Samenvatting CAO bos en natuur 2026 - 2028 - bosbouw
De CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel Bosbouw, geldt voor alle werkgevers in bos en natuur, behalve de werkgevers die onder De Landschappen of Natuurmonumenten vallen. De CAO heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De lonen gaan omhoog met 3,2% per 1 september 2026 en met 3,8% per 1 juli 2027. Een voltijdweek is 37 uur, met 185 vakantie-uren per jaar voor werknemers van 18 t/m 54 jaar en 8% vakantietoeslag. Op deze pagina staan onder meer de vakantie-uren per leeftijd, overwerktoeslagen, reiskosten, bijzonder verlof, de ziekteregeling, de werkingssfeer en de loontabellen per functiegroep.
Laatst gecontroleerd op 12 oktober 2026. Bron: CAO-tekst CAO bos en natuur, ondernemingsdeel Bosbouw, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (Algemeen deel art. 1, 2 en 4 en ondernemingsdeel art. 3, 6, 8 en 11).
Stamgegevens
| Looptijd | 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De CAO eindigt op grond van de wet zonder dat opzegging nodig is (Algemeen deel art. 1.4). |
| CAO-partijen | Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, Algemene Vereniging Inlands Hout en Vereniging Landschapsbeheerorganisaties, met FNV en CNV. Het secretariaat wordt gevoerd door de VBNE (Algemeen deel art. 1.2). |
| Loonsverhoging | 3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). Een eenmalige uitkering staat niet in de CAO. |
| Vakantiedagen | Bij een 37-urige werkweek 185 uur voor 18 t/m 54 jaar, 222 uur voor 17 jaar, 199,8 uur voor 55-56 jaar, 207,2 uur voor 57-59 jaar en 214,6 uur vanaf 60 jaar (art. 6.3.1). Werkt de werkgever met roostervrije dagen, dan geldt een 40-urige week met 144 roostervrije uren (art. 3.4). |
| Vakantietoeslag | 8% van het bruto jaarsalaris, over de periode 1 juni t/m 31 mei en uitbetaald met het salaris over mei (art. 6.1). |
| Overwerkvergoeding | Overwerk wordt één op één in vrije tijd gecompenseerd. Wordt het uitbetaald, dan is het loon 30% hoger op werkdagen, 50% op zaterdag en 100% op zon- en feestdagen (art. 3.8). |
| Reiskostenvergoeding | € 0,23 per kilometer voor woon-werkverkeer met eigen vervoer, tot maximaal 40 kilometer enkele reis (art. 11.3.1). |
| Bijzonder verlof | Onder meer 2 dagen bij het eigen huwelijk, 2 dagen bij verhuizing (maximaal eens per vijf jaar) en bij overlijden van partner of kind tot en met de dag van de uitvaart (art. 6.5). |
| Thuiswerkvergoeding | € 2,45 netto per dag dat je volledig thuiswerkt; niet te combineren met een woon-werkvergoeding op dezelfde dag (art. 11.4). |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% in de eerste 26 weken, 90% in de tweede 26 weken en 75% in het tweede ziektejaar (85% bij voldoende medewerking aan re-integratie) (art. 8.4). |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | Geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering in de CAO. |
| Pensioenfonds | Stichting BPL Pensioen. Deelname is verplicht voor werknemers van 18 jaar en ouder (Algemeen deel art. 4; ondernemingsdeel art. 10). |
| Opzegtermijn | De wettelijke opzegtermijn (art. 7:672 BW), tenzij in de arbeidsovereenkomst is afgeweken. Met UWV-toestemming is de termijn voor de werkgever een maand korter (art. 2.5). |
| Werkingssfeer | Alle werkgevers in bos en natuur, behalve De Landschappen en Natuurmonumenten (Algemeen deel art. 1.3.2.1). |
Salarisverhogingen
- 3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). De bedragen staan in bijlage II en hieronder.
- Functiejarenverhoging: per 1 januari, tenzij je op 1 januari van het voorgaande jaar nog niet in dienst was. De verhoging is geen automatisme maar volgt bij voldoende functioneren; niet toekennen moet worden onderbouwd met een schriftelijk verslag en moet na uiterlijk één jaar alsnog gebeuren (art. 5.2).
- Functiegroepen: de functies zijn ingedeeld in functiegroepen (I t/m VII). De werkgever moet je schriftelijk meedelen in welke groep je zit (art. 5.1).
- Inschaling in een nieuwe functie: één niveau lager dan normaal, en bij voldoende functioneren na ten hoogste één jaar op het niveau van de functie (art. 4.5).
- Waarneming: na minimaal twee maanden aaneengesloten waarneming van een hogere functie volgt een tijdelijke waarnemingstoeslag, gelijk aan het verschil tussen je huidige salaris en het aanvangssalaris van de waargenomen functie, met een minimum van twee periodieken (art. 5.1.4).
- Bij definitieve plaatsing in een hogere functie krijg je het eerstkomende hogere bedrag in de hogere schaal, gevolgd door één periodieke verhoging (art. 5.1.6).
- Vrijwillig naar een lager ingedeelde functie: het schaalsalaris daalt met de helft van het verschil tussen de 0-functiejaarsalarissen, of zoveel meer als nodig is voor het eerstkomende lagere bedrag. Gebeurt het buiten je invloed, dan behoud je minimaal je oude tijdloon (art. 5.1.8 en 5.1.9).
- Geen WGA-premie voor de werknemer: van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 houdt de werkgever geen gedifferentieerde WGA-premie in op het loon (Algemeen deel art. 2.1.1).
- Senioren: wie gebruikmaakt van de seniorenregeling krijgt 90% van het loon; ter bekostiging worden op jaarbasis 12 ATV-dagen (96 roostervrije uren) ingeleverd (art. 9.8).
Vakantiedagen
Vakantie-uren per jaar
- Het aantal vakantie-uren hangt af van je leeftijd en werkweek, zie de tabel hieronder. Bij een 37-urige week zijn dat 185 uur voor 18 t/m 54 jaar (art. 6.3.1).
- Minimaal 2 en maximaal 4 weken van de vakantie-uren moeten aaneengesloten worden genoten (art. 6.3.2).
- De vakantiedagen worden in overleg tussen werkgever en werknemer vastgesteld. De werkgever mag 4 dagen aanwijzen op een door hem bepaald tijdstip, maar moet dat 3 maanden van tevoren meedelen (art. 6.3.3).
- Eenmaal per 2 jaar heb je recht op 35 werkdagen aaneengesloten vakantie, mits je het verzoek minimaal 12 maanden van tevoren indient en voldoende vakantiedagen hebt opgebouwd (art. 6.3.4).
- Verval: wettelijk verlof vervalt een half jaar na het kalenderjaar van opbouw, bovenwettelijk verlof verjaart na vijf jaar en ATV-uren vervallen aan het einde van het jaar van opbouw (art. 6.2.2).
- Roostervrije dagen: werkt je bedrijf met een roostervrije dagenregeling, dan is de wekelijkse arbeidsduur gemiddeld 40 uur. Je bouwt 3 roostervrije uren per week op: 144 uur per jaar, gelijk aan 18 dagen. Niet-opgenomen uren vervallen op 31 december; bij einde dienstverband worden de niet-opgenomen dagen uitbetaald (art. 3.4).
- Valt 5 mei op een werkdag, dan is dat een extra roostervrije dag, tenzij het bedrijfsbelang zich ertegen verzet. Moet er toch worden gewerkt, dan volgt compensatie met een andere roostervrije dag (art. 3.4.5).
- Tijdens volledige arbeidsongeschiktheid bouw je wettelijke en bovenwettelijke vakantierechten op, maar geen ATV. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bouw je vakantie volledig op en ATV naar rato van het herstel (art. 6.7).
- Bij einde dienstverband worden te veel of te weinig genoten vakantierechten verrekend (art. 6.4).
- Feestdagen: nieuwjaarsdag, Koningsdag, eerste en tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag (art. 3.6.4.3).
| Werkweek | 17 jaar | 18-54 jaar | 55-56 jaar | 57-59 jaar | 60 jaar en ouder |
|---|---|---|---|---|---|
| 40 uur | 240 | 200 | 216 | 224 | 232 |
| 39 uur | 234 | 195 | 210,6 | 218,4 | 226,2 |
| 38 uur | 228 | 190 | 205,2 | 212,8 | 220,4 |
| 37 uur | 222 | 185 | 199,8 | 207,2 | 214,6 |
Omvang van een verlofdag
| Opname van | 40-urige week | 39-urige week | 38-urige week | 37-urige week |
|---|---|---|---|---|
| 1 uur | 1,0 uur | 1,0 uur | 1,0 uur | 1,0 uur |
| Halve dag | 4,0 uur | 3,9 uur | 3,8 uur | 3,7 uur |
| Hele dag | 8,0 uur | 7,8 uur | 7,6 uur | 7,4 uur |
Overwerkvergoeding
- Overwerk wordt één op één in vrije tijd gecompenseerd (art. 3.8.1).
- Betaalde overuren: het loon is 30% hoger dan het uurloon op werkdagen, 50% hoger op zaterdag en 100% hoger op zondag en feestdagen, zie de tabel hieronder (art. 3.8.5).
- Overwerk zijn de uren boven de gemiddelde werkweek van 37 uur (40 uur bij ATV-opbouw), berekend over een periode van 4 weken. Overschrijd je de afgesproken arbeidsduur met minder dan een half uur, dan is het geen overwerk (art. 3.7.1 en 3.7.3).
- Parttimers die op verzoek meer werken dan hun contracturen, maar minder dan 37 (40) uur, hebben recht op compensatie in tijd voor tijd (art. 3.7.1).
- Compensatie moet binnen hetzelfde kalenderjaar worden opgenomen, anders vervalt zij. Overwerk uit het laatste kwartaal mag tot en met 31 maart van het volgende jaar worden opgenomen. Overuren worden op hele kwartieren afgerond (art. 3.8.2 en 3.8.4).
- Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet worden verplicht tot overwerk. Overwerk op feestdagen wordt niet opgedragen, tenzij de aard van het werk dat meebrengt (art. 3.7.7 en 3.7.8).
- Werk dat op initiatief van de werknemer wordt gedaan om rampen als (bos)brand of overstroming te voorkomen of te bestrijden, geldt ook als overwerk (art. 3.7.2).
- Afwijkende werkweek: de werkgever kan tijdelijk een afwijkende werkweek vaststellen. Tot een totaal van 40 uur en maximaal vijf uur per week gedurende maximaal twaalf weken hoeft hij geen overwerkvergoeding te betalen over de opgebouwde plusuren. De werkweek is dan maximaal 45 uur bij een 40-urige week en 42 uur bij een 37-urige week. De regeling geldt alleen van maandag t/m vrijdag (art. 3.5).
- Verschoven uren: sinds 1 maart 2019 worden geen toeslagen meer toegekend voor werken in het weekend of buiten het dagvenster op verzoek van de werknemer, of als dat in het afgesproken rooster staat. Bij roosterwijzigingen op verzoek van de werkgever worden de gebruikelijke toeslagen wel toegekend (art. 3.6.4.7).
| Dag | Loon bij betaalde overuren |
|---|---|
| Werkdagen | Uurloon + 30% |
| Zaterdag | Uurloon + 50% |
| Zondag en feestdagen | Uurloon + 100% |
Reiskostenvergoeding
- Eigen vervoer: € 0,23 per kilometer, met een maximum van 40 kilometer enkele reis, onbelast, met ingang van 1 juli 2026 (art. 11.3.1).
- Verhuis je vrijwillig naar een adres dat verder van je werk ligt, dan blijft de oorspronkelijke woon-werkafstand bepalend voor de vergoeding (art. 11.3.2).
- Moet je in opdracht van de werkgever het openbaar vervoer gebruiken, of verzorgt de werkgever het vervoer, dan komen de reiskosten volledig voor rekening van de werkgever. Over de reistijd krijg je 100% van het feitelijke uurloon, waarbij de eerste 60 minuten per dag (heen- en terugreis samen) voor jouw rekening zijn (art. 11.3.3 en 11.3.4).
- Wie een maand of langer aaneengesloten niet werkt, bijvoorbeeld door ziekte, kan in die periode geen aanspraak maken op vaste onkostenvergoedingen (art. 11.1.1).
- Seniorenregeling: de vergoeding voor woon-werkverkeer wordt gebaseerd op het eventuele nieuwe reispatroon (art. 9.8.10).
- De CAO bevat geen tarief voor dienstreizen met eigen auto.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met behoud van loon geldt als de gebeurtenis daadwerkelijk wordt bijgewoond en op een werkdag plaatsvindt (art. 6.5.2).
| Gebeurtenis | Verlof |
|---|---|
| Ondertrouw van de werknemer | 1 dag |
| Huwelijk van de werknemer | 2 dagen |
| Overlijden van de partner | Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart |
| Overlijden van een kind | Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart |
| Overlijden van (schoon-, groot-)ouders, broers, zwagers en (schoon-)zussen | 1 dag; bij het regelen van de uitvaart t/m de dag van de uitvaart |
| Huwelijk van een kind | 1 dag |
| Huwelijk van een broer, zwager of (schoon-)zus | 1 dag |
| 25-, 40- en 50-jarig huwelijk van de werknemer | 1 dag |
| 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van (schoon-)ouders | 1 dag |
| 25-, 40- en 50-jarig ambtsjubileum van de werknemer | 1 dag |
| Bevalling van de partner | Eenmaal de arbeidsduur per week, op te nemen binnen vier weken |
| Noodzakelijk bezoek aan tandarts, specialist e.d. | De benodigde tijd, als dit niet buiten werktijd kan |
| Verhuizing van de werknemer | 2 dagen; maximaal eens per vijf jaar |
| Sollicitatie nadat de werkgever het dienstverband heeft opgezegd | De benodigde tijd |
- Onder huwelijk valt ook een geregistreerd partnerschap (art. 6.5.2).
- Rouwverlof: bij overlijden van je levenspartner, kind of (schoon)ouders maximaal tweemaal de gemiddelde arbeidsduur per week met behoud van salaris, aanvullend op het bijzonder verlof en te verspreiden over één jaar (art. 6.5.3).
- Medische verzorging: de werkgever geeft vrij met behoud van loon voor de tijd die nodig is, voor zover dat niet buiten werktijd kan (art. 6.5.4).
- Kortdurend zorgverlof: over maximaal 5 dagen 100% van het loon en over nog eens maximaal 5 dagen 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon. Voor parttimers naar rato (art. 6.8.2).
- Overig zorg- en ouderschapsverlof volgt de Wet arbeid en zorg, het Burgerlijk Wetboek en het personeelsreglement (art. 6.8.1).
- Vakbondsverlof: 5 dagen onbetaald verlof per kalenderjaar, of zoveel meer als redelijk is (art. 6.6.2).
- Onwerkbaar weer: de eerste 2 dagen per winterseizoen (1 november t/m 31 maart) bij vorst, ijzel of sneeuwval, de eerste 19 dagen per kalenderjaar bij overvloedige regenval en de eerste 2 dagen per kalenderjaar bij storm, hitte, onweer of wateroverlast komen voor rekening van de werkgever, die het loon doorbetaalt. Voor de dagen daarboven kan de werkgever een WW-uitkering aanvragen; wordt die niet aangevraagd of afgewezen, dan betaalt de werkgever het loon toch door (art. 11.8).
- Bedrijfskleding: de werkgever kan het dragen verplichten; de CAO noemt geen vaste kledingvergoeding (art. 11.2).
Doorbetaling bij ziekte
- 26 weken 100%, daarna 26 weken 90%, in het tweede jaar 75% van het loon (art. 8.4). Het wettelijke deel is steeds 70%; de werkgever vult aan.
- Eerste 26 weken: 70% wettelijk plus 30% aanvulling. Tweede 26 weken: 70% plus 20%. Tweede ziektejaar (52 weken): 70% plus 5%, en bij voldoende medewerking aan de re-integratie 70% plus 15% (art. 8.4.1 t/m 8.4.3).
- Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vindt uitbetaling naar rato plaats (art. 8.4).
- De aanvullingen gelden alleen als je je houdt aan de verzuimregels in de onderneming en voldoende meewerkt aan de re-integratie (Wet verbetering poortwachter), te beoordelen door een onafhankelijke deskundige (art. 8.3).
- Werknemers van wie het dienstverband tijdens ziekte eindigt, hebben geen recht op de aanvullingen. Wie binnen twee jaar in de IVA instroomt, houdt dat recht wel (art. 8.3.2 en 8.3.3).
- Of je arbeidsongeschikt bent, wordt uitsluitend beantwoord door de bedrijfsarts van de ingeschakelde arbodienst. Bij verschil van mening kan elke partij een second opinion van een door het UWV benoemde deskundige aanvragen; de kosten zijn voor de aanvrager (art. 8.1.5 t/m 8.1.7).
- Ziekmelden: uiterlijk de eerstvolgende werkdag vóór 09.00 uur (bijlage IV, art. 2.1).
- Beëindiging tijdens ziekte volgt de wet. Na 2 jaar ziekte kan het dienstverband worden beëindigd als er geen passende re-integratiemogelijkheden zijn en het UWV vindt dat de werkgever voldoende heeft gedaan. Vindt het UWV de re-integratie onvoldoende, dan is ontslag wegens ziekte pas na 2,5 jaar mogelijk. De werkgever betaalt dan een transitievergoeding (art. 7.2 en 8.2).
- Aanvulling WW/WGA via Stichting PAWW: de premie wordt via het salaris betaald door de werknemer (art. 7.1.2).
- De CAO noemt geen WIA-hiaat- of WIA-excedentverzekering.
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- De CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering.
- Wel geldt een vakantietoeslag van 8% van het bruto jaarsalaris, uitbetaald met het salaris over mei (bij uitbetaling per vier weken met de betaling over periode 5) (art. 6.1).
Thuiswerkvergoeding
- € 2,45 netto per dag voor wie op een werkdag volledig thuiswerkt (art. 11.4).
- De werkgever bepaalt hoe je de vergoeding declareert.
- De thuiswerkvergoeding kan op dezelfde dag niet worden gecombineerd met een woon-werkvergoeding (art. 11.4).
Pensioenfonds
- Stichting BPL Pensioen: de werkgever heeft een pensioenverzekering afgesloten voor werknemers van 18 jaar en ouder. Deelname is verplicht (Algemeen deel art. 4.1 en 4.2; ondernemingsdeel art. 10.1).
- De werkgever mag de bijdrage van de werknemer maandelijks inhouden op het salaris (Algemeen deel art. 4.3).
- De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling; die staan in de statuten en reglementen van BPL Pensioen.
- Seniorenregeling: de pensioenpremie wordt berekend over 90% van het salaris dat je vóór de seniorenregeling verdiende (art. 9.8.5).
Opzegtermijn
Opzegging
- De opzegging gebeurt schriftelijk, rekening houdend met de opzegtermijn, tegen het einde van de kalendermaand. De opzegtermijn is gelijk aan de wettelijke regeling (art. 7:672 BW), tenzij in de arbeidsovereenkomst is afgeweken (art. 2.5).
- Wil de werkgever het dienstverband laten eindigen, dan is een ontslagvergunning van het UWV of goedkeuring van de kantonrechter nodig. Verleent het UWV toestemming, dan wordt de opzegtermijn met één maand verkort (art. 2.5).
- Het dienstverband eindigt van rechtswege bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of bij overlijden (art. 2.5).
| Duur dienstverband | Wettelijke opzegtermijn werkgever |
|---|---|
| Korter dan 5 jaar | 1 maand |
| 5 tot 10 jaar | 2 maanden |
| 10 tot 15 jaar | 3 maanden |
| 15 jaar of langer | 4 maanden |
De werknemer heeft volgens de wet een opzegtermijn van één maand. Dit zijn de wettelijke termijnen van artikel 7:672 BW waar de CAO naar verwijst; de CAO noemt zelf geen afwijkende termijnen.
Proeftijd en bepaalde tijd
- Proeftijd: alleen schriftelijk overeen te komen en niet bij een contract van zes maanden of korter. De duur volgt de wet (art. 7:652 BW) (art. 2.2).
- Een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege. De werkgever moet het een maand van tevoren aanzeggen. Tussentijds opzeggen kan met een termijn van een maand (art. 2.6).
- Seizoensarbeid: de tussenperiode tussen twee contracten mag worden verkort van 6 naar 3 maanden voor de functies in bijlage III (art. 2.1.8).
- Een BBL-er krijgt direct een contract voor onbepaalde tijd aangeboden onder voorwaarden (dezelfde functie als laatst uitgevoerd, opleiding afgerond bij één werkgever, minimaal voldoende beoordeling) (art. 2.1.7).
Werkingssfeer
Het ondernemingsdeel Bosbouw geldt voor alle werkgevers en werknemers onder de Raam-CAO bos en natuur, behalve de werkgevers die onder De Landschappen of onder Natuurmonumenten vallen (Algemeen deel art. 1.3.2.1).
Valt eronder
- Terreinbeheerbedrijven: ondernemingen waarin bos- en natuurbeheer in de ruimste zin van het woord wordt uitgeoefend.
- Aannemingsbedrijven die tegen betaling werken voor terreinbeheerbedrijven en -organisaties in bossen, andere houtopstanden of natuurterreinen, of die voor eigen rekening houtoogstwerkzaamheden verrichten (Algemeen deel art. 1.2).
- Ondernemingen of onderdelen daarvan die de activiteiten of arbeidsuren totaal of voor een belangrijk deel aan bos en natuur besteden. Dit deel mag minder zijn dan 50% en bos en natuur hoeft niet de hoofdactiviteit te zijn (art. 1.2).
- Juridisch zelfstandige onderdelen van ondernemingen die dit werk doen, tenzij zij tot een concern behoren (art. 1.2).
- Vakantiewerkers en werknemers met een (gesubsidieerde) arbeidsplaats vallen ook onder het begrip werknemer; voor hen kunnen afwijkende afspraken gelden (art. 1.2).
Valt er niet onder
- De Provinciale Landschappen en de Landschapsbeheerorganisaties, inclusief LandschappenNL: daarvoor geldt het ondernemingsdeel De Landschappen (Algemeen deel art. 1.3.2.2).
- De Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland: daarvoor geldt het ondernemingsdeel Natuurmonumenten (Algemeen deel art. 1.3.2.3).
- Staatsbosbeheer en andere werkgevers, zolang voor die onderneming naast deze CAO nog een andere CAO of arbeidsvoorwaardenregeling geldt die is afgesloten met de via hun vakcentrale in de SER vertegenwoordigde vakorganisaties (Algemeen deel art. 1.3.3).
- Stagiairs en vrijwilligers: zij zijn geen werknemer in de zin van de CAO (art. 1.2).
Meerdere activiteiten of twijfel
- Een onderneming valt onder de CAO als de activiteiten of arbeidsuren totaal of voor een belangrijk deel aan bos en natuur worden besteed. Dit deel mag minder zijn dan 50% (Algemeen deel art. 1.2).
- Bij onduidelijkheid over de toepassing of uitleg van de CAO leggen werkgever en werknemer het schriftelijk voor aan het CAO-overleg, dat een bindend advies of een minnelijke schikking kan geven. Daarna kan een Geschillencommissie worden ingesteld (Algemeen deel art. 1.6).
Bron: CAO-tekst CAO bos en natuur, ondernemingsdeel Bosbouw, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (Algemeen deel art. 1 t/m 4 en 7; ondernemingsdeel art. 2 t/m 11 en bijlage IV).
Salaristabel CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel Bosbouw
De loontabel kent zes functiegroepen, II t/m VII, met functiejaren (FJ) 0 t/m 6 of 7. Functiegroep I (ongeoefend bosarbeider) staat niet in de loontabel; die werknemer moet na één jaar worden bevorderd naar groep II. Alle bedragen zijn bruto maandlonen. De CAO geeft alleen maandbedragen, dus er zijn geen bedragen per 4 weken of per uur opgenomen. De loonschaal voor BBL'ers, vakantiewerkers en de Participatiewet is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wijzigt als dit wijzigt; zie het huidige wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 september 2026
Bruto maandloon per 1 september 2026 (+ 3,2%)
| Functiejaar | Groep II | Groep III | Groep IV | Groep V | Groep VI | Groep VII |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.583,56 | 3.019,29 | 3.156,06 | 3.283,91 | 3.546,57 | 3.901,27 |
| 1 | 2.901,45 | 3.072,11 | 3.212,43 | 3.358,01 | 3.626,61 | 3.989,24 |
| 2 | 2.946,28 | 3.124,78 | 3.268,49 | 3.432,07 | 3.706,73 | 4.077,32 |
| 3 | 2.991,21 | 3.181,22 | 3.333,15 | 3.498,35 | 3.778,36 | 4.156,03 |
| 4 | 3.039,05 | 3.241,45 | 3.400,43 | 3.571,65 | 3.857,39 | 4.243,19 |
| 5 | 3.091,98 | 3.304,98 | 3.469,28 | 3.637,72 | 3.928,70 | 4.321,61 |
| 6 | 3.147,88 | 3.364,22 | 3.527,82 | 3.705,16 | 4.001,65 | 4.401,83 |
| 7 | 3.207,12 |
De kolommen zijn de functiegroepen II t/m VII; de rijen zijn de functiejaren (FJ).
Per maand vanaf 1 juli 2027
Bruto maandloon per 1 juli 2027 (+ 3,8%)
| Functiejaar | Groep II | Groep III | Groep IV | Groep V | Groep VI | Groep VII |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.681,74 | 3.134,02 | 3.275,99 | 3.408,70 | 3.681,34 | 4.049,52 |
| 1 | 3.011,71 | 3.188,85 | 3.334,50 | 3.485,61 | 3.764,42 | 4.140,83 |
| 2 | 3.058,24 | 3.243,52 | 3.392,69 | 3.562,49 | 3.847,59 | 4.232,26 |
| 3 | 3.104,88 | 3.302,11 | 3.459,81 | 3.631,29 | 3.921,94 | 4.313,96 |
| 4 | 3.154,53 | 3.364,63 | 3.529,65 | 3.707,37 | 4.003,97 | 4.404,43 |
| 5 | 3.209,48 | 3.430,57 | 3.601,11 | 3.775,95 | 4.077,99 | 4.485,83 |
| 6 | 3.267,50 | 3.492,06 | 3.661,88 | 3.845,96 | 4.153,71 | 4.569,10 |
| 7 | 3.328,99 |
Inschaling in nieuwe functie
Wie in een nieuwe functie wordt geplaatst, wordt in de salarisstructuur één niveau lager ingeschaald dan normaal voor die functie. Bij voldoende functioneren word je na ten hoogste één jaar ingedeeld op het salarisniveau dat bij de functie hoort. Tekortkomingen die dat in de weg staan, worden vóór het verstrijken van dat jaar schriftelijk en gemotiveerd aan je meegedeeld (art. 4.5).
Gebruik voor de bedragen de tabel van de functiegroep die één niveau lager is.
Leerlingen BBL en vakantiewerkers
De loonschaal voor BBL-leerlingen is het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 20%, waarbij het salaris niet hoger wordt dan dat van functiegroep II, functiejaar 0. Reeds vóór 1 maart 2019 bestaande afspraken blijven gehandhaafd (art. 4.3). Het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Een vakantiewerker ontvangt de eerste 3 maanden het minimumloon en daarna 120% van het minimumloon (art. 4.6).
Met een BBL-student worden een leer- en een arbeidsovereenkomst gesloten, aan elkaar gekoppeld in de tijd (art. 2.1.4 en 2.1.5).
Participatiewet
Werknemers in loondienst die onder de Participatiewet vallen, hebben recht op een salaris van 120% van het wettelijk minimumloon (art. 4.3 en Algemeen deel art. 7.1). Het actuele bedrag vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Bron: CAO-tekst CAO bos en natuur, ondernemingsdeel Bosbouw, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (bijlage II en art. 4 en 5).
Naar de pagina van de CAO bos en natuur
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
