Samenvatting CAO zuivelindustrie 2026 - 2028
De CAO Zuivelindustrie 2026 - 2028 heeft een looptijd van 1 april 2026 t/m 31 maart 2028. De lonen gaan omhoog met 3,3% per 1 april 2026 (met terugwerkende kracht, voor werknemers die in augustus 2026 nog in dienst zijn), 1,75% per 1 januari 2027 en 1,75% per 1 mei 2027. Wie op 1 juli 2026 en op 1 januari 2027 in dienst is, ontvangt in januari 2027 bovendien een eenmalige bruto uitkering van € 250 (parttimers naar rato). Op deze pagina staan verder de vakantiedagen, toeslagen, doorbetaling bij ziekte, eindejaarsuitkering, werkingssfeer en de salaristabellen.
Laatst gecontroleerd op 14 oktober 2026. Bron: CAO-tekst CAO Zuivelindustrie, looptijd 1 april 2026 t/m 31 maart 2028 (artikelen 1, 2, 5A en 5B).
Stamgegevens
Kerncijfers CAO Zuivelindustrie 2026 - 2028
| Looptijd | 1 april 2026 t/m 31 maart 2028; de CAO eindigt op 31 maart 2028 zonder dat opzegging nodig is (art. 2) |
| CAO-partijen | Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO, Den Haag); FNV en CNV (Utrecht); De Unie (Culemborg) |
| Loonsverhoging | 3,3% per 1 april 2026 (alleen als u in augustus 2026 nog in dienst bent), 1,75% per 1 januari 2027 en 1,75% per 1 mei 2027; eenmalig € 250 bruto in januari 2027 (art. 5A lid 4 en 5) |
| Vakantiedagen | 200 uur per jaar (144 wettelijk en 56 bovenwettelijk) van 18 tot 60 jaar; 216 uur onder 18 en vanaf 60 jaar; 209 uur in de volcontinu 5-ploegendienst (art. 12 en 13A) |
| Vakantietoeslag | 8% van het jaarinkomen over juni t/m mei, uitbetaald in mei (art. 19) |
| Overwerkvergoeding | 100% uurloon plus 50% overwerktoeslag, of de 50% toeslag in vrije tijd; werken op een feestdag 150% toeslag (art. 9 en 8) |
| Reiskostenvergoeding | Niet geregeld in de CAO |
| Bijzonder verlof | 2 dagen/diensten bij eigen huwelijk; 4 weken geboorteverlof (contractuele wekelijkse arbeidsduur); 2 tot 5 werkdagen bij overlijden van onder meer partner, kind of ouder; 5 dagen onbetaald verlof per jaar (art. 15 en 18) |
| Thuiswerkvergoeding | Niet geregeld in de CAO |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% in de eerste 52 weken, 90% in de eerste 26 weken en 80% in de tweede 26 weken van het tweede ziektejaar (art. 24) |
| Dertiende maand/eindejaarsuitkering | Eindejaarsuitkering van 5% van het jaarinkomen, betaald aan het einde van het kalenderjaar (art. 20) |
| Pensioenfonds | Pensioenregeling via de aparte pensioen-CAO voor de Zuivelindustrie (looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2029); het protocol noemt BPZ. Premie niet in deze CAO; werkgevers buiten de pensioen-CAO betalen 3,25% van het pensioengevend salaris (art. 22) |
| Opzegtermijn werkgever | Wettelijke opzegtermijnen van artikel 7:672 BW (art. 4 lid 3) |
| Opzegtermijn werknemer | 1 maand, ingaand op de eerste dag van de volgende maand (art. 4 lid 3) |
| Werkingssfeer | Ondernemingen in de Zuivelindustrie die meer dan 10 miljoen kg rauwe koemelk per kalenderjaar bewerken of verwerken (art. 1) |
Salarisverhogingen
- 3,3% per 1 april 2026: de salarisschalen en individuele salarissen gaan per 1 april 2026 met terugwerkende kracht met 3,3% omhoog, maar alleen als u in augustus 2026 nog in dienst was van uw werkgever (art. 5A lid 4).
- 1,75% per 1 januari 2027 en 1,75% per 1 mei 2027 voor de salarisschalen en individuele salarissen (art. 5A lid 4).
- Eenmalige uitkering: € 250 bruto in januari 2027 voor wie op 1 juli 2026 in dienst was en op 1 januari 2027 nog steeds is. Parttimers ontvangen de uitkering naar rato; wie gemiddeld 33,6 uur per week werkt in de volcontinu 5-ploegendienst is fulltimer. Dit geldt ook voor uitzendkrachten die op beide data voor de werkgever werkten (art. 5A lid 5).
- Medewerkers die voor augustus 2026 uit dienst zijn getreden ontvangen de verhoging van 3,3% per 1 april 2026 niet; voor hen geldt een aparte schaal (art. 5A lid 4 en bijlage IV).
- Individuele verhoging: uw schaalsalaris stijgt op 1 januari met een functiejaar. U ontvangt die verhoging niet als u op 1 juli van het vorige kalenderjaar nog niet in dienst was; dan volgt zij een jaar later (art. 5A lid 7).
- Arbeidsmarkttoeslag (AMT): 10% bovenop het schaalsalaris voor technische referentiefuncties zoals werkvoorbereider TD, 1e monteur, besturingstechnicus, allround monteur, monteur E en monteur W. De AMT geldt als proef tot en met het einde van deze CAO en telt mee voor vakantiegeld, eindejaarsuitkering, pensioen, overwerk en ploegentoeslag (art. 5B).
- Vergoeding wisseling diensten: werkt u in ploegendienst en besteedt u tijd buiten uw rooster aan overdracht of omkleden, dan ontvangt u € 61,98 per maand per 1 april 2026, € 63,06 per 1 januari 2027 en € 64,16 per 1 mei 2027 (naar rato voor parttimers) (art. 7A).
- Stagevergoeding: vanaf 1 augustus 2026 minimaal € 500 bruto per maand voor een volwaardige fulltime stage, ongeacht het opleidingsniveau; bij een deeltijdstage naar rato (art. 28).
- EHBO- en BHV-toeslag: 3% (EHBO-diploma) of 1% (BHV-certificaat) per maand van het schaalsalaris van functiegroep VI bij 14 functiejaren (art. 21).
- Uitzendkrachten: de structurele verhogingen gelden ook voor uitzendkrachten die onder de inlenersbeloning vallen (art. 5A lid 13).
Vakantiedagen
- 200 uur per jaar voor werknemers van 18 tot 60 jaar: 144 wettelijke en 56 bovenwettelijke vakantie-uren. Onder 18 jaar en vanaf 60 jaar zijn dat 144 wettelijke en 72 bovenwettelijke uren, samen 216 uur (art. 12 lid 1). Bij een werkweek van 36 uur is 200 uur ongeveer 28 dagen van 7,2 uur.
- Extra uren bij nachtdiensten: staan er minimaal 44 nachtdiensten per jaar in uw rooster (jaarcyclus), dan ontvangt u 24 extra vakantie-uren per jaar (art. 12 lid 2).
- Volcontinu 5-ploegendienst: 144 wettelijke en 65 bovenwettelijke uren per jaar, samen 209 uur (art. 13A lid 5).
- Opbouw: de datum van indiensttreding en uitdiensttreding bepaalt de opbouw in dat kalenderjaar (art. 12 lid 3). Bij ziekte bouwt u gewoon vakantie op (art. 12 lid 6).
- Snipperdagen: de werkgever kan in overleg met de medezeggenschap maximaal 3 algemene snipperdagen aanwijzen (art. 12 lid 5).
- Opnemen: u neemt eenmaal per kalenderjaar minimaal 2 aaneengesloten weken vakantie op, en op verzoek 3 weken. Vraag uw vakantie vóór 1 december aan; uw werkgever reageert vóór 1 januari (art. 12 lid 7).
- Vervallen en verjaren: wettelijke vakantie-uren vervallen op 1 oktober van het volgende kalenderjaar; bovenwettelijke uren verjaren 5 jaar na het opbouwjaar. Dit geldt niet als u niet in de gelegenheid bent gesteld ze op te nemen (art. 12 lid 8).
- Kopen en verkopen: bovenwettelijke vakantie-uren kunt u kopen en verkopen (art. 14).
- Extra vrije uren 61 jaar en ouder: 2 uur per week vanaf 61 jaar, 3 uur vanaf 62, 4 uur vanaf 63 en 5 uur vanaf 64 jaar, tegen 85% van het uurloon bij afwezigheid. Alleen voor wie op 1 januari 2017 53 jaar of ouder was en toen in dienst was (art. 11B).
- 58-jarigenregeling: alleen nog voor wie op 1 januari 2017 50 jaar of ouder was en op 31 december 2016 in dienst was; korter werken (36 naar 32 uur per week, tegen 73,1% van het uurloon bij afwezigheid over de uren die u minder werkt) of een minder belastend rooster (art. 11A).
- Vitaliteitsregeling: werknemers van 6 jaar voor de AOW-leeftijd (vanaf 1 september 2026: 7 jaar) kunnen 32 uur per week werken tegen 95% van het functiesalaris en met 100% pensioenopbouw (art. 11C).
Overwerkvergoeding
- Vergoeding overwerk: voor elk overwerkuur ontvangt u 100% van uw functiesalaris per uur plus een overwerktoeslag van 50%, voor zowel full- als parttimers. Daarnaast ontvangt u de matrixtoeslagen die bij het tijdstip van overwerken horen (art. 9 lid 5).
- Wat is overwerk: uren die u in opdracht van uw werkgever buiten uw dienstrooster werkt. Overwerk wordt per week bepaald. Meer werken op eigen initiatief, of een parttimedag schuiven naar de volgende week, is geen overwerk (art. 9 lid 1).
- Compensatie in vrije tijd: wilt u de overuren in vrije tijd opnemen, dan is de overwerktoeslag 50%. U neemt het saldo op binnen 3 maanden; wat dan niet is opgenomen, wordt alsnog uitbetaald (art. 9 lid 6).
- Verplicht of niet: overwerk mag u niet weigeren als de werkgever het noodzakelijk vindt; vanaf 60 jaar is overwerk niet verplicht. De werkgever streeft ernaar u minimaal 5 uur van tevoren te informeren (art. 9 lid 3 en 4).
- Werken op een feestdag: voor elk gewerkt uur op een feestdag een toeslag van 150% van het functiesalaris per uur, naast compensatie in vrije tijd van de gewerkte uren (art. 8 lid 3). Feestdagen zijn nieuwjaarsdag, 1e en 2e paasdag, Hemelvaartsdag, 1e en 2e pinksterdag, 1e en 2e kerstdag, Koningsdag en eens per 5 jaar Bevrijdingsdag (art. 8 lid 2).
- Toeslag buiten het dagvenster (06:30 - 17:00 uur) op verzoek van de werkgever, voor zowel full- als parttimers (art. 7 lid 3): zie de tabel hieronder. In de volcontinu 5-ploegendienst geldt een gemiddelde toeslag van 28,7% (art. 13A lid 1); in de Dagvers bij overgang naar volcontinu 25,7% (art. 7 lid 4).
- Consignatie: bij minimaal 4 uur consignatie 6% van het functiesalaris per uur op maandag t/m vrijdag en 17% op zaterdag, zondag en feestdagen (art. 10 lid 1).
- Extra opkomst tijdens consignatie: 100% van het functiesalaris per uur per opkomst op maandag t/m vrijdag en 250% op zaterdag, zondag en feestdagen (art. 10 lid 3). Over de gewerkte tijd ontvangt u uw functiesalaris en eventuele toeslagen, met een minimum van 1 uur per opkomst (art. 10 lid 5).
- Pauzes: bij 44 of meer nachtdiensten per jaar betaalt de werkgever alle pauzes door; bij minder nachtdiensten alleen de pauzes in de nachtdiensten (art. 6 lid 2).
Toeslag buiten het dagvenster (art. 7 lid 3)
| Tijdvak | Ma t/m vr | Za | Zo |
|---|---|---|---|
| 17:00 - 24:00 uur | 34,2% | 100% | 100% |
| 06:30 - 17:00 uur | 0% | 45% | 100% |
| 00:00 - 06:30 uur | 37% | 37% | 125% |
Reiskostenvergoeding
De CAO Zuivelindustrie 2026 - 2028 bevat geen regeling voor de vergoeding van woon-werkverkeer of dienstreizen. Afspraken hierover maakt de werkgever zelf met de werknemer.
- Wel geregeld: de werkelijk gemaakte reis- en studiekosten die nodig zijn voor het behalen van een EHBO-diploma of BHV-certificaat worden vergoed (art. 21 lid 3).
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met doorbetaling is geregeld in artikel 15, mantelzorg in artikel 16, verlof voor reservisten in artikel 17, onbetaald verlof in artikel 18 en vakbondsverlof in artikel 33.
| Situatie | Verlof |
|---|---|
| Eigen huwelijk of geregistreerd partnerschap | 2 dagen/diensten |
| Bevalling partner | Tijdens de bevalling |
| Geboorteverlof | De contractuele wekelijkse arbeidsduur, in een periode van 4 weken na de bevalling |
| Aanvullend geboorteverlof | Maximaal vijf keer de contractuele wekelijkse arbeidsduur binnen zes maanden na de bevalling; geen loondoorbetaling, wel een UWV-uitkering van 70% van het dagloon |
| Adoptie van een kind | 2 dagen/diensten |
| Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een kind, pleegkind, broer, zus, ouder, zwager of schoonzus | 1 dag/dienst |
| Overlijden van de partner, huisgenoot, (stief)kind, ouder, schoonouder, broer, zus, zwager, schoonzus, grootouder, schoonzoon of schoondochter | Vanaf de dag van overlijden tot en met de begrafenis of crematie, minimaal twee en maximaal vijf werkdagen |
| 25-jarig jubileum | 1 dag/dienst |
| 40-jarig jubileum | 2 dagen/diensten |
| 25- of 40-jarig huwelijk of partnerschap, of 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk van ouders of schoonouders | 1 dag/dienst |
| Priesterwijding van broer of zoon; grote professie van kind, broer of zus | 1 dag/dienst |
| Ondertrouw | De benodigde tijd, maximaal 1 dag/dienst |
| Bezoek aan arts of medische zorg die niet buiten werktijd kan | De benodigde tijd, maximaal 1 dag/dienst |
| Zoeken van een nieuwe werkgever na opzegging (minimaal 6 weken in dienst) | De benodigde tijd, maximaal 1 dag/dienst |
| Door wet of overheid opgelegde verplichting (zonder geldelijke vergoeding) buiten uw vrije tijd | De benodigde tijd |
| Stemmen, als dit niet buiten werktijd kan | De benodigde tijd |
| Examen voor een studie in het belang van uw werk | De benodigde tijd |
| Cursus ter voorbereiding op uw pensioen, in de laatste 2 jaar voor uw pensioen | De benodigde tijd, maximaal 5 dagen/diensten |
- Doorbetaling: bij deze gebeurtenissen betaalt de werkgever het uurloon bij afwezigheid door in plaats van het functiesalaris. Een parttimer heeft evenveel bijzonder verlof als een fulltimer (art. 15).
- Nachtrust: werkt u in ploegendienst en bent u langer dan 8 uur afwezig vanwege bijzonder verlof, dan krijgt u de mogelijkheid voor minimaal 8 uur nachtrust (art. 15).
- Onbetaald verlof: maximaal 5 dagen per kalenderjaar als dit uw werk niet belemmert (parttimers naar rato), ook in halve dagen op te nemen. Vraag het minimaal 2 weken van tevoren aan, in een drukke periode 4 weken. Ook voor een niet-christelijke religieuze feest- of gedenkdag kunt u onbetaald verlof opnemen (art. 18).
- Mantelzorg: hierover maakt u maatwerkafspraken met uw werkgever; de uitwerking, inclusief eventueel extra verlof, ligt bij de werkgever (art. 16).
- Reservisten: de werkgever kan afspraken maken over verlof voor inzet voor Defensie; bij langere inzet geldt een terugkeergarantie in de oorspronkelijke of een vergelijkbare functie (art. 17).
- Vakbondsverlof: bestuursleden van een vakbondsorgaan hebben vrijaf voor vergaderingen en congressen van de vakbond en voor een vakbondscursus, met doorbetaling van het uurloon bij afwezigheid, als uw werk dat toelaat (art. 33).
- Partner: uw echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner of een persoon met wie u een samenlevingsovereenkomst heeft (art. 3 lid 8).
Doorbetaling bij ziekte
- Eerste 52 weken: 100% van het uurloon bij afwezigheid (art. 24 lid 2).
- Tweede ziektejaar: 90% over de eerste 26 weken en 80% over de tweede 26 weken. Over uren die u werkt voor uw re-integratie ontvangt u 100% (art. 24 lid 2).
- Aanvulling tot 100% in het tweede jaar: geldt als u volledig meewerkt aan uw re-integratie en voldoet aan de eisen van de Wet verbetering poortwachter (art. 24 lid 2).
- Minder dan 35% arbeidsongeschikt na 2 jaar: u ontvangt een percentage van het verschil tussen uw oorspronkelijke en actuele uurloon bij afwezigheid: 100% in het 1e jaar, 80% in het 2e, 60% in het 3e, 40% in het 4e en 20% in het 5e jaar. Uw totale inkomen is nooit hoger dan uw oorspronkelijke uurloon bij afwezigheid (art. 24 lid 3).
- Herplaatsing: de werkgever heeft een inspanningsverplichting om herplaatsing te realiseren waarbij salarisniveau en verdiencapaciteit zo veel mogelijk aansluiten (art. 24 lid 4).
- Second opinion: u behoudt maximaal 1 maand recht op doorbetaling van het uurloon bij afwezigheid, maximaal 1 keer per kalenderjaar (art. 24 lid 6).
- Wettelijk kader: daarnaast gelden artikel 7:629 BW, de Ziektewet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (art. 24 lid 1).
- WGA-hiaatverzekering: de werkgever sluit op eigen kosten een WGA-hiaat uitgebreid verzekering af die het verschil aanvult tot 75% of 70% van de grondslag, volgens bijlage VI (art. 23).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- Eindejaarsuitkering: aan het einde van het kalenderjaar ontvangt u 5% van uw jaarinkomen. Het gaat om alle uit de CAO en de sociale verzekeringswetten afkomstige inkomensbestanddelen, exclusief eindejaarsuitkering, vakantietoeslag en kostenvergoedingen (art. 20 lid 1).
- Uit dienst: gaat u eerder dan het einde van het jaar uit dienst, dan ontvangt u de uitkering over de maanden dat u in dienst was (art. 20 lid 2).
- Verhoging: de eindejaarsuitkering is vanaf 2022 met 0,5% verhoogd en per 1 januari 2025 met nog eens 1% (protocol, bijlage II).
- Geen dertiende maand: de CAO kent geen aparte dertiende maand naast deze eindejaarsuitkering.
- Vakantietoeslag: 8% van het jaarinkomen over de periode juni t/m mei, uitbetaald in mei en bij uitdiensttreding naar rato; er geldt een wettelijk minimumbedrag (art. 19).
Thuiswerkvergoeding
De CAO Zuivelindustrie 2026 - 2028 regelt geen thuiswerkvergoeding. Afspraken over thuiswerken en een eventuele vergoeding maakt de werkgever zelf met de werknemer.
Pensioenfonds
- Pensioen-CAO: de pensioenregeling staat niet in deze CAO, maar in de aparte collectieve arbeidsovereenkomst inzake pensioenen voor de Zuivelindustrie (looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2029, genoemd in bijlage VI).
- Fonds: het protocol (bijlage II) spreekt over de pensioenregeling van BPZ en over een mogelijke verhoging van de werknemersbijdrage daarin. De premie en de premieverdeling staan niet in deze CAO.
- Werkgevers buiten de pensioen-CAO: betalen een werkgeversbijdrage van 3,25% van het pensioengevend salaris voor een verplichte collectieve pensioenspaarregeling (art. 22).
- Pensioengevend: de vergoeding voor wisseling van diensten, de matrixcompensatie en de arbeidsmarkttoeslag tellen mee voor het pensioen (art. 5B, 7 en 7A).
- Regelingen voor ouderen: bij de vitaliteitsregeling (artikel 11C) loopt de pensioenopbouw door op 100%; bij verkorting van uw arbeidsduur in de 58-jarigenregeling (artikel 11A) geldt dat niet voor de pensioenopbouw; opname van de extra vrije uren in artikel 11B heeft geen gevolgen voor uw pensioenrechten.
Opzegtermijn
- Opzegging door de werkgever: de werkgever hanteert de opzegtermijnen van artikel 7:672 BW. Die gelden niet bij ontslag om een dringende reden en tijdens de proeftijd (art. 4 lid 3).
- Opzegging door u: uw opzegtermijn is één maand. De opzegtermijn gaat in op de eerste dag van de volgende maand (art. 4 lid 3).
- Proeftijd: bij een contract voor bepaalde tijd is een proeftijd van één maand alleen mogelijk als het contract langer dan 6 maanden duurt; bij een contract van meer dan twee jaar of voor onbepaalde tijd geldt maximaal twee maanden. Het opzegverbod bij ziekte geldt niet tijdens de proeftijd (art. 4 lid 2).
- Einde van rechtswege: uw arbeidsovereenkomst eindigt op de dag dat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 4 lid 4).
- Uitzendkrachten: perioden waarin u in dezelfde functie eerst als uitzendkracht bij dezelfde werkgever werkte, tellen mee als één schakel in de keten (art. 4 lid 5).
Werkingssfeer
De CAO geldt voor ondernemingen in de Zuivelindustrie: ondernemingen die meer dan 10 miljoen kg rauwe koemelk per kalenderjaar bewerken of verwerken (art. 1 lid 1).
Valt eronder
- Ondernemingen die meer dan 10 miljoen kg rauwe koemelk per kalenderjaar bewerken of verwerken, bijvoorbeeld kaas-, poeder-, condens-, boter- en dagverse zuivelproductie
- Werknemers in functiegroep I tot en met VIII van de functielijst (bijlage III), op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst (art. 3 lid 3)
- Onderdelen van zulke ondernemingen zoals verpakking, logistiek, kaaspakhuis, technische dienst, kwaliteit en administratie, voor zover de werknemers in deze functiegroepen vallen
Valt er niet onder
- Hochwald Nederland b.v. (art. 1 lid 2 sub a)
- Ondernemingen of onderdelen van een onderneming waarvoor de CAO voor het Partikuliere Kaaspakhuisbedrijf geldt (art. 1 lid 2 sub b)
- Verwerkers van 10 miljoen kg rauwe koemelk per kalenderjaar of minder
- Hoger personeel: hiervoor geldt een aparte CAO
Meerdere activiteiten of twijfel
De CAO noemt geen regeling voor bedrijven met meerdere activiteiten. Wijkt een werkgever af van de CAO, dan is daarvoor toestemming van de Contact Commissie nodig (art. 1 lid 3 en art. 32). Twijfelt u of uw bedrijf onder deze CAO valt, raadpleeg dan het CAO-boekje of de CAO-partijen.
Bron: CAO-tekst CAO Zuivelindustrie, looptijd 1 april 2026 t/m 31 maart 2028 (artikelen 1 t/m 4, 5A, 5B, 6 t/m 12, 13A, 14 t/m 24, 28, 33 en bijlagen II en VI).
Salaristabel CAO Zuivelindustrie 2026 - 2028
De bedragen zijn bruto maandsalarissen per functiegroep (I t/m VIII) en functiejaar (bijlage IV). De tabel per 1 april 2026 geldt voor medewerkers die in augustus 2026 of daarna nog in dienst waren en bevat de verhoging van 3,3%; de volgende tabellen bevatten de verhogingen van 1,75% per 1 januari 2027 en per 1 mei 2027. Voor wie vóór augustus 2026 uit dienst is getreden geldt een eigen schaal. Voor werknemers met een arbeidsbeperking (Participatiewet) staat de schaal A op een apart tabblad; die is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wordt verhoogd zodra het minimumloon stijgt, zie het huidige wettelijk minimumloon. Bij een BBL-traject ontvangt u minimaal het salaris van functiegroep I (opleiding niveau 2) of functiegroep II (niveau 3) (art. 27). De CAO geeft geen aparte bedragen per 4 weken of per uur.
Per maand vanaf 1 april 2026
Bruto maandlonen per 1 april 2026 (in dienst in of na augustus 2026)
| Functiejaren | Groep I | Groep II | Groep III | Groep IV | Groep V | Groep VI | Groep VII | Groep VIII |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | 2.660,53 | 2.792,53 | 2.859,55 | 3.002,47 | 3.111,93 | 3.353,58 | 3.655,18 | 4.027,31 |
| 1 functiejaren | 2.709,10 | 2.840,44 | 2.904,92 | 3.050,24 | 3.159,68 | 3.400,06 | 3.697,48 | 4.067,81 |
| 2 functiejaren | 2.758,50 | 2.888,99 | 2.950,94 | 3.098,77 | 3.208,27 | 3.447,06 | 3.740,05 | 4.108,42 |
| 3 functiejaren | 2.808,91 | 2.938,55 | 2.997,63 | 3.147,79 | 3.257,33 | 3.494,70 | 3.783,25 | 4.149,32 |
| 4 functiejaren | 2.860,13 | 2.989,05 | 3.045,25 | 3.198,16 | 3.307,65 | 3.543,01 | 3.826,91 | 4.190,90 |
| 5 functiejaren | 2.912,20 | 3.040,16 | 3.093,67 | 3.248,92 | 3.358,60 | 3.591,97 | 3.871,15 | 4.232,79 |
| 6 functiejaren | 2.965,34 | 3.092,29 | 3.142,61 | 3.300,66 | 3.410,13 | 3.641,67 | 3.915,68 | 4.275,00 |
| 7 functiejaren | 3.019,46 | 3.145,33 | 3.192,47 | 3.353,13 | 3.462,35 | 3.691,92 | 3.961,00 | 4.317,71 |
| 8 functiejaren | 3.074,47 | 3.199,32 | 3.242,97 | 3.406,56 | 3.515,67 | 3.743,13 | 4.006,60 | 4.360,75 |
| 9 functiejaren | 3.130,62 | 3.254,22 | 3.294,45 | 3.460,55 | 3.569,71 | 3.794,72 | 4.052,89 | 4.404,38 |
| 10 functiejaren | 3.187,62 | 3.309,92 | 3.346,79 | 3.515,76 | 3.624,69 | 3.847,18 | 4.099,63 | 4.448,41 |
| 11 functiejaren | 3.245,89 | 3.366,59 | 3.399,80 | 3.571,78 | 3.680,52 | 3.900,40 | 4.146,75 | 4.492,76 |
| 12 functiejaren | 3.305,08 | 3.424,37 | 3.453,78 | 3.628,65 | 3.736,91 | 3.954,44 | 4.194,59 | 4.537,56 |
| 13 functiejaren | 3.508,44 | 3.686,15 | 3.794,33 | 4.009,01 | 4.243,14 | 4.583,16 | ||
| 14 functiejaren | 3.564,11 | 3.744,91 | 3.852,64 | 4.064,32 | 4.292,16 | 4.628,78 | ||
| 15 functiejaren | 3.911,86 | 4.120,67 | 4.341,67 | 4.675,03 | ||||
| 16 functiejaren | 3.972,02 | 4.177,73 | 4.391,70 | 4.721,79 | ||||
| 17 functiejaren | 4.442,32 | 4.768,74 | ||||||
| 18 functiejaren | 4.493,60 | 4.816,48 |
Per maand vanaf 1 januari 2027
Bruto maandlonen per 1 januari 2027
| Functiejaren | Groep I | Groep II | Groep III | Groep IV | Groep V | Groep VI | Groep VII | Groep VIII |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | 2.707,09 | 2.841,40 | 2.909,59 | 3.055,01 | 3.166,39 | 3.412,27 | 3.719,15 | 4.097,79 |
| 1 functiejaren | 2.756,51 | 2.890,15 | 2.955,76 | 3.103,62 | 3.214,97 | 3.459,56 | 3.762,19 | 4.139,00 |
| 2 functiejaren | 2.806,77 | 2.939,55 | 3.002,58 | 3.153,00 | 3.264,41 | 3.507,38 | 3.805,50 | 4.180,32 |
| 3 functiejaren | 2.858,07 | 2.989,97 | 3.050,09 | 3.202,88 | 3.314,33 | 3.555,86 | 3.849,46 | 4.221,93 |
| 4 functiejaren | 2.910,18 | 3.041,36 | 3.098,54 | 3.254,13 | 3.365,53 | 3.605,01 | 3.893,88 | 4.264,24 |
| 5 functiejaren | 2.963,16 | 3.093,36 | 3.147,81 | 3.305,78 | 3.417,38 | 3.654,83 | 3.938,90 | 4.306,86 |
| 6 functiejaren | 3.017,23 | 3.146,41 | 3.197,61 | 3.358,42 | 3.469,81 | 3.705,40 | 3.984,20 | 4.349,81 |
| 7 functiejaren | 3.072,30 | 3.200,37 | 3.248,34 | 3.411,81 | 3.522,94 | 3.756,53 | 4.030,32 | 4.393,27 |
| 8 functiejaren | 3.128,27 | 3.255,31 | 3.299,72 | 3.466,17 | 3.577,19 | 3.808,63 | 4.076,72 | 4.437,06 |
| 9 functiejaren | 3.185,41 | 3.311,17 | 3.352,10 | 3.521,11 | 3.632,18 | 3.861,13 | 4.123,82 | 4.481,46 |
| 10 functiejaren | 3.243,40 | 3.367,84 | 3.405,36 | 3.577,29 | 3.688,12 | 3.914,51 | 4.171,37 | 4.526,26 |
| 11 functiejaren | 3.302,69 | 3.425,51 | 3.459,30 | 3.634,29 | 3.744,93 | 3.968,66 | 4.219,32 | 4.571,38 |
| 12 functiejaren | 3.362,92 | 3.484,30 | 3.514,22 | 3.692,15 | 3.802,31 | 4.023,64 | 4.268,00 | 4.616,97 |
| 13 functiejaren | 3.569,84 | 3.750,66 | 3.860,73 | 4.079,17 | 4.317,39 | 4.663,37 | ||
| 14 functiejaren | 3.626,48 | 3.810,45 | 3.920,06 | 4.135,45 | 4.367,27 | 4.709,78 | ||
| 15 functiejaren | 3.980,32 | 4.192,78 | 4.417,65 | 4.756,84 | ||||
| 16 functiejaren | 4.041,53 | 4.250,84 | 4.468,55 | 4.804,42 | ||||
| 17 functiejaren | 4.520,06 | 4.852,19 | ||||||
| 18 functiejaren | 4.572,24 | 4.900,77 |
Per maand vanaf 1 mei 2027
Bruto maandlonen per 1 mei 2027
| Functiejaren | Groep I | Groep II | Groep III | Groep IV | Groep V | Groep VI | Groep VII | Groep VIII |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | 2.754,46 | 2.891,12 | 2.960,51 | 3.108,47 | 3.221,80 | 3.471,98 | 3.784,24 | 4.169,50 |
| 1 functiejaren | 2.804,75 | 2.940,73 | 3.007,49 | 3.157,93 | 3.271,23 | 3.520,10 | 3.828,03 | 4.211,43 |
| 2 functiejaren | 2.855,89 | 2.990,99 | 3.055,13 | 3.208,18 | 3.321,54 | 3.568,76 | 3.872,10 | 4.253,48 |
| 3 functiejaren | 2.908,09 | 3.042,29 | 3.103,47 | 3.258,93 | 3.372,33 | 3.618,09 | 3.916,83 | 4.295,81 |
| 4 functiejaren | 2.961,11 | 3.094,58 | 3.152,76 | 3.311,08 | 3.424,43 | 3.668,10 | 3.962,02 | 4.338,86 |
| 5 functiejaren | 3.015,02 | 3.147,49 | 3.202,90 | 3.363,63 | 3.477,18 | 3.718,79 | 4.007,83 | 4.382,23 |
| 6 functiejaren | 3.070,03 | 3.201,47 | 3.253,57 | 3.417,19 | 3.530,53 | 3.770,24 | 4.053,92 | 4.425,93 |
| 7 functiejaren | 3.126,07 | 3.256,38 | 3.305,19 | 3.471,52 | 3.584,59 | 3.822,27 | 4.100,85 | 4.470,15 |
| 8 functiejaren | 3.183,01 | 3.312,28 | 3.357,47 | 3.526,83 | 3.639,79 | 3.875,28 | 4.148,06 | 4.514,71 |
| 9 functiejaren | 3.241,15 | 3.369,12 | 3.410,76 | 3.582,73 | 3.695,74 | 3.928,70 | 4.195,99 | 4.559,89 |
| 10 functiejaren | 3.300,16 | 3.426,78 | 3.464,95 | 3.639,89 | 3.752,66 | 3.983,01 | 4.244,37 | 4.605,47 |
| 11 functiejaren | 3.360,49 | 3.485,46 | 3.519,84 | 3.697,89 | 3.810,47 | 4.038,11 | 4.293,16 | 4.651,38 |
| 12 functiejaren | 3.421,77 | 3.545,28 | 3.575,72 | 3.756,76 | 3.868,85 | 4.094,05 | 4.342,69 | 4.697,77 |
| 13 functiejaren | 3.632,31 | 3.816,30 | 3.928,29 | 4.150,56 | 4.392,94 | 4.744,98 | ||
| 14 functiejaren | 3.689,94 | 3.877,13 | 3.988,66 | 4.207,82 | 4.443,70 | 4.792,20 | ||
| 15 functiejaren | 4.049,98 | 4.266,15 | 4.494,96 | 4.840,08 | ||||
| 16 functiejaren | 4.112,26 | 4.325,23 | 4.546,75 | 4.888,50 | ||||
| 17 functiejaren | 4.599,16 | 4.937,10 | ||||||
| 18 functiejaren | 4.652,25 | 4.986,53 |
Uit dienst voor augustus 2026
Bruto maandlonen per 1 april 2026 voor werknemers die voor augustus 2026 uit dienst zijn getreden
Voor hen geldt de schaal zonder de verhoging van 3,3% (art. 5A lid 4).
| Functiejaren | Groep I | Groep II | Groep III | Groep IV | Groep V | Groep VI | Groep VII | Groep VIII |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | 2.575,54 | 2.703,32 | 2.768,20 | 2.906,55 | 3.012,52 | 3.246,45 | 3.538,41 | 3.898,65 |
| 1 functiejaren | 2.622,56 | 2.749,70 | 2.812,12 | 2.952,80 | 3.058,74 | 3.291,44 | 3.579,36 | 3.937,86 |
| 2 functiejaren | 2.670,38 | 2.796,70 | 2.856,67 | 2.999,78 | 3.105,78 | 3.336,94 | 3.620,57 | 3.977,17 |
| 3 functiejaren | 2.719,18 | 2.844,68 | 2.901,87 | 3.047,23 | 3.153,27 | 3.383,06 | 3.662,39 | 4.016,77 |
| 4 functiejaren | 2.768,76 | 2.893,56 | 2.947,97 | 3.095,99 | 3.201,98 | 3.429,83 | 3.704,66 | 4.057,02 |
| 5 functiejaren | 2.819,17 | 2.943,04 | 2.994,84 | 3.145,13 | 3.251,31 | 3.477,22 | 3.747,48 | 4.097,57 |
| 6 functiejaren | 2.870,61 | 2.993,50 | 3.042,22 | 3.195,22 | 3.301,19 | 3.525,33 | 3.790,59 | 4.138,43 |
| 7 functiejaren | 2.923,00 | 3.044,85 | 3.090,48 | 3.246,01 | 3.351,74 | 3.573,98 | 3.834,46 | 4.179,78 |
| 8 functiejaren | 2.976,25 | 3.097,12 | 3.139,37 | 3.297,73 | 3.403,36 | 3.623,55 | 3.878,61 | 4.221,44 |
| 9 functiejaren | 3.030,61 | 3.150,26 | 3.189,21 | 3.350,00 | 3.455,67 | 3.673,49 | 3.923,42 | 4.263,68 |
| 10 functiejaren | 3.085,79 | 3.204,18 | 3.239,87 | 3.403,45 | 3.508,90 | 3.724,28 | 3.968,66 | 4.306,30 |
| 11 functiejaren | 3.142,20 | 3.259,04 | 3.291,19 | 3.457,68 | 3.562,94 | 3.775,80 | 4.014,28 | 4.349,24 |
| 12 functiejaren | 3.199,50 | 3.314,98 | 3.343,45 | 3.512,73 | 3.617,53 | 3.828,11 | 4.060,59 | 4.392,60 |
| 13 functiejaren | 3.396,36 | 3.568,39 | 3.673,12 | 3.880,94 | 4.107,59 | 4.436,75 | ||
| 14 functiejaren | 3.450,25 | 3.625,28 | 3.729,56 | 3.934,48 | 4.155,04 | 4.480,91 | ||
| 15 functiejaren | 3.786,89 | 3.989,03 | 4.202,97 | 4.525,68 | ||||
| 16 functiejaren | 3.845,13 | 4.044,27 | 4.251,40 | 4.570,95 | ||||
| 17 functiejaren | 4.300,41 | 4.616,40 | ||||||
| 18 functiejaren | 4.350,05 | 4.662,61 |
Arbeidsbeperking
Schaal A per 1 januari 2026
Voor werknemers met een arbeidsbeperking die behoren tot de doelgroep voor loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en niet zelfstandig 100% van het wettelijk minimumloon kunnen verdienen bij een fulltime functie (art. 5A lid 6). De verhoging van lid 4 geldt voor deze groep niet.
| Functiejaren | Schaal A |
|---|---|
| 0 functiejaren | 2.303,59 |
| 1 functiejaren | 2.349,66 |
| 2 functiejaren | 2.395,73 |
| 3 functiejaren | 2.441,81 |
| 4 functiejaren | 2.487,88 |
| 5 functiejaren | 2.533,95 |
| 6 functiejaren | 2.580,02 |
| 7 functiejaren | 2.626,09 |
| 8 functiejaren | 2.672,16 |
| 9 functiejaren | 2.718,24 |
| 10 functiejaren | 2.764,31 |
Schaal A per 1 juli 2026
| Functiejaren | Schaal A |
|---|---|
| 0 functiejaren | 2.347,44 |
| 1 functiejaren | 2.394,39 |
| 2 functiejaren | 2.441,34 |
| 3 functiejaren | 2.488,29 |
| 4 functiejaren | 2.535,24 |
| 5 functiejaren | 2.582,18 |
| 6 functiejaren | 2.629,13 |
| 7 functiejaren | 2.676,08 |
| 8 functiejaren | 2.723,03 |
| 9 functiejaren | 2.769,98 |
| 10 functiejaren | 2.816,93 |
Bij elke verhoging van het wettelijk minimumloon stelt de werkgever de schaal opnieuw vast: 0 functiejaren is 100% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder, 10 functiejaren is 120%, met gelijke stappen daartussen. De schalen zijn voor 2026 gebaseerd op 261 werkbare dagen van 7,2 uur (bijlage V).
Bron: CAO-tekst CAO Zuivelindustrie, looptijd 1 april 2026 t/m 31 maart 2028 (artikelen 3, 5A, 27 en bijlagen IV en V).
Naar de pagina van de CAO Zuivelindustrie
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
