Samenvatting CAO architecten 2026 - 2028
De CAO Architectenbureaus 2026 - 2028 heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De loonsverhoging is gekoppeld aan de inflatie: per 1 januari 2027 en per 1 januari 2028 stijgen de salarissen mee met de consumentenprijsindex (CPI) van september daaraan voorafgaand, met een maximum van 4%. Per 1 januari 2027 komt daar een aanvullende structurele verhoging van maximaal 0,5% bij als de CPI van september 2026 lager is dan 3,5%. Op deze pagina staan verder de vakantiedagen, reiskostenvergoeding, thuiswerkvergoeding, doorbetaling bij ziekte, pensioen, werkingssfeer en de salaristabel.
Laatst gecontroleerd op 14 oktober 2026. Bron: CAO-tekst CAO Architectenbureaus, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (artikelen 7, 22 en 23).
Stamgegevens
Kerncijfers CAO Architectenbureaus 2026 - 2028
| Looptijd | 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (de CAO geldt tot 1 juli 2028); stilzwijgend telkens met een jaar verlengd, tenzij een partij minstens 3 maanden voor het einde opzegt (art. 7) |
| CAO-partijen | Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA, Amsterdam); De Unie (Culemborg), FNV (Amsterdam) en CNV (Utrecht) |
| Loonsverhoging | Automatische prijsindexatie: per 1 januari 2027 en per 1 januari 2028 de CPI van september daaraan voorafgaand, maximaal 4%; per 1 januari 2027 een aanvullende structurele verhoging tot 0,5% bij een CPI van september 2026 onder 3,5% (art. 22 lid 2 en 3) |
| Vakantiedagen | 248 uur per jaar bij een 40-urige werkweek: 160 wettelijke en 88 bovenwettelijke uren; daarnaast de officiële feestdagen met doorbetaling (art. 36 en art. 2 lid i) |
| Vakantietoeslag | 8% over het salaris van juni t/m mei, uiterlijk in juni uitbetaald (art. 25) |
| Overwerkvergoeding | Geen vast percentage; overuren tot en met functieniveau 5 worden in overleg uitbetaald of in vrije tijd omgezet; vanaf functieniveau 6 hoort uitloop bij de functie (art. 13) |
| Reiskostenvergoeding | Openbaar vervoer 2e klasse volledig vergoed bij 5 tot 40 km enkele reisafstand; eigen vervoer minimaal € 0,20 per km (art. 27 lid 1) |
| Bijzonder verlof | Overlijden partner of inwonend kind: van de dag van overlijden t/m de uitvaart; maximaal 3 dagen bij overlijden van onder meer een ouder of kind; 1 dag bij verhuizing per drie jaar (art. 39) |
| Thuiswerkvergoeding | Bij thuiswerken met instemming van de werkgever een vergoeding gelijk aan het fiscaal maximaal toegestane bedrag (art. 27 lid 4) |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% in het eerste ziektejaar, 70% in het tweede ziektejaar, aangevuld tot 100% bij voldoende meewerken aan re-integratie (art. 34) |
| Dertiende maand/eindejaarsuitkering | Niet geregeld in de CAO (art. 28 en 35 noemen alleen een eventuele vaste dertiende maand) |
| Pensioenfonds | Pensioenfonds Architectenbureaus (PFAB); premie voor 2027 22,8% van de pensioengrondslag, werkgever 55% en werknemer 45% (art. 26) |
| Opzegtermijn werkgever | 1 maand bij minder dan 5 jaar dienstverband, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 16 lid 4) |
| Opzegtermijn werknemer | 1 maand; opzeggen tegen het einde van de maand (art. 16 lid 3 en 5) |
| Werkingssfeer | Alle werknemers van architectenbureaus: bedrijven die architectenwerkzaamheden verrichten, ook als zij de naam architectenbureau niet voeren (art. 1 en 2) |
Salarisverhogingen
- Automatische prijsindexatie (API): per 1 januari 2027 en per 1 januari 2028 bewegen de salarissen mee met de CPI zoals die in september daaraan voorafgaand gold, met een bovengrens van 4%. De CPI van september 2026 geldt voor 2027 en die van september 2027 voor 2028 (art. 22 lid 2 sub a en b).
- Boven de 4%: komt de CPI van september boven de 4%, dan wordt het meerdere niet in het salaris van het volgende kalenderjaar meegenomen. Bij de volgende CAO wordt dit meerdere alsnog verrekend, voor zover de CPI dan lager is dan 4% (art. 22 lid 2 sub c).
- Aanvullende structurele verhoging per 1 januari 2027: geldt als de CPI van september 2026 lager is dan 3,5% (art. 22 lid 3). De staffel staat in de tabel hieronder.
- Tredestijging: bij goed functioneren heeft u elk jaar recht op een volgende salaristrede, zolang het maximum van de schaal niet is bereikt. Na minimaal zes maanden werken en goed functioneren geldt dit ook als u nog geen volledig jaar heeft gewerkt (art. 23 lid 1 en 2).
- 10% uitloop: is het maximum van de schaal bereikt, dan is optioneel 10% uitloop boven de hoogste trede mogelijk, maar daar bestaat geen recht op (art. 23 lid 4).
- Afzien van loonstijging: bij bedrijfseconomische omstandigheden kan de werkgever met dispensatie van de CAO-partijen maximaal 12 maanden afzien van de loonstijging, als 4/5 van de getroffen werknemers en de medezeggenschap instemmen (art. 4).
- Cao à la carte: u kunt onder meer maximaal 5% van het bruto maandsalaris en maximaal 5 bovenwettelijke vakantiedagen inzetten om extra verlofdagen te kopen, tot maximaal 15 dagen per jaar (art. 28).
- Opdrachtnemers: een zzp'er die een uurtarief van minimaal 150% van het bruto-uurloon plus 8% vakantietoeslag voor vergelijkbaar werk in rekening brengt, geldt als opdrachtnemer (art. 18 lid 3).
Staffel aanvullende structurele loonsverhoging per 1 januari 2027
| CPI september 2026 | Extra loonsverhoging (eenmalig) per 1 januari 2027 | Structurele loonsverhoging per 1 januari 2027 |
|---|---|---|
| Tot en met 3,0% | +0,5% | CPI + 0,5% |
| Boven 3,0%, onder 3,5% | Tussen +0,5% en +0,1% | 3,5% |
| 3,5% of hoger, onder 4,0% | Geen | CPI |
| 4,0% of hoger | Geen | 4,0% |
Vakantiedagen
- 248 uur per jaar bij een dienstverband van 40 uur per week: 160 wettelijke uren (4 x 40) en 88 bovenwettelijke CAO-uren (2,2 x 40). Het vakantiejaar is gelijk aan het kalenderjaar (art. 36 lid 1 en 2).
- Overgangsregeling: voor werknemers die vóór 1 september 2026 in dienst waren bij hun huidige werkgever blijven extra vakantie-uren naar rato behouden tot en met het jaar waarin zij de AOW-leeftijd bereiken: 16 uur per jaar voor wie op 31 december 2026 55 t/m 59 jaar is en 32 uur voor wie 60 jaar of ouder is (art. 36 lid 3).
- Feestdagen met doorbetaling bovenop de vakantie-uren: nieuwjaarsdag, 2e paasdag, Hemelvaartsdag, 2e pinksterdag, 1e en 2e kerstdag, Koningsdag en 5 mei. In niet-lustrumjaren kan de werkgever een andere collectieve, doorbetaalde verlofdag aanwijzen in plaats van 5 mei (art. 2 lid i en art. 37 lid 3 en 5).
- Aanvragen: de vakantie wordt vastgesteld volgens uw wensen, tenzij het bedrijfsbelang zich verzet; de werkgever laat dat binnen 14 dagen gemotiveerd weten (art. 37 lid 1).
- Aaneengesloten: heeft u recht op 160 vakantie-uren of meer in een jaar, dan neemt u minimaal 80 uur aaneengesloten op, tenzij u andere afspraken maakt (art. 37 lid 2).
- Collectieve vakantie: de werkgever kan aan het begin van het jaar een collectieve vakantieperiode van maximaal zeven aaneengesloten werkdagen aanwijzen, tijdens de bouwvak of rond kerst en nieuwjaar, in overeenstemming met de medezeggenschap. Met instemming van de medezeggenschap kunnen daar vijf collectief op te nemen vrije dagen bij komen (art. 38).
- Religieuze feestdagen: voor andere religieuze feestdagen kunt u verlof opnemen (art. 37 lid 4).
- Extra verlof kopen: via de cao à la carte kunt u tot 15 dagen per jaar kopen (art. 28).
- Taakverlichting: vanaf 10 jaar voor de pensioenleeftijd kunt u kiezen voor korter werken (niet minder dan 32 uur per week, met ongewijzigde pensioenopbouw) of voor één functieniveau lager met behoud van salaris (art. 29).
- Ontwikkeluren: 35 ontwikkeluren per kalenderjaar bij een voltijdse werkweek (art. 32).
Overwerkvergoeding
- Tot en met functieniveau 5: overuren worden in overleg tussen werkgever en werknemer uitbetaald of omgezet in vrije tijd. De CAO noemt geen toeslagpercentage (art. 13 lid 1).
- Vanaf functieniveau 6: u wordt geacht zelf te kunnen sturen op uw inzet van uren; uitloop van geplande werkzaamheden hoort bij de functie (art. 13 lid 2).
- Wat is overwerk: arbeid op verzoek van en in afstemming met de werkgever boven de arbeidsduur die in uw arbeidsovereenkomst is vastgelegd (art. 2 lid t).
- Extra werk: werk buiten de reguliere tijden dat nodig is om een deadline te halen of voor acquisitie, is extra werk en wordt bij voorkeur gecompenseerd in tijd of geld. Overwerk moet in redelijke grenzen blijven (bijlage 6).
- Flexibel werken: de jaaruren kunnen flexibel worden ingezet binnen de Arbeidstijdenwet, met instemming van werkgever en werknemer (art. 12 lid 2 en 3).
- Informatie: de werkgever informeert u schriftelijk over wat onder overwerk, flexibel en extra werk wordt verstaan en wijst u op bijlage 6 (art. 13 lid 3).
- Toeslagen: de CAO kent geen toeslagen voor onregelmatige uren, avond-, nacht- of weekendwerk.
Reiskostenvergoeding
Reist u met het openbaar vervoer, dan krijgt u bij een enkele reisafstand van 5 tot 40 km een volledige vergoeding van de woon-werkkosten (art. 27 lid 1).
- Openbaar vervoer: maandelijks achteraf, tegelijk met het salaris, gebaseerd op reizen met de 2e klas op het goedkoopste traject (art. 27 lid 1).
- Eigen vervoer: minimaal € 0,20 per kilometer bij een enkele reisafstand van 5 tot 40 km (art. 27 lid 1).
- Wijziging standplaats: bij een andere standplaats maken werkgever en werknemer afspraken over de vergoeding van reisuren, afhankelijk van de duur van de afspraak en de reisafstand (art. 27 lid 2).
- Verhuizing: moet u door uw functie (tijdelijk) verhuizen, dan vergoedt de werkgever de kosten in redelijkheid (art. 27 lid 3).
- Thuiswerken en kantoor: werkgever en werknemer maken in redelijkheid afspraken over de balans tussen kantoor en thuis en over de vergoeding voor reiskosten en thuiswerken (art. 12 lid 4).
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met behoud van salaris is geregeld in artikel 39. Het wettelijk bijzonder verlof staat in de Wet arbeid en zorg; de CAO noemt dit minimumbepalingen waar zij aanvullingen op geeft (art. 39 lid 1 en 3).
| Situatie | Verlof |
|---|---|
| Overlijden van uw partner, of van een kind, stief- of pleegkind dat tot uw gezin behoort | Van de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie |
| Overlijden en begrafenis of crematie van een ander kind, stief- of pleegkind, een ouder, stief-, pleeg- of schoonouder, schoonzoon of schoondochter | Maximaal 3 dagen |
| Overlijden of begrafenis of crematie van een (over)grootouder, een (over)grootouder van uw partner, uw kleinkind, broer, zuster, zwager of schoonzuster | 1 dag |
| Bijwonen van vergaderingen van een vakbond, als u deel uitmaakt van een besturend orgaan | Zo lang als nodig, maximaal 5 dagen per kalenderjaar |
| Bezoek aan een zorgverlener voor uw eigen gezondheid, als dit niet buiten werktijd kan | Zo lang als nodig |
| Sollicitatiegesprekken bij ontslag door de werkgever of dreiging daarvan, buiten uw schuld | Zo lang als redelijkerwijs nodig |
| Verhuizing | 1 dag per drie jaar |
| Kortdurend zorgverlof (Wet arbeid en zorg) | Volledige doorbetaling van het salaris |
| Ziekte van een kind, partner, huisgenoot of andere verzorgingsbehoevende voor wie u de feitelijke zorg heeft, of andere calamiteiten rond de verzorging | Bijzonder verlof, al dan niet met behoud van salaris |
| Mantelzorg | Op uw verzoek bijzonder verlof, al dan niet met behoud van salaris |
- Normale werkdag: het recht op verlof bij overlijden van een ouder, kind of (over)grootouder e.d. (maximaal 3 dagen en 1 dag) geldt als de plechtigheid plaatsvindt op een dag waarop u normaal gesproken werkt (art. 39 lid 2).
- Bezoek zorgverlener: kan dit bezoek niet buiten werktijd, dan vindt het zo veel mogelijk plaats aan het begin of het einde van de werktijd (art. 39 lid 1 sub e).
- Mantelzorg: de werkgever zet zich in voor een goede combinatie van zorg en werk door werktijden aan te passen en/of thuiswerk aan te bieden met de benodigde voorzieningen (art. 39 lid 3 sub c).
- Geboorte-, ouderschaps- en overig wettelijk verlof: de CAO verwijst hiervoor naar de Wet arbeid en zorg; de pensioenopbouw loopt tijdens ouderschapsverlof, aanvullend geboorteverlof en overig wettelijk verlof door (art. 26 lid 6).
- Religieuze feestdagen: voor andere religieuze feestdagen kunt u verlof opnemen (art. 37 lid 4).
Doorbetaling bij ziekte
- Eerste ziektejaar: 100% van het salaris dat u zou hebben ontvangen als u arbeidsgeschikt was geweest (art. 34 lid 1 en bijlage 10).
- Tweede ziektejaar: 70% van dat salaris, door de werkgever aangevuld tot 100% als u voldoende meewerkt aan uw re-integratie en zich houdt aan de voorschriften van de Wet verbetering poortwachter. De bedrijfsarts beoordeelt maandelijks of u voldoende heeft meegewerkt; de werkgever besluit per maand of u 70% of 100% ontvangt (art. 34 lid 1 en bijlage 10).
- Pensioen en vakantietoeslag: de pensioenopbouw gaat in de eerste twee ziektejaren ongewijzigd door op basis van 100% van het salaris. De vakantietoeslag wordt in het tweede jaar evenredig verminderd over de maanden met 70% doorbetaling (bijlage 10).
- Sanctie poortwachter: legt het UWV de werkgever een loonsanctie op, dan houdt u in het derde ziektejaar recht op volledige doorbetaling zolang die verplichting duurt (bijlage 10).
- Derde en volgende jaren: de werkgever sluit een verzekering af voor inkomensaanvulling bij een WIA-uitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (35% tot 80%). De uitkering bedraagt het arbeidsongeschiktheidspercentage x 70% van het laatstverdiende gemaximeerde loon, minus de WGA-uitkering. De premie komt tot maximaal 0,25% van het SV-loon voor rekening van de werknemer (art. 34 lid 2 en bijlage 10).
- Derde WW-jaar: de werkgever vult het derde WW-jaar aan via de regeling private aanvulling WW van Stichting Private Aanvulling WW (SPAWW) (art. 34 lid 3).
- Overlijden: na het overlijden van een werknemer keren de werkgevers de nabestaanden het salaris uit over de dag na het overlijden tot en met twee maanden daarna, vermeerderd met onder meer vakantiegeld (art. 35).
- Preventie: werkgever en werknemer gebruiken de branche-RI&E en de Arbocatalogus Architecten; u heeft het recht om u te wenden tot een onafhankelijk vertrouwenspersoon (art. 33).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO Architectenbureaus 2026 - 2028 kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. De artikelen 28 (cao à la carte) en 35 (overlijden) noemen alleen een "eventuele vaste dertiende maand" of winstdeling als een bureau dit zelf heeft afgesproken.
- Vakantietoeslag: 8% van het salaris over de periode juni t/m mei, uiterlijk in juni uitbetaald; bij einde dienstverband naar rato (art. 25).
- Cao à la carte: een eventuele vaste dertiende maand of winstdeling kunt u inzetten als bron voor het kopen van extra verlofdagen (art. 28 lid 1).
Thuiswerkvergoeding
- Vergoeding: gaat de werkgever akkoord met thuiswerken, dan ontvangt u een thuiswerkvergoeding gelijk aan het op dat moment geldende fiscaal maximaal toegestane bedrag voor thuiswerken (art. 27 lid 4).
- Afspraken: werkgever en werknemer maken in redelijkheid afspraken over de balans tussen werken op kantoor en thuis en over een vergoeding voor reiskosten en het thuiswerken (art. 12 lid 4).
- Medezeggenschap: thuiswerken is een onderwerp waarop de medezeggenschap inspraak en adviesrecht heeft (art. 3 lid 2).
Pensioenfonds
- Pensioenfonds: de ouderdomspensioenregeling wordt uitgevoerd volgens Pensioenreglement A en de statuten van Pensioenfonds Architectenbureaus (PFAB) (art. 26 lid 1).
- Premie: het PFAB stelt de premie vast op basis van afspraken van de CAO-partijen; die kan bewegen tussen 18% en 26% van de pensioengrondslag. Voor 2027 is 22,8% afgesproken, geldend tot CAO-partijen anders besluiten (art. 26 lid 4).
- Premieverdeling: de werkgever betaalt 55% van de premie en de werknemer 45% (art. 26 lid 4).
- Pensioenleeftijd: het pensioen start op de eerste dag van de maand waarin u 67 jaar wordt. U kunt het eerder of later laten ingaan en informeert uw werkgever als u eerder wilt stoppen (art. 26 lid 2 en 3).
- Opbouwpercentage: de CAO-partijen stellen het pensioenopbouwpercentage vast (art. 26 lid 5).
- Verlof en ziekte: tijdens ouderschapsverlof, aanvullend geboorteverlof, betaald studieverlof en overig wettelijk verlof gaan opbouw en premiebetaling door; in de eerste twee ziektejaren geldt een pensioengevend salaris van 100% (art. 26 lid 6 en bijlage 10).
- Korter werken: bij taakverlichting (vanaf 10 jaar voor de pensioenleeftijd, minimaal 32 uur per week) blijft de pensioenpremie ongewijzigd op basis van de oorspronkelijke arbeidsduur en blijft de verdeling gelijk (art. 29).
Opzegtermijn
- Opzegging door de werkgever: de wettelijke termijnen gelden: 1 maand bij minder dan 5 jaar dienstverband, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 16 lid 4). De werkgever kan alleen rechtsgeldig opzeggen als is voldaan aan artikel 7:671 BW (art. 16 lid 1).
- Opzegging door u: uw opzegtermijn is 1 maand. Daarvan kan schriftelijk worden afgeweken; wordt een langere termijn afgesproken, dan is de termijn van de werkgever minimaal het dubbele (art. 16 lid 3).
- Einde van de maand: opzeggen gebeurt tegen het einde van de maand, tenzij schriftelijk anders is afgesproken (art. 16 lid 5).
- Dringende reden: bij opzegging om een dringende reden moet die reden schriftelijk en onmiddellijk worden meegedeeld (art. 16 lid 2).
- AOW-leeftijd: de arbeidsovereenkomst eindigt automatisch op de dag dat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 16 lid 7).
- Bepaalde tijd: een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op de einddatum; bij een contract van zes maanden of langer geldt de aanzegverplichting van artikel 7:668 BW. Tussentijds opzeggen kan alleen met wederzijds goedvinden of met een schriftelijk tussentijds opzegbeding (art. 14).
- Studenten Academie van Bouwkunst: met een werknemer die deze studie volgt kan de werkgever na de wettelijke ketenbepaling maximaal twee keer een contract voor een jaar sluiten; dit eindigt aan het einde van de maand waarin het diploma is behaald of de studie is gestopt (art. 15).
- Transitievergoeding: bij beëindiging op initiatief van of door handelen van de werkgever is een transitievergoeding verschuldigd volgens de wet (art. 14 lid 4 en art. 16 lid 6).
Werkingssfeer
De CAO is van toepassing op alle werknemers in dienst van architectenbureaus (art. 1). Ook bureaus die niet de naam architectenbureau voeren, maar wel architectenwerkzaamheden verrichten, vallen eronder (art. 2 lid b).
Valt eronder
- Bureaus die gebouwen ontwerpen, of vernieuwingen, veranderingen, uitbreidingen of restauraties van gebouwen (art. 2 lid c onder 1)
- Bureaus die, in combinatie met ontwerpwerk en in overwegende mate, bestekken, bouwvoorbereidings- en uitvoeringstekeningen, begrotingen, directie en projectmanagement, oplevering, (voor)onderzoek, planvorming en gebiedsontwikkeling, onderhouds- en beheersplannen of architectonisch/bouwkundig advies verzorgen (art. 2 lid c onder 2)
- Werknemers: wie op basis van een arbeidsovereenkomst bij zo'n bureau werkt voor een financiële beloning (art. 2 lid z2)
- Een bureau mag de titel architect in de bureaunaam alleen voeren als minstens de helft van het bestuur in het architectenregister staat ingeschreven (art. 2 lid b)
Valt er niet onder
- Stagiairs: zij nemen niet deel aan de CAO-regelingen voor werknemers; voor hen geldt de stageregeling in bijlage 7 (art. 17 en bijlage 7)
- Opdrachtnemers (zzp'ers) met een opdrachtovereenkomst en een tarief van minimaal 150% van het bruto-uurloon plus 8% vakantietoeslag (art. 2 lid s en art. 18)
Meerdere activiteiten of twijfel
De CAO noemt geen percentage voor bedrijven met meerdere activiteiten. Voor vragen over de uitleg of toepassing van de CAO kunt u terecht bij Stichting Fonds Architectenbureaus (SFA); geschillen gaan naar de Geschillencommissie Arbeidszaken Architectenbureaus (art. 8 en 9).
Bron: CAO-tekst CAO Architectenbureaus, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (artikelen 1 t/m 4, 7 t/m 9, 12 t/m 18, 22 t/m 29, 32 t/m 39 en bijlagen 6, 7 en 10).
Salaristabel CAO Architectenbureaus 2026 - 2028
De bedragen zijn bruto maandsalarissen bij een 40-urige werkweek per salarisschaal (functieniveau 1 t/m 10, art. 20 en 22). De CAO noemt 1 januari 2026 als ingangsdatum van deze tabel; de verhogingen op basis van de CPI per 1 januari 2027 en 1 januari 2028 (art. 22 lid 2 en 3) zijn er nog niet in verwerkt, omdat die pas na de CPI van september bekend zijn. De CAO geeft geen aparte bedragen per 4 weken of per uur.
Per maand vanaf 1 januari 2026
Bruto maandsalarissen per salarisschaal
| Salaristrede | Schaal 1 | Schaal 2 | Schaal 3 | Schaal 4 | Schaal 5 | Schaal 6 | Schaal 7 | Schaal 8 | Schaal 9 | Schaal 10 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Salaristrede 0 | € 2.922 | € 2.922 | € 3.002 | € 3.282 | € 3.594 | € 3.935 | € 4.308 | € 4.720 | € 5.170 | € 5.667 |
| Salaristrede 1 | € 2.980 | € 3.002 | € 3.094 | € 3.386 | € 3.706 | € 4.058 | € 4.446 | € 4.868 | € 5.335 | € 5.849 |
| Salaristrede 2 | € 3.058 | € 3.085 | € 3.189 | € 3.490 | € 3.820 | € 4.182 | € 4.582 | € 5.019 | € 5.501 | € 6.031 |
| Salaristrede 3 | € 3.138 | € 3.172 | € 3.282 | € 3.594 | € 3.935 | € 4.308 | € 4.720 | € 5.170 | € 5.667 | € 6.211 |
| Salaristrede 4 | € 3.217 | € 3.261 | € 3.379 | € 3.697 | € 4.046 | € 4.433 | € 4.856 | € 5.321 | € 5.835 | € 6.393 |
| Salaristrede 5 | € 3.348 | € 3.473 | € 3.802 | € 4.160 | € 4.558 | € 4.992 | € 5.472 | € 5.997 | € 6.576 | |
| Salaristrede 6 | € 3.430 | € 3.565 | € 3.902 | € 4.274 | € 4.680 | € 5.129 | € 5.622 | € 6.165 | € 6.757 | |
| Salaristrede 7 | € 3.519 | € 3.663 | € 4.006 | € 4.388 | € 4.807 | € 5.266 | € 5.773 | € 6.329 | € 6.940 | |
| Salaristrede 8 | € 3.756 | € 4.111 | € 4.500 | € 4.931 | € 5.403 | € 5.925 | € 6.496 | € 7.124 | ||
| Salaristrede 9 | € 3.850 | € 4.213 | € 4.613 | € 5.056 | € 5.541 | € 6.075 | € 6.660 | € 7.304 | ||
| Optioneel: 10% uitloop | € 3.539 | € 3.871 | € 4.235 | € 4.634 | € 5.074 | € 5.562 | € 6.096 | € 6.682 | € 7.326 | € 8.034 |
Aanloopschaal afgestudeerden
Aanlooptreden van salarisschaal 4 (art. 21B)
Afgestudeerden zonder werkervaring in functieniveau 4 van de functiefamilies Architectuur & ontwerp of Technisch ontwerp kunnen tijdelijk in de aanloopschaal van salarisschaal 4 starten: MBO in aanlooptrede 1; HBO met onvoldoende BIM-vaardigheden in aanlooptrede 2; HBO met voldoende BIM-vaardigheden en TU met onvoldoende BIM-vaardigheden in aanlooptrede 3. Na aanlooptrede 3 geldt de reguliere salarisindeling. Een lagere indeling duurt maximaal 3 jaar bij MBO-niveau, 2 jaar bij HBO-niveau en 1 jaar bij WO-niveau (art. 21B lid 1, 3 en 5).
| Aanlooptrede | Bruto per maand |
|---|---|
| Aanlooptrede 1 | € 3.002 |
| Aanlooptrede 2 | € 3.094 |
| Aanlooptrede 3 | € 3.189 |
Bron: CAO-tekst CAO Architectenbureaus, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (artikelen 20 t/m 23 en 21B).
Naar de pagina van de CAO Architectenbureaus
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
