Skip to main content

CAO horeca (NHG) - verlof

Onderstaande informatie is gebaseerd op de CAO voor de horecabedrijven die aangesloten zijn bij het Nederlands Horeca Gilde (NHG) met een looptijd van 1 januari 2009 t/m 31 december 2013.

 

In artikel 38 t/m 42 van de CAO zijn de bepalingen omtrent verlof opgenomen.

 

Artikel 38 - VERLOFSPAARREGELING

1. De bovenwettelijk geregelde vakantiedagen (vijf per jaar) plus extra betaalde verlofdagen plus opgespaarde overuren mogen, in afwijking van artikel 36 lid 4, door werknemer opgespaard worden in het kader van een verlofspaarregeling. 
2. Deze verlofspaarregeling wordt door de werknemer schriftelijk aangevraagd. In de aanvraag verlofspaarregeling dient door de werknemer het doel van de aanvraag duidelijk benoemd te worden. De werkgever kan de aanvraag uitsluitend op goede gronden weigeren, indien het bedrijfsbelang daarmee aantoonbaar wordt geschaad. Toekenning of afwijzing geschiedt schriftelijk. 
3. De verlofspaarregeling gaat in op het moment van schriftelijke bevestiging. Het moment van opnemen van dit verlof geschiedt in onderling overleg. 
4. Er mogen maximaal 75 dagen gespaard worden in het kader van deze regeling. 
5. Er mag maximaal 5 jaar gespaard worden in het kader van deze regeling.

Artikel 39 - BIJZONDER VERLOF

Bijzonder verlof met behoud van loon 
1. Met de in dit artikel genoemde echtgenoot (echtgenote) wordt gelijkgesteld de levenspartner alsmede de relatiepartner. 
2. In de volgende gevallen wordt verlof met behoud van loon verleend: 
- één dag: 
• Bij het overlijden of voor het bijwonen van de begrafenis/crematie van een van de grootouders, kleinkinderen, schoonouders. 
- twee dagen: 
• Bij het overlijden of voor het bijwonen van de begrafenis/crematie van een van de broers, zusters, ouders en stiefouders. 
• Bij het huwelijk van de werknemer; 
• Bij de bevalling van de echtgenote en bij adoptie 
- vier dagen: 
• Voor de werknemer die als executeur testamentair betrokken is bij het overlijden van een familielid in eerste graad. 
- vijf dagen: 
• Bij het overlijden van de echtgenoot (echtgenote) of een kind.
3. In de volgende gevallen wordt één dag onbetaald verlof verleend, mits de werknemer dit verlof minimaal één maand tevoren heeft aangevraagd:

- Bij ondertrouw van werknemer; 
- Bij het huwelijk van een van de kinderen, broers of zussen van werknemer; 
- Bij het 25- of 40-jarig huwelijk van werknemer; 
- Bij verhuizing van werknemer (maximaal één maal per jaar). 
4. Onbetaald verlof wordt voor één dag verleend, mits één dag tevoren aangevraagd, bij overlijden of voor het bijwonen van een begrafenis of crematie van een zwager, schoonzuster, schoonzoon, of schoondochter. 
5. Indien werknemer een verzoek doet voor onbetaald verlof dat niet valt onder hiervoor genoemde redenen, geldt het volgende: 
- Werkgever heeft te allen tijde, rekening houdend met wederzijdse belangen, het recht de aanvraag van het onbetaald verlof te weigeren dan wel te honoreren; 
- Tijdens het onbetaald verlof worden geen vakantierechten opgebouwd; 
- Gedurende het onbetaald verlof mag werknemer geen betaalde arbeid elders verrichten. 
6. Voor iedere vorm van onbetaald verlof geldt dat voor zover het verlof financiële dan wel verzekeringstechnische gevolgen heeft, deze voor rekening zijn van werknemer.

Artikel 40 - ORGANISATIEVERLOF

Een werknemer die door de ABGP als kaderlid bij de werkgever is aangemeld, heeft recht op drie betaalde verlofdagen per jaar, mits deze aantoonbaar gebruikt worden voor het bijwonen van vakbondsoverleg.

Artikel 41 - OUDERSCHAPSVERLOF

1. Werknemer heeft recht op onbetaald ouderschapsverlof voor de verzorging van een eigen, pleeg- of stiefkind, mits de arbeidsovereenkomst tenminste een jaar heeft geduurd en mits dit kind niet ouder is dan acht jaar. 
2. Voor elke werknemer die recht heeft op ouderschapsverlof geldt dat het onbetaald verlof een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden bedraagt over de helft van de arbeidsduur per week, dan wel drie maanden over de volledige arbeidsduur. 
3. Werknemer dient minimaal drie maanden van tevoren het ouderschapsverlof schriftelijk bij werkgever aan te vragen. 
4. Tijdens het ouderschapsverlof bouwt werknemer uitsluitend vakantierechten op over de uren die daadwerkelijk worden gewerkt. 
5. Overigens is op het ouderschapsverlof artikel 7:644 BW van toepassing.


Artikel 42 - ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGSVERLOF

De vrouwelijke werknemer heeft in verband met haar zwangerschap recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof volgens artikel 3:1 van de Wet Arbeid en Zorg.

 

 

 

CAO horeca (NHG) - vakantie

Onderstaande informatie is gebaseerd op de CAO voor de horecabedrijven die aangesloten zijn bij het Nederlands Horeca Gilde (NHG) met een looptijd van 1 januari 2009 t/m 31 december 2013.

 

In artikel 36 en 37 van de CAO zijn de bepalingen omtrent vakantie opgenomen.

 

Artikel 36 - VAKANTIEDAGEN

1. Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Werknemer die bij aanvang van het vakantiejaar in dienst is, bouwt 25 vakantiedagen op over een volledig kalenderjaar. 
2. Bij in- of uitdiensttreding in de loop van het vakantiejaar of bij een arbeidsovereenkomst van minder dan 38 uur per week, heeft werknemer recht op een evenredig deel van deze 25 vakantiedagen. 
3. Vakantiedagen mogen maximaal drie weken aaneengesloten worden opgenomen en moeten minimaal twee weken aaneengesloten worden opgenomen. 
4. Vakantiedagen die aan het einde van het vakantiejaar nog niet zijn opgenomen, worden meegenomen naar het volgend vakantiejaar. Deze vakantiedagen moeten uiterlijk binnen het halfjaar daarna opgenomen zijn, tenzij werknemer deze dagen in het kader van een verlofspaarregeling wil opnemen. 
5. Werkgever kan jaarlijks twee dagen aanwijzen als verplichte vrije dagen. 
6. Vakantie kan uitsluitend worden opgenomen met instemming van werkgever. Werkgever beslist binnen veertien dagen op het verzoek van werknemer. Bij afwijzing zal werkgever aangeven welke gewichtige redenen zich tegen het verzoek verzetten. 
7. Werkgever heeft de plicht werknemer in de gelegenheid te stellen de vakantiedagen op te nemen. 
8. Indien werknemer te veel vakantiedagen heeft opgenomen heeft werkgever het recht deze vakantiedagen te verrekenen.

Artikel 37 - EXTRA VAKANTIEDAGEN

Met ingang van de maand volgend op die waarin een van onderstaande leeftijden en/of een van onderstaande dienstjubilea wordt bereikt, heeft werknemer recht op extra vakantiedagen: 
- bij een leeftijd van     
45 jaar: 25 + 2 dagen 
50 jaar: 25 + 3 dagen 
55 jaar: 25 + 4 dagen

- bij een dienstverband van
10 jaar:  25 + 1 dag 
20 jaar:  25 + 2 dagen 
30 jaar:  25 + 3 dagen 
Bij samenloop van leeftijd en dienstverband worden de extra vakantiedagen bij elkaar opgeteld.