder of een uitwonend kind
2 dagen (art. 11.1g)
Overlijden van een broer, zuster, zwager, schoonzuster, grootouder, schoonouder, schoonkind of kleinkind
1 dag (art. 11.1h)
Opname in of ontslag uit een ziekenhuis van de echtgeno(o)t(e) of een ongehuwd kind
1 dag (art. 11.1i)
Verhuizing
1 dag per verhuizing, maximaal 2 dagen per 2 jaar (art. 11.1j)
Vervulling van een wettelijke of door de overheid opgelegde verplichting zonder geldelijke vergoeding, die persoonlijk moet worden nagekomen
Een redelijke tijd, hoogstens 1 dag (art. 11.1k)
Het verlof wordt alleen toegekend op de dag zelf en als de gebeurtenis daadwerkelijk wordt bijgewoond (voor zover relevant). De werknemer meldt de gebeurtenis tijdig aan de werkgever voor zover dat mogelijk is (art. 11.1).
Onder "kind" vallen ook stief-, adoptie- en pleegkinderen en kinderen van meer dan twee ouders. Onder "echtgeno(o)t(e)" of "huwelijk" valt ook geregistreerd partnerschap (art. 11.2). Zonder echtgeno(o)t(e) kan op verzoek van de werknemer de partner met wie hij samenwoont gelijkgesteld worden, mits dit vooraf bij de werkgever is gemeld (art. 11.3).
Regenbooggezinnen: ouders in niet-traditionele gezinnen die een baby krijgen via een draagmoeder of adoptie hebben recht op vier weken geboorteverlof, naast het wettelijke verlof (art. 11.4).
Ouderschapsverlof (art. 11.5): volgens de Wet arbeid en zorg heeft elke ouder recht op 26 weken ouderschapsverlof, op te nemen binnen 8 jaar na de geboorte. Daarvan zijn 9 weken betaald in het eerste jaar na de bevalling of adoptie (UWV-uitkering van 70% van het maximumdagloon); de overige weken zijn onbetaald.
Geboorteverlof (art. 11.6): partners kunnen één werkweek flexibel geboorteverlof opnemen binnen vier weken na de geboorte of adoptie met behoud van 100% van het loon. Daarnaast kan aanvullend vijf weken geboorteverlof worden opgenomen, aan te vragen bij het UWV met behoud van 70% van het maximumdagloon.
Verlof voor vakbondswerk (art. 32): een kaderlid van een vakbond heeft recht op maximaal zes dagdelen betaald verlof voor vormings- en scholingsbijeenkomsten en statutair voorgeschreven bijeenkomsten, minimaal één maand tevoren schriftelijk aan te vragen.
Studieverlof (art. 13.3): 100% studieverlof met behoud van salaris, in overleg met de werkgever, voor functiegerichte opleidingen die onder werktijd plaatsvinden.
Zorgverlof is in deze CAO niet uitgebreid: CAO-partijen onderzoeken in een werkgroep een aanvullend artikel voor (mantel)zorgverlof (art. 39, protocollaire afspraken). Tot die tijd geldt de wettelijke regeling.
Doorbetaling bij ziekte
Tot 1 januari 2027 (art. 24.2): de arbeidsongeschikte werknemer krijgt de wettelijke loondoorbetaling van 70% gedurende 104 weken en in de eerste 52 weken een aanvulling van 30%. Dat is 100% in het eerste jaar en 70% in het tweede jaar.
Vanaf 1 januari 2027 gelden nieuwe percentages naast de wettelijke 70% (maximaal 104 weken): een aanvulling van 30% in week 1 t/m 26 (100% totaal), 20% in week 27 t/m 52 (90%), 10% in week 53 t/m 78 (80%) en geen aanvulling in week 79 t/m 104 (70%).
Overgangsregeling: de nieuwe percentages gelden vanaf 1 januari 2027 voor werknemers die al arbeidsongeschikt zijn en op 1 januari 2027 niet langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn. Voor werknemers die dan langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn, blijven de oude percentages onverkort gelden.
De werkgever mag geen wachtdagen hanteren. De loondoorbetalingsverplichting eindigt in elk geval als de arbeidsovereenkomst eindigt (art. 24.2).
De werknemer meldt ziekte zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor het begin van zijn werktijd (art. 24.1).
Geen of gedeeltelijke doorbetaling (art. 24.3): de werkgever mag de loondoorbetaling en aanvulling niet uitbetalen als de werknemer door opzet arbeidsongeschikt is geworden, zijn genezing heeft belemmerd of vertraagd, of zonder deugdelijke reden geen passend werk verricht. Bij het niet naleven van controlevoorschriften en ziekteregels kan de werkgever de loondoorbetaling uitstellen en de aanvulling niet uitbetalen; weigert de werknemer mee te werken aan een door de werkgever gevraagde second opinion van het UWV of maakt hij misbruik van de voorziening, dan kan de aanvulling niet worden uitbetaald.
Heeft de werkgever een vordering tot schadevergoeding op een derde, dan geeft de werknemer de benodigde informatie; weigert hij dat, dan vervalt het recht op de aanvulling (art. 24.4).
Wordt een second opinion gevraagd, dan vult de werkgever aansluitend op de eerste 52 weken in afwachting van de uitspraak van het UWV maximaal één maand aan tot 100% (art. 24.5). Bij arbeidsongeschiktheid voor de eigen functie richt de werkgever zich eerst op herplaatsing binnen de onderneming (art. 24.6).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. Een eenmalige uitkering is voor deze looptijd evenmin afgesproken.
Wel regelt de CAO dat werknemers loon en bovenwettelijke vakantiedagen kunnen inzetten voor bestaande, per onderneming nader in te vullen, belastingvrije faciliteiten (art. 18).
Bij een 25- of 40-jarig dienstjubileum heeft de werknemer recht op 1 dag verlof; een jubileumuitkering is niet geregeld (art. 11.1e).
Thuiswerkvergoeding
Minimaal € 2,00 per effectief thuisgewerkte dag (art. 23).
In plaats van de vergoeding per dag mag de werkgever kiezen voor een internetvergoeding van minimaal € 20,00 per maand. De werkgever moet dit fiscaal zelf afstemmen met de Belastingdienst (art. 23).
Werkgever en werknemer maken zelf verdere afspraken over het thuiswerkbeleid: welke dagen thuisgewerkt mag worden, arbo-aspecten van het thuiswerken en evaluatie ervan (art. 23).
CAO-partijen laten via Reiswerk onderzoek doen naar hybride werken en hoe daar binnen de CAO invulling aan gegeven kan worden (art. 40 protocollaire afspraken).
Pensioenfonds
Pensioenfonds PGB. Sinds 1 januari 2021 wordt het pensioen in de reisbranche geregeld door pensioenfonds PGB; het reglement is te downloaden via www.pensioenfondspgb.nl (art. 25).
Overlijdensuitkering (art. 26): bij overlijden van de werknemer wordt het resterende maandsalaris plus twee extra maandsalarissen uitbetaald aan de nabestaanden, zoals gedefinieerd in artikel 7:674 BW.
Opzegtermijn
Opzegtermijn: 2 maanden voor zowel de werkgever als de werknemer, in afwijking van artikel 7:672 lid 2 en 3 BW. Bij individuele arbeidsovereenkomst kan hiervan worden afgeweken, waarbij de opzegtermijn niet korter kan zijn dan één maand (art. 3.2).
Proeftijd (art. 3.1): bij een overeenkomst van zes maanden of korter geen proeftijd; bij een overeenkomst langer dan zes maanden tot twee jaar een maand; bij een overeenkomst voor onbepaalde tijd twee maanden. Geen proeftijd als de werknemer daaraan voorafgaand een dienstverband had waarin hij dezelfde functie voor dezelfde werkgever uitoefende.
Einde arbeidsovereenkomst (art. 3.3): een overeenkomst voor onbepaalde tijd eindigt door opzegging (met inachtneming van de opzegtermijn) of op grond van de wet. Een overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt op de laatste dag van de overeengekomen duur. Een overeenkomst eindigt op dezelfde dag van de maand waarop de werknemer de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.
Ketenbepaling (art. 4): een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat na drie contracten voor bepaalde tijd of na meer dan 36 maanden. Voor seizoenswerk is de tussenliggende periode van zes maanden verkort tot drie maanden, als het seizoenskarakter in de overeenkomst is opgenomen met verwijzing naar bijlage 3.
Werkingssfeer
Geldt voor werkgevers en werknemers waarvan de onderneming of een onderdeel daarvan voor meer dan 50% van de loonsom het bedrijf van (online) reisorganisator en/of (online) reisagent uitoefent. (art. 1).
Valt eronder
Reisorganisatoren: bedrijven die op eigen naam al dan niet vooraf georganiseerde reizen aanbieden, ook bemiddelaars voor niet in Nederland gevestigde reisondernemingen
Reisagenten: bemiddelaars bij overeenkomsten over reizen, vervoer, verblijf en pakketreizen
Online reisorganisatoren en online reisagenten
Reisleiders en reisbegeleiders met Nederland als standplaats (met eigen regels in art. 16 en 27 t/m 29)
Oproepkrachten, stagiaires en uitzend- en payrollkrachten, met eigen regels
Valt er niet onder
Ondernemingen of onderdelen daarvan waarvoor op 1 januari 1993 een andere CAO gold
Booking.com BV
Touringcarbedrijven
Luchtvaartmaatschappijen
Rederijen
Spoorwegmaatschappijen
Vakantiewerkers
Voor werknemers boven functiegroep 8 gelden de regels over loon en arbeidsduur niet
Meerdere activiteiten of twijfel
Het criterium is de loonsom: meer dan 50% in reisorganisatie en/of reisagentschap. Bij ondernemingen met meerdere onderdelen geldt de CAO ook voor een onderdeel dat aan dit criterium voldoet (art. 1.1). Over de uitleg en toepassing van de CAO kan op verzoek van beide partijen een bindend advies worden gevraagd aan de Vaste Commissie, met de ANVR als secretariaat (art. 33); een aparte commissie voor de werkingssfeer is niet gezien.
Hieronder staan de bruto maandlonen en uurlonen per functiegroep (functiegroep 2 en 3 hebben dezelfde schaal) voor de drie peildata uit bijlage 2: 1 januari 2026, 1 september 2026 (3% hoger) en 1 januari 2027 (1,5% hoger). De ervaringsjaren zijn twee aanlooptreden van 90% en 95% van het minimum van de schaal; een werknemer met onvoldoende kennis en ervaring kan maximaal twee jaar volgens de ervaringsschaal worden beloond. Is de werknemer 21 jaar of ouder en ligt het loon van het ervaringsjaar onder het geldende wettelijk minimumloon, dan geldt het minimumloon. Het huidige bedrag staat op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 januari 2026
Bruto maandlonen per 1 januari 2026
Schaal
Groep 2 & 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Ervaringsjaar 1
€ 2.303,89
€ 2.339,89
€ 2.375,89
€ 2.411,89
€ 2.466,29
€ 2.581,78
Ervaringsjaar 2
€ 2.431,89
€ 2.469,89
€ 2.507,89
€ 2.545,89
€ 2.603,30
€ 2.725,21
Min.
€ 2.559,88
€ 2.599,88
€ 2.639,88
€ 2.679,88
€ 2.740,32
€ 2.868,64
Max.
€ 2.919,95
€ 3.243,86
€ 3.600,97
€ 3.995,93
€ 4.432,62
€ 4.951,34
Per maand vanaf 1 september 2026
Bruto maandlonen per 1 september 2026
Schaal
Groep 2 & 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Ervaringsjaar 1
€ 2.373,01
€ 2.410,09
€ 2.447,17
€ 2.484,25
€ 2.540,28
€ 2.659,23
Ervaringsjaar 2
€ 2.504,84
€ 2.543,98
€ 2.583,12
€ 2.622,26
€ 2.681,40
€ 2.806,96
Min.
€ 2.636,68
€ 2.677,88
€ 2.719,08
€ 2.760,28
€ 2.822,53
€ 2.954,70
Max.
€ 3.007,55
€ 3.341,18
€ 3.709,00
€ 4.115,81
€ 4.565,60
€ 5.099,88
Per maand vanaf 1 januari 2027
Bruto maandlonen per 1 januari 2027
Schaal
Groep 2 & 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Ervaringsjaar 1
€ 2.408,60
€ 2.446,24
€ 2.483,88
€ 2.521,51
€ 2.578,38
€ 2.699,12
Ervaringsjaar 2
€ 2.542,42
€ 2.582,14
€ 2.621,87
€ 2.661,60
€ 2.721,62
€ 2.849,07
Min.
€ 2.676,23
€ 2.718,04
€ 2.759,86
€ 2.801,68
€ 2.864,87
€ 2.999,02
Max.
€ 3.052,66
€ 3.391,29
€ 3.764,63
€ 4.177,55
€ 4.634,08
€ 5.176,38
Per uur vanaf 1 januari 2026
Bruto uurlonen per 1 januari 2026
Schaal
Groep 2 & 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Ervaringsjaar 1
€ 13,58
€ 13,79
€ 14,00
€ 14,22
€ 14,54
€ 15,22
Ervaringsjaar 2
€ 14,33
€ 14,56
€ 14,78
€ 15,01
€ 15,35
€ 16,06
Min.
€ 15,09
€ 15,32
€ 15,56
€ 15,80
€ 16,15
€ 16,91
Max.
€ 17,21
€ 19,12
€ 21,23
€ 23,55
€ 26,13
€ 29,19
De uurlonen zijn afgeleid uit de maandlonen: uurloon = maandloon x 12 / 2.035,8 arbeidsuren per jaar.
Per uur vanaf 1 september 2026
Bruto uurlonen per 1 september 2026
Schaal
Groep 2 & 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Ervaringsjaar 1
€ 13,99
€ 14,21
€ 14,42
€ 14,64
€ 14,97
€ 15,67
Ervaringsjaar 2
€ 14,76
€ 15,00
€ 15,23
€ 15,46
€ 15,81
€ 16,55
Min.
€ 15,54
€ 15,78
€ 16,03
€ 16,27
€ 16,64
€ 17,42
Max.
€ 17,73
€ 19,69
€ 21,86
€ 24,26
€ 26,91
€ 30,06
De uurlonen zijn afgeleid uit de maandlonen: uurloon = maandloon x 12 / 2.035,8 arbeidsuren per jaar.
Per uur vanaf 1 januari 2027
Bruto uurlonen per 1 januari 2027
Schaal
Groep 2 & 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Ervaringsjaar 1
€ 14,20
€ 14,42
€ 14,64
€ 14,86
€ 15,20
€ 15,91
Ervaringsjaar 2
€ 14,99
€ 15,22
€ 15,45
€ 15,69
€ 16,04
€ 16,79
Min.
€ 15,77
€ 16,02
€ 16,27
€ 16,51
€ 16,89
€ 17,68
Max.
€ 17,99
€ 19,99
€ 22,19
€ 24,62
€ 27,32
€ 30,51
De uurlonen zijn afgeleid uit de maandlonen: uurloon = maandloon x 12 / 2.035,8 arbeidsuren per jaar.
Reisleider en reisbegeleider
Reisleiders en reisbegeleiders vallen in functiegroep A (gelijk aan functiegroep 6). De bedragen zijn bruto uurlonen (bijlage 2A).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.