Samenvatting CAO voor de vleeswarenindustrie 2026 - 2027
De CAO Vleeswarenindustrie 2026 - 2027 heeft een looptijd van 1 maart 2026 t/m 28 februari 2027. Per 1 maart 2026 gaan de lonen met 3,2% omhoog; de aanloopschaal volgt het wettelijk minimumloon en wordt niet met dit percentage verhoogd. In juli 2026 volgt een eenmalige bruto uitkering van € 200 voor werknemers die recht hebben op reiskostenvergoeding (parttimers naar rato). Op deze pagina staan verder de vakantiedagen, toeslagen, doorbetaling bij ziekte, pensioen, werkingssfeer en de salaristabellen.
Laatst gecontroleerd op 14 oktober 2026. Bron: CAO-tekst CAO Vleeswarenindustrie, looptijd 1 maart 2026 t/m 28 februari 2027 (artikelen 24a en 24b).
Stamgegevens
Kerncijfers CAO Vleeswarenindustrie 2026 - 2027
| Looptijd | 1 maart 2026 t/m 28 februari 2027; de CAO loopt van rechtswege af (art. 42) |
| CAO-partijen | Vereniging voor de Nederlandse Vleeswarenindustrie (Zoetermeer); FNV en CNV (Utrecht) |
| Loonsverhoging | 3,2% per 1 maart 2026, uiterlijk door te voeren per 1 december 2026; aanloopschaal niet verhoogd; eenmalig € 200 bruto in juli 2026 (art. 24a en 24b lid 3) |
| Vakantiedagen | 172,8 uur (24 dagen) per jaar vanaf 18 jaar, oplopend tot 208,8 uur vanaf 62 jaar (art. 27); 60+: 20 extra verlofdagen per jaar (art. 4 lid 8) |
| Vakantietoeslag | 8% van het jaarinkomen, minimaal € 1.410 per jaar, uiterlijk in mei (art. 20) |
| Overwerkvergoeding | 25% toeslag op het basisuurloon; ongebruikelijke werktijden 31,5% (avond en nacht ma t/m vr), 45% (zaterdag) en 90% (zon- en feestdagen) (art. 16 en 17) |
| Reiskostenvergoeding | Minimaal € 0,23 per km bij 10 km of meer, tot 35 km enkele reis; vanaf 1 juli 2026 minimaal € 0,25 per km (art. 24b) |
| Bijzonder verlof | 2 diensten bij eigen huwelijk; eenmaal de wekelijkse arbeidsduur bij bevalling van de partner, plus 5 weken aanvullend geboorteverlof; bij overlijden van de partner of een inwonend kind van de dag van overlijden tot en met de uitvaart (art. 31) |
| Thuiswerkvergoeding | Niet specifiek geregeld in de CAO |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% van het maandinkomen in het eerste ziektejaar, 90% in het tweede ziektejaar (art. 34) |
| Dertiende maand/eindejaarsuitkering | Geen dertiende maand; wel een jaaruitkering van 3,25% van het inkomen over de voorgaande 12 maanden, uiterlijk 31 december betaald (art. 23) |
| Pensioenfonds | Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees (VLEP); premie 2026 tijdelijk 24,36%, waarvan 18,49% werkgever en 5,87% werknemer (art. 9) |
| Opzegtermijn werkgever | 1 betalingsperiode (maand of 4 weken) bij minder dan 5 jaar dienstverband, 2 bij 5 tot 10 jaar, 3 bij 10 tot 15 jaar en 4 bij 15 jaar of langer (art. 10 lid 1) |
| Opzegtermijn werknemer | 1 betalingsperiode (maand of 4 weken) (art. 10 lid 1 sub c) |
| Werkingssfeer | Ondernemingen die fabrieksmatig vlees verduurzamen of toebereiden, vleeswaren slicen en verpakken of bacon bereiden, inclusief hybride en plantaardige vleeswarenvervangers (art. 1 lid 2) |
Salarisverhogingen
- 3,2% per 1 maart 2026: de feitelijke lonen gaan per 1 maart 2026 met 3,2% omhoog (art. 24a). Is de verhoging in het bedrijf per die datum nog niet doorgevoerd, dan moet dit uiterlijk 1 december 2026 gebeuren.
- Aanloopschaal: deze wordt niet met de 3,2% verhoogd, maar volgt het wettelijk minimumuurloon (art. 24a en bijlage II). Zie de salaristabel hieronder.
- Eenmalige uitkering: in juli 2026 eenmalig € 200 bruto voor werknemers die recht hebben op reiskostenvergoeding, vanwege gestegen brandstofkosten. Alleen voor werknemers die op het moment van uitbetaling in dienst zijn; parttimers ontvangen de uitkering naar rato (art. 24b lid 3).
- Toeslagen: de toeslagen voor bijzondere werkzaamheden worden geïndexeerd met de CAO-loonontwikkeling (art. 15 lid 8).
- Functiegroeptoeslagen in de aanloopschaal per 1 maart 2026, inclusief 3,2%: groep B € 0, groep C € 0,10 per uur, groep D € 0,29 per uur en groep E € 0,46 per uur (bijlage II).
- Diplomatoeslagen: € 500 na het behalen van een diploma tot en met MBO niveau 4 via een leer-/arbeidsovereenkomst, en € 500 een jaar later. Hetzelfde geldt voor VAPRO-diploma's en technische BBL-diploma's (art. 19).
- Scholingsbijdrage: maximaal € 1.250 per jaar (maximaal € 2.500 per twee jaar) voor employability (art. 19 lid 7).
Vakantiedagen
- 172,8 uur per jaar (24 dagen van 7,2 uur) vanaf 18 jaar, voor werknemers die op 1 mei sinds 1 mei van het vorige jaar 12 maanden onafgebroken in dienst zijn (art. 27 lid 1). Jonger dan 18 jaar: 7,2 uur extra.
- Leeftijdsdagen: 180 uur vanaf 47 jaar, 187,2 uur vanaf 52 jaar, 201,6 uur vanaf 57 jaar en 208,8 uur vanaf 62 jaar (art. 27 lid 1 sub 3).
- Extra verlof 60+: werknemers van 60 jaar en ouder hebben tot de AOW-leeftijd recht op 20 extra verlofdagen per jaar. Deze dagen kunnen niet worden gespaard (art. 4 lid 8).
- Seniorenregeling vanaf 60 jaar: 90% werken voor 100% loon, of 80% werken voor 90% loon, in beide gevallen met 100% pensioenopbouw (art. 27a). Hiervoor worden de extra verlofdagen en één extra vakantiedag ingezet.
- Aaneengesloten vakantie: minimaal 3 weken, zoveel mogelijk in mei t/m september (art. 27 lid 2).
- Sparen: maximaal 108 vakantie-uren per jaar, tot een maximum van 540 uur (art. 30).
- Feestdagen: tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, beide Kerstdagen, Koningsdag en Nieuwjaarsdag, en 5 mei in lustrumjaren (art. 26).
- Ziekte: bij arbeidsongeschiktheid worden volledige vakantierechten opgebouwd en worden opgenomen vakantiedagen volledig afgeboekt (art. 27 lid 3).
- Einde dienstverband: recht op 1/12 deel van de vakantie per gewerkte maand sinds 1 mei; niet opgenomen uren worden uitbetaald (art. 29).
Overwerkvergoeding
- Toeslag overwerk: 25% van het basisuurloon (art. 16 lid 2).
- Wat is overwerk: uren in opdracht van de werkgever boven 25% extra op het dagrooster (bij 7,2 uur per dag dus boven 9 uur), boven 6 uur extra per week, of boven een kwart van de bruto arbeidsduur per kwartaal. Bedrijven met een seizoenspatroon (rookworstcampagne) hanteren de helft van de bruto arbeidsduur (art. 16 lid 1).
- Tijd voor tijd: overwerk kan binnen zes weken in vrije tijd worden gecompenseerd, met uitbetaling van de 25% toeslag. Wordt ook de toeslag in tijd omgezet, dan geldt een extra compensatie van 25 minuten per uur waarover de toeslag wordt betaald (art. 16 lid 3 en 4).
- Ongebruikelijke werktijden: toeslag op het basisuurloon van 31,5% op maandag t/m vrijdag van 00.00 tot 06.00 uur en van 18.00 tot 24.00 uur, 45% op zaterdag en 90% op zon- en feestdagen. Bij slicingbedrijven is de zaterdagtoeslag 25%; bestaande afspraken met een hoger percentage blijven gelden (art. 17).
- Ploegentoeslag: vaste toeslag van 14% bij een tweeploegendienst en 20% bij een drieploegendienst; anders geldt een gemiddelde over de betalingsperiode van de percentages voor ongebruikelijke werktijden. Vanaf 58 jaar kunnen werknemers niet meer worden verplicht in ploegendienst te werken (art. 14).
- Geen stapeling: bij meerdere toeslagen op hetzelfde moment (art. 14, 16, 17 en 18) geldt de hoogste (art. 14a).
- Extra opkomst: 100% toeslag bovenop het basisuurloon per opkomst bij een onverwachte oproep buiten de werktijd (art. 18 lid 1).
- Consignatie: 90% van het basisuurloon per etmaal op maandag t/m vrijdag en 180% op zaterdag, zondag en feestdagen. Onder 18 jaar kan consignatie niet worden opgelegd; vanaf 58 jaar is het vrijwillig (art. 18 lid 2 en 3).
- Toeslagen voor bijzondere werkzaamheden (per uur): € 0,21 voor zouterij, rokerij, schoonmaak en rioolzuivering; € 0,64 in de diepvries; € 0,21 in gekoelde opslag (-10°C tot +7°C); € 0,10 in gekoelde werkruimten (circa 7°C tot 12°C); € 0,38 voor verse darmbewerking. Deze toeslagen zijn niet cumulatief (art. 15).
Reiskostenvergoeding
Werknemers die 10 km of meer van het bedrijf wonen, hebben recht op een vergoeding voor woon-werkverkeer tot 35 km enkele reis (art. 24b lid 1).
- Bedrag: minimaal € 0,23 per km. Met ingang van 1 juli 2026 wordt dit voor de rest van de looptijd verhoogd naar minimaal € 0,25 per km (art. 24b lid 2).
- Eenmalige uitkering: in juli 2026 ontvangen werknemers met recht op reiskostenvergoeding eenmalig € 200 bruto, ter tegemoetkoming in de gestegen benzinekosten. Alleen voor werknemers die op het moment van uitbetaling in dienst zijn; parttimers ontvangen de uitkering naar rato (art. 24b lid 3).
- Dienstreizen: de CAO bevat geen aparte regeling voor reizen in opdracht van de werkgever.
Bijzonder verlof
Verzuim met behoud van loon is geregeld in artikel 31, verlof zonder behoud van loon in artikel 32 en vakbondsverlof in artikel 12 lid 4.
| Situatie | Verlof |
|---|---|
| Ondertrouw | Voor de daarvoor benodigde tijd, maximaal 5 uur |
| Eigen huwelijk of geregistreerd partnerschap (minimaal een week van tevoren melden) | 2 diensten |
| Bevalling van de partner | Eenmaal de wekelijkse arbeidsduur |
| Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een eigen kind, pleegkind, ouder, broer, zus, zwager, schoonzus of kleinkind | 1 dienst |
| Overlijden van de partner, inwonende eigen of aangehuwde kinderen en pleegkinderen, inwonende ouders, schoonouders en grootouders | Van de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie |
| Overlijden van ouders, schoonouders, grootouders, schoongrootouders, niet-inwonende eigen en aangehuwde kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen en inwonende broers en zussen | 1 dienst, plus 1 dienst voor het bijwonen van de begrafenis of crematie |
| Regelen van de begrafenis of crematie | Van de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie, na overleg met de bedrijfsleiding |
| Begrafenis of crematie van broers, zusters, zwagers en schoonzusters | 1 dienst |
| 25- en 40-jarig huwelijk van de werknemer, en 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van ouders, schoonouders of (schoon)grootouders | 1 dienst |
| Wettelijke verplichtingen die kortstondige afwezigheid noodzakelijk maken | De benodigde tijd |
| Doktersbezoek, specialistenbezoek en andere erkende medische handelingen die niet buiten werktijd kunnen | De benodigde tijd, maximaal 2 uur |
| Verhuizing | Maximaal 1 dienst per jaar |
| Voorbereidingscursus op de (pre-)pensionering | Eenmalig maximaal 5 dagen, in het jaar voorafgaand aan de (pre-)pensionering |
- Aanvullend geboorteverlof: de partner heeft in het eerste half jaar na de geboorte recht op vijf weken aanvullend geboorteverlof. Hiervoor ontvangt de werknemer een uitkering van het UWV van 70% van het dagloon (art. 31 lid 1 sub 3).
- Partner: de echtgenoot of echtgenote, de geregistreerd partner of de (levens)partner met wie de werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert (art. 1 lid 7 en art. 31 lid 3).
- Vrije dag: vindt de gebeurtenis plaats op een vrije dag volgens het dienstrooster, dan wordt geen andere dag vrijaf met behoud van loon gegeven (art. 31 lid 1).
- Kortdurend zorgverlof: de werkgever betaalt gedurende 10 werkdagen per kalenderjaar 85% van het loon door (art. 31 lid 1).
- Vakbondsverlof: op verzoek van de vakbond verlof met behoud van loon voor afgevaardigden naar bondscongressen en dergelijke bijeenkomsten, en voor door de vakbond georganiseerde scholing. De vakbond dient het verzoek een week van tevoren schriftelijk in (art. 12 lid 4).
- Verlof zonder behoud van loon: één extra vrije dienst voor een dag of gebeurtenis die verband houdt met religie of levensovertuiging (art. 32).
- Pensioenopbouw tijdens verlof: tijdens ouderschapsverlof, aanvullend ouderschapsverlof en geboorteverlof loopt de pensioenopbouw door op basis van de normale premieverdeling (art. 9 lid 2).
Doorbetaling bij ziekte
- Eerste ziektejaar: 100% van het maandinkomen, tot het maximumdagloon (art. 17 Wet financiering sociale verzekeringen), mits de werknemer bij het begin van de arbeidsongeschiktheid minimaal 2 maanden in dienst was (art. 34 lid 1 sub a).
- Tweede ziektejaar: 90% van het maandinkomen, tot het maximumdagloon, mits de werknemer bij het begin van de arbeidsongeschiktheid minimaal 1 jaar in dienst was (art. 34 lid 1 sub b). Wordt er in het tweede jaar gewerkt, dan wordt 100% van het uurinkomen betaald over de gewerkte uren en 90% over de niet gewerkte uren; uren arbeidstherapie tellen als gewerkte uren (art. 34 lid 2).
- Aanvulling tot 100%: blijkt na twee jaar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer en was in het tweede ziektejaar aangevuld tot 90%, dan volgt met terugwerkende kracht alsnog een aanvulling tot 100% (art. 34 lid 4).
- Re-integratie: de werkgever spant zich in om de werknemer te laten terugkeren in de eigen functie, daarna in een andere functie binnen het bedrijf en vervolgens in passend werk buiten het bedrijf. De werknemer moet actief meewerken (art. 34).
- WIA-verzekering: werknemers zijn verplicht verzekerd voor arbeidsongeschiktheid in de categorie 35-80%. De premie komt voor 75% voor rekening van de werknemer en voor 25% van de werkgever, met een maximale werkgeversbijdrage van 0,25% van de premiegrondslag (art. 35).
- WHK-premie: werkgever en werknemer betalen ieder 50%, zonder het ZW-flexdeel; de rentehobbel is voor rekening van de werkgever (art. 34 lid 5).
- Uitzondering: deze rechten bestaan niet als de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een gebrek waarover de werknemer bij indiensttreding valse inlichtingen heeft gegeven (art. 34 lid 6).
- Overlijden: na het overlijden van een werknemer wordt aan de nabestaanden gedurende 3 maanden aangevuld tot het normale inkomen van de overledene (art. 21).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- Geen dertiende maand: de CAO kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. Er is wel een jaaruitkering (art. 23).
- Jaaruitkering: 3,25% van het in de voorafgaande 12 maanden verdiende inkomen, voor werknemers met een onafgebroken dienstverband van minimaal 2 maanden. Bij einde dienstverband wordt 1/12 per maand dienstverband betaald waarover de uitkering nog niet is verstrekt (art. 23 lid 1).
- Winstgerelateerd: op verzoek van de werkgever en in overleg met de vakbonden kan de uitkering worden omgezet in een winstgerelateerde uitkering van 0% tot 4% (art. 23 lid 2).
- Uitbetaling: de uitkering moet uiterlijk 31 december van het betreffende kalenderjaar daadwerkelijk zijn betaald (art. 23 lid 3).
- Vakantietoeslag: 8% van het jaarinkomen, minimaal € 1.410 per jaar, uitbetaald uiterlijk in mei (art. 20).
Thuiswerkvergoeding
De CAO Vleeswarenindustrie 2026 - 2027 regelt geen thuiswerkvergoeding en bevat ook geen afspraken over thuiswerken. Eventuele afspraken hierover maakt de werkgever zelf met de werknemer.
Pensioenfonds
- Pensioenfonds: de pensioenregeling wordt uitgevoerd door de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees (VLEP). De regeling is erop gericht dat werknemers vanaf 62 jaar kunnen stoppen met werken (art. 9 lid 1).
- Premie: de reguliere premie is 26%, waarvan 19,74% voor de werkgever en 6,26% voor de werknemer. Van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027 bedraagt de premie tijdelijk 24,36%, waarvan 18,49% voor de werkgever en 5,87% voor de werknemer (art. 9 lid 3).
- Verlof: tijdens ouderschapsverlof, aanvullend ouderschapsverlof en geboorteverlof loopt de pensioenopbouw door op basis van de normale premieverdeling (art. 9 lid 2).
- Financieel advies: werknemers van 60 jaar kunnen eenmalig een financieel advies laten opstellen; de werkgever declareert de kosten bij het Fonds Collectieve Belangen Vleeswarenindustrie (art. 9 lid 4).
- RVU-regeling vanaf 1 augustus 2026: werknemers kunnen maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd vervroegd uittreden. Voorwaarden: minimaal 10 jaar in dienst bij de huidige werkgever en minimaal 20 jaar werkzaam in de vleeswarenindustrie, waarvan ten minste 15 jaar structureel de helft van de werkdag in een zware functie of in ploegendienst, of 45 dienstjaren of meer in een productiefunctie. Tijdens de RVU-periode mag niet worden gewerkt bij vleeswarenproducenten of onder de CAO's Slagers, Vleessector, Pluimvee en Gemaksvoedingindustrie (art. 38b).
- Aanvulling bij knellende situaties: werknemers die bij uitdiensttreding in loonschaal B t/m D zijn ingedeeld, ontvangen € 300 bruto per maand extra, in loonschaal E t/m G € 200 bruto per maand, voor zover het Fonds Collectieve Belangen voldoende middelen heeft. Per 1 januari 2027 komt hiervoor een extra heffing van 0,1% (art. 38b lid 7 en 8).
- RVU-regeling tot 1 augustus 2026: wie vóór 1 augustus 2026 is ingestroomd op grond van artikel 38a, behoudt de afgesproken regeling. Vanaf die datum is instroom alleen nog mogelijk op grond van artikel 38b (art. 38a lid 7).
Opzegtermijn
- Opzegging door de werkgever: één betalingsperiode (maand of 4 weken) bij minder dan 5 jaar dienstverband, twee perioden bij 5 tot 10 jaar, drie perioden bij 10 tot 15 jaar en vier perioden bij 15 jaar of langer (art. 10 lid 1 sub b).
- Opzegging door de werknemer: één betalingsperiode (art. 10 lid 1 sub c).
- Opzeggen tegen: het einde van de kalendermaand of het einde van een 4-wekenperiode, afhankelijk van de betalingsperiode (art. 10 lid 1 sub a).
- Toestemming UWV: is toestemming verleend voor opzegging, dan wordt de opzegtermijn van de werkgever verkort met de duur van de procedure, met een minimum van één maand (art. 10 lid 1 sub d).
- Proeftijd: de eerste twee maanden gelden als proeftijd; bij een contract van korter dan twee jaar maar langer dan zes maanden is dat één maand. Bij een tijdelijk contract van zes maanden of korter en in enkele andere gevallen geldt geen proeftijd (art. 3).
- Einde zonder opzegging: onder meer bij overlijden, wederzijds goedvinden, beëindiging in de proeftijd en pensionering. De dienstbetrekking eindigt van rechtswege na het bereiken van de AOW-leeftijd (art. 10 lid 2 en 3).
Werkingssfeer
De CAO geldt voor (delen van) ondernemingen die fabrieksmatig vlees verduurzamen of toebereiden (behalve uitsluitend door afkoelen of zouten), die voornamelijk vleeswaren slicen en verpakken, of die bacon bereiden, inclusief hybride en plantaardige vleeswarenvervangers (art. 1 lid 2). Werknemer is wie in hoofdzaak werkt in de functies van bijlage I (art. 1 lid 6).
Valt eronder
- Fabrieksmatig verduurzamen of toebereiden van vlees, al dan niet vermengd met andere stoffen
- Voornamelijk slicen en verpakken van vleeswaren en daaraan gerelateerde werkzaamheden
- Het bereiden van bacon
- Hybride producten (deels plantaardig, deels dierlijk eiwit) en producten van plantaardige eiwitten die de functie van vleeswaren vervangen
- Uitbeenploegen die op contractbasis uitbeenwerk verrichten voor vleeswarenbedrijven (art. 1 lid 12)
- Alle medewerkers tot en met meewerkend voorman, inclusief administratief personeel (bijlage I onder B)
- Portiers, waarbij de artikelen 4, 4a, 6, 16 t/m 21 en 29 niet van toepassing zijn (art. 1 lid 6)
Valt er niet onder
- Vakantiewerkers: scholieren of studenten die gedurende hun vakantieperiode in dienst zijn (art. 1 lid 6)
- Leidinggevenden die een functieloon ontvangen (bijlage I onder B)
- Het verduurzamen of toebereiden van vlees uitsluitend door afkoelen of zouten (art. 1 lid 2)
- Een onderneming of vestiging waarvan het merendeel van de werkzaamheden onder de CAO van een andere bedrijfstak valt (art. 1 lid 3)
Meerdere activiteiten of twijfel
Een onderneming of vestiging waar ook andere werkzaamheden worden verricht, wordt ingedeeld onder de CAO van de bedrijfstak waartoe het merendeel van de werkzaamheden behoort (art. 1 lid 3). Bij een geschil over de uitleg kan de Vaste Commissie worden ingeschakeld (art. 41).
Bron: CAO-tekst CAO Vleeswarenindustrie, looptijd 1 maart 2026 t/m 28 februari 2027 (artikelen 1, 3, 4, 9, 10, 12, 14 t/m 18, 20, 23, 24a, 24b, 27, 31, 32, 34, 35, 38b en bijlage I).
Salaristabel CAO Vleeswarenindustrie 2026 - 2027
De bedragen zijn bruto en gelden per 1 maart 2026, inclusief de verhoging van 3,2%. Werknemers in loonschaal B t/m E zonder functiejaren worden ingedeeld op 1 functiejaar (art. 13 lid 3); deze cellen zijn daarom leeg. De bedragen per 4 weken zijn het basisperiodesalaris; het maandsalaris is het periodesalaris x 13 / 12 (art. 1). De aanloopschaal is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en volgt de wettelijke verhogingen; zie voor het huidige bedrag het huidige wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 maart 2026
Bruto maandlonen per 1 maart 2026
| Functiejaren | Groep B | Groep C | Groep D | Groep E | Groep F | Groep G | Groep H | Groep I | Groep J | Groep K |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaar | 2.498,75 | 2.555,91 | 2.602,19 | 2.664,79 | 2.708,34 | 2.749,17 | ||||
| 1 functiejaren | 2.407,37 | 2.422,54 | 2.452,48 | 2.479,70 | 2.795,45 | 2.858,05 | 2.907,05 | 2.977,82 | 3.026,81 | 3.070,36 |
| 2 functiejaren | 2.453,02 | 2.792,72 | 2.828,11 | 2.863,49 | 2.898,88 | 2.964,21 | 3.015,92 | 3.089,42 | 3.138,41 | 3.184,69 |
| 3 functiejaren | 2.498,67 | 2.852,61 | 2.887,99 | 2.917,93 | 2.942,43 | 3.005,04 | 3.059,48 | 3.132,97 | 3.190,13 | 3.230,96 |
| 4 functiejaren | 2.544,32 | 2.879,83 | 2.915,21 | 2.947,88 | 2.972,37 | 3.034,98 | 3.089,42 | 3.162,91 | 3.217,35 | 3.263,62 |
| 5 functiejaren | 2.589,97 | 2.907,05 | 2.945,15 | 2.977,82 | 2.999,59 | 3.064,92 | 3.122,08 | 3.198,29 | 3.247,29 | 3.299,01 |
| 6 functiejaren | 2.635,62 | 2.936,99 | 2.975,09 | 3.005,04 | 3.029,53 | 3.100,30 | 3.152,02 | 3.230,96 | 3.282,68 | 3.328,95 |
| 7 functiejaren | 2.681,27 | 2.969,65 | 3.002,31 | 3.034,98 | 3.059,48 | 3.130,25 | 3.184,69 | 3.260,90 | 3.315,34 | 3.361,61 |
| 8 functiejaren | 2.726,92 | 2.996,87 | 3.032,26 | 3.062,20 | 3.089,42 | 3.157,47 | 3.214,63 | 3.296,29 | 3.348,00 | 3.391,55 |
| 9 functiejaren | 2.772,56 | 3.026,81 | 3.059,48 | 3.092,14 | 3.116,64 | 3.192,85 | 3.241,85 | 3.326,23 | 3.377,94 | 3.421,50 |
Per 4 weken vanaf 1 maart 2026
Bruto periodelonen per 4 weken per 1 maart 2026
| Functiejaren | Groep B | Groep C | Groep D | Groep E | Groep F | Groep G | Groep H | Groep I | Groep J | Groep K |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaar | 2.306,54 | 2.359,31 | 2.402,02 | 2.459,81 | 2.500,01 | 2.537,70 | ||||
| 1 functiejaren | 2.222,19 | 2.236,19 | 2.263,83 | 2.288,95 | 2.580,41 | 2.638,20 | 2.683,43 | 2.748,75 | 2.793,98 | 2.834,18 |
| 2 functiejaren | 2.264,33 | 2.577,90 | 2.610,56 | 2.643,23 | 2.675,89 | 2.736,19 | 2.783,93 | 2.851,77 | 2.897,00 | 2.939,71 |
| 3 functiejaren | 2.306,47 | 2.633,18 | 2.665,84 | 2.693,48 | 2.716,09 | 2.773,88 | 2.824,13 | 2.891,97 | 2.944,73 | 2.982,42 |
| 4 functiejaren | 2.348,60 | 2.658,30 | 2.690,96 | 2.721,12 | 2.743,73 | 2.801,52 | 2.851,77 | 2.919,61 | 2.969,86 | 3.012,57 |
| 5 functiejaren | 2.390,74 | 2.683,43 | 2.718,60 | 2.748,75 | 2.768,85 | 2.829,16 | 2.881,92 | 2.952,27 | 2.997,50 | 3.045,24 |
| 6 functiejaren | 2.432,88 | 2.711,07 | 2.746,24 | 2.773,88 | 2.796,49 | 2.861,82 | 2.909,56 | 2.982,42 | 3.030,16 | 3.072,88 |
| 7 functiejaren | 2.475,01 | 2.741,22 | 2.771,37 | 2.801,52 | 2.824,13 | 2.889,46 | 2.939,71 | 3.010,06 | 3.060,31 | 3.103,03 |
| 8 functiejaren | 2.517,15 | 2.766,34 | 2.799,01 | 2.826,64 | 2.851,77 | 2.914,58 | 2.967,35 | 3.042,72 | 3.090,46 | 3.130,66 |
| 9 functiejaren | 2.559,29 | 2.793,98 | 2.824,13 | 2.854,28 | 2.876,90 | 2.947,25 | 2.992,47 | 3.070,36 | 3.118,10 | 3.158,30 |
Aanloopschaal
Aanloopschaal per uur
De aanloopschaal geldt voor werknemers die nieuw zijn in de vleeswarenindustrie, maximaal 6 maanden (art. 13 lid 2). Jeugdige werknemers hebben recht op het minimumuurloon van een werknemer die twee jaar ouder is.
| Leeftijd | Per uur per 1 januari 2026 | Per uur per 1 juli 2026 |
|---|---|---|
| 19 jaar en ouder | € 14,71 | € 14,99 |
| 18 jaar | € 11,77 | € 11,99 |
| 17 jaar | € 8,83 | € 8,99 |
| 16 jaar | € 7,36 | € 7,50 |
Functiegroeptoeslagen in de aanloopschaal per 1 maart 2026
Wordt een functie met een hogere indeling uitgeoefend, dan komt bovenop de aanloopschaal een functiegroeptoeslag.
| Loongroep | B | C | D | E |
|---|---|---|---|---|
| Per uur | € 0,00 | € 0,10 | € 0,29 | € 0,46 |
| Per week | € 0,00 | € 3,67 | € 10,41 | € 16,52 |
Oude schaal B
Oude schaal B per 1 maart 2026
Voor werknemers die vóór 1 april 2012 zijn ingedeeld in schaal B blijven de oude lonen van deze schaal van kracht. De lonen zijn gebaseerd op een arbeidsduur van 36 uur per week.
| Functiejaren | Per uur | Per week | Per 4 weken | Per maand |
|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaar | ||||
| 1 functiejaren | 15,42 | 555,28 | 2.221,11 | 2.406,21 |
| 2 functiejaren | 17,78 | 640,08 | 2.560,31 | 2.773,67 |
| 3 functiejaren | 18,11 | 652,01 | 2.608,05 | 2.825,39 |
| 4 functiejaren | 18,32 | 659,55 | 2.638,20 | 2.858,05 |
| 5 functiejaren | 18,48 | 665,20 | 2.660,81 | 2.882,55 |
| 6 functiejaren | 18,65 | 671,48 | 2.685,94 | 2.909,77 |
| 7 functiejaren | 18,83 | 677,77 | 2.711,07 | 2.936,99 |
| 8 functiejaren | 19,02 | 684,68 | 2.738,70 | 2.966,93 |
| 9 functiejaren | 19,19 | 690,96 | 2.763,83 | 2.994,15 |
Administratief personeel
Periodesalaris per 4 weken per 1 maart 2026
Het periodiek is het verschil tussen het maximumloon en het loon bij 0 functiejaren, gedeeld door het aantal functiejaren van de betreffende groep.
| Groep | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | 2.209,82 | 2.407,67 | 2.636,22 | 2.720,73 | 2.938,62 |
| Maximum | 2.599,79 | 2.674,99 | 2.940,95 | 3.420,89 | 3.951,25 |
| Aantal functiejaren | 2 | 4 | 8 | 10 | 12 |
Maandsalaris per 1 maart 2026
| Groep | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |
|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | 2.393,97 | 2.608,31 | 2.855,90 | 2.947,46 | 3.183,51 |
| Maximum | 2.816,44 | 2.897,91 | 3.186,03 | 3.705,96 | 4.280,52 |
| Aantal functiejaren | 2 | 4 | 8 | 10 | 12 |
Bron: CAO-tekst CAO Vleeswarenindustrie, looptijd 1 maart 2026 t/m 28 februari 2027 (artikelen 1, 13 en bijlage II).
Naar de pagina van de CAO Vleeswarenindustrie
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
