Als ik in de loop van het jaar een andere auto van de zaak krijg waarmee ik geen privé-kilometers rijdt, moet ik dan toch bijtelling betalen?
Ja, dat kan. Of je bijtelling betaalt, wordt namelijk niet per auto bepaald, maar over het hele kalenderjaar. De grens van 500 privékilometers geldt voor al je auto's van de zaak samen.
Laatst gecontroleerd op 11 oktober 2026. Bron: Belastingdienst, Forum Salaris.
Zo werkt het in drie stappen
- Tel alle privékilometers van het kalenderjaar op. Dus van alle auto's van de zaak die je in dat jaar hebt gehad, van 1 januari tot en met 31 december. Woon-werkverkeer telt niet mee, want dat is zakelijk.
- Kijk of het totaal boven de 500 kilometer uitkomt.
- Meer dan 500 kilometer: er is bijtelling voor alle auto's die je dat jaar hebt gehad, ook voor de periode waarin je met een van die auto's niet privé reed.
- Niet meer dan 500 kilometer: er is voor geen van de auto's bijtelling. Je moet dat wel kunnen aantonen met een sluitende rittenregistratie over het hele jaar, van beide auto's.
- Is er bijtelling? Bereken die dan per auto, naar tijdsgelang. Dat betekent: per auto het deel van het jaar waarin je die auto had, met de catalogusprijs en het bijtellingspercentage van die auto.
Voorbeeld 1: geen bijtelling
| Periode | Auto | Privékilometers |
|---|---|---|
| 1 januari t/m 31 maart | Auto 1 | 0, sluitende rittenregistratie |
| 1 april t/m 31 december | Auto 2 | 0, sluitende rittenregistratie |
Het totaal over het jaar is niet meer dan 500 kilometer en dat is aangetoond. Er is voor geen van beide auto's bijtelling.
Voorbeeld 2: bijtelling voor beide auto's
| Periode | Auto | Privékilometers |
|---|---|---|
| 1 januari t/m 31 maart | Auto 1 | 0, sluitende rittenregistratie |
| 1 april t/m 31 december | Auto 2 | Meer dan 500, geen rittenregistratie meer |
Het totaal over het jaar komt boven de 500 kilometer uit. Daarom is er bijtelling voor auto 2 én voor auto 1. Voor auto 1 betekent dat bijtelling over de periode van 1 januari tot en met 31 maart, ook al reed je daarmee niet privé.
Rekenvoorbeeld (situatie van voorbeeld 2, jaar 2026)
Stel dat auto 1 een catalogusprijs heeft van € 30.000 en 22% bijtelling kent. Auto 2 is een nieuwe elektrische auto met een eerste toelating in 2026 en een catalogusprijs van € 36.000.
| Auto | Berekening per jaar | Bijtelling per jaar | Deel van het jaar | Bijtelling |
|---|---|---|---|---|
| Auto 1 | 22% van € 30.000 | € 6.600 | 3/12 | € 1.650 |
| Auto 2 | 18% van € 30.000 plus 22% van € 6.000 | € 6.720 | 9/12 | € 5.040 |
| Totale bijtelling over 2026 | € 6.690 | |||
Goed om te weten
- Correctie achteraf. Bleek pas later dat je boven de 500 kilometer uitkwam, dan moet de bijtelling van de eerste auto alsnog worden verwerkt voor de aangiftetijdvakken die al voorbij zijn.
- Wisseling halverwege een maand. Dan wordt die maand verdeeld over de twee auto's, naar rato van het aantal dagen.
- Je kiest per kalenderjaar. Overschrijd je de 500 kilometer in de loop van het jaar, dan geldt de bijtelling voor het hele jaar en niet pas vanaf het moment van overschrijding.
Meer over de regels vind je op de pagina's Auto van de zaak en Bijtellingspercentages auto van de zaak.
