Samenvatting CAO reisbranche 2026 - 2027
De CAO voor de reisbranche (CAO Reiswerk) heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027. Per 1 september 2026 stijgen de salarissen met 3% en worden de minima en maxima van de loonschalen met 3% verhoogd; per 1 januari 2027 worden de minima en maxima van de loonschalen met 1,5% verhoogd. Een eenmalige uitkering is niet afgesproken, wel gelden vanaf 1 januari 2027 nieuwe percentages voor de loondoorbetaling bij ziekte (100%, 90%, 80% en 70%). Op deze pagina staan verder de vakantiedagen, vakantietoeslag, overwerkvergoeding, reiskosten, bijzonder verlof, thuiswerkvergoeding en de salaristabellen per maand en per uur.
Laatst gecontroleerd op 15 oktober 2026. Bron: CAO-tekst CAO reisbranche, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027 (artikelen 1, 3, 8 t/m 12, 15 t/m 26, 35 en bijlage 2).
Stamgegevens
Kerncijfers CAO reisbranche 2026 - 2027
| Looptijd | 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027; de CAO eindigt van rechtswege zonder opzegging (art. 35) |
| CAO-partijen | ANVR (Leusden), CNV (Utrecht) en FNV (Utrecht) |
| Loonsverhoging | Per 1 september 2026: 3% collectieve loonsverhoging, ook voor de minima en maxima van de schalen. Per 1 januari 2027: minima en maxima van de schalen 1,5% hoger (art. 17a, bijlage 2) |
| Vakantiedagen | 25 vakantiedagen per kalenderjaar op fulltimebasis (art. 8.1) |
| Vakantietoeslag | 8% van het brutoloon, uitbetaald uiterlijk in mei over de periode mei t/m april (art. 19) |
| Overwerkvergoeding | 25% toeslag op het normale uurloon voor functiegroep 2 t/m 5 (art. 12.4), eventueel naast de toeslag voor bijzondere uren van 35% of 75% (art. 20) |
| Reiskostenvergoeding | Minimumregeling zonder ondernemingsregeling: auto € 0,10 per km (vanaf 10 t/m 50 km enkele reis); fiets en te voet minimaal € 0,23 per km vanaf 1 september 2026; openbaar vervoer 100% (art. 22) |
| Bijzonder verlof | 2 dagen bij eigen huwelijk, 2 dagen bij overlijden van een ouder of uitwonend kind, tot en met de dag van de uitvaart bij overlijden van de partner of een inwonend kind, 1 week (de wekelijkse arbeidsduur) bij bevalling van de partner (art. 11) |
| Thuiswerkvergoeding | Minimaal € 2,00 per effectief thuisgewerkte dag, of een internetvergoeding van minimaal € 20,00 per maand (art. 23) |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% in de eerste 52 weken (wettelijk 70% plus 30% aanvulling), 70% in het tweede jaar. Vanaf 1 januari 2027: 100% in week 1 t/m 26, 90% in week 27 t/m 52, 80% in week 53 t/m 78 en 70% in week 79 t/m 104 (art. 24) |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | De CAO kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering |
| Pensioenfonds | Pensioenfonds PGB (sinds 1 januari 2021) (art. 25) |
| Opzegtermijn werkgever | 2 maanden; bij individuele afspraak te bekorten tot minimaal 1 maand (art. 3.2) |
| Opzegtermijn werknemer | 2 maanden; bij individuele afspraak te bekorten tot minimaal 1 maand (art. 3.2) |
| Werkingssfeer | Ondernemingen die voor meer dan 50% van de loonsom het bedrijf van (online) reisorganisator en/of (online) reisagent uitoefenen (art. 1) |
Salarisverhogingen
- 1 september 2026: 3% collectieve loonsverhoging over het bruto maandloon, voor werknemers in functiegroep 2 t/m 8 en in functiegroep A (reisleider en reisbegeleider). De verhoging wordt berekend over het bruto maandloon tot ten hoogste het schaalmaximum; is het loon hoger dan het schaalmaximum, dan wordt alleen over het schaalmaximum gerekend (art. 17a).
- Per 1 september 2026 worden ook de minima en maxima van de schalen met 3% verhoogd (art. 17a, bijlage 2). Het artikel zelf noemt geen datum voor de 3%; de datum 1 september 2026 volgt uit de loontabellen in bijlage 2.
- 1 januari 2027: minima en maxima van de schalen 1,5% hoger (art. 17a, bijlage 2). Dit betreft de schalen; een aparte collectieve verhoging van de feitelijke salarissen per 1 januari 2027 noemt de CAO niet.
- Een eenmalige uitkering is in deze CAO niet afgesproken.
- Individuele loonsverhoging (art. 17b): de werkgever houdt jaarlijks in dezelfde periode een beoordelingsgesprek met elke werknemer in functiegroep 2 t/m 8 die zes maanden of langer in dienst is en minder verdient dan het schaalmaximum. De verhoging is minimaal 1% bij een beoordeling van goed of hoger en 0% bij matig of lager.
- Vindt het beoordelingsgesprek niet plaats doordat de werkgever geen aantoonbaar initiatief neemt, dan geldt de beoordeling voor deze regeling als goed of hoger. De verhoging wordt berekend over het feitelijke salaris tot ten hoogste het schaalmaximum (art. 17b).
- Stagevergoeding: stagiaires van mbo, hbo en wo ontvangen minimaal € 410,00 bruto per kalendermaand (art. 17c).
Vakantiedagen
- 25 vakantiedagen per kalenderjaar op fulltimebasis (art. 8.1). Voor werknemers die al extra vakantiedagen hadden op grond van het oude artikel 8.1b (naar leeftijd, bij minstens 5 volle jaren dienstverband in de reisbranche: 26 dagen vanaf 50 jaar, 27 dagen vanaf 55 jaar) blijven die extra dagen gelden zoals op 31 december 2025. Dit artikel is per 1 januari 2026 vervallen.
- Vakantiedagen worden naar evenredigheid opgebouwd bij een deel van het kalenderjaar en bij deeltijd. Een deeltijdwerknemer bouwt ook vakantiedagen op over de uren die hij meer werkt dan zijn contractuele arbeidsduur, tenzij sprake is van overwerk (art. 8.2).
- Het vakantiejaar is het kalenderjaar, tenzij in overleg met de OR of personeelsvertegenwoordiging een andere periode is vastgesteld. De werkgever stelt de vakantie vast na overleg met de werknemer; een aaneengesloten vakantieperiode begint zo veel mogelijk tussen 30 april en 1 oktober (art. 8.3).
- De werknemer heeft recht op minimaal drie weken aaneengesloten vakantie per jaar. De werkgever mag bepalen dat een werknemer minimaal twee weken aaneengesloten opneemt (art. 8.4).
- Voor de vervaltermijn geldt de wettelijke regeling (art. 8.5). De werkgever mag één vakantiedag per jaar als verplichte vakantiedag aanwijzen (art. 8.6).
- De werkgever komt zo veel mogelijk tegemoet aan verzoeken om een vakantiedag op te nemen op een bijzondere (religieuze) feestdag (art. 8.7).
- Einde dienstverband (art. 9): te veel of te weinig opgenomen vakantiedagen worden verrekend. Tijdens de opzegtermijn kan de werknemer 50% van zijn resterende vakantiedagen opnemen, met een maximum van twee weken; de werkgever kan dit alleen beperken bij gewichtige redenen ter voorkoming van plotselinge personele onderbezetting.
- Feestdagen (art. 10): nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede pinksterdag, Koningsdag, eerste en tweede kerstdag en 5 mei in lustrumjaren. Per kalenderjaar kunnen werknemers in overleg met de werkgever twee feestdagen omruilen voor een andere werkdag; de toeslag voor bijzondere uren geldt alleen op de erkende feestdagen.
- Werknemers kunnen loon en bovenwettelijke vakantiedagen inzetten voor bestaande, per onderneming nader in te vullen, belastingvrije faciliteiten (art. 18).
Overwerkvergoeding
- 25% toeslag op het normale uurloon bij overwerk voor werknemers in functiegroep 2 t/m 5 (art. 12.1 en 12.4). Deze toeslag kan bovenop de toeslag voor bijzondere uren komen.
- Van overwerk is alleen sprake als het in opdracht van de werkgever gebeurt en de normale arbeidsduur uit artikel 7.1 wordt overschreden. De werkgever spant zich in te voorkomen dat het gemiddelde van 39 uur per week, berekend over 26 aaneensluitende weken, wordt overschreden (art. 12.2).
- Wie over 26 weken gemiddeld meer dan 39 uur heeft gewerkt, heeft recht op die extra uren in tijd, op te nemen in overleg in halve of hele dagen (art. 12.3). Per bedrijfsonderdeel of afdeling bepaalt de werkgever of overwerk in tijd, in geld of in een combinatie wordt vergoed (art. 12.5).
- Werknemers in functiegroep 2 t/m 8 zijn verplicht tot overwerk als de werkgever dit vraagt, maar niet tot meer dan 47 uur per week. Voor reisleiders en reisbegeleiders is dat maximum 56 uur per week; voor jongeren onder de 18 jaar geldt 45 uur per week (art. 12.6).
- Toeslag voor bijzondere uren (functiegroep 2 t/m 5, art. 20): 35% van maandag t/m zaterdag tussen 00.00 en 07.00 uur, 35% van maandag t/m zaterdag tussen 20.00 en 24.00 uur, en 75% op zondag en feestdagen. De toeslag wordt berekend over het normale uurloon en kan worden opgeteld bij de overwerktoeslag.
- Bereikbaarheidsdienst (art. 21): per 1 september 2026 € 1,00 bruto per uur voor een dienst op een ingeroosterde werkdag en € 2,34 bruto per uur voor een dienst die deels of geheel op een niet-ingeroosterde werkdag valt.
- Normale werktijden zijn maandag t/m zaterdag tussen 07.00 en 20.00 uur, met minimaal een half uur pauze (art. 7.2). Werken op zon- en feestdagen is in beginsel vrijwillig; de werkgever kan een werknemer maximaal acht zon- en feestdagen per jaar verplichten (art. 7.3).
Reiskostenvergoeding
Voor de vergoeding van woon-werkverkeer maakt de werkgever, samen met de personeelsvertegenwoordiging of medezeggenschapsraad, een modelbeleid voor de onderneming (art. 22). Is er geen ondernemingsregeling afgesproken, dan geldt de volgende minimumregeling:
- Auto: minimaal € 0,10 per kilometer, vanaf 10 kilometer enkele reis tot een maximum van 50 kilometer enkele reis.
- Andere niet-gemotoriseerde vervoermiddelen en te voet: minimaal € 0,15 per kilometer vanaf 1 kilometer enkele reis. Per 1 september 2026 is dit minimaal € 0,23 per kilometer.
- Openbaar vervoer: 100% van de gemaakte kosten. Voor reizen per trein geldt dit alleen voor de tweede klas.
- De CAO noemt geen vaste vergoeding per kilometer voor dienstreizen en kent geen staffel naar afstand en aantal reisdagen.
- Studiereizen (art. 13.4): bij een studiereis op verzoek of in opdracht van de werkgever heeft de werknemer recht op vergoeding van vervoer, maaltijden en overnachting(en). Na afloop geldt een minimale dagelijkse rust van 11 uur.
- Reisleiders (art. 28): blijft de reisleider op verzoek van de werkgever tussen twee programma's op de bestemmingslocatie, dan vergoedt de werkgever de kosten van dit verblijf, gebaseerd op de "cost of living" van de bestemmingslocatie.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof (buitengewoon verlof met doorbetaling van het loon) staat in artikel 11. Buiten de genoemde gebeurtenissen en de wet wordt bij verzuim geen loon doorbetaald (art. 11.1).
| Situatie | Verlof |
|---|---|
| Eigen huwelijk | 2 dagen (art. 11.1a) |
| Huwelijk van een kind, broer, zuster, zwager of schoonzuster, en (her)trouwen van een ouder of schoonouder | 1 dag (art. 11.1b) |
| Bevalling van de echtgenote, geregistreerd partner, ongehuwd samenwonende partner of degene wiens kind de werknemer erkent | 1 maal de arbeidsduur per week, inclusief het wettelijke kraamverlof (art. 11.1c) |
| 25-, 40- of 50-jarig huwelijksjubileum van de werknemer, diens kinderen of (groot)ouders (minimaal 1 week tevoren melden) | 1 dag (art. 11.1d) |
| 25- of 40-jarig dienstjubileum | 1 dag (art. 11.1e) |
| Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of een inwonend kind | Vanaf de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie (art. 11.1f) |
| Overlijden van een ouder of een uitwonend kind | 2 dagen (art. 11.1g) |
| Overlijden van een broer, zuster, zwager, schoonzuster, grootouder, schoonouder, schoonkind of kleinkind | 1 dag (art. 11.1h) |
| Opname in of ontslag uit een ziekenhuis van de echtgeno(o)t(e) of een ongehuwd kind | 1 dag (art. 11.1i) |
| Verhuizing | 1 dag per verhuizing, maximaal 2 dagen per 2 jaar (art. 11.1j) |
| Vervulling van een wettelijke of door de overheid opgelegde verplichting zonder geldelijke vergoeding, die persoonlijk moet worden nagekomen | Een redelijke tijd, hoogstens 1 dag (art. 11.1k) |
- Het verlof wordt alleen toegekend op de dag zelf en als de gebeurtenis daadwerkelijk wordt bijgewoond (voor zover relevant). De werknemer meldt de gebeurtenis tijdig aan de werkgever voor zover dat mogelijk is (art. 11.1).
- Onder "kind" vallen ook stief-, adoptie- en pleegkinderen en kinderen van meer dan twee ouders. Onder "echtgeno(o)t(e)" of "huwelijk" valt ook geregistreerd partnerschap (art. 11.2). Zonder echtgeno(o)t(e) kan op verzoek van de werknemer de partner met wie hij samenwoont gelijkgesteld worden, mits dit vooraf bij de werkgever is gemeld (art. 11.3).
- Regenbooggezinnen: ouders in niet-traditionele gezinnen die een baby krijgen via een draagmoeder of adoptie hebben recht op vier weken geboorteverlof, naast het wettelijke verlof (art. 11.4).
- Ouderschapsverlof (art. 11.5): volgens de Wet arbeid en zorg heeft elke ouder recht op 26 weken ouderschapsverlof, op te nemen binnen 8 jaar na de geboorte. Daarvan zijn 9 weken betaald in het eerste jaar na de bevalling of adoptie (UWV-uitkering van 70% van het maximumdagloon); de overige weken zijn onbetaald.
- Geboorteverlof (art. 11.6): partners kunnen één werkweek flexibel geboorteverlof opnemen binnen vier weken na de geboorte of adoptie met behoud van 100% van het loon. Daarnaast kan aanvullend vijf weken geboorteverlof worden opgenomen, aan te vragen bij het UWV met behoud van 70% van het maximumdagloon.
- Verlof voor vakbondswerk (art. 32): een kaderlid van een vakbond heeft recht op maximaal zes dagdelen betaald verlof voor vormings- en scholingsbijeenkomsten en statutair voorgeschreven bijeenkomsten, minimaal één maand tevoren schriftelijk aan te vragen.
- Studieverlof (art. 13.3): 100% studieverlof met behoud van salaris, in overleg met de werkgever, voor functiegerichte opleidingen die onder werktijd plaatsvinden.
- Zorgverlof is in deze CAO niet uitgebreid: CAO-partijen onderzoeken in een werkgroep een aanvullend artikel voor (mantel)zorgverlof (art. 39, protocollaire afspraken). Tot die tijd geldt de wettelijke regeling.
Doorbetaling bij ziekte
- Tot 1 januari 2027 (art. 24.2): de arbeidsongeschikte werknemer krijgt de wettelijke loondoorbetaling van 70% gedurende 104 weken en in de eerste 52 weken een aanvulling van 30%. Dat is 100% in het eerste jaar en 70% in het tweede jaar.
- Vanaf 1 januari 2027 gelden nieuwe percentages naast de wettelijke 70% (maximaal 104 weken): een aanvulling van 30% in week 1 t/m 26 (100% totaal), 20% in week 27 t/m 52 (90%), 10% in week 53 t/m 78 (80%) en geen aanvulling in week 79 t/m 104 (70%).
- Overgangsregeling: de nieuwe percentages gelden vanaf 1 januari 2027 voor werknemers die al arbeidsongeschikt zijn en op 1 januari 2027 niet langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn. Voor werknemers die dan langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn, blijven de oude percentages onverkort gelden.
- De werkgever mag geen wachtdagen hanteren. De loondoorbetalingsverplichting eindigt in elk geval als de arbeidsovereenkomst eindigt (art. 24.2).
- De werknemer meldt ziekte zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor het begin van zijn werktijd (art. 24.1).
- Geen of gedeeltelijke doorbetaling (art. 24.3): de werkgever mag de loondoorbetaling en aanvulling niet uitbetalen als de werknemer door opzet arbeidsongeschikt is geworden, zijn genezing heeft belemmerd of vertraagd, of zonder deugdelijke reden geen passend werk verricht. Bij het niet naleven van controlevoorschriften en ziekteregels kan de werkgever de loondoorbetaling uitstellen en de aanvulling niet uitbetalen; weigert de werknemer mee te werken aan een door de werkgever gevraagde second opinion van het UWV of maakt hij misbruik van de voorziening, dan kan de aanvulling niet worden uitbetaald.
- Heeft de werkgever een vordering tot schadevergoeding op een derde, dan geeft de werknemer de benodigde informatie; weigert hij dat, dan vervalt het recht op de aanvulling (art. 24.4).
- Wordt een second opinion gevraagd, dan vult de werkgever aansluitend op de eerste 52 weken in afwachting van de uitspraak van het UWV maximaal één maand aan tot 100% (art. 24.5). Bij arbeidsongeschiktheid voor de eigen functie richt de werkgever zich eerst op herplaatsing binnen de onderneming (art. 24.6).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- De CAO kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. Een eenmalige uitkering is voor deze looptijd evenmin afgesproken.
- Wel regelt de CAO dat werknemers loon en bovenwettelijke vakantiedagen kunnen inzetten voor bestaande, per onderneming nader in te vullen, belastingvrije faciliteiten (art. 18).
- Bij een 25- of 40-jarig dienstjubileum heeft de werknemer recht op 1 dag verlof; een jubileumuitkering is niet geregeld (art. 11.1e).
Thuiswerkvergoeding
- Minimaal € 2,00 per effectief thuisgewerkte dag (art. 23).
- In plaats van de vergoeding per dag mag de werkgever kiezen voor een internetvergoeding van minimaal € 20,00 per maand. De werkgever moet dit fiscaal zelf afstemmen met de Belastingdienst (art. 23).
- Werkgever en werknemer maken zelf verdere afspraken over het thuiswerkbeleid: welke dagen thuisgewerkt mag worden, arbo-aspecten van het thuiswerken en evaluatie ervan (art. 23).
- CAO-partijen laten via Reiswerk onderzoek doen naar hybride werken en hoe daar binnen de CAO invulling aan gegeven kan worden (art. 40 protocollaire afspraken).
Pensioenfonds
- Pensioenfonds PGB. Sinds 1 januari 2021 wordt het pensioen in de reisbranche geregeld door pensioenfonds PGB; het reglement is te downloaden via www.pensioenfondspgb.nl (art. 25).
- De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling tussen werkgever en werknemer. Een premie-overzicht 2026 voor het pensioen in de reisbranche staat op deze site.
- Overlijdensuitkering (art. 26): bij overlijden van de werknemer wordt het resterende maandsalaris plus twee extra maandsalarissen uitbetaald aan de nabestaanden, zoals gedefinieerd in artikel 7:674 BW.
Opzegtermijn
- Opzegtermijn: 2 maanden voor zowel de werkgever als de werknemer, in afwijking van artikel 7:672 lid 2 en 3 BW. Bij individuele arbeidsovereenkomst kan hiervan worden afgeweken, waarbij de opzegtermijn niet korter kan zijn dan één maand (art. 3.2).
- Proeftijd (art. 3.1): bij een overeenkomst van zes maanden of korter geen proeftijd; bij een overeenkomst langer dan zes maanden tot twee jaar een maand; bij een overeenkomst voor onbepaalde tijd twee maanden. Geen proeftijd als de werknemer daaraan voorafgaand een dienstverband had waarin hij dezelfde functie voor dezelfde werkgever uitoefende.
- Einde arbeidsovereenkomst (art. 3.3): een overeenkomst voor onbepaalde tijd eindigt door opzegging (met inachtneming van de opzegtermijn) of op grond van de wet. Een overeenkomst voor bepaalde tijd eindigt op de laatste dag van de overeengekomen duur. Een overeenkomst eindigt op dezelfde dag van de maand waarop de werknemer de voor hem geldende AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.
- Ketenbepaling (art. 4): een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat na drie contracten voor bepaalde tijd of na meer dan 36 maanden. Voor seizoenswerk is de tussenliggende periode van zes maanden verkort tot drie maanden, als het seizoenskarakter in de overeenkomst is opgenomen met verwijzing naar bijlage 3.
Werkingssfeer
Geldt voor werkgevers en werknemers waarvan de onderneming of een onderdeel daarvan voor meer dan 50% van de loonsom het bedrijf van (online) reisorganisator en/of (online) reisagent uitoefent. (art. 1).
Valt eronder
- Reisorganisatoren: bedrijven die op eigen naam al dan niet vooraf georganiseerde reizen aanbieden, ook bemiddelaars voor niet in Nederland gevestigde reisondernemingen
- Reisagenten: bemiddelaars bij overeenkomsten over reizen, vervoer, verblijf en pakketreizen
- Online reisorganisatoren en online reisagenten
- Reisleiders en reisbegeleiders met Nederland als standplaats (met eigen regels in art. 16 en 27 t/m 29)
- Oproepkrachten, stagiaires en uitzend- en payrollkrachten, met eigen regels
Valt er niet onder
- Ondernemingen of onderdelen daarvan waarvoor op 1 januari 1993 een andere CAO gold
- Booking.com BV
- Touringcarbedrijven
- Luchtvaartmaatschappijen
- Rederijen
- Spoorwegmaatschappijen
- Vakantiewerkers
- Voor werknemers boven functiegroep 8 gelden de regels over loon en arbeidsduur niet
Meerdere activiteiten of twijfel
Het criterium is de loonsom: meer dan 50% in reisorganisatie en/of reisagentschap. Bij ondernemingen met meerdere onderdelen geldt de CAO ook voor een onderdeel dat aan dit criterium voldoet (art. 1.1). Over de uitleg en toepassing van de CAO kan op verzoek van beide partijen een bindend advies worden gevraagd aan de Vaste Commissie, met de ANVR als secretariaat (art. 33); een aparte commissie voor de werkingssfeer is niet gezien.
Bron: CAO-tekst CAO reisbranche, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027 (artikelen 1, 3, 8 t/m 12, 15 t/m 26 en 35).
Salaristabel CAO reisbranche 2026 - 2027
Hieronder staan de bruto maandlonen en uurlonen per functiegroep (functiegroep 2 en 3 hebben dezelfde schaal) voor de drie peildata uit bijlage 2: 1 januari 2026, 1 september 2026 (3% hoger) en 1 januari 2027 (1,5% hoger). De ervaringsjaren zijn twee aanlooptreden van 90% en 95% van het minimum van de schaal; een werknemer met onvoldoende kennis en ervaring kan maximaal twee jaar volgens de ervaringsschaal worden beloond. Is de werknemer 21 jaar of ouder en ligt het loon van het ervaringsjaar onder het geldende wettelijk minimumloon, dan geldt het minimumloon. Het huidige bedrag staat op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 januari 2026
Bruto maandlonen per 1 januari 2026
| Schaal | Groep 2 & 3 | Groep 4 | Groep 5 | Groep 6 | Groep 7 | Groep 8 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 2.303,89 | € 2.339,89 | € 2.375,89 | € 2.411,89 | € 2.466,29 | € 2.581,78 |
| Ervaringsjaar 2 | € 2.431,89 | € 2.469,89 | € 2.507,89 | € 2.545,89 | € 2.603,30 | € 2.725,21 |
| Min. | € 2.559,88 | € 2.599,88 | € 2.639,88 | € 2.679,88 | € 2.740,32 | € 2.868,64 |
| Max. | € 2.919,95 | € 3.243,86 | € 3.600,97 | € 3.995,93 | € 4.432,62 | € 4.951,34 |
Per maand vanaf 1 september 2026
Bruto maandlonen per 1 september 2026
| Schaal | Groep 2 & 3 | Groep 4 | Groep 5 | Groep 6 | Groep 7 | Groep 8 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 2.373,01 | € 2.410,09 | € 2.447,17 | € 2.484,25 | € 2.540,28 | € 2.659,23 |
| Ervaringsjaar 2 | € 2.504,84 | € 2.543,98 | € 2.583,12 | € 2.622,26 | € 2.681,40 | € 2.806,96 |
| Min. | € 2.636,68 | € 2.677,88 | € 2.719,08 | € 2.760,28 | € 2.822,53 | € 2.954,70 |
| Max. | € 3.007,55 | € 3.341,18 | € 3.709,00 | € 4.115,81 | € 4.565,60 | € 5.099,88 |
Per maand vanaf 1 januari 2027
Bruto maandlonen per 1 januari 2027
| Schaal | Groep 2 & 3 | Groep 4 | Groep 5 | Groep 6 | Groep 7 | Groep 8 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 2.408,60 | € 2.446,24 | € 2.483,88 | € 2.521,51 | € 2.578,38 | € 2.699,12 |
| Ervaringsjaar 2 | € 2.542,42 | € 2.582,14 | € 2.621,87 | € 2.661,60 | € 2.721,62 | € 2.849,07 |
| Min. | € 2.676,23 | € 2.718,04 | € 2.759,86 | € 2.801,68 | € 2.864,87 | € 2.999,02 |
| Max. | € 3.052,66 | € 3.391,29 | € 3.764,63 | € 4.177,55 | € 4.634,08 | € 5.176,38 |
Per uur vanaf 1 januari 2026
Bruto uurlonen per 1 januari 2026
| Schaal | Groep 2 & 3 | Groep 4 | Groep 5 | Groep 6 | Groep 7 | Groep 8 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 13,58 | € 13,79 | € 14,00 | € 14,22 | € 14,54 | € 15,22 |
| Ervaringsjaar 2 | € 14,33 | € 14,56 | € 14,78 | € 15,01 | € 15,35 | € 16,06 |
| Min. | € 15,09 | € 15,32 | € 15,56 | € 15,80 | € 16,15 | € 16,91 |
| Max. | € 17,21 | € 19,12 | € 21,23 | € 23,55 | € 26,13 | € 29,19 |
De uurlonen zijn afgeleid uit de maandlonen: uurloon = maandloon x 12 / 2.035,8 arbeidsuren per jaar.
Per uur vanaf 1 september 2026
Bruto uurlonen per 1 september 2026
| Schaal | Groep 2 & 3 | Groep 4 | Groep 5 | Groep 6 | Groep 7 | Groep 8 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 13,99 | € 14,21 | € 14,42 | € 14,64 | € 14,97 | € 15,67 |
| Ervaringsjaar 2 | € 14,76 | € 15,00 | € 15,23 | € 15,46 | € 15,81 | € 16,55 |
| Min. | € 15,54 | € 15,78 | € 16,03 | € 16,27 | € 16,64 | € 17,42 |
| Max. | € 17,73 | € 19,69 | € 21,86 | € 24,26 | € 26,91 | € 30,06 |
De uurlonen zijn afgeleid uit de maandlonen: uurloon = maandloon x 12 / 2.035,8 arbeidsuren per jaar.
Per uur vanaf 1 januari 2027
Bruto uurlonen per 1 januari 2027
| Schaal | Groep 2 & 3 | Groep 4 | Groep 5 | Groep 6 | Groep 7 | Groep 8 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 14,20 | € 14,42 | € 14,64 | € 14,86 | € 15,20 | € 15,91 |
| Ervaringsjaar 2 | € 14,99 | € 15,22 | € 15,45 | € 15,69 | € 16,04 | € 16,79 |
| Min. | € 15,77 | € 16,02 | € 16,27 | € 16,51 | € 16,89 | € 17,68 |
| Max. | € 17,99 | € 19,99 | € 22,19 | € 24,62 | € 27,32 | € 30,51 |
De uurlonen zijn afgeleid uit de maandlonen: uurloon = maandloon x 12 / 2.035,8 arbeidsuren per jaar.
Reisleider en reisbegeleider
Reisleiders en reisbegeleiders vallen in functiegroep A (gelijk aan functiegroep 6). De bedragen zijn bruto uurlonen (bijlage 2A).
Per 1 januari 2026
| Schaal | Groep A |
|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 14,22 |
| Ervaringsjaar 2 | € 15,01 |
| Min. | € 15,80 |
| Max. | € 23,55 |
Per 1 september 2026
| Schaal | Groep A |
|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 14,64 |
| Ervaringsjaar 2 | € 15,46 |
| Min. | € 16,27 |
| Max. | € 24,26 |
Per 1 januari 2027
| Schaal | Groep A |
|---|---|
| Ervaringsjaar 1 | € 14,86 |
| Ervaringsjaar 2 | € 15,69 |
| Min. | € 16,51 |
| Max. | € 24,62 |
Bron: CAO-tekst CAO reisbranche, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027 (bijlagen 2 en 2A).
Naar de pagina van de CAO reisbranche
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
