Samenvatting CAO Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie (MITT) 2025 - 2026
Dit is de samenvatting van de CAO Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie (MITT) 2025-2026.
Stamgegevens
Kerncijfers CAO MITT 2025-2026
| Looptijd | 1 september 2025 t/m 31 oktober 2026; de cao eindigt van rechtswege, zonder dat opzegging is vereist |
| Cao-partijen | Werkgevers: Modint — werknemers: FNV, CNV en De Unie |
| Loonsverhoging | € 0,60 bruto per uur per 1 oktober 2025 (gemiddeld 3,07%); 1,8% per 1 april 2026, op de loonschalen en de daadwerkelijk verdiende uurlonen |
| Vakantiedagen | 190 uur/jaar in dagdienst resp. 197,6 uur in ploegendienst (bij 38-urige werkweek), oplopend met leeftijdsvakantie vanaf 47 jaar tot maximaal +45,6 uur vanaf 62 jaar |
| Vakantietoeslag | 8% over de som van de periode-inkomens in het vakantietoeslagjaar (1 mei t/m 30 april), uitbetaald uiterlijk eind mei |
| Overwerkvergoeding | Toeslag van 25% tot 100% van het uurloon, afhankelijk van tijdstip en dag (dagdienst); vergelijkbare, iets eenvoudigere staffel in ploegendienst |
| Reiskostenvergoeding | Woon-werkverkeer vanaf 10 km (enkele reis): € 0,10/km, tot een maximum van 30 km enkele reis, berekend op basis van 214 werkbare dagen/jaar (voltijd) |
| Opzegtermijn werkgever | De wettelijke opzegtermijn (art. 7:672 BW): 1 tot 4 maanden, afhankelijk van de diensttijd |
| Opzegtermijn werknemer | 1 maand |
Salarisverhogingen
- 1 oktober 2025: € 0,60 bruto per uur verhoging van de minimum- en maximumuurlonen van de loonschalen en van de daadwerkelijk verdiende uurlonen (gemiddeld 3,07%).
- 1 april 2026: 1,8% verhoging, eveneens op de loonschalen en de daadwerkelijk verdiende uurlonen.
- Ieder jaar op 1 januari krijgt de werknemer een periodieke uurloonverhoging, totdat het maximum uurloon van de loonschaal is bereikt. Het periodiekpercentage verschilt per functiegroep (zie de salaristabel onderaan deze pagina).
- Is de werknemer op of na 1 juli in dienst gekomen, in een hogere functie geplaatst of vanuit de jeugdschaal ingedeeld? Dan ontvangt de werknemer per 1 januari daaropvolgend eenmalig geen periodiek.
- Geen eenmalige uitkering opgenomen in deze cao.
Vakantiedagen
- Wettelijke vakantie-uren: contractuele arbeidsduur per week x 4. Bovenwettelijke vakantie-uren: contractuele arbeidsduur per week x 1, plus 1 extra bovenwettelijke vakantiedag bij het werken in ploegendienst (art. 3.34).
- Bij een 38-urige werkweek bouwt een voltijdwerknemer daarmee 190 uur per jaar op in dagdienst en 197,6 uur in ploegendienst. Werkt de werknemer een deel van het jaar in ploegendienst en een deel in dagdienst, dan geldt een tussenliggend aantal uren, afhankelijk van de duur van die periode.
- Daarnaast bouwt de werknemer vanaf 47 jaar extra bovenwettelijke vakantie-uren op (leeftijdsvakantie):
| Leeftijdscategorie | In dagdienst (uren/jaar) | In ploegendienst (uren/jaar) |
|---|---|---|
| Basis (geen leeftijdsvakantie) | 190 | 197,6 |
| 47 tot 52 jaar | 197,6 | 205,2 |
| 52 tot 57 jaar | 212,8 | 220,4 |
| 57 tot 62 jaar | 228 | 235,6 |
| 62 jaar tot AOW-leeftijd | 235,6 | 243,2 |
- Wettelijke vakantie-uren vervallen 1 kalenderjaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin het recht is ontstaan; bovenwettelijke vakantie-uren verjaren na 5 jaar (art. 3.37).
Overwerkvergoeding
Dagdienst (art. 3.13-3.14): overwerk is alle werktijd boven de ondernemings- of afdelingsvoltijdnorm (bij standaard werkweken) c.q. boven de afgesproken periode-arbeidsduur (bij afwijkende werkweken). De compensatie bestaat uit het uurloon plus onderstaande toeslag; te ontvangen in vrije tijd en/of geld (standaard: geld).
| Tijdstip | Ma t/m vr | Zaterdag | Zondag | Feestdag |
|---|---|---|---|---|
| 00.00 - 06.00 uur | 50% | 50% | 100% | 100% |
| 06.00 - 14.00 uur | 25% | 50% | 100% | 100% |
| 14.00 - 20.00 uur | 25% | 100% | 100% | 100% |
| 20.00 - 24.00 uur | 50% | 100% | 100% | 100% |
Ploegendienst (art. 3.32-3.33): overwerk is alle werktijd boven de (gemiddelde) werktijd zoals afgesproken in de ploegendienstregeling, vergoed met het uurloon inclusief ploegentoeslag plus onderstaande toeslag.
| Tijdstip | Ma t/m vr | Zaterdag | Zondag of feestdag |
|---|---|---|---|
| 00.00 - 14.00 uur | 25% | 50% | 100% |
| 14.00 - 24.00 uur | 25% | 100% | 100% |
Werken op zaterdag/zondag, niet zijnde overwerk (art. 3.9): 25% toeslag op zaterdag, 100% op zondag. Werken op een feestdag levert 100% loon over de gewerkte uren plus 100% feestdagentoeslag op (art. 3.9 en 3.28).
Verschoven uren, dagdienst (art. 3.11): toeslag voor werken buiten het dagvenster zonder dat sprake is van overwerk.
| Tijdstip | Toeslag (ma t/m vr) |
|---|---|
| 00.00 - 06.00 uur | 50% |
| 06.00 uur - begin dagvenster | 25% |
| Binnen dagvenster | 0% |
| Einde dagvenster - 20.00 uur | 25% |
| 20.00 - 24.00 uur | 50% |
Werk je vóór 1 januari 2026 al 57 jaar of ouder? Dan ben je niet verplicht om overwerk te verrichten (art. 3.13 en 3.32).
Reiskostenvergoeding
Woon-werkverkeer (art. 5.1, met ingang van 1 januari 2026): woont de werknemer op minimaal 10 kilometer enkele reis van de standplaats, dan ontvangt hij een vergoeding voor woon-werkverkeer. Maximaal wordt 30 kilometer enkele reis vergoed. De vergoeding bedraagt € 0,10 per kilometer. Bij een voltijd dienstverband wordt de vergoeding berekend op basis van 214 werkbare dagen op jaarbasis (bij deeltijd naar rato).
De afstand tussen de woonplaats en de standplaats wordt bepaald op basis van de kortste route van de postcode van het woonadres naar de postcode van de standplaats, met behulp van een door de fiscus geaccepteerde routeplanner.
Deze cao kent geen aparte kilometervergoeding voor dienstreizen (zakelijk vervoer anders dan woon-werkverkeer); daarvoor gelden desgewenst afspraken op ondernemingsniveau.
Thuiswerken: deze cao regelt geen aparte thuiswerkvergoeding.
Opzegtermijn
- De cao volgt de wettelijke opzegtermijnen van artikel 7:672 BW (art. 2.7). Opzegging gebeurt schriftelijk, tegen het einde van een kalendermaand.
| Duur dienstverband | Opzegtermijn werkgever |
|---|---|
| Korter dan 5 jaar | 1 maand |
| 5 tot 10 jaar | 2 maanden |
| 10 tot 15 jaar | 3 maanden |
| 15 jaar of langer | 4 maanden |
- De door de werknemer in acht te nemen opzegtermijn bedraagt altijd 1 maand.
- Proeftijd: geen (bepaalde tijd t/m 6 maanden), 2 maanden (bepaalde tijd langer dan 6 maanden maar korter dan 2 jaar, of bepaalde tijd zonder einddatum), 2 maanden (bepaalde tijd van 2 jaar of langer, of onbepaalde tijd) (art. 2.3).
- Werkgever en werknemer kunnen een langere opzegtermijn afspreken, tot maximaal 6 maanden; de termijn van de werkgever is dan altijd het dubbele van die van de werknemer (art. 2.8).
Bron: cao-tekst CAO MITT, looptijd 1 september 2025 t/m 31 oktober 2026 (art. 1.1, 2.3, 2.7-2.8, 3.9, 3.11, 3.13-3.14, 3.28, 3.32-3.34, 3.37, 4.6, 4.20, 4.22, 5.1).
Salaristabel CAO MITT 2025-2026
De cao kent functiegroepen 1 t/m 11 (op basis van de ORBA PM-methode), elk met een minimum- en maximumuurloon en een eigen periodiek-verhogingspercentage. Voor functiegroepen 1 t/m 4 gelden daarnaast een jeugdschaal en een aanloopschaal; voor alle functiegroepen geldt een aanloopschaal, en er is een aparte loonschaal voor werknemers met een arbeidsbeperking. Hieronder de tabellen bij elk van de twee peildata in deze cao-periode.
Loonschalen per 1 oktober 2025 - 31 maart 2026
| Functiegroep | Minimum uurloon | Maximum uurloon | Periodiek |
|---|---|---|---|
| 1 | € 15,00 | € 15,12 | 0,50% |
| 2 | € 15,00 | € 15,35 | 0,70% |
| 3 | € 15,10 | € 15,86 | 1,31% |
| 4 | € 15,33 | € 16,68 | 1,83% |
| 5 | € 15,94 | € 17,83 | 2,05% |
| 6 | € 16,68 | € 19,49 | 2,50% |
| 7 | € 17,63 | € 21,84 | 3,09% |
| 8 | € 18,79 | € 24,93 | 3,75% |
| 9 | € 20,27 | € 28,26 | 4,06% |
| 10 | € 21,62 | € 31,65 | 4,34% |
| 11 | € 22,96 | € 34,77 | 4,40% |
Het wettelijk minimumloon wordt per 1 januari en 1 juli verhoogd; is het uurloon volgens deze tabel hierdoor lager dan het wettelijk minimumuurloon, dan geldt het wettelijk minimumuurloon (art. 4.20).
Loonschalen per 1 april 2026 - 31 oktober 2026
| Functiegroep | Minimum uurloon | Maximum uurloon | Periodiek |
|---|---|---|---|
| 1 | € 15,27 | € 15,39 | 0,50% |
| 2 | € 15,27 | € 15,63 | 0,70% |
| 3 | € 15,37 | € 16,15 | 1,31% |
| 4 | € 15,61 | € 16,98 | 1,83% |
| 5 | € 16,23 | € 18,15 | 2,05% |
| 6 | € 16,98 | € 19,84 | 2,50% |
| 7 | € 17,95 | € 22,23 | 3,09% |
| 8 | € 19,13 | € 25,38 | 3,75% |
| 9 | € 20,63 | € 28,77 | 4,06% |
| 10 | € 22,01 | € 32,22 | 4,34% |
| 11 | € 23,37 | € 35,40 | 4,40% |
Het wettelijk minimumloon wordt per 1 januari en 1 juli verhoogd; is het uurloon volgens deze tabel hierdoor lager dan het wettelijk minimumuurloon, dan geldt het wettelijk minimumuurloon (art. 4.20).
Jeugdloonschalen
Jeugdloonschalen gelden voor functiegroepen 1 t/m 4 (art. 4.9). Ze zijn een percentage van het minimum uurloon van functiegroep 1 (leeftijdsschaal, bijlage IIB/IIC). De tabel hieronder toont de bedragen bij elk van de peildata die in deze cao-periode bekend zijn; het wettelijk minimumjeugdloon wijzigt ook op 1 juli 2026, waarna de bedragen automatisch meebewegen met het nieuwe wettelijk minimum(jeugd)loon.
1 oktober 2025 t/m 31 december 2025
| Leeftijd | Staffel | Functiegroep 1 | Functiegroep 2 | Functiegroep 3 | Functiegroep 4 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 34,5% | € 5,18 | € 5,18 | € 5,21 | € 5,29 |
| 17 jaar | 39,5% | € 5,93 | € 5,93 | € 5,96 | € 6,06 |
| 18 jaar | 45,5% | € 7,20 | € 7,20 | € 7,20 | € 7,20 |
| 19 jaar | 52,5% | € 8,64 | € 8,64 | € 8,64 | € 8,64 |
1 januari 2026 t/m 31 maart 2026
| Leeftijd | Staffel | Functiegroep 1 | Functiegroep 2 | Functiegroep 3 | Functiegroep 4 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 34,5% | € 5,18 | € 5,18 | € 5,21 | € 5,29 |
| 17 jaar | 39,5% | € 5,93 | € 5,93 | € 5,96 | € 6,06 |
| 18 jaar | 45,5% | € 7,36 | € 7,36 | € 7,36 | € 7,36 |
| 19 jaar | 52,5% | € 8,83 | € 8,83 | € 8,83 | € 8,83 |
1 april 2026 t/m 30 juni 2026
| Leeftijd | Staffel | Functiegroep 1 | Functiegroep 2 | Functiegroep 3 | Functiegroep 4 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 34,5% | € 5,27 | € 5,27 | € 5,30 | € 5,39 |
| 17 jaar | 39,5% | € 6,03 | € 6,03 | € 6,07 | € 6,17 |
| 18 jaar | 45,5% | € 7,36 | € 7,36 | € 7,36 | € 7,36 |
| 19 jaar | 52,5% | € 8,83 | € 8,83 | € 8,83 | € 8,83 |
Let op: op 1 juli 2026 wijzigt het wettelijk minimumjeugdloon opnieuw. Vanaf die datum bewegen de jeugdlonen automatisch mee; de cao-tekst geeft hiervoor geen aparte tabel meer (art. 4.9-4.10).
Aanloopschaal en loonschaal arbeidsbeperkten
Aanloopschaal (art. 4.7-4.8, geldt bij ontbrekende relevante werkervaring in de MITT-sector, maximaal 1,5 jaar)
| Periode | Percentage van minimum uurloon |
|---|---|
| In het eerste jaar | 72,5% |
| In de eerste 6 maanden van het tweede jaar | 85% |
| Na maximaal 18 maanden | 100% |
Loonschaal arbeidsbeperkten (art. 4.12, voor werknemers die vallen onder de Participatiewet)
| Periodiek | Percentage van het wettelijk minimum(jeugd)uurloon |
|---|---|
| 1e periodiek | 100% |
| 2e periodiek | 105% |
| 3e periodiek | 110% |
| 4e periodiek | 120% |
Bron: cao-tekst CAO MITT, looptijd 1 september 2025 t/m 31 oktober 2026 (art. 4.3-4.12, bijlage IIA, IIB, IIC en IID).
Naar de pagina van de CAO Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie (MITT)
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
