Samenvatting CAO multimodaal vervoer 2026
De CAO multimodaal vervoer 2026 heeft een looptijd van 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 en geldt voor in Nederland gevestigde OV-bedrijven die trein en bus, al dan niet in combinatie met metro of tram, exploiteren. Per 1 januari 2026 worden de functielonen met 4% verhoogd, en in december 2026 volgt een eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon. Een algemene eenmalige uitkering is niet afgesproken. Verder vindt u op deze pagina onder meer de vakantie-uren per leeftijd, de reiskostenvergoeding (€ 0,22 per kilometer voor woon-werkverkeer), het bijzonder verlof, de loondoorbetaling bij ziekte, het pensioen en de loonschalen per 1 januari 2026.
Laatst gecontroleerd op 29 september 2026. Bron: CAO-tekst CAO multimodaal vervoer, looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (artikelen 2, 14A en 84).
Stamgegevens
Kerncijfers CAO multimodaal vervoer 2026
| Looptijd | 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (art. 2). De CAO wordt stilzwijgend met één jaar verlengd als geen van de partijen uiterlijk drie maanden voor het einde schriftelijk opzegt. |
| CAO-partijen | VWMO aan werkgeverszijde; FNV, CNV en VVMC aan werknemerszijde. |
| Loonsverhoging | 4% per 1 januari 2026 (art. 14A). De toeslagen en vergoedingen uit art. 35 gaan mee. Een algemene eenmalige uitkering is niet afgesproken. |
| Vakantiedagen | Per kalenderjaar 181,8 tot 232,2 vrije uren bij een fulltime dienstverband, afhankelijk van de leeftijd (art. 60 lid 6). |
| Vakantietoeslag | 8% van het maandsalaris (in de CAO: vakantiebijslag), uitbetaald in april; minimaal € 208,72 per maand per 1 januari 2026 (art. 61). |
| Overwerkvergoeding | Geen aparte overwerktoeslag. Plusuren krijgen per kwartaal een toeslag van 35%, vergoed in geld of tijd (art. 31 lid 2); bij een oproep tijdens consignatie 135% (ma t/m vr) of 200% (za, zo en feestdagen) van het uurloon (art. 37 lid 3). |
| Reiskostenvergoeding | Woon-werkverkeer € 0,22 per daadwerkelijk gereden kilometer, maximaal één heen- en terugreis per dag (art. 47A). Dienstreizen met eigen auto € 0,47 per kilometer (art. 47). |
| Bijzonder verlof | 4 diensten bij overlijden van de partner, ouders of kinderen, 4 diensten aaneengesloten bij eigen huwelijk of partnerregistratie, en geboorteverlof conform de WIEG bij bevalling van de partner (art. 62). |
| Thuiswerkvergoeding | De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding. |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% van het bruto salaris gedurende 104 weken (art. 56 lid 1). |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | Geen dertiende maand, wel een vaste eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon (12 x functieloon), uitbetaald in december (art. 84). |
| Pensioenfonds | Stichting Spoorwegpensioenfonds (SPF); de premie komt voor 2/3 voor rekening van de werkgever en voor 1/3 van de werknemer (art. 13). |
| Opzegtermijn werkgever | De CAO regelt geen eigen opzegtermijn; de wettelijke opzegtermijn geldt. |
| Opzegtermijn werknemer | De CAO regelt geen eigen opzegtermijn; de wettelijke opzegtermijn geldt. |
Salarisverhogingen
- Per 1 januari 2026 worden de functielonen met 4% verhoogd (art. 14A). De loonschalen in bijlage 14 zijn de bedragen zoals die gelden per 1 januari 2026 (art. 14B lid 1).
- Er zijn geen verdere loonsverhogingen tijdens de looptijd afgesproken. Een algemene eenmalige uitkering ontbreekt; alleen machinisten die de opleiding ‘buitenland rijden’ succesvol afronden ontvangen een eenmalige bruto uitkering van € 250 (art. 36B lid 2).
- De toeslagen en vergoedingen uit art. 35 stijgen mee met de verhoging van de functielonen: de blokvergoedingen (art. 32), de consignatietoeslag (art. 37), het maximumbedrag voor de afbouwtoeslag (art. 38), de instructietoeslag (art. 43), de diplomatoeslag (art. 45) en de minimum vakantiebijslag (art. 61). De vaste onregelmatigheidstoeslag stijgt mee met de contractloonstijging (art. 32 lid 5).
- Werknemers die niet tot het rijdend personeel horen, maar wel rijwerkzaamheden verrichten en een lager functie-uurloon hebben dan de tabel voor rijdend personeel, ontvangen voor de daadwerkelijk gereden uren een uurloon van € 21,61 per 1 januari 2026 (art. 14B lid 2).
- Chauffeurs kleine bus die openbaar vervoer verrichten ontvangen een uurloon van € 17,68 per 1 januari 2026 (art. 86 lid 3).
- Periodieke verhoging: bij normale uitvoering van het werk stijgt het loon jaarlijks met één trede van de loonschaal, op de datum van indiensttreding (art. 17). Voor de Hay-schalen geldt geen periodieke verhoging (art. 17 lid 3).
- Het uurloon is het functieloon per maand gedeeld door 156 (art. 3 lid 10); bij Hay-werknemers door 173,3 (art. 8A lid 2).
Vakantiedagen
- Het aantal vrije uren per kalenderjaar hangt af van de leeftijd die in het vakantiejaar wordt bereikt (art. 60 lid 6, bij een fulltime dienstverband): tot en met 18 jaar 189,0 uur; 19 t/m 29 jaar 181,8 uur; 30 t/m 39 jaar 189,0 uur; 40 t/m 44 jaar 196,2 uur; 45 t/m 49 jaar 203,4 uur; 50 t/m 54 jaar 210,6 uur; 55 t/m 59 jaar 225,0 uur; 60 jaar en ouder 232,2 uur.
- Verlof wordt in uren en minuten afgeboekt (art. 60 lid 3). Bij verlof dat vóór de wekelijkse dienstindeling wordt verleend, wordt 8 uur afgeboekt; bij verlof na de indeling het aantal uren van de geplande dienst (art. 60 lid 4). Parttimers bouwen vakantie naar rato op (art. 8).
- Hay-werknemers hebben, tenzij een hoger aantal is overeengekomen, per jaar recht op 27 dagen (t/m 29 jaar), 32 dagen (30 t/m 44 jaar) of 35 dagen (45 jaar en ouder) (art. 8A lid 3).
- Ouderenregeling: werknemers vanaf 61 jaar met minimaal 10 jaar onafgebroken dienst in het openbaar vervoer (parttimers: minimaal 28 uur per week) kunnen op verzoek meedoen, mits zij zich minimaal 4 maanden vooraf aanmelden. Zij werken een vierdaagse werkweek van 32 uur, ontvangen 224,2 vakantie-uren in plaats van 232,2 en de werkgever mag 5,56% op het functieloon inhouden (art. 8B). De leeftijdsgrens van 61 jaar geldt alleen voor de looptijd van deze CAO; daarna wordt die automatisch 62 jaar, tenzij eerder iets anders wordt afgesproken.
- Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen op verzoek worden vrijgesteld van diensten in de blokken G, O, L, F, P, A, K, U, S en van gebroken diensten in het D-blok die voor 06.00 uur beginnen (GOLFPAKUS-regeling, art. 29).
- Recht op een aaneengesloten afwezigheidsperiode van 21 kalenderdagen (22 kalenderdagen als het verlof op een zondag ingaat) (art. 60 lid 8).
- De algemeen erkende christelijke feestdagen (Nieuwjaarsdag, 2e Paasdag, Hemelvaartsdag, 2e Pinksterdag en beide Kerstdagen), Koningsdag en 5 mei (alleen in lustrumjaren) mogen niet als vakantiedagen worden aangemerkt, voor zover ze niet op zaterdag of zondag vallen (art. 60 lid 6c en art. 3 lid 12). Wie op een feestdag werkt of wiens rooster op die dag vrij is, heeft recht op een betaalde vervangende vrije dag (art. 39).
- Bij arbeidsongeschiktheid worden bovenwettelijke vakantiedagen alleen opgebouwd over de laatste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid (art. 60 lid 7).
Overwerkvergoeding
- De CAO kent geen aparte overwerktoeslag. De vergoeding voor extra werk loopt via plus- en minuren en het urentegoed (art. 31). Over de plusuren die in een kwartaal zijn opgebouwd wordt aan het einde van dat kwartaal een toeslag van 35% vergoed, in geld of in tijd (art. 31 lid 2). Minuren worden over een periode van 12 maanden verrekend.
- Uren uit niet vooraf geplande werkzaamheden, zoals uitloop van een dienst of extra werkzaamheden, en uren van een dienst op een vrije dag worden uitbetaald of aan het urentegoed toegevoegd (art. 31 lid 2). Bij uitloop over een blokgrens wordt naar rato de blokvergoeding van het blok van de uitloop vergoed (art. 32 lid 9).
- Werknemers kunnen op vrijwillige basis kiezen voor een werkweek van 38 of 40 uur. De extra uren worden vergoed tegen het reguliere uurloon en zijn pensioengevend (art. 26 lid 4 t/m 6).
- Toeslagen bij afwijking van het basisrooster op verzoek van de werkgever per 1 januari 2026: € 17,52 voor het wijzigen van een vrije dag, € 6,02 voor het omzetten van een dienst naar een ander blok en € 132,72 (bovenop de blokvergoeding) voor het intrekken van een vrije dag na de wekelijkse indeling (art. 32 lid 6).
- Consignatie: wie buiten zijn arbeidstijd bereikbaar moet zijn, ontvangt een toeslag van € 1,97 voor uren tussen maandag 00.00 uur en vrijdag 24.00 uur en van € 2,95 voor uren vanaf zaterdag 00.00 uur en op zon- en feestdagen. Bij een daadwerkelijke oproep geldt daarnaast 135% van het uurloon op maandag t/m vrijdag (minimaal 1 uur) en 200% op zaterdag, zondag en feestdagen (minimaal 2 uur) (art. 37).
- Zwangere werknemers zijn vrijgesteld van overwerk (art. 62 A lid 5). Technisch personeel van 55 jaar en ouder wordt ontheven van de verplichting tot overwerk (art. 33 lid 2).
- Maaltijdvergoeding: € 6,13 per dag als er van bedrijfswege geen maaltijd wordt verstrekt en de diensttijd langer is dan 9 uur en 45 minuten, of bij nachtdiensten met een pauze tussen 24.00 en 02.00 uur (art. 44).
Blokvergoedingen per 1 januari 2026
Voor rijdend personeel geldt een vaste toeslag voor onregelmatig werken (art. 32 lid 1) en een vergoeding per blok. De tijden van de blokken staan in art. 28.
Maandag t/m vrijdag
| Blok | Vergoeding |
|---|---|
| A | € 6,05 |
| B | € 4,05 |
| C | € 4,05 |
| D | € 25,30 |
| E | € 13,42 |
| F | € 14,42 |
| G | € 36,12 |
Zaterdag
| Blok | Vergoeding |
|---|---|
| S | € 32,66 |
| H | € 32,66 |
| I | € 32,66 |
| J | € 32,66 |
| K | € 32,66 |
| L | € 44,92 |
Zondag
| Blok | Vergoeding |
|---|---|
| U | € 57,29 |
| M | € 57,29 |
| T | € 57,29 |
| N | € 57,29 |
| O | € 57,29 |
| P | € 40,76 |
Reiskostenvergoeding
Voor woon-werkverkeer geldt een vergoeding van € 0,22 per daadwerkelijk gereden kilometer, met maximaal één heen- en terugreis per dag (art. 47A lid 1).
- Bij gebroken diensten wordt de vergoeding maximaal twee keer per dag uitbetaald (art. 47A lid 1).
- De afstand wordt bepaald tussen het actuele woonadres en de standplaats, gemeten via de snelste route op basis van Google Maps (art. 47A lid 2).
- Geen vergoeding bij afwezigheid waarbij niet daadwerkelijk wordt gereden, zoals vakantie of arbeidsongeschiktheid (lid 3), en niet wanneer met kosteloos openbaar vervoer wordt gereisd (lid 4).
- Sinds 1 juli 2024 cumuleert de vergoeding niet met de reiskostenvergoeding van art. 47 of met een andere reis- of verplaatsingskostenvergoeding in de CAO of bedrijfsregeling; bestaande rechten uit die tijd worden gerespecteerd (lid 5). De vergoeding wordt uitbetaald in de maand nadat de kosten zijn gemaakt (lid 6). Nawerking van art. 47A zoals dat tot 1 januari 2026 gold, is uitgesloten (lid 7).
- Dienstreizen: de werkelijk betaalde reiskosten worden vergoed als kosteloos vervoer niet mogelijk was; bij gebruik van de eigen auto € 0,47 per kilometer per 1 januari 2026, met inachtneming van de fiscale regels. Vooraf is toestemming van de leidinggevende nodig (art. 47).
- Ex-OV-werknemers die op 31 mei en 1 juni 1999 in dienst zijn getreden, krijgen de forenzenvergoeding uit bijlage 12. Die wordt op dezelfde wijze vastgesteld als in art. 47A lid 1 t/m 3. Wie vóór 1 januari 2026 een vergoeding op basis van de zone-staffel ontving, kan eenmalig kiezen tussen de zone-staffel en de kilometervergoeding (art. 48 en bijlage 12).
- Bij reorganisatie waarbij de reisafstand toeneemt geldt een verplaatsingskostenvergoeding van € 0,47 per kilometer die per werkdag meer dan vier kilometer extra moet worden gereisd (art. 6 en bijlage 10).
- Voor kleine, niet nader te specificeren uitgaven in verband met de dienst bestaat een onkostenvergoeding van € 3,90 (art. 49 lid 1).
- De vergoeding voor dienstreizen met de eigen auto wordt geïndexeerd op basis van de consumentenprijsindex (CPI, alle huishoudens, CBS) van oktober tot oktober (art. 47 lid 2).
Bijzonder verlof
Kort verlof met behoud van salaris is geregeld in art. 62 (lid A: vaste gebeurtenissen; lid B: voor zover binnen de arbeidstijd noodzakelijk); onbetaald verlof en verloven op grond van de Wet arbeid en zorg staan in art. 63 en organisatieverlof voor vakbondswerk in art. 64. Het verlof wordt uitgedrukt in diensten. Voor de graden van bloed- en aanverwantschap: bijlage 24.
| Situatie | Verlof |
|---|---|
| Overlijden van de partner, ouders of kinderen (eerste graad) | 4 diensten |
| Overlijden van een stief- of schoonouder, pleegkind, stiefkind, schoonzoon of schoondochter | 2 diensten |
| Eigen huwelijk of partnerregistratie (inclusief de dag van voltrekking) | 4 diensten aaneengesloten |
| Bevalling van de partner | Geboorteverlof conform de WIEG |
| Overlijden van een broer, zus, zwager, schoonzus, grootouder of kleinkind (van de werknemer of van diens partner) | 2 diensten |
| Overlijden van bloed- of aanverwanten in de derde of vierde graad | 1 dienst |
| Melding van een voorgenomen huwelijk of geregistreerd partnerschap | 1 dienst |
| Huwelijk van een kind, pleegkind, stiefkind, broer, zus, zwager, schoonzus, ouders of schoonouders | 1 dienst |
| Ernstige ziekte of vergelijkbare omstandigheden van huisgenoten en bloed- en aanverwanten in rechte linie | Redelijke tijdsduur, door de werkgever na overleg vast te stellen |
| Adoptie of opname van een pleegkind | Adoptie- of pleegzorgverlof conform de WIEG |
| 25- of 40-jarig huwelijk van de werknemer; 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk van ouders, grootouders, stief- of schoonouders | 1 dienst |
| 25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum | 1 dienst |
| Verhuizing bij overplaatsing in het dienstbelang | 4 diensten |
| Verhuizing in andere gevallen (maximaal eenmaal per jaar) | 2 diensten |
| Vormingscursus ter voorbereiding op het pensioen | Duur van de cursus, maximaal 5 diensten |
| Leiden van of meewerken aan bejaarden-, invaliden- of jeugdkampen van erkende organisaties | Maximaal 2 x 5 dagen per kalenderjaar, voor zover de dienst dit toelaat |
| Bezoek aan arts, tandarts of specialist | De benodigde tijd (zo veel mogelijk buiten werktijd) |
- Partner: de echtgenoot of echtgenote, de geregistreerd partner, of degene met wie de werknemer samenleeft volgens de samenlevingsverklaring van bijlage 25 (art. 3 lid 6).
- Tijdens het verlof met behoud van salaris wordt doorbetaald: het functieloon, de gemiddelde onregelmatigheidstoeslag van de groep of standplaats en andere vaste toeslagen (art. 23).
- Zwangere werknemers hebben extra rechten: vrijstelling van overwerk, een vervangend rooster zonder diensten voor 07.00 of na 21.00 uur, niet langer dan 5 dagen aaneengesloten dienst en zo nodig extra rustpauzes of kortere werktijd (art. 62 A lid 5). Voor zwangerschaps- en bevallingsverlof verwijst de CAO niet zelf naar een eigen regeling; de wettelijke regeling geldt. Geboorteverlof en adoptie- of pleegzorgverlof volgen de WIEG.
- Werkgevers moeten in hun bedrijfsregelingen ouders in regenbooggezinnen dezelfde rechten op geboorteverlof geven als ouders in traditionele gezinnen (art. 62 A lid 6).
- Ouderschapsverlof: op verzoek voor kinderen van 0 tot 8 jaar, maximaal 3 aaneengesloten maanden volledig of gedurende 12 aaneengesloten maanden maximaal 50% minder werken. De werkgever betaalt de volledige pensioenopbouw over de verlofuren (art. 63 lid 3). Overige verlofaanvragen op grond van de Wet arbeid en zorg worden gehonoreerd, tenzij de werkgever zich op de wettelijke afwijzingsgronden kan beroepen (art. 63 lid 4).
- Onbetaald verlof: toegestaan voor het uitoefenen van een lidmaatschap van een openbaar bestuurslichaam of een publiekrechtelijk college (art. 63 lid 1); daarnaast op verzoek, waarbij de sociale lasten voor rekening van de werknemer komen (art. 63 lid 2).
- Organisatieverlof voor vakbondswerk: met behoud van salaris voor zover binnen de arbeidstijd noodzakelijk, maximaal twee dagen per tien vakbondsleden per verlofjaar en maximaal 29 dagen per aangewezen werknemer (art. 64). Het verlof kan niet worden geweigerd op andere gronden dan het dienstbelang.
Doorbetaling bij ziekte
- Bij arbeidsongeschiktheid wordt gedurende 104 weken 100% van het bruto salaris doorbetaald (art. 56 lid 1). Dat is meer dan het wettelijke minimum van 70%.
- Het bruto salaris omvat de vaste looncomponenten (loonschaal, persoonlijke toeslag, afbouwtoeslag, diplomatoeslag, overbruggingstoeslag, bijzondere beloningen, de vaste onregelmatigheidstoeslag en het garantie-inkomen 50 plus), plus een gemiddeld bedrag aan instructie-, onregelmatigheids- en consignatietoeslag over de 13 kalenderweken vóór de arbeidsongeschiktheid (art. 56 lid 2).
- Voor iedere ziektedag wordt 0,1 verlofdag ingeleverd, met een maximum van 3 bovenwettelijke verlofdagen per kalenderjaar (art. 56 lid 3; voor parttimers naar rato).
- Heeft het UWV de werkgever een sanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, dan blijft de betaling gedurende de sanctieperiode op 100%, ook na twee jaar arbeidsongeschiktheid (art. 56 lid 4).
- Na twee achtereenvolgende jaren arbeidsongeschiktheid kan de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van de wettelijke bepalingen. Verbetert de situatie later, dan heeft de gewezen werknemer tot 5 jaar na de ontslagdatum recht op bedrijfsgeneeskundige begeleiding (art. 12).
- Na de loondoorbetaling geldt een WIA-aanvulling die de werkgever verzekert: de WGA-hiaatverzekering vult de WGA-uitkering aan tot 70% van het verschil tussen het jaarsalaris en het nieuwe salaris; de excedentverzekering vult de IVA-uitkering boven het maximumdagloon aan tot 75% van het jaarsalaris; de WIA-bodemverzekering compenseert maximaal 10 jaar 80% van het verschil met de vastgestelde verdiencapaciteit, waarbij het nieuwe salaris ten minste 65% van het verzekerde jaarsalaris is (art. 57A). De WGA-premie komt volledig voor rekening van de werkgever (art. 57B).
- De vakantiebijslag kan bij ziekte van een jaar of langer worden verminderd met 1/12 voor elke kalendermaand dat de ziekte langer dan één jaar heeft geduurd (art. 61 lid 3).
- Ongevallenverzekering: een uitkering van eenmaal de pensioengrondslag bij overlijden binnen 3 jaar na een ongeval en van tweemaal de pensioengrondslag bij blijvende algehele functionele invaliditeit (art. 59). Bij overlijden ontvangen de nagelaten betrekkingen daarnaast een uitkering van 70 maal het bruto dagloon (art. 59A). Bij een bedrijfsongeval vergoedt de werkgever het daaraan toe te rekenen deel van het wettelijk eigen risico (art. 58B).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- De CAO kent geen dertiende maand, maar wel een vaste eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon, uitbetaald in december naar rato van de omvang en duur van het dienstverband. Het jaarloon is 12 x het functieloon (art. 84).
- De eindejaarsuitkering is pensioengevend (art. 13). Bij deelname aan de ouderenregeling wordt 5,56% op de eindejaarsuitkering ingehouden (art. 8B lid 2e).
- Jubileumuitkering: bij 12½ jaar dienst 25% van het bruto functieloon per maand (bruto), bij 25 jaar en bij 40 jaar dienst 100% van het functieloon per maand (netto) (art. 42 lid 3). Dienstjaren bij een ander openbaar vervoerbedrijf in Nederland tellen mee, mits het laatste dienstverband minimaal 10 jaar onafgebroken heeft geduurd.
- Bijzondere beloning: de werkgever kan een bijzondere beloning toekennen voor buitengewone inzet of verbetervoorstellen (art. 42 lid 1 en 2). Personeel in de schalen 11 en hoger kan na een beoordeling een variabele beloning van 7 tot 12% krijgen (art. 41).
Thuiswerkvergoeding
- De CAO multimodaal vervoer bevat geen bepalingen over een thuiswerkvergoeding. Eventuele afspraken hierover maakt iedere werkgever zelf, bijvoorbeeld in een bedrijfsregeling of de arbeidsovereenkomst.
Pensioenfonds
- Voor werknemers die op of na 1 juni 1999 in dienst treden, geldt de pensioenregeling van de Stichting Spoorwegpensioenfonds (SPF) (art. 13 A). Voor de WAO-reparatieregeling wordt de pensioenuitvoerder van Rail & OV genoemd (art. 57 lid 3).
- De pensioenpremie komt voor 2/3 voor rekening van de werkgever en voor 1/3 voor rekening van de werknemer (art. 13 B). Een premiepercentage staat niet in de CAO; het pensioenreglement van het SPF is bepalend en is verkrijgbaar bij de werkgever of via de website van het fonds.
- De pensioengrondslag bestaat uit een vast deel (functieloon, vakantiebijslag, eindejaarsuitkering en door het bestuur aangewezen bestanddelen) en een variabel deel (onder meer de vergoeding voor onregelmatige dienst en rouleringsbijslag) (art. 13 B).
- Sinds 1 januari 2017 geldt pensioenvariant A in plaats van pensioenvariant C (art. 13B).
- Bij deelname aan de ouderenregeling blijft de pensioenopbouw ongewijzigd op basis van 100% van het functieloon (art. 8B lid 2g).
- Regeling Vervroegd Uittreden (RVU): werknemers die binnen maximaal 24 maanden de AOW-leeftijd bereiken, minimaal 10 jaar onafgebroken in het openbaar vervoer werken en zich minimaal 8 maanden vooraf aanmelden, ontvangen tot de AOW-leeftijd een uitkering ter hoogte van het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag (€ 24.444 per 1 januari 2023). Deze regeling wordt vanaf 1 januari 2026 gedurende de looptijd van deze CAO voortgezet. Uit een werkgroep moet een zwaarwerkregeling voortkomen, waarvoor gebruik wordt gemaakt van de RVU (art. 97).
Opzegtermijn
- De CAO regelt geen eigen opzegtermijn, niet voor de werkgever en niet voor de werknemer. De wettelijke opzegtermijn geldt; de modelarbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd verwijzen daar ook naar (bijlage 3 en 5).
- De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op het moment dat de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 11 lid 1). De werknemer kan uiterlijk 3 maanden voor het bereiken van de pensioenrichtleeftijd verzoeken de overeenkomst tijdelijk voort te zetten (art. 11 lid 2 en 3).
- Proeftijd: in de modelarbeidsovereenkomsten staat dat bij een contract voor onbepaalde tijd een proeftijd van ten hoogste twee maanden kan worden overeengekomen. Bij een contract voor bepaalde tijd langer dan zes maanden is dat ten hoogste één maand (korter dan twee jaar) of twee maanden (twee jaar of langer) (bijlage 2 t/m 5).
- Bij beëindiging wegens arbeidsongeschiktheid worden nog niet verjaarde vakantiedagen uitbetaald (art. 12).
Bron: CAO-tekst CAO multimodaal vervoer, looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (artikelen 2, 3, 8, 8B, 11 t/m 14B, 17, 23, 26, 31 t/m 33, 37, 39, 42, 44, 47 t/m 49, 56, 60 t/m 64, 84 en 97).
Salaristabel CAO multimodaal vervoer 2026
De onderstaande bedragen zijn bruto maandlonen per 1 januari 2026 voor een fulltime dienstverband van 36 uur per week (bijlage 14, art. 14B). De CAO kent alleen maandbedragen. Parttimers ontvangen het functieloon naar rato van het aantal overeengekomen uren, afgerond op hele euro’s (art. 8). De indeling in een schaal volgt uit het ORBA-functieraster (bijlage 13, art. 15). Bestuurder bus, machinist, medewerker service & controle en steward vallen in de schaal voor rijdend personeel (41MM); de anciënniteit is het aantal dienstjaren (trede).
Per maand vanaf 1 januari 2026
Rijdend personeel (41MM) en chauffeur kleine bus
| Anciënniteit (jaren) | Rijdend personeel 41MM | Chauffeur kleine bus |
|---|---|---|
| 0 | 2.695,48 | 2.660,50 |
| 1 | 2.750,79 | 2.841,98 |
| 2 | 2.803,67 | |
| 3 | 2.876,60 | |
| 4 | 3.056,11 | |
| 5 | 3.147,50 | |
| 6 | 3.230,05 | |
| 7 | 3.323,04 | |
| 8 | 3.410,41 | |
| 9 | 3.503,40 | |
| 10 | 3.597,22 | |
| 11 | 3.685,35 | |
| 12 | 3.776,68 | |
| 13 | 3.823,15 | |
| 14 | 3.869,68 | |
| 15 | 3.916,12 |
Schaal 1 t/m 8
| Anciënniteit (jaren) | Schaal 1 | Schaal 2 | Schaal 3 | Schaal 4 | Schaal 5 | Schaal 6 | Schaal 7 | Schaal 8 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.660,50 | 2.660,50 | 2.660,50 | 2.660,50 | 2.660,50 | 2.887,82 | 3.157,93 | 3.593,93 |
| 1 | 2.732,33 | 2.678,64 | 2.732,33 | 2.732,33 | 3.075,38 | 3.250,93 | 3.772,69 | |
| 2 | 2.804,51 | 2.804,51 | 2.887,82 | 2.887,82 | 3.250,93 | 3.425,69 | 3.949,04 | |
| 3 | 2.887,82 | 2.887,82 | 2.984,06 | 3.075,38 | 3.339,09 | 3.593,93 | 4.142,22 | |
| 4 | 2.984,06 | 3.075,38 | 3.157,93 | 3.250,93 | 3.425,69 | 3.772,69 | 4.347,37 | |
| 5 | 3.075,38 | 3.157,93 | 3.250,93 | 3.339,09 | 3.508,21 | 3.949,04 | 4.530,92 | |
| 6 | 3.157,93 | 3.250,93 | 3.339,09 | 3.425,69 | 3.682,94 | 4.142,22 | 4.627,12 | |
| 7 | 3.250,93 | 3.339,09 | 3.425,69 | 3.508,21 | 3.772,69 | 4.251,21 | 4.719,30 | |
| 8 | 3.339,09 | 3.425,69 | 3.508,21 | 3.593,93 | 3.856,88 | 4.347,37 | 4.802,62 | |
| 9 | 3.508,21 | 3.593,93 | 3.682,94 | 3.949,04 | 4.434,75 | 4.889,22 | ||
| 10 | 3.682,94 | 3.772,69 | 4.042,86 | 4.530,92 | 5.065,56 | |||
| 11 | 3.856,88 |
Schaal 9 t/m 18
| Anciënniteit (jaren) | Schaal 9 | Schaal 10 | Schaal 11 | Schaal 12 | Schaal 13 | Schaal 14 | Schaal 15 | Schaal 16 | Schaal 17 | Schaal 18 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 4.042,86 | 4.530,92 | 5.255,48 | 5.939,95 | 6.479,43 | 7.346,64 | 7.955,74 | 8.596,99 | 9.295,09 | 10.076,52 |
| 1 | 4.142,22 | 4.719,30 | 5.433,42 | 6.125,89 | 6.655,73 | 7.522,18 | 8.176,17 | 8.818,21 | 9.541,16 | 10.361,86 |
| 2 | 4.347,37 | 4.889,22 | 5.592,94 | 6.302,26 | 6.824,82 | 7.743,37 | 8.394,98 | 9.052,22 | 9.784,80 | 10.649,64 |
| 3 | 4.530,92 | 5.065,56 | 5.757,23 | 6.479,43 | 7.000,40 | 7.955,74 | 8.596,99 | 9.295,09 | 10.076,52 | 10.937,41 |
| 4 | 4.719,30 | 5.255,48 | 5.939,95 | 6.655,73 | 7.176,70 | 8.176,17 | 8.818,21 | 9.541,16 | 10.361,86 | 11.225,16 |
| 5 | 4.889,22 | 5.433,42 | 6.125,89 | 6.824,82 | 7.346,64 | 8.394,98 | 9.052,22 | 9.784,80 | 10.649,64 | 11.513,72 |
| 6 | 5.065,56 | 5.592,94 | 6.302,26 | 7.000,40 | 7.522,18 | 8.596,99 | 9.295,09 | 10.076,52 | 10.937,41 | 11.862,29 |
| 7 | 5.255,48 | 5.757,23 | 6.479,43 | 7.176,70 | 7.743,37 | 8.818,21 | 9.541,16 | 10.361,86 | 11.225,16 | 12.207,76 |
| 8 | 5.433,42 | 5.939,95 | 6.655,73 | 7.346,64 | 7.955,74 | 9.052,22 | 9.784,80 | 10.649,64 | 11.513,72 | 12.554,84 |
| 9 | 5.592,94 | 6.125,89 | 6.824,82 | 7.522,18 | 8.176,17 | 9.295,09 | 10.076,52 | 10.937,41 | 11.862,29 | 13.111,07 |
| 10 | 5.757,23 | 6.302,26 | 7.000,40 | 7.743,37 | 8.394,98 | 9.541,16 | 10.361,86 | 11.225,16 | 12.207,76 | 13.663,31 |
Hay-schalen
De Hay-schalen zijn de bedragen per 1 januari 2023 en worden gedurende de looptijd van deze CAO niet aangepast (bijlage 7). Het functieloon van Hay-werknemers geldt voor een arbeidstijd van 40 uur per week (art. 8A).
Hay-schalen (bruto per maand)
| RSP | Schaal A | Schaal B | Schaal C | Schaal D | Schaal E | Schaal F |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 70% | 4.616,41 | 5.182,18 | 5.815,56 | 6.528,95 | 7.330,82 | 8.231,65 |
| 80% | 5.275,92 | 5.921,27 | 6.646,36 | 7.461,65 | 8.378,06 | 9.407,60 |
| 90% | 5.935,40 | 6.661,41 | 7.477,11 | 8.394,37 | 9.425,30 | 10.583,51 |
| 100% (normsalaris) | 6.594,87 | 7.401,56 | 8.307,95 | 9.327,05 | 10.472,54 | 11.759,48 |
| 110% | 7.254,37 | 8.141,73 | 9.138,73 | 10.259,77 | 11.519,81 | 12.935,39 |
Bron: CAO-tekst CAO multimodaal vervoer, looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (bijlage 14 en bijlage 7).
Naar de pagina van de CAO multimodaal vervoer
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
