Samenvatting CAO huisartsen in loondienst 2025 - 2027
De CAO huisartsen in loondienst 2025 - 2027 heeft een looptijd van 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2027. De lonen gaan per 1 augustus 2026 met 3,5% en per 1 januari 2027 met 4% omhoog. In 2026 volgt bovendien een eenmalige uitkering van 4,25% van het jaarsalaris, en de eindejaarsuitkering is vanaf 2026 5,75%. De CAO kent twee functies: Huisarts Dienstverband (HD) en Praktijkhouder Dienstverband (PD).
Laatst gecontroleerd op 5 november 2026. Bron: cao-boekje CAO huisartsen in loondienst 2025 - 2027, versie 25 september 2026.
Stamgegevens
Stamgegevens CAO huisartsen in loondienst 2025 - 2027
| Looptijd | 1 oktober 2025 t/m 31 december 2027 (27 maanden), art. 1.3. Wordt na afloop steeds met 1 jaar verlengd, tenzij een cao-partij uiterlijk 2 maanden voor het einde van de looptijd schriftelijk opzegt. |
| Cao-partijen | Werkgeversorganisaties: Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en InEen. Werknemersorganisatie: Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD). |
| Werkingssfeer | Huisartsen met een arbeidsovereenkomst bij (a) een werkgever die zich nagenoeg uitsluitend richt op het verlenen of organiseren van huisartsenzorg, of (b) een rechtspersoon die multidisciplinaire eerstelijnszorg verleent met in elk geval huisartsgeneeskunde (art. 1.1, 1.2). |
| Functies | Huisarts Dienstverband (HD, 40 uur per week bij een voltijds dienstverband) en Praktijkhouder Dienstverband (PD, voltijds op basis van het aantal ingeschreven patiënten in de normpraktijk). Er zijn twee salarisschalen (art. 4.1, 5.1, 6.1). |
| Loonsverhoging | +3,5% per 1 augustus 2026 en +4% per 1 januari 2027 (art. 6.1). Daarnaast een extra trede 7 in de PD-schaal per 1 augustus 2026. |
| Eenmalige uitkering | 4,25% van het jaarsalaris in 2026 (art. 6.1 lid 7). |
| Eindejaarsuitkering | 5,75% vanaf 2026 (art. 6.6). |
| Vakantietoeslag | 8%, uitbetaald in mei (art. 6.5). |
| Vakantie | HD: 160 uur wettelijk en 73 uur bovenwettelijk per jaar bij 40 uur per week. PD: 31,5 dagen per jaar (art. 7.2, 7.3). |
| Budget persoonlijke kosten | Vast budget € 2.982,79 per jaar plus een variabel budget van € 2.645,30 naar rato van het dienstverband: in totaal maximaal € 5.628,09 per jaar. Vanaf 1 januari 2027 jaarlijks geïndexeerd met de CPI (art. 9.2). |
| Scholing | HD met 24 uur of meer per week: 40 uur per kalenderjaar (anders naar rato). PD: 5 doorbetaalde werkdagen per jaar (art. 9.1). |
| Ziektekostenverzekering | Tegemoetkoming van € 23,89 bruto per maand (HD) of € 31,84 bruto per maand (PD), ongeacht de omvang van het dienstverband. Jaarlijks geïndexeerd met de CPI (art. 6.7). |
| Waarneembudget (PD) | € 13.265,76 per voltijds huisarts per jaar, jaarlijks geïndexeerd met de CPI (art. 6.9). |
| Pensioenfonds | Huisarts & Pensioen (voorheen SPH) of PFZW. Premie 50% werkgever en 50% werknemer (art. 13.2). |
| Opzegtermijn | Gelijke termijn voor werkgever en werknemer, zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, met een maximum van 3 maanden (art. 3.6). |
Salarisverhogingen
- 1 augustus 2026: +3,5% structurele loonsverhoging op beide salarisschalen (art. 6.1 lid 6).
- 1 januari 2027: +4% structurele loonsverhoging op beide salarisschalen.
- 2026: eenmalige uitkering van 4,25% van het jaarsalaris. De grondslag is twaalf keer het bruto-maandsalaris van juli 2026. Wie tussen oktober 2025 en augustus 2026 in dienst is getreden, krijgt een evenredig deel. De uitkering wordt zo spoedig mogelijk na september 2026 uitbetaald (art. 6.1 lid 7).
- 2026: de eindejaarsuitkering wordt structureel met 0,75 procentpunt verhoogd, naar 5,75% (art. 6.6). Samen met de twee loonsverhogingen komt de structurele verbetering uit op 8,25%.
- 1 augustus 2026: extra trede 7 in de PD-schaal (+3%). PD's die per 1 augustus 2026 een jaar of langer in trede 6 zitten, gaan naar trede 7. Cao-partijen willen meer treden toevoegen als daar financiële ruimte voor komt.
- Toelichting bij de salarisschalen: bij indiensttreding start de werknemer in trede 1, tenzij ervaring of bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot een hogere trede. Voor elk jaar inschrijving in het huisartsenregister kan een hogere trede worden toegekend. Bij goed functioneren volgt jaarlijks een verhoging (art. 6.1).
- Resultaatafhankelijke beloning (alleen PD): het basissalaris kan op basis van resultaatafspraken met maximaal 10% worden verhoogd (art. 6.4).
Vakantiedagen
- HD (art. 7.2): bij 40 uur per week 160 uur wettelijke en 73 uur bovenwettelijke vakantie-uren per jaar (de bovenwettelijke uren zijn met 9 uur verhoogd). Parttimers naar rato. Wettelijke uren vervallen 6 maanden na het opbouwjaar, bovenwettelijke uren verjaren na 5 jaar.
- Leeftijdsverlof HD (art. 7.2 lid 5): maximaal 16 uur bij 52 t/m 56 jaar, 64 uur bij 57 t/m 61 jaar en 80 uur bij 62 jaar tot de AOW-leeftijd. Deze uren kunnen in overleg ook worden ingezet voor aanpassing van werk- en rusttijden.
- PD (art. 7.3): 31,5 dagen per kalenderjaar (20 wettelijke en 11,5 bovenwettelijke dagen), naar rato bij deeltijd. Recht op minimaal twee weken aaneengesloten verlof per jaar, maximaal vier weken aaneengesloten.
- Overgangsregeling AHG (art. 7.1 lid 4 en 7.4): voor HD's die voor invoering van deze CAO onder de nawerking van de AHG vielen, geldt het vakantieverlof van de PD-regeling. Wie op 31 december 2016 recht had op extra leeftijdsverlof, behoudt dat (niet meer verhoogd).
- Collectieve verlofdagen (art. 7.1): de werkgever kan met instemming van de OR of PVT jaarlijks maximaal twee collectieve verlofdagen vaststellen.
- Kopen en verkopen van verlof (art. 7.5): per kalenderjaar maximaal twee weken bovenwettelijk verlof, naar rato van het dienstverband.
- Feestdagen (art. 1.1, 11.7): Nieuwjaarsdag, 1e en 2e paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, 1e en 2e pinksterdag, 1e en 2e kerstdag, Kerst- en oudejaarsavond na 18.00 uur en 5 mei (Bevrijdingsdag) eenmaal per 5 jaar. Partijen onderzoeken of 5 mei jaarlijks een vrije dag kan worden, met als streven 2028.
- Vakantietoeslag (art. 6.5): 8% over het in de voorgaande 12 maanden verdiende bruto-maandsalaris, inclusief persoonlijke toeslag en prestatiebeloning. Opbouw van 1 juni t/m 31 mei, uitbetaling in mei.
Overwerkvergoeding
- Alleen voor HD (art. 5.3, 8.2): voor PD bestaat geen overwerk, omdat de werktijd bij die functie wordt bepaald door de benodigde zorg voor de ingeschreven patiënten.
- Overwerk wordt bijgehouden per periode van 8 weken. Is de werktijd in die periode minder dan 10% hoger dan de overeengekomen arbeidsduur en werktijden, dan wordt het overwerk voor 100% vergoed, in tijd of in geld.
- Bij meer dan 10% overschrijding wordt de eerste 10% voor 100% vergoed en de overschrijding daarboven voor 125%.
- Overwerk van een half uur of korter, aansluitend op de werktijd, wordt alleen vergoed als er sprake is van structureel overwerk. Dat is het geval wanneer de werktijd in een periode van 8 weken de overeengekomen arbeidsduur en werktijden met 5% overschrijdt.
- Structureel meer dan 10% overwerk over 8 weken leidt tot een gesprek tussen werkgever en werknemer over maatregelen om de werkdruk te verlagen en overwerk te voorkomen. Een parttimer kan daarnaast vragen om uitbreiding van de omvang van de overeenkomst (art. 5.3.1).
- Een zwangere werknemer krijgt na de derde maand van de zwangerschap geen overwerk opgedragen, tenzij zij daarmee instemt.
- Diensten (art. 8.1): voor avond-, nacht-, weekend- en achterwachtdiensten betaalt de werkgever maandelijks de door de huisartsenspoedpost uitgekeerde vergoeding uit, na aftrek van de werkgeverslasten. Voor diensten buiten de huisartsenspoedpost gelden de door de NZa vastgestelde tarieven, eveneens verminderd met de werkgeverslasten.
Reiskostenvergoeding
- Woon-werkverkeer met openbaar vervoer (art. 8.3.1): de werkelijke kosten van een maand- of jaarabonnement 2e klas, met als maximum het fiscaal vrijgestelde bedrag per maand.
- Woon-werkverkeer met eigen vervoer: € 0,24 per kilometer per werkdag, volgens de meest gebruikelijke route. Jaarlijks aangepast aan het CBS-indexcijfer (CPI), maximaal tot het fiscaal vrijgestelde bedrag.
- Praktijkkilometers (art. 8.3.2): € 0,36 per gereden kilometer, onbelast tot het actuele fiscale maximum voor een onbelaste kilometervergoeding. Het restant is belast. Ook de noodzakelijke reiskosten voor avond-, nacht- en weekenddiensten en de achterwacht vallen hieronder.
- Verblijfskosten (art. 8.3.3): verblijfskosten bij een dienstreis zijn voor rekening van de werkgever, op basis van een declaratie met betalingsbewijzen.
- Verhuiskosten (art. 8.4): bij een in overleg overeengekomen verhuizing bij indiensttreding of wijziging van de standplaats volgt een verhuiskostenvergoeding, voor zover die binnen de fiscale regels past.
Bijzonder verlof
- Kortdurend zorgverlof (art. 11.1): maximaal 2 keer de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur per kalenderjaar, met 100% van het loon (tot het maximum dagloon, minimaal het wettelijk minimumloon).
- Langdurig zorgverlof (art. 11.2): maximaal 6 keer de wekelijkse arbeidsduur per kalenderjaar, zonder behoud van loon. Het verzoek moet minstens twee weken voor aanvang schriftelijk worden ingediend.
- Calamiteitenverlof (art. 11.5): korte tijd met behoud van salaris voor het treffen van noodzakelijke maatregelen.
- Overlijden (art. 11.3): bij overlijden van partner, kind, ouder, broer of zus verlof van de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie. Bij andere aanverwanten in de eerste graad 2 dagen. Voor het bijwonen van een begrafenis of crematie 1 dag. Bij een ingrijpend verlies kan langer rouwverlof worden afgesproken.
- Verhuisverlof (art. 11.9): twee aansluitende dagen, maximaal twee keer per kalenderjaar.
- Huwelijk en jubilea (art. 10.1): 3 dagen bij het eigen huwelijk of samenlevingsverband, 1 dag bij het eigen 25- of 40-jarig huwelijksjubileum, 1 dag bij het 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijksjubileum van ouders en schoonouders, en 1 dag bij een 25- of 40-jarig dienstjubileum.
- Jubileumuitkering PD (art. 10.2): bij 25 dienstjaren een half bruto maandsalaris, bij 40 dienstjaren een heel bruto maandsalaris, zonder inhoudingen.
- Zwangerschaps-, bevallings-, geboorte- en ouderschapsverlof (art. 11.4): geregeld volgens de Wet arbeid en zorg, zie het schema in bijlage 5 van de CAO.
- Onbetaald verlof (art. 11.6) is mogelijk in overleg met de werkgever als de wettelijke regelingen en het bijzonder verlof ontoereikend zijn.
- Mantelzorg (art. 11.8): werkgever en werknemer onderzoeken samen mogelijkheden zoals aanpassing van werktijden of inzet van verlofregelingen.
Doorbetaling bij ziekte
- Loon tijdens ziekte (art. 12.1): maximaal 104 weken: 26 weken 100% van het loon, daarna 26 weken 90%, 26 weken 80% en 26 weken (en eventueel daarna) 70%.
- Het loon tijdens ziekte bestaat uit het basissalaris, de structurele vaste looncomponenten (persoonlijke toeslag, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering) en de structurele variabele looncomponenten (overwerk en diensten, gemeten over de 6 maanden voor het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid). Netto uitkeringen uit wettelijke regelingen en arbeidsongeschiktheidspensioen worden in mindering gebracht.
- Voor wie vóór 1 augustus 2025 ziek was en dat nog steeds is, geldt de regeling uit de Cao Hidha respectievelijk de AHG.
- Bij minder dan 35% arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA spant de werkgever zich tot het uiterste in om de werknemer te herplaatsen.
- De gedifferentieerde WGA-premie komt structureel voor rekening van de werkgever.
- WGA-hiaatverzekering (art. 13.3): de werkgever sluit een collectieve verzekering af met als doel een dekking tot 70% van het laatste salaris. De premie is voor rekening van de werkgever.
- Wachtgeld HD (art. 12.2): bij beëindiging van een contract voor onbepaalde tijd wegens reorganisatie, fusie of liquidatie volgt wachtgeld gedurende de helft van de diensttijd (minimaal een half jaar, maximaal een jaar). De eerste drie maanden bedraagt het wachtgeld 100% van het laatste bruto salaris, daarna 80%.
- Overlijdensuitkering (art. 12.3): een uitkering ineens van 3/12 van het netto jaarsalaris.
Eindejaarsuitkering
- Vanaf 2026 bedraagt de eindejaarsuitkering 5,75% (art. 6.6). In 2026 is dit percentage structureel met 0,75 procentpunt verhoogd.
- De grondslag is het in het kalenderjaar verdiende bruto-maandsalaris, inclusief persoonlijke toeslag en prestatiebeloning.
- De uitkering wordt in december betaald. Bij indiensttreding of uitdiensttreding in de loop van het jaar wordt zij naar evenredigheid berekend.
- Voor werknemers op wie de Cao Hidha van toepassing was, wordt 11/12 van de uitkering in november betaald. Het resterende 1/12 volgt uiterlijk in januari van het jaar erna.
Thuiswerkvergoeding
- Deze CAO bevat geen afspraken over een thuiswerkvergoeding.
- Wel kan het budget persoonlijke kosten (art. 9.2) onder meer worden gebruikt voor communicatie- en ICT-middelen, zoals telefoonkosten, de kosten van een mobiele telefoon en een laptop.
Pensioenfonds
- Het pensioenfonds hangt af van de werkgever: bij werkgevers onder 1.1 a (huisartsenpraktijken) geldt Huisarts & Pensioen (voorheen SPH), bij werkgevers onder 1.1 b (multidisciplinaire eerstelijnszorg) geldt Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) (art. 13.2).
- De pensioenpremie wordt verdeeld in 50% voor de werkgever en 50% voor de werknemer.
- Bij PFZW is sinds 1 januari 2017 geen werknemersdeel verschuldigd voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. Die premie is volledig voor rekening van de werkgever.
- De huidige pensioenregelingen blijven gehandhaafd voor de looptijd van de CAO.
- De persoonlijke toeslag maakt deel uit van het bruto-maandsalaris en is dus basis voor pensioen, vakantietoeslag en eindejaarsuitkering (art. 6.3). Het budget persoonlijke kosten maakt geen deel uit van de pensioengrondslag.
Opzegtermijn
- Opzegtermijn (art. 3.6): voor werkgever en werknemer geldt dezelfde, bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst overeengekomen termijn, met een maximum van drie maanden. Opzegging door de werkgever gebeurt schriftelijk bij aangetekend schrijven, tegen de eerste dag van de maand volgend op de opzegging.
- AOW-gerechtigde werknemer: de arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de dag waarop de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt (art. 3.5). Bij een nieuwe tijdelijke overeenkomst na de AOW-leeftijd is de opzegtermijn voor de werkgever beperkt tot één maand (toelichting bij het model arbeidsovereenkomst, bijlage 1).
- Proeftijd (art. 3.3): bij een contract voor onbepaalde tijd maximaal 2 maanden. Bij een contract voor bepaalde tijd: 0 maanden bij maximaal 6 maanden, 1 maand bij meer dan 6 maanden en minder dan 2 jaar, en 2 maanden bij 2 jaar of langer.
- Aanzegplicht (art. 3.4): bij een contract voor bepaalde tijd van 6 maanden of langer informeert de werkgever de werknemer uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk over voortzetting. Doet de werkgever dat niet, dan is een vergoeding van één maandloon verschuldigd.
- Einde van rechtswege (art. 3.5): ook bij schrapping uit het BIG-register of verval van de RGS-registratie als huisarts, na schriftelijke opzegging door de werkgever.
- Ontbinding (art. 3.6 lid 4): alleen op grond van gewichtige redenen, zoals aanhoudend verzuim van verplichtingen, ongeschiktheid, twee jaar ziekte of een overbodig geworden functie. Bij ziekte en reorganisatie moet eerst de procedure via het UWV zijn gevolgd.
Salaristabellen CAO huisartsen in loondienst 2025 - 2027
Hieronder de salarisschalen voor de functies HD en PD per 1 augustus 2026 en per 1 januari 2027 (Bijlage 3). Het zijn bruto bedragen per maand bij een voltijds dienstverband, exclusief persoonlijke toeslag. Voor de PD komt daar eventueel de resultaatafhankelijke beloning en het waarneembudget bij. De salarisschalen van vóór 1 augustus 2026 staan in de CAO-tekst van de vorige looptijd.
Functie HD
Salarisschaal A, functie Huisarts Dienstverband (HD)
| Trede | Per 1-8-2026 (+3,5%) | Per 1-1-2027 (+4%) |
|---|---|---|
| Trede 1 | € 7.025,56 | € 7.306,58 |
| Trede 2 | € 7.289,94 | € 7.581,54 |
| Trede 3 | € 7.561,68 | € 7.864,15 |
| Trede 4 | € 7.846,70 | € 8.160,57 |
| Trede 5 | € 8.140,62 | € 8.466,24 |
| Trede 6 | € 8.446,33 | € 8.784,19 |
| Trede 7 | € 8.763,87 | € 9.114,43 |
| Trede 8 | € 9.093,20 | € 9.456,93 |
| Trede 9 | € 9.434,55 | € 9.811,93 |
Functie PD
Salarisschaal B, functie Praktijkhouder Dienstverband (PD)
| Trede | Per 1-8-2026 (+3,5%) | Per 1-1-2027 (+4%) |
|---|---|---|
| Trede 1 | € 8.398 | € 8.734 |
| Trede 2 | € 8.695 | € 9.043 |
| Trede 3 | € 8.991 | € 9.351 |
| Trede 4 | € 9.288 | € 9.660 |
| Trede 5 | € 9.584 | € 9.967 |
| Trede 6 | € 9.880 | € 10.275 |
| Trede 7 (nieuw per 1-8-2026) | € 10.177 | € 10.584 |
