Onderstaand vindt u alle informatie over de CAO ziekenhuizen, bijvoorbeeld de volledige tekst van de CAO, actuele berichten, salarisverhogingen tijdens de looptijd van de CAO, premie-overzichten en links naar relevante websites.
Wilt u op de hoogte gehouden worden van wijzigingen in deze sector? Door op onderstaande buttons te klikken, kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrieven van www.salaris-informatie.nl
Dit is de samenvatting van de CAO ziekenhuizen 2025-2027.
Stamgegevens
Kerncijfers CAO ziekenhuizen 2025-2027
Looptijd
1 februari 2025 t/m 31 januari 2027 (art. 2.1).
Cao-partijen
NVZ (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, werkgevers) en FNV, CNV, FBZ en NU’91 (werknemersorganisaties).
Loonsverhoging
2% per 1 februari 2025, 2% per 1 augustus 2025, 2% per 1 februari 2026 en 2% per 1 augustus 2026 (totaal 8% over de looptijd, zonder loondifferentiatie) (art. 7.1.7).
Vakantiedagen
144 wettelijke vakantie-uren per jaar bij een voltijd dienstverband, plus 57 uur persoonlijk levensfasebudget (PLB) per jaar; naar rato bij deeltijd (art. 12.1.2 en 12.2.1).
Vakantietoeslag
8,33% van het salaris verdiend van juni van het voorgaande jaar tot en met mei van het uitkeringsjaar, uitbetaald in mei (art. 7.5.1).
Overwerkvergoeding
25% toeslag voor overwerk op werkdagen tussen 06.00-22.00 uur (max. 5 uur/week), 50% voor de overige uren op werkdagen en tussen 22.00-06.00 uur, 75% op zaterdag tot 18.00 uur en op vrije dagen, 100% op zaterdag na 18.00 uur, zon- en feestdagen en op 24/31 december na 18.00 uur (art. 8.4).
Reiskostenvergoeding
€ 0,16 per kilometer tot 1 juni 2025, € 0,18 per kilometer vanaf 1 juni 2025 en € 0,21 per kilometer vanaf 1 februari 2026, tot een enkele reisafstand van maximaal 35 kilometer (art. 11.1.1).
Doorbetaling bij ziekte
100% gedurende de eerste 52 weken, 70% (ten minste het wettelijk minimumloon) gedurende de volgende 52 weken, maximaal 104 weken in totaal (art. 4.2).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Eindejaarsuitkering van 8,33% van het in het kalenderjaar verdiende salaris, uitbetaald in december (art. 7.4.1).
Thuiswerkvergoeding
€ 2,- netto per thuiswerkdag (art. 11.5.1).
Pensioenfonds
Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Voor het deel van de branche waarvoor de verplichtgestelde Pensioenregeling Zorg en Welzijn geldt, is de premieverdeling werkgever/werknemer 50%/50% (art. 3.3.2).
Opzegtermijn werkgever
Geen eigen cao-staffel; de wettelijke opzegtermijn geldt, met een verdubbeling van de werkgeverstermijn als de werknemerstermijn contractueel is verlengd naar vier, vijf of zes maanden (art. 3.1.7).
Opzegtermijn werknemer
Geen eigen cao-staffel; de wettelijke opzegtermijn geldt, tenzij in de arbeidsovereenkomst een langere werknemerstermijn (tot maximaal zes maanden) is afgesproken (art. 3.1.7).
Salarisverhogingen
Per 1 februari 2025 wordt het salaris met 2% verhoogd.
Per 1 augustus 2025 wordt het salaris met 2% verhoogd.
Per 1 februari 2026 wordt het salaris met 2% verhoogd.
Per 1 augustus 2026 wordt het salaris met 2% verhoogd.
In totaal een structurele loonsverhoging van 8% over de looptijd, zonder loondifferentiatie: hetzelfde percentage geldt voor alle ip-nummers (art. 7.1.7).
Daarnaast krijgt de werknemer jaarlijks een eindejaarsuitkering van 8,33% (december) en vakantiebijslag van 8,33% (mei) (art. 7.4.1 en 7.5.1).
Vakantiedagen
De werknemer met een voltijd dienstverband heeft met behoud van salaris recht op 144 wettelijke vakantie-uren per kalenderjaar; bij deeltijd naar rato (art. 12.1.2 lid 1).
Over opgenomen wettelijke vakantie-uren (max. 144 uur bij voltijd) wordt het uurloon vermeerderd met het gemiddelde ORT-percentage over de afgelopen zes maanden (art. 12.1.2 lid 2).
Daarnaast bouwt de werknemer jaarlijks 57 uur persoonlijk levensfasebudget (PLB) op, naar rato bij deeltijd of bij in-/uitdiensttreding binnen het jaar (art. 12.2.1).
De werknemer heeft ten minste aanspraak op drie aaneengesloten weken vakantie, inclusief de omliggende weekends (art. 12.1.4 lid 3).
De werkgever kan maximaal twee werkdagen per jaar aanwijzen waarop de werknemer vakantieverlof geniet (art. 12.1.3 lid 1).
Overwerkvergoeding
Overwerk is arbeid die incidenteel wordt verricht boven de vastgestelde arbeidsduur uit het arbeids- en rusttijdenpatroon (art. 8.1).
25% toeslag over overwerk tussen 06.00 en 22.00 uur op maandag t/m vrijdag, met een maximum van vijf zo te belonen uren per week; de overige uren op werkdagen worden met 50% beloond (art. 8.4 lid 3).
50% toeslag over overwerk tussen 22.00 en 06.00 uur op maandag t/m vrijdag.
75% toeslag over overwerk op zaterdag tot 18.00 uur en op vrije dagen.
100% toeslag over overwerk op zaterdag vanaf 18.00 uur, op zon- en feestdagen, en op 24 en 31 december tussen 18.00 en 24.00 uur.
De werknemer kan kiezen voor vergoeding in geld of (deels) in vrije tijd; de toeslag zelf kan ook in overleg in vrije tijd worden vergoed (art. 8.4 lid 1, 2 en 5).
Recht op overwerkvergoeding is gekoppeld aan de salarisindeling (tot en met FWG 60, of hoger met een drempel van gemiddeld 6 respectievelijk 16 uur per week) (art. 8.4 lid 4).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding woon-werkverkeer is geregeld in artikel 11.1.1 van de cao.
Deze cao hanteert een vast bedrag per kilometer, voor zowel de heen- als de terugreis, ongeacht de wijze van vervoer:
tot 1 juni 2025: € 0,16 per kilometer;
vanaf 1 juni 2025: € 0,18 per kilometer;
vanaf 1 februari 2026: € 0,21 per kilometer.
De vergoeding is gemaximeerd op een enkele reisafstand van 35 kilometer. Ook voor extra ritten (bijv. bij een gebroken dienst) en voor een aanwezigheidsdienst op uren die niet aansluiten op de normale arbeidstijd bestaat recht op de vergoeding (art. 11.1.1 lid 3). Voor reizen in het kader van een oproep bij bereikbaarheids-, consignatiedienst of overwerk geldt een vergoeding van de werkelijke kosten, of € 0,30 per kilometer bij gebruik van een eigen auto (art. 11.1.1 lid 4). Voor dienstreizen geldt een aparte regeling (art. 11.2.2): openbaar vervoer laagste klasse, of € 0,30 per kilometer bij gebruik van een eigen auto met toestemming van de werkgever.
Vanaf de volgende cao volgt de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer het fiscaal vrijgestelde bedrag per kilometer.
Doorbetaling bij ziekte
Eerste 52 weken van arbeidsongeschiktheid: aanvulling tot 100% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon (salaris plus structurele toeslagen zoals onregelmatigheidstoeslag) (art. 4.2 lid 1 en 2).
Volgende 52 weken (tot maximaal 104 weken): 70% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon, met een bodem van het wettelijk minimumloon (art. 4.2 lid 2).
Over uren waarin de werknemer volgens zijn re-integratieplan passende arbeid of werkzaamheden zonder loonwaarde verricht (arbeidstherapie, scholing, stage, sollicitatietraining): 100% (art. 4.2 lid 3).
Bij verwijtbaar gedrag van de werknemer (bijv. het niet nakomen van controlevoorschriften) kan de werkgever de aanvulling boven het wettelijk minimumloon geheel of gedeeltelijk laten vervallen (art. 4.4).
Bij een beroeps- of chronische ziekte en/of een levensbedreigende aandoening kan de werkgever een aanvullende loonaanvulling verstrekken (art. 4.2 lid 6).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De cao kent een eindejaarsuitkering van 8,33% van het in het betreffende kalenderjaar verdiende salaris, uitbetaald in de maand december (art. 7.4.1 lid 1).
Treedt de werknemer uit dienst vóór de uitkeringsdatum, dan wordt de eindejaarsuitkering bij het einde van het dienstverband uitbetaald over het verdiende salaris tot de uitdiensttredingsdatum (art. 7.4.1 lid 2).
Thuiswerkvergoeding
De werknemer heeft recht op een thuiswerkvergoeding van € 2,- netto per thuiswerkdag (art. 11.5.1).
Pensioenfonds
Pensioenfonds: Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW).
Werknemers met een arbeidsovereenkomst zijn in beginsel verplicht verzekerd bij PFZW; de rechten en verplichtingen zijn geregeld in de statuten en het pensioenreglement (art. 3.3.2 lid 1 en 2).
Voor het deel van de branche waarop de verplichtgestelde Pensioenregeling Zorg en Welzijn van toepassing is, is de feitelijke premieverdeling werkgever/werknemer 50%/50%; de pensioenpremie wordt voor 50% op de werknemer verhaald (art. 3.3.2 lid 3).
Opzegtermijn
De arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk opgezegd; de datum van ingang van het ontslag is de eerste van de kalendermaand (art. 3.1.7 lid 1 en 5).
Voor de opzegtermijn zelf kent de cao geen eigen staffel: de wettelijke opzegtermijn (Burgerlijk Wetboek) is van toepassing.
Bij verlenging van de wettelijke werknemerstermijn tot en met drie maanden mag de werkgeverstermijn gelijk worden gesteld aan de werknemerstermijn; bij een verlenging van de werknemerstermijn naar vier, vijf of zes maanden geldt voor de werkgever een verdubbeling van die termijn (art. 3.1.7 lid 8).
Zegt de werkgever op, dan geldt de wettelijke opzegtermijn als die tot een langere termijn leidt dan de in de arbeidsovereenkomst opgenomen opzegtermijn (art. 3.1.7 lid 9).
De werkgever kan niet opzeggen zolang de werknemer wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, tenzij deze ongeschiktheid al twee jaar heeft geduurd (art. 3.1.7 lid 6).
Hieronder staan de salaristabellen per functiegroep (bijlage M), met de bedragen per periodiek binnen de functiegroepen 5 t/m 80. De salaristabellen zijn per peildatum uit de looptijd opgenomen; de bedragen zijn gebaseerd op een voltijd arbeidsduur van 1878 uur per jaar (gemiddeld 36 uur per week) (art. 7.1.3).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.